De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Feuilleton.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Feuilleton.

9 minuten leestijd

Van 's levenspad

door COR. Na bangen strijd.

Nog heel jong was Anna, toen de Heere haar reeds aan zichzelf ontdekte, haar een oog gaf om te zien dat zij niet kon sterven zooals zij geboren was, waardoor in haar hart een begeerte werd gelegd om te zoeken naar een Borg voor hare schuld, een Middelaar, Die haar Voorspraak zou zijn wanneer zij straks den Heere zou ontmoeten. Zij was echter niet bestand tegen de verleiding der wereld, te zwak om standvastig te weigeren de ijdele dingen na te jagen en wanneer haar vriendinnen kwamen, haar tot meegaan uitnoodigend, durfde zij niet weigeren, ging zij telkens opnieuw mede, daar waar niet naar den Heere werd gevraagd.

Wanneer zij dan 's avonds weer thuis was, schreide zij in de eenzaamheid bittere tranen, gevoelende zichzelf opnieuw te hebben overgegeven aan wat voor den Heere niet kon bestaan, waardoor zij Hem weder den rug toekeerde. Gedurig nam zij zich dan voor niet meer mee te gaan, haar vriendinnen vaarwel te zeggen, doch telkens 'bezweek zij opnieuw voor de verleiding, gaf zij zich weer over aan den ijdelen dienst der wereld.

Met een man, die den Heere vreest, dacht zij menigmaal, zou het beter gaan, die zou mij kunnen leiden, mij helpen mijn zwakheid te overwinnen, samen zouden we dan den Heere ons leven kunnen geven, terwijl ik me dan niet meer aan de ijdele dingen der wereld zou overgeven.

Na verloop van tijd werd zij ten huwelijk gevraagd, trouwde zij, maar haar man diende de wereld, bekommerde er zich niet om dat hij een onsterfelijke ziel in zich droeg, dat hij straks, aan het einde van 's levenspad gekomen, den Heere zou ontmoeten, Die rekenschap zou vragen van al zijne daden. Hij diende de wereld en Anna ging geheel en al met hem mee, waardoor hun leven, inplaats van zooals zij zich voorstelde, in 's 'Heeren dienst, in alles wat de wereld bood was ; daarin leefden zij met elkaar voort, daarin zochten zij hun vermaak en genot.

Op deze wijze gingen enkele jaren voorbij, de tijden waarin Anna gevoelde op het verkeerde pad te zijn, werden steeds zeldzamer, een enkele maal riep de stem in haar hart haar nog toe, dat zij steeds verder van den Heere afdwaalde, nam zij zich weer voor met het kwade te breken, doch wanneer haar man dan 's avonds thuis kwam, durfde zij het hem weer niet vertellen, gaf zij zich opnieuw over aan de wereld.

Meer en meer vergetende dat zij op reis was naar de eeuwigheid, leefde Anna nu voort met haar man, niet bedenkende dat zij straks zou moeten sterven om dan voor den Heere te verschijnen, totdat de tijd kwam waarin haar man werd staande gehouden, de Heere zijne oogen opende en hem deed zien dat de weg, dien hij betrad, hem naar het eeuwig verderf voerde, waar hij eindeloos zijn Schepper zou missen. Zijn groote, zware zondenschuld zag hij voor zich, vreezende dat de Heere weldra zou komen, hem naar Zijn heilig recht voor eeuwig verstoutende, dooh dan zag hij den weg der ontkoming ontsloten, werd hij tot Christus geleid. Die hem deed ervaren dat Hij zijn schuld betaalde, uit eeuwige liefde en ontferming hem had gadegeslagen, hem vrijkocht met Zijn bloed, gekomen was ook als zijn Borg en Middelaar.

Onbegrijpelijik was voor hem dat groote wonder, zulk een diepgevallen zondaar door den Heere opgezocht, niet, zooals hij rechtvaardig verdiende, voor eeuwig verstooten, maar gered, verlost, gewasschen in het bloed van Christus Jezus, Gods eigen Zoon, Die voor hem den dood was ingegaan, o, dat was hem te groot en hij kon geen woorden genoeg vinden om daar zijn Heere voor te loven en te prijzen. Dag aan dag sprak hij van de wondere liefde en genade, zulk een onwaardige als hij was, bewezen, roemde hij Zijn Heere en God.

Vol diepe droefheid en smart ging Anna onder dat alles voort, haar man gered van het verderf, vrijgekocht in Christus' bloed, maar zij zou, zoo dacht zij, moeten omkomen in de buitenste duisternis. Naar haar zou de Heere nimmermeer omzien, want immers zij had den tijd der genade voortjlj laten gaan, zij had, toen de Heere aan haar hart klopte en toegang vroeg, niet willen luisteren, zich overgegeven aan den dienst der wereld. Bange dagen braken voor haar aan, gedurig zag zij haar man vol vreugde en blijdschap, hoorde zij hem spreken over den vrede, welken zijne ziel mocht smaken, wijl zij meer en meer haar onwaardigheid gevoelde. Haar zou de Heere verstooten, dacht zij, want zij had niets anders verdiend, daar zij Hem langen tijd verloochende, gedurig opnieuw de zonden najoeg. De Heere had haar opgezocht maar zij keerde Hem de rug toe, sloeg geen acht op Zijn liefdevolle roepstem en dat bedenkende ging zij over 's levenspad, zonder hoop of verwachting dat de Heere nog ooit tot haar zou komen, waardoor zij eindeloos van Hem gescheiden zou zijn, Hem straks voor eeuwig missend. Haar huisje werd door Gods volk opgezocht, dat met haar man kwam spreken over wat de Heere hem deed en immer zat zij zwijgend te luisteren wanneer zij van hun geluk vertelden. Deze of gene vroeg haar somtijds of zij die vreugde ook reeds kende, of zij daar ook deelgenoot van was, waarop zij dan antwoordde dit niet meer waardig te zijn. Dan vertelde zij van den tijd waarin de Heere haar opzocht, haar liet zien dat in Christus Jezus de weg der genade was ontsloten, doch dat zij toch in het kwade was voortgegaan, gedurig den Heere verloochenende, en daarom niets meer kon verwachten dan straks voor eeuwig verstooten te worden. Menigeen trachtte haar moed in te spreken, riep haar toe dat Koning Jezus ook haar nog in genade wilde gedenken, doch dat was immer vergeefs.

