De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Feuilleton.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Feuilleton.

9 minuten leestijd

Van 's levenspad

op reis naar een ander Vaderland.

door COR.

II.

Gezamenlijk gingen Ada, Pietje en Cor nu een wijle voort over 's levenspad, elkander tot hulp en steun, tot troost en bemoediging zijnde. Ieder oogenblik, waarin zij niet door andere bezigheden gebonden waren, zochten zij elkaar op, kon men haar bij elkaar vinden, sprekende over het eenige noodige, namelijk het heil harer ziel. Te weten dat haar ziel gered was, dat die in het bloed van Christus Jezus was gereinigd van zonden en schuld, was haar begeerte, haar vragen en zoeken.

Menigeen zag haar met spottende blikken na, uitte een smalende opmerking, als zij te samen het stadje verlieten, om buiten in het vrije veld, in de schoone natuur te gaan wandelen, om, door de plechtige avondstilte omringd, ongestoord te kunnen spreken over de steeds weer in het hart rijzende bange vrees, dat zij eenmaal zouden sterven zonder het eigendom van Christus te zijn en daardoor Hem eeuwig te moeten missen. Zij stoorden zich er niet aan of men haar uitlachte of bespotte, zeggende dat zij nog veel te jong waren om zoo ernstig te zijn, dat zij nu nog wel wat van de wereld konden genieten. Zoo te leven was haar niet meer mogelijk, want zij wisten dat de Heere niet slechts haar leven vroeg als zij oud geworden waren, als het beste harer dagen was voorbijgegaan, maar dat Hij al hare dagen, ook 'haar jonge leven vroeg. Het was haar niet te doen om, als zij straks moesten sterven, den hemel te beërven, maar haar hart ging uit naar den Heere ; in Zijn dienst te verkeeren was haar lust en begeerte, den lof te vertellen van Hem, Die uit vrije genade een weg ter ontkoming had ontsloten in Christus Jezus, voor een zondig volk, haar verlangen. Daarom ook konden zij in haar jonge leven den dienst der wereld zoo ge­makkelijk vaarwel zeggen, voortgaande op 's levenspad niets anders wenschende dan den Heere te leeren kennen, opdat zij, als straks het stervensuur kwam, eeuwig bij Hem zouden zijn, Hem lovende en prijzende.

Gezamenlijk gingen zij geruimen tijd voort over 's levenspad, doch opeens werden zij gescheiden.

Eerst werd Ada ziek en moest terug naar liet ouderlijk huis, zoodat alleen Fietje en Cor bij elkander bleven, evenals voorheen. Doch ook dat duurde niet lang meer, ook die werden spoedig gescheiden, daar ook Fietje door een ernstige ziekte werd aangetast en naar het ziekenhuis eener naastbij gelegen stad werd vervoerd, waar men weldra alle hoop op herstel opgaf. Alles werd aangewend om de ziekte, die haar ruggemerg had aangetast, te verdrijven, om haar in het leven te behouden, doch alles was vergeefs, weldra zou de dood haar wegnemen.

Deze droeve tijding ontving Ada van Cor, die Fietje geregeld bezocht en bij de ontvangst van dat bericht maakte zij direct het plan, zoo mogelijk nog eens naar haar toe te gaan, nog eenmaal haar te ontmoeten. Hoewel zelf niet gezond, was dit tooh, op dit oogenblik geen beletsel haar plan ten uitvoer te brengen en enkele dagen later ging zij reeds op reis.

Hoe dichter zij het doel harer reis naderde, des te grooter werd de spanning waarin zij verkeerde, veroorzaakt door het verlangen om te weten hoe zij haar vriendin zou ontmoeten ; of deze met blijdschap of met vrees den dood verwachtte. Eindelijk was het ziekenhuis bereikt en spoedde zij zich door de lange gangen naar de zaal, waar Fietje lag. Bij haar bed gekomen, ontroerde zij echter, bij het zien van de groote verandering, welke Fietje ondergaan had. Het scheen haar bijna onmogelijk dat dit Fietje was, dat kort geleden nog krachtige, gezonde meisje, toen zij nu haar uitgeteerde, van pijn verwrongen gelaat aanschouwde, wat met een glimlach werd overtrokken, bij het herkennen van Ada. Zwaar was haar lijden, veel pijn moest zij dragen, maar daarover sprak zij slechts kort tot Ada, want dit alles zonk in het niet bij de vreugde en vrede, welke haar ziel had ontvangen en waarvan zij ging vertellen. Spoedig zou de dood haar komen wegnemen uit het leven, doch die was haar geen bode der verschrikking meer, daar vreesde zij niet meer voor, want nu wist zij dat haar ziel was gered. Zij vergat haar pijn, voelde haar lijden niet, toen zij Ada vertelde van de blijdschap en vreugde, welke haar ziel vervulde. Blijdschap en vreugde, nu zij mocht ervaren dat haar zoeken naar den Heere niet vergeefs was geweest, dat Hij haar roepen had gehoord en gekomen was, tot haar ziel sprekende van Zijn liefde voor een zondig schepsel. Nu kon zij zonder vrees het uur van sterven zien naderen, den dood verwachten, wetende dan eeuwig bij den Heere te zijn, daar verkeeren waar zij haar Koning, haar God zou mogen aanschouwen, waar zij haar Heiland, haar Jezus zou ontmoeten, Die haar schuld had betaald, haar straf gedragen, om Hem daarvoor eindeloos te danken.

