De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

14 minuten leestijd

Wij meenen goed te doen hier over te nemen het breede verslag van de „N. Rott.

Courant", handelend over een vergadering, welke de Raad van Beheer gehouden heeft te Hengelo en Zwolle. Kerkvoogdijen en Kerkeraden, mitsgaders predikanten stellen er zeker belang in en ook leden van de gemeente zullen er wel een oog in willen slaan

Het verslag luidt aldus :

Raad van Beheer.

De raad van beheer heeft te Hengelo 1 dezer met kerkvoogdijen en kerkeraden uit de classis Deventer, en 2 dezer met die uit de classes Zwolle en Kampen vergaderd.

Aanwezig waren van den Raad van Beheer D. Bloemers, mr. W. J. Koppius en de directeur, mr. Bartels.

Na opening van de vergadering door den heer Bloemers schetst mr. Koppius den toestand der predikantstractementen vóór den oorlog. Die bedroevende toestand viel in de oorlogsjaren des te erger op. Toen is een actie tot verbetering begonnen. Maar wie waren het die daarmee aanvingen ? Niet de leden der kerk, of de kerkvoogden, maar tot onze beschaming zijn de predikanten daar zelf mee moeten beginnen en moest de Synode de zaak aanvatten omdat de kerkvoog den over het algemeen stil zaten. De Synode heeft toen een reglement gemaakt, in overleg met de beheerscolleges voorzoover dit mogelijk was. Spreker zet daarna het systeem van het reglement uiteen. Het is nu de groote taak om dit reglement ter kennis te brengen van de leden der kerk. Over één punt zijn allen het thans wel eens, n.l. dat de traktementen nog veel te laag zijn, doch over de wijze waarop die traktementen moe ten worden verbeterd en dus over het reglement zelf, zijn de gevoelens zeer verdeeld.

Sommigen gaan zelfs zoo ver, te zeggen : wij doen niet mee. Doch dat laatste kan niet Het wettig tot star»d gekomen reglement behoort uitgevoerd en nagekomen te worden, anders is er in de kerk geen ordelijke samenwerking meer.

Het voornaamste bezwaar, dat ook de heer ten Bosch c.s. naar voren hebben gebracht, betreft de geldigheid van het reglement, omdat dit het beheersrecht der kerkvoogden zou aantasten. Spreker erkent, dat de Synode het recht niet heeft om in te grijpen in het beheer der kerkvoogden. Doch met dit reglement heeft de Synode niet ingegrepen in het beheer. Dit laatste wordt door spreker aldus toegelicht: de Raad van Beheer stelt op grond van de verkregen gegevens den aanslag vast voor elke gemeente Maar hoe die gemeenten de gelden willen vinden, daarmee bemoeit de Raad van Beheer zich niet. Ook het Rijk informeert naar de inkomsten der burgers en zendt hun een aanslag, zonder zich ermee te bemoeien, uit welke bron van inkomsten de belastingplichtigen het geld ter betaling vinden. Precies zoo staat het met den Raad van Beheer. Niemand zal het rijk beschuldigen in te grijpen in het beheer der ingezetenen en zoo is ook onjuist de bewering dat dit reglement ingrijpt in het beheer der gemeenten. De kerkvoogden blijven even vrij in hun'beheer als zij nu zijn ; met hunne interne aangelegenheden bemoeit zich de Raad van Beheer niet.

Spreker wijst er dan verder op, dat in het veel bestreden reglement geen enkel dwang middel staat. Natuurlijk niet, want de Synode heeft zulk een middel niet. Paste ze wel eeii dwangmiddel toe, dan zou ze wel ingrijpen, nu ze het niet doet grijpt ze ook niet in in de rechten der kerkvoogden. In een ander reglement, n.l. dat op de vacaturen, dat een onbestreden bestuursreglement is, heeft de Synode bepaald, dat geen predikant zal worden beroepen, indien de stortingen niet behoorlijk zijn voldaan.

