Staat en Maatschappij.
Zondagsontheiliging.
Het zal velen geërgerd hebben, dat de motie van den heer Duijs, waarin uitgesproken werd, dat als regel het houden van Intochten en meetings, eventueel met muziek en banieren, ook op Zondag geoorloofd moet zijn, door de Kamer werd aangenomen En zeker zal die ergernis te grooter zijn geweest, nu de meerderheid voor die motie in de Kamer alleen kon verkregen worden met de hulp der Roomsch-Katholieken.
Wij zouden haast de vraag willen stellen, welk nut het heeft dat de drie groepen aan Ie rechterzijde nog met elkander samenwerken.
Ditmaal hebben de Roomschen in de Kamer getoond weinig meer te gevoelen voor een eendrachtig optrekken met de Protestantsch-Christelijke partijen.
Jammer dat de regeering is voorgegaan In het verieenen van steun aan speeltereinen en aan het tooneel, waardoor in ernstige mate ook de Dag des Heeren wordt ontheiligd. Zij mist daardoor voor een niet gering gedeelte het recht om ons volk op de hooge beteekenis van den Zondag te wijzen. Het slechte voorbeeld deed hier slecht volgen.
Tegen Schooldwang.
De Anti-revolutionaire Kamergroep heeft met haar kloek optreden tegen de invoering van den verscherpten schooldwang 'n goed werk verricht.
Wel had hare poging niet het zoo begeerde resultaat, maar toch werd deze winst verkregen, dat zij eigen beginsel mocht stellen tegenover het inzicht der groote meerderheld van de Kamer, die nog steeds van de Staatszorg alle heil voor land en voor volk verwacht.
Bedoelde nu de stem, welke vrij eenparig door de Anti-revolutionairen tegen den leerplicht werd uitgebracht een afkeer tegen een langer verblijf dan 6 jaren van de kinderen op de school ? In geenen deele !
De Anti-revolutionairen zijn niet minder dan degenen, die hun stem aan het ontwerp gaven, voorstanders van het uitbreiden van het aantal leerjaren tot het 7de, ja, zelfs tot het 8ste jaar. Maar waar hun bezwaar tegenin ging, was tegen den dwang, welke met het invoeren van den .langeren schooltijd zou gepaard gaan. De schooldwang is voor een vrij volk, dat blijkens den schoolstrijd het onderwijs zijner kinderen op hoogen prijs stelt, onwaardig.
Het moet niet zoo zijn, dat als de kinderen naar school gaan, dit gebeurt omdat de Overheid daartoe dwingt, maar omdat de ouders van Godswege geroepen zijn en ook de verantwoordelijkheid dragen om voor een goede opvoeding van hunne kinderen te zorgen.
En daarom moest hier elke dwang worden tegengestaan. Een zelfde standpunt zal ook zoo aanstonds moeten ingenomen worden ten aanzien van de nieuwe verplichtingen, welke aan het volk zullen worden opgelegd, met betrekking tot de lichamelijke ontwikkeling der jeugd.
Wij juichen het toe, dat de Anti-revolutionairen onder de bekwame leiding van den heer Van der Molen, hun protest hebben doen hooren.
Noodlottig.
De heer Duijs had een motie ingediend in de Tweede Kamer, luidende :
»De Kamer, van oordeel, dat als regel het houden van optochten en meetings, eventueel met muziek en banieren, ook op Zondag geoorloofd moet zijn, gaat over tot de orde van den dag.«
Deze motie werd aangenomen met 46 tegen 29 stemmen.
Heel de linkerzijde stemde vóór. Maar zóó zou ze toch verworpen zijn, ware het niet dat 13 Roomsohe Kamerleden hun stem er aan hadden gegeven, n.l. de h.h. Romans, Engels, Hermans, Haazevoet, Reijmer, Van Schalk, v. d. Bilt, Kuiper, Poels, V. Dijk, Bulten, Deckers en van Rijzewijk.
Daartegenover stonden echter 9 Roomsch Katholieken die er tegen stemden, en wel de h.h. Fruijtier, Bongaerts, van Rijckevorssel van Vuuren, Wintermans, De Wijkerslooth, Swane, Fleskens en Nolens.
Men kan dus niet zeggen de Roomschen zijn er vóór geweest. Maar wèl zijn de Roomschen de oorzaak, dat de motie is aangenomen.
Duidelijk is, dat bij hen de zucht naar het houden van optochten en demonstraties met muziek en banieren zóó sterk is, dat zij zich tenslotte in meerderheid aan de zijde van liberalisten en socialisten hebben geschaard zich niet storend aan de gevoelens van Anti-revolutionairen en Christelijk Historischen.
De houding der vóórstemmende Roomschen zal straks wel dezelfde zijn bij de behandeling van het ontwerp-Zondagswet, wat de allerdroevigste gevolgen kan hebben
Zullen liberalisten en socialisten straks óók broederlijk naast de Roomschen staan, als het gaat over 't houden van processies?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 mei 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's