Weldra was de tijd verstreken aan Ada toegestaan om Fietje te bezoeken, moest zij gaan vertrekken, afscheid nemen om haar op aarde nimrnermeer te zien. Met elkaar waren zij eenigen tijd voortgegaan over 's levenspad, en Ada wenschte nu ook te kunnen heengaan, met Fietje meereizen naar dat andere Vaderland. Zij moest echter blijven, wijl Fietje heenging, maar deze kon haar, staande, aan de. grens der eeuwigheid, nog vertroosten en bemoedigen, toeroepen dat de Heere ook haar vragen zekerlijk zou hooren en verhooren, dat Hij ook haar zou betoonen immer Dezelfde te blijven, Die immer gedenkt wie tot Hem vlucht. Met dien troost ging Ada heen, nam zij afscheid van haar vriendin, wier einde van de reis over 's levenspad was gekomen. Enkele dagen later werd zij dan ook weggenomen, was de reis, welke zij als een vreemdeling maakte, volbracht, bereikte zij het doel daarvan, mocht zij in de eeuwige heerlijkheid ingaan. het beter Vaderland betreden, om daar zonder smart en pijn, twijfel en strijd of moeite en druk eindeloos Hem groot te maken. Die haar op 's levenspad bij de hand vatte, haar leidende op den weg, die ten leven-voert. Haar reis duurde slechts kort, jong werd zij door den dood weggenomen, maar met blijdschap zag zij 'het einde harer reis naderen, met vreugde kon zij het leven verlaten, omdat zij door het leven ging als een vreemdeling, zich niet thuis gevoelend bij al wat de wereld bood. Zij leefde niet voor deze wereld, het genot dat deze haar wilde geven had voor haar geen bekoring, dat alles kon zij voorbijgaan op haar reis naar het andere, betere Vaderland, waar zij nu reeds mag verkeeren. Vroeg reeds was haar oog daarop gericht, was dat het doel waar zij naar streefde en nimmermeer zal zij daar berouw van hebben, want nu mag zij reeds in de eeuwige heerlijkheid vertoeven. Vroeg reeds zocht zij den Heere en mocht zij ervaren dat Hij het woord gestand doet : »Die Mij vroeg zoeken, zullen Mij zekerlijk vinden.«

Zij is reeds heengegaan, heeft het betere Vaderland reeds bereikt, maar zal dat ook door u bereikt worden als gij aan het einde van 's levenspad gekomen zijt ? Of denkt gij daar nog niet over, luistert gij nog naar hen, die u toeroepen nog te genieten van wat de wereld biedt ? Indien dit zoo is, indien gij nog niet als een vreemdeling voortgaat, ach. dat gij dan vanaf heden wildet bedenken dat zoo spoedig uw einde kan komen. Eén schrede is er slechts tusschen u-en den dood, morgen kan uw levensdraad zijn afgesneden en hoe vreeselijk zal het dan zijn, als gij voor den Heere verschijnende, zult hooren : »Ga weg van Mij, Ik heb u nooit gekend !«

Wacht niet, tot gij uw einde voelt naderen om naar den Heere te zoeken, denkende dan den hemel te zullen ingaan, want dan komt gij voor eeuwig om. Wat zoudt gij in den hemel moeten doen met een hart dat de zonde aanhangt, dat lust heeft in de genietingen der wereld ? Alleen het hart dat hier naar den Heere uitgaat, dat hier zónder Hem niet kan leven, zal daar mogen ingaan, om daar met den Heere vereenigd, zich in Hem te verheugen en te verblijden.

Zoo gij echter voortgaat over 's levenspad als een vreemdeling, die zich niet thuis gevoelt in de wereld, altoos gedrukt door de bange vraag, of wel ooit dat betere Vaderland bereikt zal worden, dan ook zult gij eenmaal ervaren, dat, aan het eind uwer reis, gij daar zult komen. Als gij voortgaat met niet alleen de begeerte in den hemel te komen, maar met het verlangen bij den Heere te zijn. Hem te aanschouwen. Zijn lof te vertellen, zult gij nimmer beschaamd uitkomen, zult gij ook aan het eind van 's levenspad dat andere, betere Vaderland bereiken. Nimmer zult gij beschaamd uitkomen want hoe diep 'onwaardig gij u ook gevoelt daar te mogen zijn, ofschoon gij steeds weer uw vele zonden voor oogen ziet, die u doen vreezen daar nimmer te komen, Christus Jezus heeft al die zonden op zich genomen, daarvoor met Zijn leven betaald en daarom ook voor u den toegang ontsloten. Blijf dan maar voortgaan, al is de reis soms moeilijk, het pad donker en bang, straks komt het eind van den weg, waarop gij als vreemdeling voortgaat, waar ook gij dan dat betere Vaderland bereikt, om daar thuis te zijn, eeuwig thuis Vreemdeling op 's levens pad, wetende dat straks het betere Vaderland bereikt wordt, is dat voorrecht uw deel reeds ? . Ongetwijfeld verlangt gij dan menig maal het eind van 's levenspad te bereiken om daar binnen te komen. Als de zorgen en moeiten des levens u drukken, zult gij vaak de verzuchting uiten, weldra daar te mogen ingaan, om voor eeuwig verblijd thuis te zijn. Wellicht schijnt de weg u nog zoo lang, maar verblijd u dan in. het vooruitzicht straks daar te mogen ingaan, dat betere Vaderland te bereiken, eindeloos bij Hem te verkeeren. Die in Zijn huis met vele woningen ook u een plaats bereidde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 mei 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Feuilleton.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 mei 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's