De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

10 minuten leestijd

Geleuter over zondeval enz.

In het „Hervormd Zondagsblad" voor Friesland lazen we een artikel waarboven stond : „Geleuter over zondeval en afwassching, etc." Wellicht begrijpt men niet aanstonds waarover dat handelt, maar het wordt spoedig duidelijk, als we het volgende mededeelen.

In „De Hoeksteen", godsdienstig vrijzinnig weekblad voor Zuid-Holland (de vrij­zinnigen zijn waarlijk „de hoeksteen" voor de Kerk en voor het godsdienstig leven !) schrijft iemand .over een door hem bijgewoonde doopsbediening in de Luthersche Kerk te Rotterdam en geeft daarvan de volgende beschrijving :

„Bij de doopsbediening hoorde ik gelukkig dat vloekformulier niet. Na zijn' toespraak reikte de prediker, die van den kansel was gekomen den ouders de hand, daarna speelde het orgel een allerprachtigst voorspel, dat de predikant staande aanhoorde, om zijn plaats op den kansel in te nemen toen de gemeente lied 208 Ned. Prot. Bond, toch zeer toepasselijk, zong.

Mij dunkt, dat zulk een doop meer indruk maakt dan geleuter over zondeval en afwassching etc."

Voorwaar, een levendige, aanschouwelijke beschrijving van een vrijzinnige doopplechtigheid.

Geen lezen van dat vloekformulier — maar een toespraak en dan een van den kansel komen van den dominé, die beneden aan den voet van den preekstoel vader en moeder (of moeder en vader) een hand geeft ; waarna het orgel invalt en de gemeente zingt :

Het huis is rijk, dat blij op kroost mag roemen ; Maar eigen 'kroost ook kindren Gods te Wat vréug; d' is aan'dat'heil gelijk?

Wat wordt van 't kind, het kind van zwakt' en zonde Wanneer het niet van 's levens eerste stonde In U, o God ! een Vader vindt ? 

Wij willen saam God voor dien zegen • prijzen En ons gebed zal voor die kindren rijzen „O Vader, heilig z'in Uw naam !"

En van zulk een doop wordt dan getuigd, dat zij meer indruk maakt dan geleuter over zondeval en. over afwassching etc.

Nu is „geleuter" nooit indrukwekkend en stichtelijk.

Handjes geven door een domine in toga, die deftig van den preekstoel komt en recht op mevrouw of meneer toeschiet is ongetwijfeld indrukwekkender dan leutertaal uit te stooten en leutertaai aan te hooren.

Misschien zijn er nog wel meer dingen te bedenken door een dominé die indrukwekkend en stichtelijk zijn, dan handjes geven en staande te luisteren naar het orgel en staande een lied te zingen.

Wellicht dat zulke dingen ook spoedig vervelen en dat dan weer iets anders komt, dat nóg „echter" is.

Maar daar gaat het mi niet om.

Hier zegt een vrijzinnig (Hervormd) man, dat hij bij een orthodox dominé ter catechisatie geweest is en belijdenis gedaan heeft maar toen later door de gereformeerd heid der Kerk uit de Kerk gebannen is — en dat hij zich nu gelukkig achtte bij een doopsbediening niet het vloekformulier te hooren en niet te moeten luisteren naar dat geleuter over zondeval en over afwassching etc. 

Een gewezen-orthodöx Hervormd mensch die' tot de hoogte van de vrijzinnige belijdenis is opgeklommen, noemt het doopformulier dus een vloekformulier.

En over zondeval te praten noemt hij geleuter.

Eveneens als er gesproken wordt over afwassching der zonde en vernieuwing des levens. We hebben dat meer bij de hand gehad.

Als het gaat over de hoofdsom van de leer des heiligen Doops, begrepen in deze drie stukken : eerstelijk, dat we met onze kinderen in zonden ontvangen en geboren en daarom kinderen des toorns zijn, zoodat we in het rijk van God niet kunnen komen, tenzij we van nieuws geboren worden — dan wordt een vrijzinnig mensch kriebelig en boos. Is dat nu «en oordeel over een fatsoenlijk mensch, die in eer en deugd geboren is !

