De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kort Verslag

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kort Verslag

5 minuten leestijd

Kort verslag van de Ledenvergadering van den Gereformeerden Bond op Woensdag 15 Juni 1921 te Utrecht

Om gevolg te geven aan het besluit dat dienaangaande op de laatste jaarvergadering genomen was, kwam de Gereformeerde Bond op Woensdag 15 dezer in buitengewone ledenvergadering bijeen.

De opkomst bleek bevredigend, grooter dan sommigen, kleiner dan anderen zich hadden voorgesteld.

De voorzitter opende de vergadering met het doen zingen van Psalm 84 vers 3, het voorlezen van Psalm 124 en 125 en gebed.

Hierna spreekt hij een inleidend woord over „het Reglement op de Predikantstractementen en het Kerkelijk vraagstuk." De voorzitter zegt, dat wat het eerste betreft, twee zaken in het geding zijn, de z.g. richtingskwestie en de kwestie van het beheer. Hij meent dat dit twee kwesties zijn, die niet met elkander verward, maar streng van elkander gescheiden moeten worden. Wat de kwestie van het beheer betreft, meent hij dat het in het algemeen de roeping is der Kerkvoogden om in samenwerking met den kerkeraad de belangen der gemeente te dienen en dat veel meer dan tot hiertoe het geval was, eerst moet worden uitgemaakt wat noodig is om dan te trachten daarnaar ook de ontvangsten te regelen. Het bespreken van de richtingskwestie brengt spreker er toe om zijn gedachten uit te spreken : Ie. inzake de financiëele verhouding tusschen Kerk en Staat; 2e. inzake de z.g.n. Groote Synode ; en 3e. inzake het kerkelijk probleem in het algemeen. Bij de behandeling dezer punten blijkt spreker zich te stellen op het standpunt dat het bestaan der verschillende richtingen in onze Kerk practisch aanvaardt en dat het er ons om te doen moet wezen een weg te vinden, waarlangs het komen kan tot een scheiding van wat niet bij elkander behoort, opdat langs dien weg de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt worde en zich in leer en leven ook als zoodanig weer zal kunnen openbaren.

Bij de discussie worden deze verschillende punten in omgekeerde volgorde behandeld. Bij de bespreking van het kerkelijk probleem worden verschillende gedachten geuit, enkele bezwaren geopperd en enkele vragen gesteld. Uit de gevoerde gedachtenwisseling blijkt wel, dat men niet verschilt wat het geestelijk princiep betreft, maar dat, omdat de dingen zoo verward door elkaar liggen, men elkaar vaak niet verstaat. De voorzitter merkt dan ook op, dat het psychologisch wel te verklaren is dat men, gezien de uiterst verwarde omstandigheden waarin wij verkeeren, vaak komt tot de vraag, of onze gang«.wel is een vaste gang. Toch zal men, als men onze gangen van het begin af nagaat, moeten toe stemmen dat er verband bestaat tusschen de dingen die we steeds voorgestaan hebben. Eensdeels toch moeten we getuigen, wetende, dat de Heere alleen machtig is om ter Zijner tijd uitkomst te geven ; maar anderdeels moeten we fech ook, als de kinderen Israels weleer, voorttrekken. En juist omdat we wellicht veel dichter bij de oplossing van het kerkelijk vraagstuk staan dan we vermoeden, moeten we volharden om ons te organiseeren, opdat als de tijd komt, we paraat mogen zijn. Voorzichtig zijnde, dat we met het gebruik van allerlei woorden de zaak niet bederven is het meer dan tijd, juist omdat de onkunde onder ons volk zoo groot is en er vaak zoo weinig lust bestaat om zich voor deze dingen te interesseeren, dat het kerkelijk vraagstuk door onze menschen onder de oogen zal gezien worden. Een door ds. Woelderink uitgesproken denkbeeld, dat het Hoofdbestuur den stoot er toe zal geven dat afgevaardigden van kerkeraden met elkaar samenkomen in een kerkelijk convent, dat de bestudeering van het kerkelijk vraagstuk ter hand zal nemen, vindt dan ook in de vergadering zooveel bijval, dat het Hoofdbestuur op verzoek der vergadering de toezegging doet binnenkort (een termijn van drie maanden wordt genoemd) hiertoe de noodige stappen te zullen doen.

Wat de kwestie der z.g.n. groote Synode betreft blijkt men zich algemeen met het gevoelen van den voorzitter te kunnen vereenigen dat, ook al brengt het ons niet waar we wezen willen, het toch een stap in de goede richting zou zijn. Ook wat de finantiëele verhouding tusschen Kerk en Staat betreft blijkt de vergadering algemeen de meening van den voorzitter te deelen dat bij een eventueele scheiding de gelden aan de plaatselijke predikantsplaats gegeven moeten worden om tot een z.g.n. pastoriefonds te worden gevormd.

Wat eindelijk het reglement op de predikantstractementen aangaat, blijkt de vergadering algemeen te waardeeren de goede bedoeling van de Synode dat de predikanten een behoorlijk salaris zullen ontvangen. De hoofdzaak is dat dit hoofddoel zal bereikt worden. Nu willen sommigen zich er toe bepalen dat de Gereformeerde Kerkvoogdijen het tractement plaatselijk in over eenstemming zullen brengen met de eischen die in het Reglement worden gesteld. Anderen echter meenen als de Gereformeerde Kerkvoogdijen dit plaatselijk doen, zij dan vanzelf zullen gaan gevoelen de noodzakelijkheid van een Algemeene Kas. Ook wordi het dooi sommigen een eisch van de sociale strooming onzer dagen geacht dat wij ons in deze op royaal standpunt zullen plaatsen en dat wij in de abnormale toestanden waar in we verkeeren zullen medehelpen dat ook dit kerkelijk reglement zoo goed mogelijk zal worden uitgevoerd, temeer waar 't mea de schuld ook van onze Gereformeerde Kerkvoogdijen is dat het moest ingevoerd worden.

Geheel tot overeenstemming bleek men in deze zaak niet te kunnen komen, maar toch moet hoogelijk gewaardeerd de broederlijke toon die in het algemeen bij de besprekingen heerschte. Dat geeft óns mede hoop dat onze vergadering niet te vergeefs is geweest. Uit de gevoerde besprekingen .heb ben we elkaar in ieder geval beter leeren begrijpen en waardeeren. Laten we dus hopen dat onze buitengewone vergadering, die door ds. Van Schuppen met dankzegging werd gesloten, onder Gods zegen, nog vruchten zal mogen afwerpen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juni 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Kort Verslag

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juni 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's