De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

9 minuten leestijd

In „De Nederlander" lazen we onlangs van de hand van W. Jonker Jr. het volgende stukje :

Honger naar Gods Woord in Rusland.

Eenigen tijd geleden deelde ik, onder den titel „Het Morgenrood in Rusland" in dit blad een en ander mede omtrent een geestelijke ontwaking in dit zoo zwaar geteisterde land. Uit latere berichten blijkt, dat Gods Woord in zijn loop niet verhinderd wordt.

Vooral onder de Stundisten, die zooveel om 's Heeren Naam hebben geleden, komt nieuw frisch leven, dank zij vooral den trouwen arbeid van Baptistische broeders. Zoo schrijft bijv. de predikant Kroeker : „Wat ik in mijn arbeid onder de Russische broeders beleefd heb, behoort tot de heerlijkste oogenblikken in mijn dienst. Hier vindt men de voortzetting van de Handelingen der Apostelen. Hoe eenvoudig, zonder vormen zijn de godsdienstoefeningen, en toch, welk een kracht ! Men komt onder den indruk : hier dient men God niet in allerlei vormen, neen, hier oefent men bewust gemeenschap met God."

Vooral springt in het oog de groote eerbied voor Gods Woord en het verlangen om het te bezitten, niet het minst onder den geknechten, armen muschik (kleine boer). Het is echter jammer, dat men .met de Bijbelverspreiding niet kan voortgaan. Er zijn geen ex. meer voorhanden, en nieuwe kunnen niet gedrukt worden omdat er geen papier is. Letterlijk wordt in Rusland bewaarheid wat de profeet Amos (8:11 en 12) zegt: Zie, de dagen'komen, spreekt de Heere Heere, dat Ik eenen honger in 'het land zal zenden ; niet eenen honger naar brood, noch dorst naar water, maar om te hooren de woorden des Heeren ; en zij zullen zwerven van zee tot zee en van het Noorden tot het Oosten ; zij zullen omloopen om het Woord des Heeren te zoeken, maar zullen het niet vinden."

Aangrijpend en van beteekenis is de brief, dien de hoofd-ingenieur Prohanov, te Petrograd, een der leiders van de geestelijke ontwaking in Rusland, schreef aan den Duitschen zendings-inspecteur Jack. Deze brief is een merkwaardig document uit de geschiedenis van het Godsrijk. Ik ontleen er het volgende aan :

„Bij ons in Rusland is de voorraad Bijbels uitgeput. Nieuwe uitgaven drukken is onmogelijk, want er is geen papier. Kunnen gij, br. Kroeker, Schmidt en anderen niet met elkander overleggen, of het ook mogelijk is in Duitschland, Zweden, Zwitserland, Engeland en Amerika een millioen Bijbels in zakformaat, N. Test. en Evangeliën te laten drukken en met toestemming der Sovjet-Republiek naar Rusland te zenden ! Wij wilden voor. dit doel wel naar Duitschland komen, maar het is ons onmogelijk. Wanneer de Bijbels er eerst maar zijn, zullen wij er wel voor zorgen toestemming tot invoer te krijgen. Wij verwachten alles van uwe werkzaamheid in deze aangelegenheid. Hier is een groote honger naar Bijbels en Evangeliën. Wil in deze handelen. Wij zullen betalen wat de Bijbels kosten."

Tot zoover de schrijver. In ons goede vaderland heeft men gedaan en doet men nog, wat mogelijk is om hongerige kinderen uit Midden-Europa te voeden. In Rusland is een honger naar Gods Woord. Hoe heerlijk zou 't zijn, als wij mede dien honger konden stillen (zie Matth. 25 : 35). Indien eenige (of vele) Christenen de handen eens inéén sloegen ! Het Ned. Bijbelgen, heeft Russische N. T. in voorraad.

De Amsterdamsche kerkeraad — waarschijnlijk zullen enkele Amsterdamsche predikanten wel de opstellers zijn — heeft een adres verzonden aan alle kerkeraden, waarin gevraagd wordt adhaesie te betuigen inzake een anti-processie-beweging. Heel forsch is de taal van dat adres en heel klofek doet men een beroep op art. 36 onzer Ned. Geloofsbelijdenis, alsof op dit terrein van geen moeilijkheden sprake is. En zoo worden de zwaarste problemen dan ook met één handbeweging opgelost!

Ds. J a n s e n, de bekende Legerpredikant te 's Gravenhage, schrijft' in „De Wekker" het orgaan der Chr. Geref. Kerk, over die Amsterdamsche circulaire en art. 36 van onze Ned. Geloofsbelijdenis. We nemen zijn (vervolg) artikel hier gaarne over, omdat er verscheidene rake dingen in gezegd worden, die de overweging wel waard zijn.

Het artikel luidt:

De kerkeraad verklaart, „dat hij belijde op grond van datzelfde woord, in aansluiting aan de Belijdenis der Vaderen, dat de Overheid als Gods dienaresse de roeping heeft op haar, d.i. op publiekterrein te weren alle afgoderij en valsohen godsdienst ; dat zij gehoorzaamheid heeft te vorderen voor haar wettig gezag, opdat ieders recht en in de eerste plaats d a t v a n God geëerbiedigd zij." Ik vermoed dat de kerkeraad hier een beroep doet op art. 36 van onze Ned. Geloofsbelijdenis. Ik vermoed zeg ik, want heel duidelijk is het mij niet. Dat zal blijken als wij art .36 vergelijken met hetgeen de kerkeraad hier als de taak der Overheid beschrijft. In art. 36 waarin van het ambt der Overheid wordt gehandeld lees ik, :

„En hun ambt is, niet alleen acht te nemen en te waken over de politie, maar ook de hand te houden aan den heiligen kerkedienst om te weren en uit te roeien alle afgoderij en valschen godsdienst, om het rijk van.den anti-christ te gronde te werpen en het Koninkrijk van Jezus Christus te doen vorderen, het Woord des Evangelies overal te doen prediken, opdat God van een iegelijk geëerd en gediend worde, gelijk Hij in Zijn Woord gebiedt".

