Financiën.
Giro 35683
Het was echt gezellig op den Zendingsdag en vol ook. Een lid van de Regelingscommissie, een die het weten kon, vertelde mij, dat er meer dan 6000 menschen bijeen waren. Het weer was uitstekend. Niet te warm en niet te droog. Een enkelen keer eens 'n buitje regen. Dat was goed voor het stof. Ik ontmoette 's morgens toen ik naar den trein ging een tuinder. Het was nog vroeig (half 6).
Al zoo vroeg op stap, zei hij. Ja, ik ga naar den Zendingsdag. Wat denk je van het weer? Ik mag lijden, zei hij, dat je vandaag klets nat regent.
Zoo, dank je wel. Maar als het dan op jou tuin droog blijft, dan hebt ge er niet veel aan. Neen vriend, je moet het anders zeggen : Ik gun jullie vandaag mooi weer en ons een paar flinke regenbuien.
Of het' zoo uitgekomen is, weet ik niet, maar wij hebben best weer gehad. Het kon niet beter.
Als ik u nu zou vertellen dat, als ik naar den Zendingsdag ga, ik liefst maar zou willen dat ik daar eens rustig kon loopen en luisteren en dat ik er niet telkens aan herinnerd word dat ik penningmeester ben van den Gereformeerden Bond, en dat niet, dan de een en dan de ander mij aansprak en ik telkens mijn notitieboekje voor den dag moest halen — als ik u dat zou zeggen, dan geloof je me toch niet en dan hoor ik u met een glimlach tot mij spreken : Hoor eens, penningmeester, als je ooit een onwaarheid verkocht heb, dan is het nu. Zet 'het maar niet in de Waarheidsvriend, want je zou daarmee de reputatie van het blad in gevaar brengen. Daar kennen we je te goed voor. Stel u gerust, lezer. Ik zal zulke kool niet verkoopen. Ik kom er liever rond voor uit. Hoe meer ik op zoo'n dag voor onze fondsen ontvang, hoe liever het mij is. Al zal ik mij wel wachten om iemand iets te vragen of op een of andere manier de collecte voor de Zending benadeelen.
Neen, een dame, (wie het geweest is, ik zou het niet kunnen zeggen, want toen ik omkeek was ze al weer verdwenen) noemde mij bij mijn waren naam en zei, terwijl ze mij twee rijksdaalders in de hand stopte : „Hier, pak aan, ik weet, je wordt wel eens graag aan je jas getrokken". En weg was ze.
Het was nog vroeg, op het buurtstation te Utrecht, vóór het vertrek van den trein, naar Baarn, dat juffr. A.. uit Utrecht mij de eerste gift gaf en wel ƒ 3.— voor de fondsen Ik heb ze maar bewaard. Ik daoht je vandaag wel te zien. Dat was een vroeg en een goed begin, maar ds. Heijer kwam daardoor te laat, want die meende mij te verrassen met de eerste gift van ƒ 2.50 uit Vlaardingen, " omdat Z.Eerw. voor Polsbroek had-bedankt. Het is zoo den geheelen dag door gegaan en ik heb verscheidene blaadjes van mijn boekje volgekrabbeld.
Van ds. Binsbergen 2 oude zilverbons van ƒ 1.— Allen die er nog hebben, kunnen ze mij zenden. Ik neem ze voor de volle waarde aan. Een oude kennis uit Vlaardingen had er ook een voor mij bewaard. Ds. Van Mastrigt uit Harderwijk had een heele som voor mij, ƒ 33.80 van een kerkcollecte. Dat hielp nog eens goed. Ik zat te luisteren naar ds. Van Ingen, tamelijk ver, maar ik kon hem toch goed hooren ; voor mij zat een Oldebroeker, hij gaf mij ƒ 1.— met een briefje, denk er om, „geen naam." Uit Slikkerveer gaf zich iemand op als abonné. Montenberg, uit Leiden, was er ook. Hij gaf mij ƒ 5.—, zijnde ƒ 1.— van den 'heer K., ƒ 1.— van den heer S. en ƒ 3.— uit het busje, van den kleinen Jacob. Ds. Van Ingen van Harderwijk, overhandigde mij een couvert op heden gevonden in de collecte. Ik las daarop : „Aangezien in onze gemeente geen gelegenheid is om iets af te zonderen, zal ik maar gebruik maken van 'den Zendingsdag om met een kleinigheid het Studiefonds te steunen. Van N.N." Toen ik het couvert opende, bleek het ƒ 10.— te bevatten. Ds. Bieshaar bracht een enorme som voor mij mede. Op verschillende tijdstippen en van verschillende personen was hem het volgende overhandigd : van mej. S. ƒ 2.50 ; van N.N. ƒ 5.— ; van F. ƒ 1.— ; van mej. H. ƒ 2.50 ; van D. ƒ 12.50 ; van F. ƒ 2.— ; van N.N. voor belasting f-40.—. (Ik veronderstel dat dit iemand geweest is, die 40 jaar getrouwd was a ƒ 1.— per jaar is f 40.—. Prompt in orde). Nog eens van iemand ƒ 40.— ; van Montenberg'uit Leiden van eenige vrienden ƒ 10.— ; van S. ƒ 2.50, zoodat ik van ds. Bieshaar totaal ontving f 118.—. Geweldig, dat was een verrassing ! Toen ik dat opgeborgen had stond er al iemand achter mij, een vaste klant van den Zendingsdag uit K. Als deze mij ziet, dan heeft altijd het volgende plaats : Hij zegt niets. Geeft mij de hand. Zijn hand verdwijnt dan in zijn zak en komt er met ƒ 2.— uit. Geeft mij weder de hand en verdwijnt zonder een woord te spreken.
