Ingezonden.
Mijnheer de Redacteur !
Als u mij een plaatsje in »De Waarheidsvriend* zoudt willen inruimen, zou ik gaarne iets willen zeggen, naar aanleiding van het ingezonden schrijven van B. H. Hulscher, van Alphen aan den Rijn, in uw blad van 15 April 1921 over »Millioenplan-actie ? « waarin mijn naam werd genoemd.
Geachte inzender twijfelt er aan of mijn opmerking om de A.R. partij op te bouwen, nog grooter, hechter, alzïjdiger en tenslotte nog degelijker te maken, wel gewettigd is. En of het »Millioenplan« hiervoor moet dienen. Naar zijn bescheiden meening treedt in het millioenplan een groote zonde, n.l. menschenvergoding op den voorgrond. Nu vraag ik hem : onderscheidt hij wel oorzaak en gevolg. Werd het »Millioenplan« ontworpen om dr. Kuyper te verheerlijken of om de beginselen, welke volgens dezen grooten Staatsman, aan de politiek ten grondslag behooren te liggen, te verbreiden ? Het gaat hier niet om den persoon Kuyper, maar om de souvereiniteit Gods in de Staatkundige confessie.
Wat door velen van dit plan gemaakt wordt en de bewoordingen, welke sommigen bezigen om de menschen te bewegen, om toch maar flink wat te geven, mag geen oorzaak zijn tot protest tegen de oorspronkelijk verkondigde en ware bedoeling. Wij geven niet om dr. Kuyper te vergoden, maar terwille van de beginselen, die het fundament van de Staatkunde moeten zijn. Alzoo onderscheide men beginsel en product. Het beginsel is goed, maar kan door den mensch in zijn groei belemmerd worden. De boom, voortgekomen uit het Anti-revolutionaire beginsel, heeft nog verschillende niet ontwikkelde of kwijnende loten en ook deze moeten tot vollen wasdom komen. Tot deze kwijnende en nog niet ontwikkelde loten rekenen velen het kerkistisch drijven veler Gereformeerden en de komende actie der A.R. Hervormden. Het is ontegenzeggelijk waar, dat bij vele zaken in den beginne met gemengde krachten tot stand gebracht, in de voltooiing opgelost worden in een bepaalde richting. Alzoo dat de praktijk de voorgegeven theorie niet dekt. Doch hierbij ligt niet altijd ten volle de schuld bij de kerkelijk Gereformeerden, maar eensdeels ook bij de klagers. Veelal was het nalatigheid, laksch-en lijdelijkheid van vele Gereformeerd Hervormden. Wij zijn op den achtergrond gekomen en hebben recht op een betere positie. En hoe deze te verkrijgen ? Ten eerste door te beseffen hóe en wat wij verloren hebben en ten tweede hoe worden wij in ons voorrecht hersteld. De Jan-Salie-geest moet uit ons 'Geref. Hervormden gebannen en een heihg vuur voor onze beginselen in ons ontstoken worden. Het vormen van een afzonderlijke kerkelijke Staatkundige partij moet tot onze laatste toevluchten bewaard worden. Niet als de za ken mede door ons toedoen bedorven zijn, moeten wij de partij verlaten, dan alleen, als het geweten in de knel komt, mogen we overgaan tot vorming eener nieuwe partij of ook als blijkt dat onze belangen van Hervormden mede verwaarloosd worden.
En wat betreft de kwestie over het pauselijk gezantschap. Mag ik den geachten inzender dit eens in overweging geven : Als de A.R. Kamerclub uitsluitend uit Hervormde mannen bestaan had, wat zou er dan besloten zijn ? Zouden ze tegen gestemd hebben. Ik weet het niet. Ik geloof het niet. Hoogstens een verdeelde stemming. De zaak over het gezantschap bij den paus wordt van Christelijk Historische zijde zoo sterk opgeblazen, dat de juiste proporties verre overschreden worden, temeer als wij hun gedragslijn tijdens den wereldoorlog nagaan. De Christelijk Historisohen waren toentertijd voor een tijdelijken dignitaris en m.i. bestaat er tusschen een tijdelijke en blijvende vestiging slechts een gradueel, maar geen principieel onderscheid.
Niet dat de A.R. met deze vestiging van een gezantschap dwepen. Verre van daar. Doch we moeten de zaken nuchter beschouwen en onderscheid maken tusschen de vroegere wereldlijke macht van den Paus en zijn tegenwoordigen wereldlijken zedelijken invloed. Niemand der A.R. die met deze daad den Paus als opperhoofd der Christenheid erkent.
Wij zenden overal gezanten heen, waar de diplomatieke wereld vertegenwoordigd is Religieuse overwegingen moeten er buiten blijven, anders mochten we ook geen diplomaten naar Turkije zenden.
Hopende dat mede door dit stukje vele lauwe Hervormden meer en meer doordrongen worden, dat ook zij in de A.R. partij hun plichten en rechten hebben.
U, mijnheer de Redacteur, dankend voor de verleende plaatsruimte.
O. B., M. N.
BOUWFONDS EVANGELISATIELOKAAL „REHOBOTH" te Nieuw Leusen.
Met hartelijken dank ontvangen sinds de vorige opgaaf van ds. Enkelaar te Bleskensgraaf (bus Inw. Zending) ƒ 2.— ; van zuster Van Kooy, Soerabaja ƒ 10.—. Wel verrassend, zoo'n zending van over den Oceaan !
