Uit het kerkelijk leven.
De Volkskerk-idee.
V.
Van de Gereformeerden zijn er al héél wat van onze Herv. Kerk uitgegaan. De Afgescheidenen, de Doleerenden, de Ledeboerianen, de oud-Gereformeerden, enz., enz. Maar hoewel ze van ons uitgegaan zijn, zoo behooren ze toch bij ons. Want zij zijn juist van ons uitgegaan, doordat het Herv. Kerkgenootschap twee dingen wilde vereenigen : de belijdenis ongeschonden laten en alle wind van leer toestaan. Tegen die ongeoorloofde combinatie, waarbij vele beloften zijn gebroken en gehandeld is tegen de reglementen, hebben de Gereformeerden vanaf 1816 gestreden. Het is vanaf 1816 één groot protest van het Gereformeerde volk tegen de Synodale rechtsverkrachting inzake de belijdenis. En de besturenmacht heeft den Gereformeerden het 'leven zuur gemaakt, terwijl de grofste leugenleer en de brutaalste ontkenning der Bijbelsche waarheden vrij spel hadden en hielden. Zoo zijn de Gereformeerden, in lange rijen, heengegaan uit onze Herv. Kerk, hoewel zij er een plaats hadden moeten vinden en de vrijzinnigen niet.
In 1834 zijn er dus van ons uitgegaan, in 1886 ook. Die zijn in 1892 met elkaar vereenigd tot „de Geref. Kerken in Nederland". Met elkaar zijn ze in verband gezet naar de beginselen van de Dordtsche Kerkorde, die in 1816 in onze Herv. Kerk wederrechtelijk, zóó maar, van hooger hand buiten werking is gesteld.
Die Gereformeerden der afscheiding en der doleantie zijn dus „vrij." Het net is gebroken, het juk is afgeworpen ; ze zijn „vrij."
Van hen zijn weer uitgegaan in 1892 bij de vereeniging der twee groepen : de Christelijk Gereformeerden, die, naar ze zeggen, de lijn der oude Afgescheidenen bewaard hebben.
Zoo zijn daar de Chr. Geref. Kerk, de Geref. Kerken, ook de Ledeboerianen, de oud-Gereformeerden. En de Herv. Kerk is gebleven : Kerk en genootschap dooreengemengd, met duizenden en duizenden in haar midden, die verlangend uitzien naar het oogenblik, dat de Kerk uit het genootschap zal worden losgemaakt en de Herv. Kerk weer als de Geref. Kerk zich zal openbaren, de autoriteit van Gods Woord erkennend als hoogste macht en niet langer trachtend, allen wind van leer en gelijk recht te geven.
Niet zelden wordt ook in den kring dergenen, die van ons zijn uitgegaan, met een zeker heimwee uitgezien naar het oogenblik, dat in het midden der Herv. Kerk radicaal verandering zal komen. Want men voelt het wel, dat het kerkelijk vraagstuk in 1834 en 1886 niet is opgelost. Er zit méér aan vast, dan dat men er zou mogen uitloopen met een grooter of kleiner getal !
Zóó wordt dan ook in en buiten onze Herv. Kerk telkens gevraagd : hoe kan er toch een oplossing komen van het kerkelijk vraagstuk, opdat de Geref. Kerk in dezen lande weer vrij kome en alle Gereformeerden weer samen kunnen wonen in het huis, dat van ouds door den Heere in dezen lande is gebouwd. Want men verlangt naar een kerkelijk leven, met kerkverband en kerkregeering, waarbij de Schrift als maatstaf geldt. Daarom juist zijn wij niet weggeloopen.
In de Herv. Kerk moet de strijd uitgestreden worden ; juist omdat het niet gaat, om het zélf maar goed te hebben ; maar het gaat om de eere Gods, om het gezag van Zijn Woord en om de vrijmaking van de Kerk onzer vaderen, de aloude Geref. Kerk. Die Kerk mag niet zijn en blijven een gereglementeerde, religieuse Vereeniging van elk wat wils. Dat is haar natuur geweld aandoen ; dat is haar vermoorden. Haar belijdenis moet weer vrij komen en zij moet zich weer naar haar aard kunnen bewegen en openbaren.