En als dan geantwoord moet worden op de vraag : hoewel onze kinderen in zonden ontvangen en geboren zijn en daarom aan allerhande ellendigheid, ja, aan de verdoemenis zelve onderworpen enz. — dan loopt het heelemaal mis bij een fatsoenlijk vrijzinnig mensch en hij weigert pertinent om te antwoorden.

Welk vader laat nu ook zoo iets van een fatsoenlijk kind getuigen ?

God heeft alle oorzaak om trotsch te zijn op z'n vrijzinnige vereerders, en zou men dan gaan spreken van zonde, verlorenheid, onreinheid, vloek?

Neen — dat geleuter ; dat kletsen over zondeval en over wassching, dat moet maar uit zijn. We leven nu in een heel andere wereld dan 300 jaren geleden.

Toen moest God zich misschien schamen over de menschen die geboren werden.

Nu kan Hij er trotsch op zijn op degenen die het aardrijk vervullen

Het maakt op ons een eigenaardigen indruk, als men ons doopformuHer een vloekformulier noemt.

„Want als wij gedoopt worden in den naam des Vaders, zoo betuigt en verzegelt ons God de Vader, dat Hij met ons een eeuwig verbond der genade opricht, ons tot Zijne kinderen en erfgenamen aanneemt, en daarom van alle goed ons verzorgen en alle kwaad van ons weren, of ten onzen beste keeren wil."

Het treft ons pijnlijk, als men spreekt van „geleuter over zondeval, en over afwassching etc." • . •

Geleuter

„En als wij in den naam des Zoons gedoopt worden, .zoo verzegelt ons de Zoon, dat Hij ons wascht in Zijn bloed van al onze zonden, ons in de gemeenschap Zijns doods en Zijner wederopstanding inlijvende, alzoo dat wij van onze zonden bevrijd en rechtvaardig voor God gerekend worden "

En 4at noemt men dan „geleuter".

Wat staat er dan in onzen Bijbel veel „geleuter"' over zondeval, over dood in zonden en misdaden, over onreinheid, over afwassching der zonden in het bloed van Christus, over het bad der wedergeboorte, over vernieuwing des harten, over het overgezet worden uit de duisternis In Gods won derbaar licht, over het verlossen uit den dood en het brengen tot het leven, over kinderen des toorns en over erfgenamen des eeuwigen levens, waarbij een arm zondaar in den rijken Christus alles vinden mag, om „om niet" te worden gerechtvaardigd in Christus voor God, zonder de werken der wet.

Wij meenden, dat het eerste stuk dat een menschenhart moet leeren kennen — een menschenhart — het stuk der ellende was. Arm, verloren zondaar worden, om te worden gebracht tot de aanschouwing van het heil in Christus en het ingeleid worden in de kennis der zaligheid.

Maar dat spreken over den zondeval is geleuter.

Dat spreken van de afwassching der zonden en de vernieuwing des levens is geleuter.

En het prachtige vloekformulier. is een doopformulier.

Wat komt men toch op een voetstuk te staan als men vrijzinnig Hervormd wordt !

Dan is al dat oude gedoe der orthodoxie geleuter.

En God mag trotsch zijn op zoo'n geslacht, dat in nieuw, modern, gewaad wandelt voor Zijn aangezicht.

Staat er ook..nog niet zoo iets in den Bijbel van een tollenaar die opgmg naar den tempel ?

En was er nog niet een ander ook, die naar den tempel ging en vlak vooraan stond toen?

We lezen dan óok nog iets over de wijze, waarop ze naar huis terugkeerden

Verdraagzaamheid.

We hebben er reeds melding van gemaakt, dat in Leeuwarden een confessioneel predikant gezocht wordt, die verdraagzaam is. Iemand die niet verdraagzaam is, wil de meerderheid van het Kiescollege, onder aanvoering van den evangelischen dominé Pothoven staainde, niet hebben.

Nu is verdraagzaamheid leeren nog iets anders dan verdraagzaam zijn.

Dat bew^ijst ook Leeuwarden weer.

Want op Zondag 11 Sept. preelcen daar 3 predikanten, waarvan de een modern en de twee anderen evangelisch zijn.

