Staat en Maatschappij.
„Een School met den Bijbel."
Naar aanleiding der artikelen, van het moderamen der Unie „Een School met den heeft Jhr. Mr. A. F. de Savornin Lohman, oud-voorzitter der Unie, aan dat moderamen een schrijven gericht, welk schrijven wij hieronder — daartoe in staat gesteld door „De Nederlancier — laten volgen. **
's Gravenhage, 6 Juli 1921. Aan het Moderamen van het Hoofdbestuur der Unie eene School met den Bijbel.
Hooggeachte Broeders !
Nu in Uwe artikelen betreffende het voort bestaan der Unie herinnerd is aan hetgeen ik in de eerste Vergadering van de Unie daaromtrent heb gesproken, moge het niet als een onbescheidenheid worden aangemerkt, wanneer ik aan wat ik destijds als mijn gevoelen uitsprak enkele woorden toevoeg, daarbij tevens mijne blijdschap te kennen gevende, dat ook Gij op dat voortbestaan aandringt.
Wat is het eigenaardige van de Unie ? Ontsproten uit 't Volkspetitionnement dat uitging van de leden van allerlei protestantsche kerken of kerkgenootschappen, was zij het kostbaarste bewijs dat wij Protestanten, hoe ook in onze beschouwingen over de Schrift uiteenloopende, tóch, deze als het hoogste gézagaanvaardende, ons inwendig ^n'gevoelen. Zij immers brengt ons tot Jezus Christus zelf. Aan haar behoeft niets te worden toegevoegd; van haar mag niets worden afgedaan ; met haar staan wij dus vast tegenover Rome zoowel als tegen allen die haar gezag verwerpen. Waardoor ontstond de Schoolstrijd ? Doordat 1°. vele Protestanten in de Open hare Scholen in strijd met den Bijbel een zoogenaamd Christendom boven geloofsver deeldheid trachtten in te voeren ; 2°. de Roomsch Katholieken den Bijbel uit die ook door hun kinderen bezochte scholen trachtten te verwijderen. Toen laatstgenoemden zich met een derde igroep, die niets van „den Bijbel op School" wilde hebben, hadden vereenigd, is in 1857 de Bijbel uit de Volksschool verdwenen. Met het gevolg, dat een groot deel des volks den Bijbel niet meer kent, en dientengevolge niet meer ontvankelijk is geworden voor het Evangelie. De strijd loopt dus sinds 1857 niet meer over het brengen in de school van zekere al of niet kerkelijke opvattingen, maar over het al of niet onttrekken van ons volk aan het Evangelie zelf. Al zijn de voorstanders van de school zonder Bijbel niet allen vervreemd van het Evangelie, de School zonder Bijbel moet ons volk op den duur tot he heidendom terugvoeren, en heeft het voor een deel reeds gedaan.
Wij staan dus voor een feller strijd tegen het Christendom dan ooit te voren, en onze eerste plicht is dus den Bijbel zelf weer op alle scholen terug te brengen, voor zoover althans de ouders daartegen geen bezwaar hebben. Maar dan moet in dien strijd niet allereerst op kerkelijke verschillen de nadruk gelegd worden, maar moet het ons om erspreiding van Bijbelkennis onder heel et volk te doen zijn. De theologie is een oortreffelijke wetenschap om ons dieper in e leiden in de Schriften des O. en N. Veronds, maar zij is, evenmin als de philosofie datgene waaraan de jeugd op de lagere chool behoefte heeft. Eerst op lateren leefijd kan zij met vrucht daarvan kennis neen, mits zij in meerdere of mindere mate met den inhoud des Bijbels bekend zij. De ragen die thans zoovele Protestanten vereeld houden, behoeven niet, kunnen zelfs iet op zoo jeugdigen leeftijd worden beandeld. De Bijbel spreke allereerst voor ichzelf. Als de jeugd gewezen is op de istorische feiten, die aan de verschijning an den Christus zijn voorafgegaan, op het even en de woorden van Jezus, ook op het even der Apostelen en op dat van vele hristusbelijders na hen, dan zal zij genoegaam voorbereid zijn om, op later leeftijd, l-of niet onder leiding van ouderen, over erband en samenhang van al deze feiten a te denken.