Met dit strafmiddel dweept echter niemand, allerminst de Synode, maar waar de leeken hun plicht niet deden, moest de Synode ingrijpen en waar er een strafmiddel moest zijn voor de gemeenten die niet betalen, bleef er voor de Synode geen ander middel over. Juist door dit middel echter heeft de Synode getoond zich bewust te zijn niet te hebben ingegrepen in de rechten der gemeenten:

De actie van denveer ten Bosch c.s. heeft volgens spreker geen levensvatbaarheid. Dit werk is zóó moeilijk en omvangrijk, dat daar voor dadelijk geld, menschen en een vaste organisatie noodig is. Spreker weet, hoe hard door het bureau wordt gewerkt. Provinciale actie is een onding, vooreerst om-, dat provincies als Noord-Brabant en Limburg dan geheel achterop "komen en vervolgens omdat daardoor de saamhoorigheid in de Kerk wordt verloochend. Spreker betreurt zeer de actie der heeren ten Bosch c.s.

Het is goedkoop en gemakkelijk genoeg om te, zeggen : geen formulieren invullen en niet betalen. Vooral dat laatste slaat natuurlijk in. Doch daarmee - wordt de Kerk niet gediend noch onze predikantenstand geholpen ; bovendien geeft het den onwilligen een schijnargument om aan betalen te ontkomen.willen deze heeren hunne actie hoog houden, dan moeten ze langs ordelijken weg veranderingen in het reglement voorstellen, maar intusschen het reglement erkennen, zoolang het kracht heeft. In wettige banen geleid zal hun verzet respect wekken.

Nog eenmaal legt spreker er nadruk op, dat de Synode niet heeft willen ingrijpen in het beheersrecht, anders had nóch spreker nóch een van de andere leden van den Raad van Beheer, die kerkvoogden en leden of oud-leden van colleges van toezicht zijn, hunne benoeming willen aanvaarden.

Wat betreft 't bezwaar van het richtingsverschil in onze Kerk, wijst spreker er op, dat de leidende organen der richtingen hebben aangespoord om het reglement te helpen uitvoeren en niet op dien grond voor het' lidmaatschap der Kerk te bedanken.

Men wil die belangrijke zaak niet vastkoppelen aan het reglement op de predikantstractementen, maar deze afzonderlijk behandelen. Dit acht spreker zeer bemoedigend.

Het bezwaar betreffende de onverschilligen, dat zij zouden bedanken voor hun lidmaatschap, indien zij tengevolge van dit reglement meer moeten betalen, acht spreker zeker niet overwegend. Hij was van 1895 tot 1919 lid van het Prov. College van Toezicht in Groningen, heeft de invoering van kerkelijken hoofdelijken omslag in vele gemeenten medegemaakt en gezien hoe weinigen bedankten. De meesten zagen het belang van het kerkelijk leven toch wel in.

Wij zijn echter niet gewend iets voor de Kerk te betalen, en dat moet anders worden.

Nog komt spreker even terug op de bepaling in het reglement op de vacaturen — het dwangmiddel. Dit wordt niet toegepast op onmachtigen, maar enkel op onwilligen, dezen behoeft men óók in een kerkgenootschap niet te zacht te behandelen. De kerkvoogden die onwillig zijn, laden groote verantwoordelijkheid op zich tegenover de gemeente, tegenover hun predikant èn tegenover hunne opvolgers-kerkvoogden. Spreker eindigt met allen tot medewerking op te wekken.

Na deze inleiding volgde zoowel te Hengelo als te Zwolle een levendige bespreking.

De eerste die te Hengelo het woord vroeg, was ds. Planten, te Goor. Deze vroeg, wat er gebeuren moest indien een gemeente aan haar predikant alles geeft vvgt het reglement hem toekent. Zulk een gemeente, antwoordt mr. Koppius, is in gebreke. De gemeente behoort te betalen aan de centrale kas, geheel daargelaten van de vraag, hoeveel die gemeente aan haren predikant betaalt. De heer Bloemers voegt er nog bij, dat zulk een gemeente, indien ze onwillig is aan de centrale kas bij te dragen, later geen nieuwen predikant zal krijgen indien zij niet al haar achterstallige aanslagen alsnog heeft betaald. Niet al te spoedig zal een gemeente beschouwd worden onmachtig te zijn, maar dat zal de Raad van Beheer zoo eerlijk mogelijk uitmaken.