Ik vervolg mijn notities en vind : juffr. de Groot, uit Schiedam, de inhoud van het busje, pas twee weken in werking, ƒ 2.—. D. S. uit Berkel geeft zich op als lid van den Bond. Een ander uit Berkel geeft mij ƒ 1.-— voor het Studiefonds. Iemand spreekt mij aan : Penningmeester, ik moet u iets vertellen. Ik rijd op mijn fiets naar het Zendingsterrein. Bij de tol moet ik afstappen en zie daar voor mij op den grond een gulden liggen. Ik raap hem op en nu zou ik u willen vragen wat ik daarmee doen moet. Hoor eens, vriend, als ge dat mij vraagt, dan kunt ge zeker het antwoord wel raden. Dan moet je dit doen. Ge legt er ƒ1.— bij en ge geeft die ƒ 2.— aan mij'. Dat is één voor het Leerstoelfonds en één voor het Studiefonds. En hij deed alzoo.
Iemand uit Alphen aan den Rijn geeft zich op als abonné en een ander, uit die zelfde plaats, als lid van den Bond. Een bekende Veenendaler gaf mij ƒ 3.— en L. v. - F. uit Berkel ƒ 5.—. Ik zie ds. Dekker uit Opheusden in gezelschap van twee personen. Hij komt naar mij toe en zegt : Hier is nu de Penningmeester, die elke week in de Waarheidsvriend schrijft. Wel zoo, zeggen de beide vrienden. Dat doet me genoegen dat ik hem nu eens leer kennen. Dat vind ik aardig. Aardig, aardig, zegt ds. Dekker. Ja wel, maar die kennismaking is niet goedkoop, want ge begrijpt zeker nu wel, dat ge hem iets moet geven voor zijn fondsen. Niet waar, penningmeester ? Ja, dat spreekt van zelf. De eerste kennismaking moet altijd betaald worden en dan wordt zij later op denzelfden voet voortgezet, zei ik. Nu, daar hadden ze niets op tegen. "Ze gaven mij elk ƒ 2.50. De eene was uit Benthuizen en de andere uit Kralingen. Die ds. Dekker kan wel leuk doen ! En zijn dochtertje is een ijveraarster van 'het eerste water. Ik kreeg den volgenden dag een lijst met 26 namen voor proefnummers van de Waarheidsvriend uit Opheusden en met 5 namen uit Kesteren, Ds. Dekker rekent er op, dat ze allen abonné worden. Nu.als dat gebeurt dan zullen we, wel aan de 1000 nieuwe abonné's zijn. Ik zal eens informeeren hoe ver het al is. Ds. de Bruin uit Zeist had nog ƒ 5.— bij zich van zekeren K.
Wij komen aan het eind en ds. Van Grieken gaat de slotrede houden. Ik zit op de helling van de hoogte en naast mij komt een mij onbekende man zitten, tenminste ik kende hem niet. Toen het afgeloopen was, stopte de onbekende mij een rijksdaalder in de hand. Op mijn vraag, waar hij vandaan kwam, zei hij : 't is zoo goed ; en verdween.
Het laatste wat ik ontving was nog een zilverbon van iemand uit Gouda.
En hiermede is deze Zendingsdag weder voorbij. Veel schoons en vele goede, ernstige woorden hebben wij mogen hooren. Oude vrienden hebben mij ontmoet en nieuwe heb ik leeren kennen. Per slot gaat de penningmeester zijn rekening opmaken en dan ziet hij dat alles tezamen op den Zendingsdag, met inbegrip van de giften van' ds. B. uit Den Haag, ƒ 200.— heeft ontvangen. 't Is wel een vermoeiende dag, maar onvoordeelig is hij niet Dat zult ge mij wel toestemmen.
Laten we nu nog eens zien wat de post ons gebracht heeft.
Nijkerk, door ds. Pop ƒ 10.—. „Bij mijn intrede gevonden in de collecte het volgende briefje : Deze gift is een gedeelte van de tiende van iemands inkomen en moet ver deeld worden als volgt : ƒ 10.— voor de armen, ƒ 10.—voor den Geref. Zendingsbond en ƒ 10.— voor het Studiefonds."
Feijenoord, door Jb. Bot ƒ 6.55, zijnde de collecte van drie ledenvergaderingen.
Sommelsdijk, door ds. G. van Montfrans als gevonden in de collecte een gift van ƒ 20.—, waarvan ƒ 10.— voor het Leerstoel-. en ƒ 10.— voor het Studiefonds.
Hazerswoude, van mej. Boudewijn Ruis ƒ 9.25, zijnde de opbrengst van busje no. 73.
Delft, van G. Th. Vollebregt ƒ 2.25 uit busje 191, geplaatst in de fietsenbergplaats.
Delft, ƒ 7.50 aan oude zilverbons van een Delftschen kennis, dien ik in den trein ontmoette en dit mij den volgenden dag deed toekomen.
Zoodoende komt er nog ƒ 55.— bij, zoodat onze kas deze week is versterkt met f 255.
Voor al deze gaven hartelijk dank. Zegene de Heere de gevers en gaven.
De Penningmeester, Arnhem, Pels Rijckenstraat 28.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 augustus 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 augustus 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's