Wel verre van te meenen dat de taak van de Unie is afgeloopen, ben ik van meening dat zij eerst nu igoed aanvangt. Niet meer een strijd t e g e n onrecht, maar vóór „de verbreiding van Bijbelkennis onder heel de Natie." De Unie moet zijn „de Zaaier die uitging om te zaaien." Zij moet heel het volk doordringen van het besef, dat alleen het 1 e v e n van den Christen zooals blijkens de Schriften Jezus zelf en Zijne Apostelen dit hebben verstaan, ons volk in betere banen kan leiden. Zij moet tegenover de kunst matige, vaak op wreedaardige wijze tot stand gebrachte eenheid der Ro o m-sche Kerk niet stellen de eenheid der Protestantsche Kerk, omdat eene zoodanige Kerk niet bestaat nodh ooit bestaan zal, vermits de vrijheid van onderzoek noodzakelijk leidt tot verschil van inzicht. Maar wél moet zij daartegenover stellen die hoogere eenheid die ontstaat door het leven naar de Schriften. Dat deze reeds nu zich openbaart, daarvan is onze Unie zelve het bewijs.
Ook zal geenszins de Augustuscollecte overbodig zijn. In de normale behoeften moge uit de publieke kassen worden voorzien ; den schoolbesturen mogen, ter wering van unfaire concurrentie, op financieel gebied eenige belemmeringen in den weg zijn gelegd — niets kan ons verhinderen, waar noodig uit eigen beurs scholen en onderwijzers te steunen, en alzoo de liefde te toonen voor hetgeen door Gods goedheid, na zod langen strijd, is verkregen. Het zijn deze gedachten, hooggeachte
Het zijn deze gedachten, hooggeachte Broeders, die ik meende aan Uwe aandacht
A. F. DE SAVORNIN LOHMAN,
Oud-Voorzitter van de Unie : „De School met den Bijbel."
Aankondiging van de 43ste Jaarcollecte voor de Scholen met den Bijbel.
Unieblaadje No. 55.
Opdat gij hetgeen nog ontbrak voorts zoudt terechtbrengen. Titus 1 vers 5.
Ons blaadje vraagt van U een gift in de Unie-colleetc. Zij wordt dit ja'ar van bijzondere beteekenis.
Bij de oprichting der Unie, 42 jaar geleden, sprak haar voorzitter, Jhr. Mr. A. F. de Savornin Lohman, deze woorden : „Wij bestaan niet door het bezit van goederen, maar door de begeerte der Locale Comité's om als broeders saam te werken. Houdt die begeerte op, dan valt ook onmiddellijk de Unie uitéén."
De Unie heeft lin vroeger dagen moeilijke tijden beleefd, maar ze groeide tegen alle verdrukking in. Zij staat nu echter op het gevaarlijke punt. Het gaat om een beslissing voor de toekomst. Deze, of de Unie zal blijven of uiteenvallen.
Het zal moeten blijken of de Locale Comité's nog de begeerte hebben om als broeders saam te werken. De komende Uniecollecte is in zekeren zin een Volksstemming, de thermometer van die begeerte. W. zien haar niet zonder bezorgdheid tegemoet. In de beide vorige jaren is de begeerte reeds ingezonken op zeer merkbare wijze. De collecte liep met ƒ 40.000.— terug. Vele Locale Comité's onthielden eigenmachtig aan de Unie hunne samenwerking. Dit was n i e t g o e d. Zij vergaten het oude : Een man een man, een woord een woord. De eens beloofde trouw werd gebroken. Men zag alleen op het zijne, niet op wat der anderen is.
Gezworen trouw moet zich sterker toonen dan wet en reglement. De Unie heeft zich steeds op de eerste verlaten, nooit he\ tweeae te hulp geroepen. Vrijheid was haar leuze en kracht. Zij durfde daarop te steunen ; maar vrijheid is wat anders dan losbandigheid. Velen maakten eigenwillig de oude banden los, vengetende het verleden, en niet begrijpend wat de toekomst eisöht. Als de Unie overbodig is geworden, zal haar Bestuur aan de Algemeene Vergadering het voorstel doen, haar op te heffen. Dit mag nog niet, want toen een voorstel in de laatste Algemeene Vergadering door een Locaal Comité werd gedaan, steunde de meerderheid het Bestuur, en verwierp het voorstel met 55 tegen 7 stemmen. Wij voelden dat wij de Unie nog noodig hadden.