Daarom hebben we b.v. enkele jaren terug meegewerkt om door een betere formüleering van de proponentsformule wat méér nog te doen uitkomen, dat men niet het recht heeft élke leering in onze Herv. Kerk té "prediken, ' rnaar dat' het Evangelie" van Jezus Christus moet gebracht worden in den geest van onze belijdenis.
Het is waar, 't was toen maar één kenmerkende tekst, n.l. Rom. 4 vers 25, die naar voren werd gebracht. Natuurlijk niet om één tekst in de plaats van het , Woord te schuiven. Maar om, naar den aard der omstandigheden, met een kleine wijziging te doen gevoelen, dat in de Herv. Kerk de fundamenten der Waarheid niet mogen wor den losgewoeld en dat niet alle wind van leer geoorloofd is. Zóó zou ook een dam opgeworpen zijn geworden, om velen tegen te houden tot de Herv. Kerk toe te treden, predikanten en lidmaten, die in de Herv. Kerk, met haar belijdenis, met haar dienst des Woords en der sacramenten, niet thuis hooren.
Wij stelden ons natuurlijk niet voor, dat we met die nadere formuleering het ideaal bereikt hadden. Een gereformeerd mensch wisselt niet de H. Schrift uit voor één tekst, maar vraagt in alles dat Gods Woord het hoogste gezag zal hebben. Doch 't was een poging om nader tot het ideaal te komen en het karakter van de Geref. Kerk iets meer en beter te doen uitkomen. En wij meenen, dat dit zéér noodzakelijk is, zal de Herv. Kerk niet geheel verloren gaan.
De actie heeft evenwel niet geleid tot het gewenschte resultaat.
Wèl heeft de Kerk zelve deze zaak, in meerderheid voorgestaan. En dat beteekent toch óok wat. Maar de Synode heeft 't eene jaar met 10 tegen 9 st. j a gezegd en 't volgend jaar met 10 tegen 9 st. neen geantwoord. En zoo bleef het weer, zooals het was, onder nieuwe Synodale betuigingen, dat de Herv. Kerk een belijdenis heeft en dat deze door niemand mag worden geloochend in haar fundamentstukken.
(Wordt vervolgd).
De uitvoering van het Reglement op de Predikantstractementen.
(Vervolg en slot).
Ds. van Rh ij n, van Twello, assessor van het Class. Bestuur van Arnhem, acht de doorvoering der pondspondsgewijze uitkeering onbillijk én gevaarlijk als klip voor stranding in de praktijk. Een gemeente met groote uitbetaling aan de kas ontvangt dan niet eens den wettelijken toeslag terug. Dat geeft moeilijkheden. Er zal preferentie moeten zijn.'
I r. V a n V o o r s t V a n B e e s d : In het algemeen kan de vraag op het oogenblik niet beantwoord worden, of een gemeente, die den vollen aanslag betaalt, ook den vollen bijslag ontvangt uit de kas. Alles hangt af van al of niet a 1 g em e e n e deelneming. Bij algemeene deelneming zal alles in orde zijn, bij niet-algemeene wordt het onmogelijk om te zeggen : volle aanslag, ook volle toeslag. Er zijn immers arme gemeenten, die met een kleinigheid volkomen voldoen aan de volle verplichting, en waar zou het geld vandaan komen om ook in die vele gevallen den regel toe te passen? Er schuilt onbillijkheid in voor groote aanslagen, maar de Raad zal straks in de praktijk den juisten weg moeten vinden.
Mr. Barbas: Het is onbillijk, een gemeente, die den predikant geeft wat zij vermag, te dwingen. Wat dien dwang aangaat, de Raad maakt er zich van af. Een van tweeën : óf de wet toepassen, óf niet. Als deze wet wordt toegepast, dan is dit de ondergang der Hervormde Kerk. Ook zal men stuiten op de richtingskwestie, die juist door dergelijke bepalingen wordt geaccentueerd.