Het gaat — aldus de heer Bloemers — niet om een bepaalden plaatselijken predikant, maar om het corps der predikanten, waaruit de plaatselijke predikant immers moet voortkomen. Het ondoordachte advies van den heer ten Bosch om niet aan de centrale kas, maar aan den eigen predikant alles te betalen, breng^t op den duur de gemeenten in groote en onoverkomelijke moeilijkheden. In verband met de discussie Planten-Bloemers vraagt de heer Frijling uit Bathmen om eene uitlegging van art. 26.

De heer Bloemers zegt: „art. 26 voorziet in de gevallen, dat het tractement vóór 1 Juli 1920 voor den dienstdoenden predikant gebracht is boven het voorgeschreven minimum aanvangstractement en behandelt dus een uitzonderingsgeval." Hij acht in het systeem van het reglement volstrekt onnoodig om den termijn van 1 Juli 1920 (aft. 26) alsnog te verlengen ; overigens verwijst hij voor de toepassing van art. 26 naar Bericht no. 1 van den Raad, dat dienaangaande duidelijke inlichtingen geeft. Laat men, zegt hij, eenvoudig het reglement toepassen en ten aanzien der tractementen geen plaatselijke kunstjes meer uithalen. Met deze laatste lossen wij geen groot vraagstuk op. De heer Frijling vraagt: „wanneer treedt de dwangmaatregel van art. 41 reglement op de vacaturen in werking ? " Nu dadelijk reeds, zegt de heer Bloemers. Bij vacature zullen de gemeenten met onwillige kerkvoogdijen dat bemerken.

De heer Hiebendaal (Hengelo) vraagt, wanneer een gemeente beschouwd zal worden onmachtig te zijn. Niet al te spoedig, zegt de heer Bloemers ; maar dat zal zoo eerlijk mogelijk de Raad van Beheer uitmaken. In dit verband leest de heer Bloemers voor, wat mr. Barbas in de „N.R. Crt." van 30 Aug. j.l. Ochtendblad A, heeft geschreven. Ten onrechte merkt z.i. mr. Barbas op, dat bij strenge toepassing van het reglement de kerkvoogden zullen moeten kiezen óf om te wijken voor den drang van den Raad van Beheer, óf om te weigeren aan den aanslag te voldoen. Maar hij vergeet, dat reglementair de" Kerk voor die keuze niet gesteld kan worden, omdat de Raad van Beheer naar draagkracht moet aanslaan. Op grond van onmachtig te zijn, zal nimmer een kerkvoogdij behoeven te weigeren zich aan het reglemept te onderwerpen. Onmachtige kerkvoogdijen worden niet aangeslagen en zou de Raad dit tóch doen, dan vergist hij zich of doet zijn werk niet goed.

De heer Smit, van Tubbergen, komt op voor de kerkvoogdijen, die iniet arm en die niet rijk zijn. Hij vraagt of het voornemen bestaat, alle gemeenten bij de vaststelling der aanslagen in klassen te verdeden ? De spreker acht dit niet mogelijk en in ieder geval het reglement kent ook geen klasseindeeling.

De heer Bloemers deelt den spreker mede, dat geen indeeling in klassen zal plaats hebben, maar dat iedere gemeente zal worden aangeslagen nadat te haren aanzien is rekening gehouden met de factoren, die naar art. 9 haar draagkracht bepalen. Dit is een groote arbeid, maar de Raad zal dienaangaande stipt overeenkomstig het reglement handelen.

De heer v. d. Flier uit Ootmarsum zegt : welke rechtsgrond bestaat er om in den aanslag rekening te houden met de draagkracht der leden?

Mr. Koppius antwoordt; dat op dit punt de rechtspraak van onze kantonrechters niet overal gelijk is. Het arrest van den Hoogen Raad van 1912 heeft op dat punt nog geen eenheid gebracht. Echter schrijft art. 9 voor, dat met de draagkracht der leden rekening gehouden moet worden.

