De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

7 minuten leestijd

De 9-jarige Dr. Kuyper als „evangelist" onder de matrozen.

In het boekje : „Herinneringen uit de kinder-en jongelingsjaren van dr. A. Kuyper", geschreven door dr. K.'s zuster, mevrouw Elsevier, vindt men de volgende bladzijden :

Wij woonden in Middelburg aan de haven, op de zoogenaamde Punt, een zeer drukke plaats, waar steeds vele koopvaardijschepen uit Oost-en West-Indië voor anker lagen.

Na de schooluren op de studeerkamer te hebben doorgebracht, waar precies van 9— 11 uur door mijn Ouders onderricht werd gegeven, kregen wij ook bepaalde speeluren. Alles ging in ons huis met vaste regel maat, waarvan niet dan bij hooge uitzondering werd afgeweken. Te woekeren met den tijd hebben wij reeds in onze prille jeugd geleerd en daaraan heeft mijn broer arbeid te danken.

In de vrije uren zat mijn broertje altijd te knutselen ; iets stuk te maken om te weten hoe het in elkaar zat. Zijn liefste bezigheid was te zitten voor het raam in de salon, waar hij bet uitzicht had op de haven, de schepen en de matrozen. Uren kon hij zoo doorbrengen, altijd, aan wie binnenkwam vragende, waar dit of dat op de schepen toe diende.

Eindelijk waagde hij op ongeveer 9-jarigen leeftijd, de treeplank van een schip op te loopen en zoo stond de kleine baas op eens op het dek onder de matrozen.

Verbaasd keken zij het kereltje aan, maar spoedig kregen zij schik in hem, daar aan zijn vragen geen einde kwam, en hij zoo flink en dapper op het dek naar alles toeliep en het nauwkeurig onderzocht.

Na eens den weg gevonden te hebben, sloop hij meermalen naar de. schepen en hoewel hij met de janmaats goed kon opschieten, hinderde hem, jong reeds vol eerbied voor het Opperwezen, het vloeken en de ruwe taal der matrozen.

De lust tot prediken zat er reeds vroeg in ; maar hoe zou hij op die ruwe mannen invloed kunnen oefenen ?

't'Plan was spoedig gemaakt en even spoedig uitgevoerd. Abraham ging naar mijn'Vaders studeerkamer, nam stilletjes een preek van mijn Vader mede en een doos met eenige sigaren onder den arm en zoo met voorraad naar lichaam en geest, stapte hij moedig de plank over en verscheen op het dek.

Toen reeds betoonde hij zich een geboren heerscher en leider, liet zich door geen grapjes of grove woorden van de wijs brengen, vroeg den matrozen rustig te gaan zitten en met aandacht te luisteren niaar wat hij zou vooriezen, Deden ze dat, dan kreeg ieder een sigaar ! En wonderlijk : hij, de. kleine jongen, werd gehoorzaamd en betoonde zijn tevredenheid door uitdeeling der sigaren.

De Kapitein van het schip had op eenigen afstand dit aardige tooneeltje gadegeslagen De ruwe klanten onder de geestelijke macht van een kind — hij verstond het eenvoudig niet.

's Avonds bracht de Kapitein een bezoek aan mijn Ouders, en vertelde hun, wat hij had waargenomen. Hij had zoo'n schik in dat weetgierige ventje, dat hij er met mijn Vader over sprak hem voor de scheepvaart op te leiden. „Geef hem mij later mede", sprak de Kapitein, „die jongen is een geboren zeeman ; 't wordt een De Ruyter". Mijn vader had hier wel ooren naar, daar uit alles bleek, dat mijn broeder niets liever wilde worden dan zeeman. De zee had de liefde van zijn hart en in vele geschriften van later tijd ziet men steeds voorbeelden aangehaald of toespelingen gemaakt op de baren en al wat de groote onmetelijke zee betreft.

Mijn lieve moeder verzette er zich tegen haar „Zondagskind", zooals zij hem steeds noemde, aan al de gevaren der groote wateren en de ruwe leefwijze aan boord prijs te geven. Ook mijn Vader zag er tegen op, 't zou nooit z ij n keuze zijn geweest, maar hij wilde den aanleg zijner kinderen niet tegengaan.