De heer Van Voorst van Beesd: Het reglement is er. Het moet worden uitgevoerd. Geeft de richtingskwestie overwegend bezwaar, dan staat de weg open bij de Synode met voorstellen te komen, om die bezwaren te ondervangen. Mr. Barbas maakt zich bevreesd voor onbestaanbare onbillijkheden. Als een gemeente doet wat zij kan, dwingt niemand. Als Arnhem noodlijdend is, zal het ook aangeslagen worden naar draagkracht.
Dr. Hoog, Nijmegen : Er is gesproken over het aanvaarden van de erfenis van het voorgeslacht. Mr. Bartels heeft eerst gesproken over de Kerk, zooals die ons is nagelaten, maar is met zijn Kerk al spoedig door den wind gegaan. De Kerk was historisch niet anders dan bestuursorganisatie, ze deed niet aan geldzaken, daarvoor zorgden anderen. De Kerk van den heer Bartels bestond niet en bestaat niet. Hij heeft bewijzen aangehaald uit de reglementen : het classicale quotum, de verhuiskosten en dergelijke, en gezegd : daar is nooit iemand tegen opgekomen ! Dat is juist het verkeerde, daartegen moest geprotesteerd zijn ! Wij hebben gemeenten met eigen fondsen. Deze hebben eigen beheer. Daarnaast staat bestuur. Nu komt er een Raad van Beheer, die geen gelegenheid laat voorbijgaan duidelijk te maken, dat hij niet beheert, maar bestuurt. De groote moeilijkheid in onze Kerk is het hinken op twee gedachten. Het reglement spreekt van aanslag — geen verzoek dus — maar die aanslag is niet invorderbaar. Stel u voor : een .belasting in te voeren van die meedoen en niet meedoen. Er zullen echter „maatregelen" genomen worden. Dit geeft processen.
Mr. Bartels acht het een voorrecht met den bekenden schrijver op dit gebied van gedachten te mogen wisselen, maar kan onmogelijk meegaan met dat isolement der afzonderlijke gemeenten. Elke gemeente bestaat bij de gratie der Kerk. We hebben niet enkele gemeenten met eigendommen, waarmee de gemeenschap niet te maken heeft. De Kerk van dr. Hoog bestaat niet. Indien ze al ooit heeft bestaan, dan is ze na 1816 aan het verdwijnen. We moeten voortbouwen. We leggen ons niet neer bij het oude, overgeleverde. Wij zelf zijn bezig geschiedenis te maken, het proces loopt voort. Gaarne geeft hij toe, dat dr. Hoog gelijk heeft den draak te steken met gemeenten die meedoen en die niet meedoen ! Een wet kan niet uitgaan van de gedachte dat toegelaten worden die niet meedoen, zulke legislatieve gebreken zijn gevaarlijke zwakheden. Dat de beroeping in bepaalde gevallen niet goedgekeurd wordt, is juist. De besturen zeggen : eerst aan de nieuwe voor waarde voldoen. Dat is alles. Men moet niet alleen de kerkvoogdijen beklagen. De Classicale Besturen hebben ook een zware taak. Wat 'n gecorrespondeer om een paar honderd gulden per jaar meer! Wat 'n moeite eer dat de nieuwe ligger op peil gebracht is. Wat de principiëele vraag aangaat : waar is ooit aan de Synode de bevoegdheid om dergelijke voorwaarden te stellen, ontnomen ? Er is z.i. geen proces mogelijk. De besturen zeggen eenvoudig : wij keuren niet goed.
De heer Van Everdingen, Terborg, is half voldaan. De kwestie is al of niet gehoorzamen. Tot nu toe hebben vele kerkvoogden geweigerd in het water te springen Hij heeft nu de overtuiging gekregen, dat er geen keuze overblijft. Dit reglement is een dwangreglement !
