De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Feuilleton.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Feuilleton.

9 minuten leestijd

Van 's levenspad Op reis naar een ander Vaderland. IV.

Eenige dagen voor haar vertrek was Cor nog eerst afscheid van Ada gaan nemen, die nu in een naast het huis gelegen ziekentent lag. Een geheelen dag toefde zij aan haar ziekbed, den arm om haar heen geslagen, terwijl zij spraken over den tijd, waarin Pietje nog laij hen was en zij gezamenlijk voortgingen over 's levenspad. Pietje was nu reeds heengegaan en ook zij waren hoogstwaarschijnlijk voor .het laatst bij elkaar, ook zij moesten nu voor goed afscheid nemen aan deze zijde van het graf. Niets was er, behalve Ada, wat Cor, eenmaal aan de andere zijde van den Oceaan gekomen, nog naar haar geboortegrond kon doen verlangen zoodat zij daar wel nimmer zou wederkeeren, en mocht dit nog eens gebeuren, dan zouden zij elkander toch wel niet-meer ontmoeten, daar Ada dan wellicht reeds naar het graf weggedragen was. Daarom namen zij afscheid met de gedachte nimmer elkaar weer te zien, welke gedachte het scheiden zoo zwaar maakte. Hoe zwaar hun leven echter ook was, toch konden zij elkaar nog troost en moed inspreken, daar beider doel op één punt was gericht, namelijk straks het betere Vaderland te bereiken. De herinnering aan Pietje's sterfbed was hen tot bemoediging dat ook zij eenmaal zoo zouden heengaan, dat, ofschoon nu hun levenspad wijd uiteen liep, dat aan het eind der reis weet ineen zou loopen, óm dan, weer met Pietje vereenigd, in het betere Vaderland te verkeeren, waar zij nimmermeer behoefden te scheiden, waar zij eindeloos hun Koning, hun Heere zouden aanschouwen.

Daar elkander mee vertroostende, kusten zij elkaar voor het laatst vaarwel, ging Cor heen, door Ada nagestaard zoolang dit mogelijk was.

De drie vriendinnen waren nu voor goed gescheiden, nimmer zouden zij meer met elkaar wandelen, nimmer tezamen zijn en die gedachte maakte Ada zoo droevig, nadat Cor weggegaan'was. Bittere tranen wel den op in haar oogen, nu zij alleen achterbleef, gebonden aan het ziekbed. Fietje reeds verlost van den aardschen strijd, reeds thuisgehaald ; Cor voor altijd afscheid genomen, in den vreemde de reis over 's levenspad met haar man voortzettende en zij alleen achtergebleven. Fietje het doel reeds bereikt, Cor daarmede nog voortgaande, wijl haar weg niet zoo eenzaam en moeilijk was, daar zij dien kon gaan met haar man, maar zij gevoelde zich zoo nutteloos. Haar wensch en begeerte was, te kunnen voortgaan met krachten en gaven, om anderen tot hulp en steun te zijn en nu lag zij op het ziekbed reeds zoo langen tijd Zij was zoo blij geweest Fietje en Cor te leeren kennen, daar die haar zoo goed begrepen en nu was zij van hen gescheiden, zouden zij nimmermeer gezamenlijk kunnen spreken over wat in hunne harten woonde.

Alleen moest zij nu weer voortgaan op 's levenspad, terwijl de weg vaak zoo moeilijk, donker en bang voor haar was, als zij, in de eenzaamheid nederliggende, gekweld werd door de bange vraag, wat straks haar einde zou zijn, steeds weer vreezende dan nog te zullen omkomen. Menige bange wor steling en zwaren zielestrijd doorleefde zij, den dood voor oogen ziende en niets verwachtende dan het eeuwig verderf. Maar Hij, Die de Zijnen nooit verlaat, , had ook haar in Zijne handpalmen gegraveerd en k-^am ook haar daarom helpen en uitredden, ook tot hare ziel spreken dat zij Hem aan het einde van 's levenspad' zou ontmoeten, om eindeloos bij Hem te zijn. Hoor, wat zij zelf daarvan vertelde, daar dit het best in haar eigen woorden weergegeven kan worden.

„Het was 's middags twee uur, toen een hevige koorts mij overviel, 'k Was zoo benauwd in het gezicht op dood en eeuwigheid, menigmaal had ik mij verblijd in de belofte, had de allesoverwinnende liefde van Christus mijn hart vervuld, had ik met blijdeverwachting over dood en graf mogen heenblikken. Maar de belofte is de Belover niet. Nog moest ik vreezen, nog stond de schuld open, nog had ik de kwitantie niet en nu werd ik zoo plotseling voor den dood geplaatst. Doch ik had niets in te brengen, stilzwijgend moest ik mijn vonnis onderteekenen, want ik gevoelde meer dan ooit, dat het rechtvaardig was voor eeuwig te moeten omkomen. Bevend over al mijn leden van de hevige koorts, lag ik echter toch stil afwachtend tot het vonnis voltrokken zou worden ; 'k gevoelde den Heere in de hel nog te zullen prijzen, daar Hij niets anders met mij kon doen. Zoo lag ik, tot Christus in al Zijn heerlijkheid, beminnelijkheid, dierbaarheid en gepastheid kwam als de Held ter overwinning en mijn zwakke aardsche tabernakel met Zijn heerlijkheid vervulde. Nooit kan ik die oogenblikken vergeten, niet meer wetende hier te zijn, zag ik Hem reeds in de nooit begonnen eeuwigheid bewogen voor Zijn uitverkoren Kerk, daar kwam Hij reeds de straf op Zich nemen, om in den tijd plaatsbekleedend het vonnis te dragen. Ik volgde Hem van de kribbe tot het kruis ; wat zag ik alles nu anders dan voorheen, want ik gevoelde hoe duur de prijs was, die Hij betaalde, hoe gewichtig het offer, dat Hij bracht. Ik zag •Hem als de betere Hoogepriester het Heilige der Heiligen ingaan. Zijn eigen dierbaar bloed plengend op het goddelijk altaar, zeggende : Ik wil niet dat deze in het verderf nederdale, want Ik heb verzoening gevonden. Dan zag ik de gansche Kerk, als een reine maagd, zonder vlek of rimpel, voor het aangezicht des Vaders en ik was ook daarbij, ik was een van hen. Doodelijk zwak van de koorts, maar nog meer van de allesoverwinnende liefde van Christus, lag ik neer, uitroepende : „Heere, neem me nu meteen maar mee !" Van stonde aan vloeide mijn mond over van Gods lof, gelijk een bron zich uitstort op de velden en van heinde en vér kwam Gods volk om de groote daden des Heeren te hooren vermelden."

