De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

8 minuten leestijd

„Toen zeide Saul tot zijne knechten : ziet mi] toch naar een man uit, die wèl spelen kan en brengt hem tot mij." I Sam. 16 : 17.

DAViD DE HARPSPELER.

Na volbrachten profetischen arbeid is Samuël weer naar Rama gegaan.

De zalving van David te Bethlehem had op de meesten geen anderen indruk nagelaten dan die eèner verwondering, die het niet goed kon begrijpen, maar het zoo wilde laten.

En David huppelt weer in het veld. Achter zijn schapen vindt hij zijn levenstaak: gewapend met slinger en tasch en harp, hoedt hij weer dag aan dag de kudde zijns vaders, intusschen eigen hart en dat der zijnen opvroolijkend met liederen, die doür Gods Geest opwelden uit zijn godvruchtige, kinderlijke ziel.

Het was een heerlijk en zorgeloos leven, daar in. de ruimte van Gods wijde natuur in in de aanschouwing van Gods machtige werken, en we begrijpen dat „de liefelijke lofzangen Israels" daar menig herderslied heeft gedicht over den grooten Herder die leidt iangs grazige_ weiden en wateren dér rust en menigen natuurzang heeft getokkeid op de snaren als hij verstond dat het ruime hemelrond vertelde met blijden mond Gods eer en heerlijkheid.

David, de zanger bij uitnemendheid, dichler van 73 onzer psalmen, ook van „jeugdpsaimen, de man, „die wèl spelen kan, een dapper held is hij, verstandig in zaken en — de Heere is met hem."

Een voorbeeld voor alle jongelingen die lust kregen in jonge jaren voor God te gaan leven en die door hun gaven den Heere leerden, verheerlijken, gaven van muziek en zang, van wetenschap en kunst van godsvrucht en naastenliefde.

Het zijn de jonge Davids, dappere helden, herders bij de schapen van Gods Gemeente, zangers in het koor van de Kerke des Heeren op aarde, liefelijk en verstandig in zaken — • en — de Heere is met hen.

Zoo was het in Beihlehem, in het vrije veld bij de grazende kudde, onder den blauwen Oosterschen hemel, in Gods zalige gemeenschap.

En hoe anders was het aan des konings hof.  In de pateiszaal van het vorstelijk huis - --de peinzende monarch, de hand onder 'het hoofd, gesteund op de gebogen knie.'

Zijn gelaatstrekken teekenen de somberheid zijner ziel, uit zijn oog spreekt verkapte bitterheid en onderdrukte smart prangen zijn gemoed.

Dat koningshart is der verharding prijsgegeven. want „de Geest des Heeren is van hem geweken en een booze geest van den Heere verschrikte hem."

Vraag nooit hoe dat kan. Want geen mensch kan uitspreken wat er met genade bestaan kan, maar nog veel minder wat er van een mensch zonder genade worden kan. Hier liggen vraagstukken, zoo diep en zoo ver van strekking, dat ze door menschen niet kunnen opgelost worden.

Saul, de van God verworpene, is aan zichzelf overgegeven. Wilt gij weten hoe het dan gaat, lees deze geschiedenis door - " ge hebt het meest getrouwe beeld van een geleidelijken weg waarop een zondaar komt tot zijn einde, den ondergang zijner ziel.

God is niet onrechtvaardig en ais er geen bukken en buigen komt onder God, is des menschen verderfenis gewis.

.Waar — het is intusschen al zóó erg geworden met den koning, dat de hovelingen het bemerken. Het gaat heelemaal verkeerd. Er moet raad worden geschaft en het beste lijkt hun wat muziek, als pijnstillend middel vaak in die kringen probaat bevonden.

Wat meer vroolijkheid in het paleis ! En zij adviseeren : iaat een speelman komen en ..het zal geschieden als de booze geest Gods op u is, dat hij met zijn hand spele dat het beter met u worde."

Ach, wat hebben koninklijke hoven vaak slechte zielsverzorgers gehad en hoeveel verkeerde raadgevingen hebben mannen in hoogheid tot de laagste vernedering en diepste ellende gebracht.

Was dat een raad ? En een daad? Om een man te halen, die wèi spelen kon?.

.Ach, wat is de wereld toch arm, die met draaiorgel en gramofoon, met pianomuziek en strijkorkest wil verdrijven de innerlijke droefheid van het gekrenkte leven en wil brengen genezing aan zielskranke stervelingen !

Dan wordt het beter ! zeggen ze. Dan komt er verademing !

Maar ach, het is slechts voor een oogenblik, zooals de teringlijder opleeft, als hij ..een mooien dag" heeft en droomt van genezing bij het vleugje herstel, om straks in eens in te storten en jammerlijk voor goed het teven te moeten uitgaan.

Neen, al de speellieden der wereld kunnen het niet klaar spelen met onze kranke ziel en al de zang van den goddelooze is slechts één doodenzang. die inluidt den somberen gang naar de groeve, waarin alle stem van zanger en speler zal verstommen.

