De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

4 minuten leestijd

De Grondbelasting.

Het is den Minister van Financiën niet gelukt — althans niet in eersten aanloop — om het wetsontwerp betreffende de grondbelasting in veilige haven te brengen. Het artikel van de wet, regelende het cijfer der heffing, werd met 39 tegen 35 stemmen verworpen. Deze beslissing deed den Minister schorsing der beraadslaging vragen.

Een groot gedeelte van de linkerzijde de Kamer wist, ditmaal onder de leiding van de mannen van den Vrijheidsbond, door gebruik te maken van de stemming, welke bij enkele leden der rechterzijde heerschte, Minister De Vries een echec te bezorgen, wat door een bijzonderen samenloop van omstandigheden wonderlijk goed gelukte.

Het valt te betreuren, dat de zaak zoo liep. De Minister had intusschen veel kwaad kunnen voorkomen, door de bezwaren van zijne geestverwanten in ruimeren en engeren zin te ondervangen en zich tegen de bedenkingen, die van verschillende zijden geuit werden, wat toeschietelijker te toonen.

Schier van alle kanten werd tegen het ontwerp critiek geoefend op grond van het hooge heffingscijfer, waardoor, meer dan eenig ander, de kleine zand-en veenboer zou worden getroffen Het bedrag der grond belasting zou voor deze categorie van grondgebruikers, en dit zijn er niet minder dan 68.981, waarvan 38.420 landbouwers (alleen nog maar eigengeëerfden) met een bezit van 1—5 hectaren grond, met circa 150 % stijgen, een onevenredige verhooging van lasten, waartegen o.i. terecht het program van actie der A.R. partij van 1918 reeds bij voorbaat waarschuwde.

Had nu Minister De Vries maar niet eenvoudig weg de critiek naast zich neergelegd, dan zou het de linkerzijde zeker niet zijn gelukt om de regeering te dwarsboomen, en haar voor een crisis te plaatsen. De geheele rechterzijde zou in dat geval aan de zijde van den Minister hebben gestaan.

Nu moge het alleszins juist zijn, dat bij de groote offers, welke van de schatkist gevraagd worden, ook voor de inkomsten moet gezorgd worden, en te dier zake verdient Minister De Vries allen lof, maar door het stellen van het cijfer der heffing van de verkoopwaarde op 2, werden de minst draagkrachtigen het zwaarst gedrukt. Het is voor de kleine landbouwers op het zand en in het veen, die voor het overgroote gedeelte onder zeer zware lasten gebukt gaan, bijna onmogelijk om het grondbelastingbiljet met 150% verhoogd te zien.

Zeker, onze Christelijke landbouwertjes in Drenthe, Overijssel en Gelderland, zullen tengevolge van een hoog belastingbiljet hun beginsel niet ontrouw worden, maar dit mag er niet toe leiden dat men hen ver boven hunne krachten aanslaat.

En dit zal Minister De Vries ook niet hebben willen doen. De Minister kent, dunkt ons, te weinig het bedrijf van den landbouwer in de zand-en veenstreken.

Bij nadere overweging zal, naar wij hopen, de regeering een weg weten te vinden, om uit de gerezen moeilijkheden te geraken.

Het vloeken strafbaar gesteld.

Met klem van woorden is jaar op jaar bij elke gelegenheid de medewerking van den Minister van Oorlog gevraagd om het vloeken in het leger te verbieden. Kwam nu dit verbod, dan ging het wel een tijdje goed, maar op den langen duur geraakte het verbod weer in het vergeetboek.

Gelukkig zal daar nu — naar we hopen — voor goed een einde aan komen.

Bij de invoering van de wet op de krijgstucht heeft de heer Duymaer van Twist aangedrongen op het opnemen van het vloeken en het bezigen van godslasteringen onder de krijgstuchtelijke vergrijpen, waarop straf is gesteld.

De regeering is op dit verzoek ingegaan. Minister Heemskerk beloofde te zullen bewerken dat wanneer het Koninklijk besluit, waarbij het reglement, dat het vloeken verbiedt, is opgenomen, wordt uitgevaardigd, het zal verstaan, dat vloeken een krijgstuchtelijk vergrijp wordt en deswege zal strafbaar zijn.

Een stap in de goede richting.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 mei 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 mei 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's