Nogmaals kwam de Kapitein ongeveer anderhalf jaar later, na een nieuwe reis uit Indië "teruggekeerd, bij ons op bezoek en bracht tevens wat prachtige zijde als geschenk voor mijn zusters mede. Hij deelde mijn Vader mede dat Abraham dien middag weder aan boord was geweest met Engelsche tractaatjes, die mijn Vader hem leerde lezen en voor hem vertaalde ; en natuurlijk had hij weer een kistje sigaren medegenomen, hoe hij ook nu weer de onbekende Engelsche matrozen gedwongen had te luisteren en niet te vloeken en tot belooning kwamen de sigaren.

Mijn broertje had er niets van verteld ; wel dikwijls met droefheid verteld, hoe die menschen vloekten : dat mocht toch niet.

Er werd in niets getoond, dat men van zijn kleinen diefstal en zijn prediking afwist ; mijn Vader, was veel te bang dat Abraham zichzelf iets bijzonders zou achten en zich daarop zou gaan verheffen, want mijn Vader haatte alle zelfverheerlijking en trachtte zijn kinderen in groote nederigheid voor te-gaan

Van den diefstal der sigaren werd dus maar niet gesproken en wederom trachtte de Kapitein mijn Vader over te halen, zijn zoon voor de scheepvaart te bestemmen. Maar de Heere had het anders besloten en mijn Moeders gebeden verhoord, die haar zoon zoo gaarne tot het predikambt zag opgeleid.

De „Kunst" !

Een der goden of liever der godinnen van onze eeuw — zoo schrijft ds. D. van der Meulen, Geref. pred., redacteur van het „Friesch Kerkblad" — is „de Kunst". Zij telt hare aanhangers bij duizenden. Nu is de kunst op zichzelf genomen geen kwaad. En als ze gebezigd wordt tot verheerlijking van God, den Oppersten Kunstenaar, moet ze geëerd en gewaardeerd door elk, die God vreest.

Doch wat de kinderen dezer eeuw „kunst" noemen en waarmee ze dwepen, is vaak niet anders dan plat realisme. Ronduit gezegd „zwijnerij". In de schilder-en beeldhouwkunst afbeelding van het naakte.  In de mode-uitstraling van wat bedekt behoort te blijven. En in de literatuur beschrijving van sexueele wanverhoudingen.

Dat alles wordt als kunst, als fijne, diepgevoelde, sublieme en met ik-weet-niet-wat adjectieven meer geroemd en aanbevolen. Wie prijs stelt op den naam van ontwikkeld mensch, moet er mee op de hoogte zijn. Terwijl Gods Woord en onze Catechismus ons waarschuwen voor zedenbederf als gevolg van het verstompen van het schaamtegevoel. Om die reden moeten we ook niets van de komedie hebben. Ook daar wordt „de kunst" vereerd als veredelend ; verheffend enz. Doch wat op de planken wordt opgevoerd is' in den regel van één en hetzelfde genre : echtbreuk, hoererij, sexueele verdorvenheid.

Wachten we ons toch voor meedoen met de afgoderij-dezer eeuw! Ware kunst is eerbaar, lieflijk en welluidend. De ware verheffing komt voort uit de bekeering van den dienst der afgoden tot den levenden God. Die ons toeroept : „Zijt heilig, want Ik ben heilig !"

Een der priesters van „de kunst", — op litterair gebied dan — schreef een boek „Walmende lampen". Het thema is weer scabreus. Zondige liefde en moederschap buiten huwelijk. Een boek, dat geen Christenouders aan hun kinderen in handen mogen geven. Een boek, waarin het hebben van een kind buiten de echt zooal niet verdedigd, toch goedgepraat wordt.

En helaas van dat boek getuigt , , De Standaard" in de rubriek „Letteren en Kunst", dat het is :

»een werk van rijpe kunst, vol fijne klanknuanceerinig en rythmische effecten* Wanneer nu Christenouders, het beste zoekend voor hun kroost, dit boek van „rijpe kunst" gaan bestellen, overwegend, dat het toch zoo in „De Standaard" genoemd wordt en tevens ijveren voor het Miljoenplan, voor den Kuyper-katheder, voor de doorwerking onzer Anti-Revolutionaire beginselen....

Dan doen ze denken aan 2 Koningen 17 vers 3lb en 32a : »Zij verbrandden hunne zonen voor de afgoden met vuur. Ook vreesden zij den Heere.«

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 augustus 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 augustus 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's