En waartoe ? 0m terecht te brengen wat nog on tb reek t.
Het Bestuur heeft daarom in een zestal artikeltjes, door onze Christelijke Pers zoo welwillend onder de aandacht van ons Chris tenvolk gebracht, dit trachten te verklaren.
De oude liefde, die scheen in te zinken, moest worden opgewekt. De langzame ontbinding der Unie mocht niet in de hand worden gewerkt door te zwijgen. Degenen, die zich onttrokken, moesten worden teruggeroepen in de gelederen, en om nieuwe helpers moest worden gevraagd.
Er is zooveel nog dat ontbreekt, en daarom moet er zooveel nog worden terechtgebracht — en als g ij niet meehelpt, gaat het niet.
De teruggang der Unie-collecte in de laat ste twee jaren is meer dan een materieele schade. Hij openbaart erger dingen. De liefde is verkoeld. Liefde geeft open oogen voor de toekomst, liefde ziet vooruit en wil voorzien. Men begrijpt niet den actueelen toestand van ons Christelijk Schoolwezen, en vergeet de toekomst.
Nederlagen zijn beter dan overwinningen 1 a m
Na elke nederlaag, die onze zaak vroeger leed, klom de liefde en toonde zich in grooter offervaardigheid. Nu de overwinning is behaald, zinkt ze ineens in ! Maig dat ? h l w
Is er niets beters te doen, dan op zijne lauweren te gaan rusten ? Begrijpt gij dan'' niet de beteekenis der overwinning ? Zij ontneemt ons vele vroegere zorgen, maar zij legt ons een zeer zware verantwoordelijkheid op.
Toen na den bangen 80-jarigen strijd ons land was vrijgevochten va; n de tirannie, togen onze vaderen aan het werk met verhoogde kracht om het vaderland groot en sterk te maken. Zij hebben niet gerust, maar voortgewerkt om terecht te' brengen wat nog ontbrak. Door hun intensen arbeid werd de 17de eeuw Neêrlands bloeitijd.
Volgen wij dit voorbeeld na op het terrein van ons Christelijk Schoolwezen. Onze bloeitijd moet nu worden voorbereid.
Onze God houdt niet van half werk, en haH werk is werk, dat halverwege blijf: steken. Het gevaar daartoe dreigt. Het lig' minder in traagheid in het benaarstigen dan wel in een te spoedige tevredenheid.
Wij plukken nu de vruchten van . den boom door onze voorgangers geplant. Het stekje, met tranen bevochtigd, is heerlijk uitgegroeid ; maar de volgende geslachten eischen, dat wij den boom tot voller wasb s B dom zullen sterken, zoodat hij ook h u n no" vruchten drage. '"' Daarom geldt het meer dan ooit onze n Q
Daarom geldt het meer dan ooit onze Unie nieuw leven te geven. Zij was steeds de moeder, de voedster onzer Scholen. Zij was de band, die allen bijeen hield, zij bewaarde in ons de geestkracht, zij hielp onze SchoJen door haar collecte. Zij verstond de kunst om de tallooze kleine giften te laten saamvloeien. In 42 jaren bracht de Uniecollecte meer dan vier millioen gulden bijeen. Q ,
En nu meenen velen, dat onze Scholen die collecte kunnen missen. Alleen kortzichtigheid durft het te zeggen. De Unie-coIJecte moet gehandhaafd bfijven ; zij moet alleen veranderen in bestemming. Daarom moet haar opbrengst gaandeweg geheel in de Uniekas worden gestort. l
Er ontbreekt veel, er moet veel worden terechtgebracht.