Vijf weken mocht zij in die volle liefde verkeeren, dacht zij spoedig te zullen heen gaan, maar zij moest nog wat blijven, het eind van 's levenspad was voor haar nog niet gekomen. Zachtjes aan werd zij weer in de woestijn des levens teruggevoerd, waar zij zich meer dan ooit een vreemdeling gevoelt, wijl in het diepst van haar hart een heimwee is naar Hem, De haar vrede en zaligheid is.

Nog gaat zij thans voort op 's levenspad, vaak droevig en moedeloos, als zij in de eenzaamheid nederligt in haar tent, terugdenkende aan den tijd, waarin zij met Fietje en Cor omging, en wanneer zij dan den dag herdenkt, waarop zij aan Fietje's sterfbed stond, toen zij de vreugde zag waarmee die den dood verwachtte, wordt haar verlan gen zoo groot ook te mogen heengaan, ook den dood zoo dicht nabij te zien, wetende, dat haar ook de eeuwige vreugde wacht 1

Nog gaat zij thans voort op 's levenspad, nog is haar reis niet ten einde, maar straks zal ook zij de eindpaal bereiken, om dan dat betere Vaderland te betreden, waar geen inwoner zal zeggen : ik ben ziek of ik ben zwak, waar zij weer vereenigd met Fietje en Cor, eindeloos in aanbidding mag neerzinken voor het Lam, dat Zich onwaardige schepselen met Zijn bloed kocht.

Kunt ook gij reeds vol verlangen het uur van sterven zien naderen, weet ook gij reeds, dan het betere Vaderland te zullen betreden ? Ach, zeg toch niet : ik ben nog jong, ik wil eerst nog wat van de wereld genieten, want straks is het wellicht te laat, dan zult gij wellicht in uw zonden omkomen. Bedenk toch, dat ook gij op reis naar de eeuwigheid zijt, dat ook uw einde vroeg of laat zal komen. Laat gedurig uw roepen worden gehoord, totdat gij zeker weet aan het einde van 's levenspad het betere Vaderland te bereiken, dat ook gij daar zult binnentreden, om den Heere groot te maken, eindeloos Hem te prijzen. Die den toegang daartoe baande met Zijn eigen bloed.

Het einde van 's werelds dienst is het eeuwig verderf, een eeuwige nacht, terwijl het einde van wie naar den Heere vragen, een eeuwige welgelukzaligheid is. Moet gij dan nog twijfelen wat gij zult kiezen, wat uw hoogste doel zal zijn ? Met den Heere eeuwige vreugde, zonder Hem eeuwige smart! O, rust dan niet voor gij Hem gevonden hebt, voor gij weet, het betere Vaderland te bereiken.

Kent gij het verlangen, dat betere Vaderland te bereken, doch vreest gij gedurig daar nimmer te komen ? Laat dan de geschiedenis van Ada, Fietje en Cor u tot bemoediging zijn, ook zij vreesden menigmaal daar nimmer te komen, wijl Fietje nu reeds thuis is en Ada en Cor straks haar volgen. Zij zochten niet vergeefs en zoudt gij dit dan wel doen ? Neen, nooit ! Dat kan of zal niet gebeuren, niemand die in waarheid den Heere zoekt, zal door Hem verlaten worden ; zoo gij in oprechtheid den Heere zoekt, zult gij Hem ook zeker vinden, om dan ook aan het eind van 's levenspad dat betere Vaderland te bereiken, den Heere eindeloos te aanschouwen.

Houd moed, gij, die op reis zijt naar het betere Vaderland, die weet, daar straks te mogen binnentreden, houd moed, als de weg voor u somtijds moeilijk en donker is, want weldra is het einde bereikt, weldra moogt gij daar binnentreden.

Vol heimwee kunt gij verlangen spoedig het uur van sterven te zien aanbreken, vol heimwee verlangen daar binnen te treden, om uw Koning te ontmoeten. Uw tijd is echter bepaald, het uur staat opgeteekend, déiarop moet gij wachten, doch besteed den tijd, welken gij hier nog als vreemdeling moet ronddwalen, om ook anderen toe te roepen den dienst der wereld te verlaten, de schreden naar dat betere Vaderland te richten. Denk nooit dat gij nutteloos zijt, velen reizen met u naar de eeuwigheid, tracht hen dan, met 's Heeren hulp, te bewegen met u te gaan, om straks ook met u den Heere te aanschouwen en eindeloos groot te maken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 mei 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Feuilleton.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 mei 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's