Eén medicijn is er maar, koning Saul ! voor u en de uwen : vallen voor God in de schuld, en het bloed der verzoening zal behouden uw ongetrooste wanhopig-vermoeide ziel. Het zou een koninklijke val zijn, heerlijk en tot zaligheid.

Zoo komen wij vanzelf tot het derde in dit moment van de historie, den omgang van David en Saul, of, den harpspeler aan 's konings hof.

„Alzoo kwam David tot Saul, en hij beminde hem zeer, en hij werd zijn wapendrager."

Verbaast u dat eenigermate ?

Hei behoeft niet. Er is zooveel wierook op het altaar der wereld voor de gaven van Gods knechten en kinderen.

Hoevele leeraren der Kerk worden aangebeden, „bemind", om hun gaven, dapperheid, getrouwheid en moed !

Hoevelen bewierookt in hun leven ai om wat zij presteerden op het breede terrein van het leven !

Enkel wierookgeur soms waarin zij leven. Beminnelijke menschen : niets dan lof voor hen!

Maar het is niet de liefde van het hart, dat instemt met de waarheid der woorden, 't is geen beminnen omdat beiden deelen in denzelfden zegen, vereend in hetzelfde geloof, staande in dezelfde hope, genietend van dezelfde genade.

Het soort van deze hartstochtelijke minnaars wordt straks verkeerd m smadelijke verwerpers.

Hosanna — kruist hem !

Hun liefde slaat om in vijandschap.

Ziet het aan Saul. Hoe vaak heeft hij zijn harpspeler en wapendrager wilien dooden? En ais de zang der vrouwen over het verslaan van de tienduizend geprikkeld heeft zijn hoogmoedig hart, hoeveel pogingen heeft hij aangewend om zijn „beminden vriend" uit den weg te ruimen !

Van moordplannen vervuld loopt de neerslachtige moedelooze straks rond van zaal tot zaal in zijn koninklijk paleis.

O, God heeft ze verijdeld, wakend over Zijn kind.

Maar ais het aan den minnaar Saui gestaan had l Want Sauls kwaal is niet genezen door Davids spel en op het laatst van zijn leven is het gezien waarop deze doodelijke krankheid is uitgeloopen.

Op het zwaard, eerst gericht op den vriend, dat tenslotte getroffen heeft zijn eigen leven.

Welk een leering ligt er in deze geschiedenis voor Gods kinderen ! De leering der goddelijke bewaking voor al de Zijnen.

Nog zijn de speerworpen der Sauls en de moordplannen der wereld gericht op uw leven en worden de aanslagen van den vorst der duisternis en zijn trawanten herhaald

Maar David, Gods harpspeler, heeft geen kwaad te duchten ; en al wie kan zingen het lied der trouwe zijns Gods van de veilige schuilplaats des Almachtigen en van de verkwikkende schaduw des Allerhoogsten. hem zal geen kwaad wedervaren. De Heere zal hem bewaren van alle kwaad. Zijn ziel zal Hij bewaren. Welk een reden van diepe verootmoediging tevens I

Hoe vaak geeft Gods kind zich bloot. Hoe is zijn waakzaamheid vaak verre te zoeken I Door eigen roekeloosheid in de engte gebracht, deed God hem het gevaar ontkomes, verkwikkend hem te goeder uur !

Leere Davids voorbeeld u dan maar kracht te zoeken bij Hem en te steunen op de hulp des Heeren, die machtiger is dan alle Sauls der wereld, om u het zoete gevlei van de liefde der wereld, een strik waarin duizenden vallen, te doen ontkomen door de kracht van Christus, den Herder uwer ziel.

En als gij, mijn lezer, nog zoo'n Sauis hart hebt en daaraan paart Sauls praktijk en leven, ach, zie toe, dat het met uw laatste niet erger wordt dan met uw-eerste.

De hemelsche muziek getokkeld op de harp van het Evangeliewoord verteedere uwe ziel nog terwijl het de tijd der genade is. Eén is er die wél spelen kan, en Die door Zijn geestelijk evangeliespel machtig is aan uw hart te ontlokken de klacht der diepe schuldbelijdenis, gelijk ook den zang der ervaren liefde en den jubel der ontvangen verlossing.

Laat uw raadslieden en leidslieden niet zijn de hovelingen, de wereldlingen en zonderlingen, in menigte hier te vinden, maar die hemelingen, die hier als hemelburgers op aarde leven en u den weg kunnen wijzen tot dien Eénen. die voorgaat tot de eeuwige verlossing.

Voorzichtigheid zij u aanbevolen !

En de Heere beware u alzoo voor de „afleiding" der wereld, de „verademing" van Sauls knechten, doch geve u de leiding des Geestes en de door-en voortleiding Zijner genade op den weg des levens.

Speelt wel met vroolijk geschal ! Zingt het lied der liefde als een die wèl spelen kan en schoon van stem is. 't Schoonste lied maar 't meest van een Koning. Davids Zoon en Heere. in het land der vreemdelingschap, als een der liederen Slons.

Op reis naar de koren in 's Konings palies daarboven, waar de speelliên en de zangers staan, en waarbinnen in de fonteinen zullen wezen, vooruitspringende ter eeuwige vreugde !

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 juli 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 juli 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's