De Unie heeft veel noodig, omdat:
l". een ernstige propaganda onder ons volk moet ter hand worden genomen voor de Vrije School, die immers voor heel de Natie wil zijn ;
2°. ons Christelijk Schoolwezen behoefte heeft aan een Leerstoel voor de Christelijke Opvoedkunde. De wetenschappelijke behan deling daarvan is levensvoorwaarde voor ons Onderwijs ;
3°. onze groote vereenigingen, die in het belang van ons schoolwezen op onderscheiden v/ijze arbeiden, dan krachtig financieel kunnen worden gesteund, en daardoor haar taak beter vervullen ;
4°. de Unie zelve in stand moet worden gehouden. Laat ons niet slapen ! De vijand is altijd wakker. Een weinig slulmerens, een weinig handyouwens bewerkt, dat de armoede u overkomt als een wandelaar, en velerlei gebrek als een gewapend man (Spreuken 24 vers 33, 34). Ontbinden is laf werk. Bijeenhouden toont karakter.
Laat de Unie-collecte voortgaan de kleine giften, die niemand armer maken, saam te brengen. De vele druppelen moeten de Uniekas dit jaar boordevol maken. Dan wordt er een reservoir gevormd, , waaruit de vele algemeene belangen kunnen worden behartigd. Wie het algemeen belang dient, dient zichzelf.
Terecht brengen wat ontbreekt. Dit is hei program voor de toekomst. Met een kleine moeite en een kleine gave komen wij er.
Onze God geve een zegen op onze woorden, opdat ze worden omgezet in daden.
Er waren in de laatste jaren Locale Comi té's, die ontbraken ; mogen ook deze worden terechtgebracht. En dan bewijze onze Unie-Collecte, door haar vroegere hoogte te bereiken, dat ons volk :
1. Gods zegen, in de Unie gegeven, niet veracht ;
2e. zijne liefde voor de Unie niet wil loslaten ;
3e. zijne gave gewillig geeft om Terecht te brengen wat ontbreekt.
Tegen leelijken Schoolbouw.
De Commissaris van de Koningin in de provincie Noord-Brabant heeft aan de Gemeentebesturen in Noord-Brabant het vol-; gende schrijven gericht :
„De heer Inspecteur van het Lager Onerwijs te 's Hertogenbosch bericht mij, dat het hem getroffen heeft, hoe vele ontwerpen oor Schoolbouw, welke hem thans bereiken, uitmunten door leelijkheid. De naar die ontwerpen te bouwen Scholen zullen volens genoemden ambtenaar, ook dikwijls niet in overeenstemming zijn met de omeving, waarin zij geplaatst-worden.
In deze mededeeling vind ik aanleiding m uwe bijzondere aandacht te vragen voor ene zaak, die u allen zeer ter harte moet aan.
Het staat wel vast, dat mooi bouwen voltrekt niet duurder behoeft te wezen dan eelijk bouwen.
Waarom zou een Gemeentebestuur dan iet bevorderen, dat een Schoolgebouw niet lleen beantwoordt aan de eischen der doel atigheid, maar ook aan die der schooneid?
Zulk een gebouw is bestemd voor een angdurig gebruik ; wanneer het leelijk ordt opgetrokken zal het jaren en jaren et schoonheidsgevoel van velen kwetsen. e jeugd ontvangt er hare opleiding ; hieran zal iets ontbreken, wanneer zij dageijks het leelijke ziet als iets gewoons.
Ook verstoort een leelijk gebouw menigaal de landelijke schoonheid van een dorp erwijl wij ons beijveren om de schoonheen van het verieden te bewaren, en de proincie zooveel mogelijk te verfraaien, dieen openbare Besturen te waken, dat zij iet zelf de schoone lijnen van het landchap en zijne eenvoudige beschouwing ver toren door leelijke huizen of Scholen te tichten.
Ik dring er bij u op aan, te doen wat in' w vermogen is, om de nieuwe gebouwen, elke de gemeente voor het gnderwijs te tichten heeft, te doen beantwoorden aan e eischen der schoonheid.
In dit opzicht is het van zeer veel belang, at het ontwerpen van gebouwen niet aan en ontwikkeld ambachtsman, maar aan een ekwaam architect worde opgedragen.
Bij overleg met Schoolbesturen gelieve n teeds aan dezen regel te herinneren."
Wij hopen dat ook de overige Provinciale esturen naar aanleiding van dit schrijven
aandacht aan deze belangrijke aange-, 'eniieid zullen wijden.
ï)ikwijls kan met weinig onkosten méér maken iets goeds verkregen worden. Hoofdzaak is, dat men een architect heeft, , '(jer zake kundig is en oog voor het ioone heeft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's