De evangelische dominé Klein Wassink heelt dan de vacaturebeurt-Groot Enzerink. En nu hebben de confessioneelen hem gevraagd deze vacature-beurt aan hen over te geven, opdat dan de orthodoxe ds. Briët van Utrecht in eert van ide Kerken kan optreden en het rechtzinnig deel der gemeente kan opgaan onder de prediking van dien Hervormden dominé. Maar neen, hoor ! De evangelische dominé Klein Wassink heeft geweigerd aan dat verzoek te voldoen en zoo zullen nu 11 Sept. één modern en twee evangelische predikanten de beurten in de Kerk vervullen en de orthodoxen moeten naar de concert-zaal Schaaf gaan, waar ds. Briët zal optreden.

Dat is nu verdraagzaam !

Want 6f de prediking van de evangelischen is gelijk aan de prediking van de orthodoxen óf ze verschilt in wezen van elkaar.

Is ze gelijk, dan kan ds. Klein Wassink gen^akkelijk z'n beurt afstaan aan ds. Briët. wat hij niet belieft te doen.

En is de prediking in wezen verschillend — dan is het onverdraagzaam een groot deel van dé gemeente voor 't hoofd te stoeten en buiten de Kerk te houden.

Zulk een onverdraagzaamheid duldt men in anderen niet, en zelf gaat men voor onverdraagzaam te zijn !

Een vergissing.

Volgen*
Verslag in »De Nederlander* moet dr. Weyland, uit Veere, president der Synode, bij de behandeling van het reglement op de filiaai-gemeenten gezegd hebben „dat hem in de Ned. Herv. Kerk altijd bekoord heeft, dat er geloofsvrijheid is ! Hij gelooft, dat de verschillende geestesstroomingen van .God gewild zijn."

Hier is blijkbaar een vergissing.

Een voorzitter van de Synode der Ned. Herv. Kerk, een orthodox man, die zegt dat er geloofsvrijheid in de Kerk is, en die dat zegt, als er op aangedrongen wordt dat vrijzinnigen en orthodoxen vrij naast en met elkaar zullen mogen en kunnen wonen in het midden der Herv. Kerk — die is óf niet op de hoogte van de geschiedenis onzer Herv. Kerk. En dan moet men zoo'n man, vooral van orthodoxe zijde, niet als president kiezen.

Of als hij op de hoogte is van de geschiedenis en dan toch zóó spreekt, dan is hij niet te vertrouwen, vooral door de orthodoxen niet.

Een eenvoudig Hervormd gemeentelid van eenige ontwikkeling en eenige ervaring weet dat in de Herv. Kerk in wezen overeenstemming moet zijn in deze .belijdenis : Jezus Christus, overgeleverd om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.

Dat Evangelie van Jezus Christus moet de kerk en de inhoud zijn van alle prediking.

Dat moet uitkomen in aller gebed, ih aller woord, in aller lied ; bij de prediking, bij de sacramentsbediening ; op de gewone Zondagen en op de feestdagen ; op Oudejaarsavond en op .Hervormitigsdag ; altijd en overal.

En het staat niemand vrij in wezen daarvan af te wijken.

Noch de lidmaten, noch de godsdienstonderwijzers, noch de predikanten, noch de ouderlingen, noch de leden van het Classicaal en Provinciaal Bestuur, noch de leden der Synode, noch de president mogen daarin fraudeeren.

Een in dat Evangelie.

Het Evangelie van Jezus Christus,

Het Evangelie des kruises.

Het Evangelie, kortelijk saamgevat in de 12 geloofsartikelen ; breeder ontwikkeld in den Catechismus ; nader omschreven in de 37 art. der geloofsbelijdenis en de 5 leerregels van Dordt ; de leer onzer Herv. Kerk genoemd, rondom welke alle Hervormden, alle echte zonen en dochteren der Reformatie met Luther, Calvijn en Zwingli zich te scharen hebben, om tegelijk te protesteeren tegen elke afwijking van die leer der zaligheid, waarbij Gods Woord ons tot gids en tot toetssteen is.

Ook een president der Synode kan zich vergissen.

Dat zien we ook nu weer.

En dan moet het maar eens even gezegd worden, om der waarheid wil en om de wille van onze Herv. Kerk, waarmee nu lang genoeg gesold is, ook door menschen, die zich orthodox noemen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 september 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 september 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's