Namens den penningmeester,
Hasselt. '
W. W. BOUWHUIS.
Geachte heer Hoofdredacteur, In de laatst verschenen nummers van „De Waarheidsvriend" kwamen ingezonden stuk ken voor over bet Miljoenplan, welke echter grootendeels klachten over en grieven tegen de kerkelijk Gereformeerden — tevens leden der A.R. partij — inhielden.
Beide stukken waren m.i. geheel overbodig, na hetgeen de geachte redacteur van de rubriek »Staat en Maatschappij* van dit blad, een alleszins bevoegd beoordeelaar, enkele weken tevoren over dito klachten en grieven geschreven had in »De Waarheidsvriend.*
Bovendien konden die stukken, met diep leedwezen zij het gezegd, aan de goede zaak van het Miljoenplan, welke zaak aan alle Gereformeerd Hervormden lief moest zijn (helaas ! schijnt dit zoo niet te wezen) slechts groot nadeel berokkenen bij de minder goed ingewijden en bij hen die tot de Volkskerk-ideé der Christelijk Historischen overhellen en ook op schoolgebied daarvan blijk gaven door hunne aansluiting aan de Vereeniging voor Christelijk Volksonderwijs waarin nagenoeg alles ethisch is, wat de klok slaat.
„Herziet uzelven", voegde indertijd prof. Holwerda zijn liberalen geestverwanten toe, en alhoewel ik geen professor ben, zou ik toch diengenen onder mijn medeleden van den Gereformeerden Bond, die steeds den mond vol hebben over misstanden in de A.R. partij en verder alles aan anderen overlaten, willen toeroepen : „Herziet uzelven" door zelf de handen aan den ploeg te slaan, dan eerst hebt gij recht van meespreken-als gij u verongelijkt acht, of als, naar uwe meening, in strijd wordt gehandeld met de A.R. beginselen.
Met dankzegging voor de verleende plaats ruimte.
EEN BONDSLID.
H.-Waard, 18-4-'21. , UTRECHT, 21-4-'21.
Geachte Heer Hoofdredacteur,
Beleefd verzoek ik u het volgende in »De Waarheidsvriend« op te nemen naar aanleiding van het ingezonden stuk van den heer B. H. Hulscher in het nummer van 15 dezer.
Ofschoon er meer in staat, waarover zou te schrijven zijn, wil ik slechts het volgende aanstippen.
„Onbetwistbaar, zoo zegt de schrijver, „is het voorzeker, dat wij recht zouden hebben op meerder aantal goed Hervormde zetels in de Kamer. Doch verwacht dit nooit of te nimmer van de A.R. partij. Het is de koe bij den staart pakken, doch niet bij de hoornen"
Deze in dit verband niet zeer duidelijke beeldspraak zal zeker moeten beteekenen, dat men om te komen tot een grooter aantal Hervormde zetels in de Tweede Kamer, zich niet moet aansluiten bij de A.R. partij, want dat men dan nooit zijn doel bereiken zal.
Welnu, mijnheer de Hoofdredacteur, hiertegen gaat mijn protest. De A.R. partij biedt plaats voor allen, die haar beginselen belijden, ongeacht hun kerkelijk standpunt en als lid eener kiesvereeniging kan men natuur lijk invloed uitoefenen op de candidaatstelling. Hier in Utrecht b.v. hebben wij indertijd een A.R. Ned. Herv. afgevaardigde in de Tweede Kamer gehad en zijn van de vijf A.R. gemeenteraadsleden drie lidmaat van de Ned. Herv. Kerk.
Neen, niet de A.R. partij, maar onze eiigen Gereformeerde menschèn zijn de schuld ervan, dat de leden der Gereformeerde Kerken dikwijls in de kiesvereenigingen en in Staten en Raden de meerderheid der partijleden vormen. De lauwheid en onverschilligheid onzer Hervormd Gerefor-' meerden is oorzaak, dat op politieke vergaderingen (en waarlijk niet allaen op deze) de leden der Geref'. Kerken zoo dikwijls de beslissing in handen hebben, omdat onze menschen zich verre houden of als ze al lid der partij zijn, eenvoudig thuis blijven.
Niet ach en wee roepen over de »doleerenden« zooals men wel eens hoort ; niet, zooals ook in uw blad al eens door een inzender is voorgesteld, een eigen A.R. partij stichten, maar in grooten getale toetreden tot de bestaande A.R. partij, dat kan invloed uitoefenen, d a t is inderdaad de koe bij de hoorns vatten en zal ongetwijfeld leiden tot vergrooting van het aantal Hervorm de A.R. Kamer-, Staten-en Gemeenteraadsleden.
Het is bedroevend, te zien, dat in onzen tijd, waarin wij, Gereformeerden, staan tegenover zulk een geweldige macht van revolutie , ongeloof en bijgeloof, velen onzer nog maar niets beters weten te doen dan becritiseeren en afbreken van hen, die hun het naast zijn, ten voordeele natuurlijk van onze tegenstanders —•
Mochten toch eindelijk de oogen eens opengaan voor het dreigende gevaar, en allen, ook in onze Kerk, die op Gereformeerd standpunt staan, zich voegen bij de A.R partij, niet om „menschenvergoding", maar ! om waarlijk naar de beginselen van Gods Woord en bij het licht van Zijn Geest, ' het welzijn van ons volk te zoeken en onder 's Heeren zegen nog een dam op te werpen tegen ongeloof'en revolutie.
U dankend voor de plaatsruimte.
Hoogachtend, Uw abonné
C. F. WEBER. Diaken bij de Ned. Herv. Kerk. Lid van den gemeenteraad van Utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 april 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 april 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's