Ir. van Voorst van Beesd. Het reglement zou er niet zijn wanneer het niet noodig was. Het maakt een vreemden indruk zich hier te beroepen op de vrijheid nu het vrijwilligheidsbeginsel zoo duidelijk bewezen heeft den krachtigen prikkel der Wet noodig te hebben.
Ds. He ij mens Visser, Velp, is, bij alles wat er over gezegd mag zijn, niet tot klaarheid gekomen betreffende de manier, waarop stranding der centrale kas in de praktijk wordt voorkomen. De vrees is gewettigd, dat gemeenten met draagkracht aan eigen predikant(en) den wettelijken bij slag voor dienstjaren en kindergeld gaan voldoen, zooals nu reeds vele gemeenten het gebracht hebben tot het minimum, maar het daarbij zullen laten, vooral wanneer zij nog kans loopen om niet eens den vollen toeslag terug te krijgen, in geval ze meedoen aan de centrale kas Daarom klemt de vraag : wat gedaan wordt tegen beslist weigerende kerkvoogdijen. Die zijn er. In Gelderland heeft het Prov. kerkbestuur op de liggers voor de predikantstractementen de verklaring laten drukken, dat kerkvoogden de nieuwe bepalingen zullen naleven. i
De heer van Voorst van Beesd: Er zijn bepalingen. Art. 21 e. a. De redenen van onwil zijn verschillend. Indien een kerkvoogdij onwillig is, behoeft daarom de gemeente nog niet in gebreke te blijven. Er zijn kerkvoogdijen, brieven bewijzen het, die de gemeente in den weg staan, en dan moet de gemeente optreden. Nu zijn er reeds gevallen, waarin de kerkvoogdij weigert, maar de gemeente het tractement op het minimum brengt. Voorloopig moet men niet te veel maatregelen nemen. De Raad van Beheer begint met de goedwilligen. Onkunde en onverschilligheid moeten worden overwonnen. Het verkeerde inzicht moet veranderd.
Dit spreekt nu wel van zelf, maar sommigen voegen daar een restrictie bij, anderen weigeren. De moeilijkheden zullen eerst beginnen straks, bij het thuis sturen van den aanslag. Als niet algemeen wordt meegedaan, zal de kas 'mislukken. Dat moet voorkomen worden.
Mr. van B»e e k. Winterswijk, wil veel daar laten, nu het reglement er eenmaal is, maar zou het verstandig achten, indien de Raad voor den dag kwam met ongeveer te zeggen, v/eik maximum bij den hoofdel. omslag als grens van de draagkracht eener gemeente wordt beschouwd. De bezorgdheid zou wellicht weggenomen worden, maar ook kunnei\ toenemen. Z.i. moeten de goederen eener gemeente niet meetellen voor de bepaling van de draagkracht en kan derhalve in het algemeen berekend worden, weik percentage grens is. Het zou een belangrijke schrede verder zijn, wanneer bekend gemaakt werd, hoeveel ieder ongeveer betalen moet, dan wordt ook duidelijk wat de uitdrukking beduidt : doen wat men kan. In 1922 trouwens zal het geld er al moe ten zijn. Hij vraagt, of men geen rekening dient te houden met hetgeen b.v. voor gods dienstonderwijzers wordt opgebracht. Is het ook geen leemte in verband met de bepaling van het minimum, dat er met werkzaamheid van godsdienstonderwijzers niet gerekend is ?
M r. B a r t e 1 s verklaart, dat er nog geen berekening in dien geest is vast te stellen. Thans wordt er ongeveer 80 cents per lid, door elkaar, aan hoofdelijken omslag 'betaald. Het gaat niet over groote bedragen onder de hervormden. Wat dat rekening houden aangaat met godsdienstonderwijzers, art. 9 kan in zulke gevallen dienst doen bij bepaling van de bijdrage voor de centrale kas. Afscheiden der kerkelijke goederen zal onbillijkheid geven. Dat de financiëele vragen niet beantwoord kunnen worden, ligt aan het eenvoudige feit, dat de rondgezonden vragenlijsten vóór 1 Juli a.s. moeten binnenkomen. Daarna zullen tijdig de resultaten worden opgemaakt.