Men weet dat de Geref. Kerken dit deel uit art. 36 hebben geschrapt en tot nog toe verzuimd hebben er iets anders voor in de plaats te stellen. Maar dit daargelaten. Ieder heeft kunnen zien, dat in art. 36 heel wat anders aan de Overheid wordt opgedragen dan de kerkeraad van Amsterdam er aan opdraagt.

De kerkeraad heeft eigenmachtig de roeping der Overheid volgens art. 36 gewijzigd en beperkt. Want art. 36 spreekt niet alleen van afgoderij maar ook van allen valschen godsdienst. Niet alleen van weren, maar ook van uitroeien, ja zelfs „om het rijk van den anti-christ te gronde-te werpen", terwijl art. 36 de onderscheiding van publiek en afgezonderd terrein, van terrein dat buiten en dat binnen de kerkmuren gelegen is, absoluut niet kent. Als men zich op de belijdenis beroept best, maar dan hebbe men ook den moed om de belijdenis te aanvaarden zooals zij daar ligt en toetepassen in den geest en naar de bedoeling der opstellers. Nu heeft de kerkeraad art. 36 pasklaar gemaakt voor zijn anti-roomsche propaganda en daartegen gaat ons protest. Als wij de Over heid zien in het licht van art. 36, dan moet zij niet alleen optreden tegen de processies maar ook tegen de mis, niet alleen tegen de afgoderij buiten, maar ook binnen de kerkmuren. En dan moet zij de afgoderij niet alleen weren maar uitroeien. Zij moet onzen vaderlandschen bodem zuiveren van alle afgoderij en derhalve beginnen met aan de Roomschen de uitoefening van hunnen openbaren eeredienst te verbieden, gelijk zij in 1834 den vaderen der scheiding het samenkomen verboden heeft. Maar dat niet alleen, zij moet dat zelfde ook doen jegens den valschen godsdienst want de belijdenis maakt terecht onderscheid tusschen afgoderij en valschen godsdienst. De Overheid zou dus alles wat zich in onze dagen als godsdienst aandient maar geen godsdienst is moeten weren en uitroeien, ja zij zou tegen het rijk van den Antichrist moeten optreden om dat tegronde te werpen. Ik vermoed dat de kerkeraad teruggedeinsd is voor de consequenties van art. 36, want dan kwam er misschien in eigen kerkgenootschap voor de Overheid nog werk in overvloed. Maar het is niet toelaatbaar dat men de houding aanneemt alsof men ernst maakt met de belijdenis, en tegelijkertijd de belijdenis zoo verdraait en verzwakt dat onze vaderen haar niet meer zouden herkennen. Zoo strooit men de groote menigte die de dingen niet nader onderzoekt, maar ze een voudig gelooft, zand in de oogen en verzwakt te gelijker tijd zijn eigen standpunt. Dat standpunt is het onze niet, wij willen niet marchandeeren met de belijdenis zooals de Amsterdamsche kerkeraad doet en daarom steunen wij hem niet in zijn motie. Die motie helpt ons van den wal in de sloot en zij bewijst m.i. afdoende, dat wij op deze wijze en met deze motieven de processies niet kunnen keeren. Daarbij komt nog iets. Dr. Kromsigt heeft in „De Gereformeerde Kerk" van 21 Juli een naschiift aan deze motie toegevoegd en ik zou haast zeggen, daarin komt de aap uit de mouw. Hij zegt :

Het is een hooge eere voor onze Hervormde Kerk, de veel gesmade, dat zij door God verwaardigd is om in deze onzekere en gevaarlijke tijden te staan op de bres en nog tijdig te waarschuwen. Moge zij ook verder getrouw blijven en mocht zoo dit alles nog een sein wezen van nieuwe ontwaking en hereeniging van dat gescheurd ligt, maar nochtans één leven kent.

Het gaat met onze Kerk in deze als eens met Paulus „door kwaad gerucht en goed gerucht", zoowel van rechts als van links (wie het ziet, hij merke er op !), maar zij mag er ook bijvoegen, tot verbazing van vriend en vijand saam : „Stervende, en ziet, wij leven !"

"Ik kan mij niet voorstellen, hoe een man, als dr. Kromsigt, die de toestanden en verhoudingen in-zijn eigen kerk grondig kent, zoo iets kan schrijven. Hartelijk wenschte ik dat zij inderdaad eens getrouw worden mocht, want dan zou zij zien hoeveel valschen godsdienst er in haar eigen midden moest uitgeroeid worden. Voor mij is de Ned. Herv. Kerk in haar tegenwoordige organisatie, die geloof en ongeloof, Christus en Belial vereenigd houdt, de groote sta-lnden-weg-, die alle gezonde actie op godsdienstig en staatkundig gebied belet. En het nu te doen voorkomen als of deze Kerk in onze dagen op de bres staat om tijdig te waarschuwen, getuigt van een zoo groote mate van zelfgenoegzaamheid, dat hij niet eens meer in staat is om te zien, wat God buiten de muren der Herv. Kerk in den loop der jaren heeft gewrocht.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's