Vele jaren ging zij zoo over 's levenspad voort, gebogen door droefheid en smart, met berouw vervuld dat zij den tijd voonbij had laten gaan, verwachtende dat de eeuwigheid voor haar zou zijn de plaats van eindeloos Godsgemis.

Straks eeuwig van den Heere gescheiden, door haar Schepper verstooten, met die droeve verwachting ging zij voort, totdat zij op een ziekbed werd neergeworpen, wat weldra bleek haar sterfbed te worden. Dag aan dag kwam Gods volk haar bezoeken, vertrouwende en geloovende dat de Heere zou komen, haar niet in die smart laten omkomen, maar gedurig riep zij uit dat de Heere haar zou verwerpen, naar Zijn heilig recht toeroepen : „Ga weg van Mij", daar zij dit alleen waardig was.

Meer en meer naderde haar einde, werd haar ievenslamp uitgebluscht, nog slechts kort zou zij kunnen leven en dat gevoelende werd haar smart steeds grooter. Dooh dan in de stilte van den nacht schonk de Heere haar een oog om te zien, dat, hoe ver zij ook was afgeweken, hoe lang zij Hem den rug toekeerde, nochtans haar schuld niet te groot was om weggenomen te worden, dat ook voor haar nog redding was. Zij zag den Christus nedergedaald uit Zijn eeuwige woning, voor een zondig volk betalend, ja, zij zag Hem aan Golgotha's kruis ook haar schuld betalend.

Eén dag mocht zij nog leven, maar deze laatste dag was de grootste en blijdste in haar leven, want met stervende lippen mocht zij allen, die nog tot haar kwamen, vertellen, dat haar droefheid en smart was weggenomen. Een geheelen dag mocht zij nog spreken dat de Heere ook haar uitgered had, zonk zij in verwondering weg dat Koning Jezus ook haar Heiland, haar Borg en Middelaar wilde zijn en sprekende, over dat wondere heilgeheim, roemende in die liefde en genade, werd haar levensdraad afgesneden, werd zij in de eeuwige welgelukzaligheid opgenomen, om daar voort te gaan, daar eindeloos te vertellen dat die dierbare Christus uit eeuwige liefde zulk een onwaardige vergunde bij Hem te wezen.

Zal zoo ook uw stervensure zijn? Aoh, denk toch niet dat gij zonder dien Christus kunt leven en sterven, want dan, o dan komt gij voor eeuwig om, dan zult gij geworpen worden in 't helsche vuur, dat den duivel en zijnen engelen bereid is, waar een droppel water, tot verkoeling uwer tong, u zelfs geweigerd wordt. Dan zult gij Hem moeten vloeken, Die u een tijd der genade gaf. Die een weg ontsloot waardoor gij tot Hem mocht komen. Die u eeuwige vreugde en blijdschap wilde schenken. Nu komt van Zijnentwege de roepstem nog tot u, straks is het te laat, o hoor, luister dan toch, eer het te laat, voor eeuwig te laat is.

Denkt gij dat de Heere naar u niet meer zal omzien, vreest gij dat voor u de tijd der genade voorbij is ? Zou dan 't werk van Koning Jezus vergeefsch zijn geweest, zou dat dierbare bloed dan vergeefs vergoten zijn? Het bloed van Christus Jezus, Gods Zoon, reinigt immers van alle zonden, ook uw schuld, hoe zwaar, hoe groot, kan daardoor worden weggenomen, daardoor zal ook u verwaardigd worden straks bij Hem te zijn.

Maar ik ben het zoo diep onwaardig, ik heb naar recht niets anders dan het eeuwig verderf verdiend, roept gij vol droefheid uit. Doch dan juist moogt gij hopen en verwachten, dan zal Koning Jezus u doen zien en ervaren, dat Hij u heeft gekocht, want voor onwaardigen kwam, leed en stierf Hij. Zoo gij verwacht den hemel te beërven door eenige verdienste of waardigheid, bedriegt ge u zelf, dan zult gij denken in te gaan en niet kunnen. Doch dezulken, die erkennen en belijden den eeuwigen dood verdiend, 'hebben, mogen ingaan in de eeuwige heerlijkheid, die alléén zullen daar komen, omdat Christus Jezus uit onbegrijpelijke liefde Zichzelf gaf, de straf droeg, de schuld toetaalde voor hen, die dag aan dag uitroepen dat het rechtvaardig is wanneer zij verstooten worden. Die alleen zullen bij den Heere zijn, die alleen Hem aanschouwen, om eindeloos weg te zinken in verwondering dat Koning Jezus kwam, uit vrije genade en loutere liefde hun vergunt daar te zijn, waar zij Hem mogen aanschouwen en eer bewijzen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Feuilleton.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's