Ds. Woelderink, Randwijk : Wanneer een predikant ten aanzien van de bijdrage uit pastoralia aan zijn verplichting voldoet, maar de gemeente doet niet mee, v, - at dan ?
M r. Bartels antwoordt, dat de Raad van Beheer zich met verschillende interne aangelegenheden in de gemeenten niet kan bemoeien. Er is veel, dat men daar onder elkaar maar moet uitmaken. De praktijk zal voor gevallen plaatsen, waarin een billijke oplossing moet worden gevonden.
De Groote Synode.
Omtrent het voorstel tot instelling eener Synode van 45 leden voor de Hervormde Kerk zijn op de class, vergaderingen van 29 Juni de volgende adviezen uitgebracht :
Classis vóór tegen Alkmaar 4 47(3bl.) Amersfoort 45 4 Amsterdam 59 2 Appingedam 32 16 Arnhem Assen 9 21 Breda 37 12 Brielle 28 19 Bommel 30 11 Deventer 18 40 Dokkum 41 21 Dordrecht allen geen Edam • 18 24(4bl.) Emmen geen allen Eindhoven 7 13 Franeker 42 34 's-Gravenhage allen 2 Goes 33 27 Groningen 31 26 Gouda 54 11 Haarlem 27 25 ' Harderwijk allen geen Heerenveen 19 24 's-Hertogenbosch geen 27 Heusden Hoorn geen allen Kampen 31 2 Leeuwarden 6 59 Leiden 66 3 Maastricht 19 7 (1 bl.) Meppel 5 26 Middelburg 32 14 Nijmegen 26 34 Rotterdam 84 geen - Sneek 49 11 Tiel 17 19 Utrecht ' allen geen Winschoten 14 49 Winsum 8 46 Wijk allen geen IJzendijke geen allen Zierikzee 28 21 Zutphen 41 22(4bl.) Zwolle 23 22 (1 bl.)
De Waalsche Reunie heeft met algemeene stemmen (een onthouding) geadviseerd tot verwerping van de voorstellen inzake de grootere Synode.
Gaan we dit staatje, dat we bijna geheel ontleenen aan „De Nederlander", na, dan zien we — Arnhem en Heusden zijn niet ngevuld — dat natuurlijk het Waalsche Kerkbestuur (haast schreven we „brutaal") zich tegen het voorstel verklaard heeft. Men moet maar durven I
Verder hebben de Classicale Vergaderingen v/aar „modern" troef is zich óók verzet hoewel men veeltijds erkend heeft en ook nu weer heeft uitgesproken, dat men een andere en grootere Synode verlangt.
Unaniem vóór hebben gestemd Amersfoort, Amsterdam, Dordrecht, Den Haag, Gouda, ((11 modernen tegen). Harderwijk, Kampen, Leiden, Rotterdam (als één man), Utrecht en Wijk.
Terwijl verder een meerderheid werd verkregen in de vergadering van Appingadam, Breda, Brielle, Bommel (de 11 modernen tegen), Dokkum, Franeker (waar dr. Niemeyer zich roerde). Goes, Groningen, Haarlem, Maastricht (19 vóór, 7 tegen, 1 bl.), Middelburg (32 vóór, 14 tegen), Sneek (49 vóór, 11 tegen), Zierikzee (28 vóór, 21 tegen), Zutphen (41 vóór, 22 tegen, 4 bl) en Zwolle (23 vóór, 22 tegen, 1 bl.) ; waarbij we ook Arnhern.en Heusden wel mogen rekenen.
Conclusie : 11 Classicale Vergaderingen hebben zich unaniem vóór en 4 unaniem tegen verklaard, benevens de Waalsche Commissie. 17 Class. Vergaderingen waren in meerderheid vóór en 12 in meerderheid tegen.
Voor de zooveelste maal heeft de Kerk zich dus vóór een groote Synode uitgesproken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 juli 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's