Feuilleton.
Van 's levenspad
door COR.
Immer blijvende smart. II.
Somtijds kan hij zich echter nog verblijden, wanneer hij kon hopen en vertrouwen, dat de Heere, Die nooit het werk Zijner handen laat varen, hem straks verwaardigen zal de eeuwige heerlijkheid in te gaan, om daar zijn vader weer te ontmoeten, daar weer met hem vereenigd te worden, eindeloos den Heere dankend voor het onbegrijpelijke wonder, dat Hij nog naar hem wilde omzien, hem nog afvoeren van den weg der zonde en leiden op het smalle pad des levens.
Wellicht leeft ook gij nog voort in het jagen naar wat de wereld biedt, terwijl de waarschuwende stem uwer ouders vergeefs wordt vernomen, igij op hun woorden geen acht slaat, hun vermaningen met een spottenden blik aanhoort. Wellicht bedroeft ook gij dag aan dag uw ouders, door datgene, waar zij u in hebben opgevoed, den rug toe te keeren, den God uwer ouders verlatende en uzelf overgevende aan de genietingen der wereld. Maar ach, bedenk dan toch, dat al wat zij tot u spreken, wat zij u voorhouden, woorden zijn, welke hun liefde voor u hen doen uiten. Als gij uw ouders nog bezit, hoor dan toch naar hen, zoo zij trachten u van het kwaad af te houden, want indien gij straks tot inkeer komt en uw ouders zijn niet meer, zal de smart zoo groot zijn. Nimmer is de droefheid, welke dan steeds weer uw hart zal vervullen, in woorden uit te drukken, niets kan de bittere smart weergeven, welke uw hart doorwondt, als gij moet klagen dat het te laat is om uw ouders vergeving te vragen. Dag aan dag zal het berouw, het zelfverwijt u achtervolgen, zal de droeve klacht vernomen worden : „Kon ach kon ik nog maar een enkelen keer met u spreken, vergeving vragende voor alles wat ik heb misdreven" ; maar dan zal het te laat zijn, dan'zal het berouw uw ganschen levenstijd blijven knagen. Verlaat daarom den dienst der wereld, hoor nu naar de stem uwer ouders, het zal voor hen en voor u zoo'n vreugde wezen. Voor hen, als zij zien dat gij de wereld den rug toekeert, maar ook voor u zal het zoo'n vreugde en blijdschap zijn in 's Heeren dienst te verkeeren, want die dienst ds zoo rijk en goed, die schenkt rust en vred: ; aan de ziel. Satan is zulk een harden meester, hij spiegelt het u zoo mooi voor, doch alles ds schijn en bedrog, hij geeft u niets, totaal niets, terwijl g ij hem alles moet geven. Uw geld en uw goed, uw gezondheid en kracht, ja, uw geheele leven, uw ziel en lichaam moet ge hem opofferen en daartegenover ontvangt gij niets, zal hij straks slechts lachen als gij voor eeuwig in zijn macht zijt, in zijn koninkrijk, waar de worm des berouws aan uw ziel zal knagen en het vuur der wroeging eindeloos daarin branden. Wilt gij hem dan nog langer dienen ? Nog langer hem navolgen en den Heere verlaten ? De Heere vraagt u niets. Hem behoeft gij niets te geven dan alleen uw zondige hart. „Geef dat aan Mij", zoo roept Hij u toe, „dan zal Ik het reinigen van alle zonden en schuld." Hoe groot uw zonden ook zijn, nooit is het voor Hem te veel, want Christus Jezus heeft alles op Zich genomen, volkomen betaald. Hij droeg de straf, welke gij waardig zijt te ontvangen en wanneer gij, pleitende op wat Hij deed, voor den Heere nederbuigt, zult gij ervaren, dat Hij uwe zonden wegneemt, uw hart daarvan reinigt. En dan, o denk u die vreugde toch eens in, dan zult'gij straks eeuwig verblijd zijn, dan zult gij eindeloos bij den Heere zijn, eindeloos Hem loven en prijzen, eindeloos juichen en jubelen. Is dat dan niet oneindig veel meer waard dan die harde, wreede dienst der wereld ? 'O, hoor dan ook naar het vermaan uwer ouders, hun vreugde zal zoo groot zijn en gij zult in geen woorden kunnen uitdrukken welk een rijkdom het is, te weten dat uw ziel van 't eeuwig verderf is gered, dat gij in Christus Jezus voor tijd en eeuwigheid zult kunnen roemen van de onbegrijpelijke liefde des Heeren voor een zondig schepsel. Wees niet bevreesd dat uw zonden te groot zijn, want hoe diep ge daarin ook gezonken zijt, het lijden van Christus Jezus kan u daaruit weer opheffen.
Of kent gij die bittere smart, dat uw ouders reeds in het graf lagen toen gij totinkeer kwaamt ? . Laat dan het vooruitzicht hen straks in de eeuwige welgelukzaligheid weer te zien, de troost zijn, die u niet doet bezwijken. Welk een blijdschap zal het wezen, daar met hen vereenigd, de wondere daden des Heeren te vermelden.
En zoo gij tot inkeer komende op het pad der zonden nog tot uw ouders kon gaan hen vertellende, dat de Heere naar u heel omgezien, u uit satans macht verlost, in uw hart de begeerte leggende, welke naar uitgaat, wat zyt ge dan toch gelukkig. Wet een voorrecht is u dan te beurt gevallen; welk een blijde vreugde zal hun hart vervuld hebben. Laat daarvoor dan den dan opstijgen tot den Heere, Die u voor die bittere smart bewaarde, u vergunde hun Zijn daden te vertellen.
Ziet gij uw kind wellicht nog op het breede pad der zonde, terwijl uw vermaaning vergeefs is, wanhoop dan toch niet, want wat gij met, al uw liefde niet kunt, kan Heere in een enkel oogenblik. Eén woord uit Zijn mond en uw kind, dat nu nog wereld dient, zal die verlaten, tot u komen om te vertellen wat de Heere deed, niet verdienste, maar door Zijn wondere liefde. door Zijn genade en ontferming om Christus' wil
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 april 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 april 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's