De heer Zandvoort, van Borne, verklaart, dat zijn kerkvoogdij reeds nu heeft willen trachten aan het reglement te voldoen.

Haren nieuw beroepen predikant heeft zij een tractement toegezegd overeenkomstig 't reglement, ook al wordt dit nog niet geheel uitgevoerd.

Doch nu vraagt Borne : zal, als 't reglement uitgevoerd wordt, de predikant zijn recht ook geheel ontvangen als wij, kerkvoogden, aan de centrale kas betalen, waartoe wij verplicht zijn ?

De heer Bloemers verwijst met waardeering voor den goeden wil, dien Borne getoond heeft, naar den inhoud van Bericht no. 1, hetwelk uitvoerig over de kwestie handelt, zooals Borne bedoelt.  Bepaalde toezeggingen zal de Raad van Beheer niet kunnen doen, zoolang men niet weet, hoeveel geld er zal binnenkomen.

De heer Lucas, uit Hengelo, heeft van den president-kerkvoogd in Den Haag gehoord, dat Den Haag niet zal medewerken. Is bij weigering dan wel die dwangmaatregel van de Synode door te voeren ?

De heer Bloemers acht eene weigering zedelijk niet geoorloofd. Evenals wij allen, is ook de Haagsche kerkvoogd vrijwillig lid geworden vn de Kerk ; en op den ochtend, dat hij bevestigd werd, heeft hij plechtig beloofd aan de verordeningen der Kerk te zullen gehoorzamen. Is die kerkvoogd en zijn die vele anderen dat vergeten ? De kerkvoogdij van Den Haag neemf eenvoudig zoo handelende, een revolutionaire houding aan. Vrijwillig is men in de Kerk gekomen en men heeft daarbij beloofd den bloei der Ned. Herv. Kerk te zullen bevorderen „met opvolging van hare verordeningen." Naar aanleiding van het door den heer Lucas uit Hengelo gesprokene merkt mr. Bartels op : De uitdrukking „geld uit de gemeente gaan" is ook geheel onjuist en oneconomisch gedacht. De centrale kas is de fondsvormiiug, waarin de kerkvoogdijen hun premies storten en waardoor gedekt wordt de geldelijke risico van het ouder worden van de predikanten en het toenemen van hun gezin. Dit is zuiver wetenschappelijk gedacht en volkomen op dê hoogte van onzen tijd. Het is plaatselijke kortzichtigheid om te zeggen, dat op die wijze „geld uit de gemeente gaat." Deze gemeenschappelijke fondsvorming is de absoluut noodzakelijke en eenige vorm, waardoor de predikanten naar leeftijd en omvang hun huisgezin kunnen worden bezoldigd.

Hierna sluit ds. Planten, van Goor , de vergadering met dankzegging.

Te Z w o 11 e vroeg ds. Matzer van Wijhe, na dank gebracht te hebben aan de leden van den Raad van Beheer voor al de moeite die zij zich getroosten, naar de mogelijkheid voor kerkvoogden om een gedeelte "van het surplus boven het minimum-tractement te verrekenen met hunne bijdrage aan de centrale kas.

De heer Bloemers verwees hem naar de circulaire : Bericht no. 1. Door ds. Goedhard van Windesheim, wordf er op gewezen, dat de zaken van beheer en bestuur soms ten zeerste in elkaar grijpen, b.v. wanneer kerkvoogden aan onwillige betalers schrijven : betaal of bedank. Die laatste aansporing mag toch niet van kerkvoogden uitgaan. En waarom zouden dan op kerkvoogden geen tuchtmaatregelen toepasselijk gemaakt mogen worden ? Zij zijn toch leden der Kerk, die als zoodanig hun plicht moeten doen. Verder vraagt hij naar de normen vanj, ^den aanslag. Mr. Koppius antwoordt, dat van tuchtmaatregelen tegen kerkvoogden geen sprake kan zijn, omdat niet kerkvoogden, maar gemeenten worden aangeslagen. De aanslag wordt geadresseerd aan den kerkeraad. Wil eene vereeniging in de gemeente den aanslag betalen, dan zal de Raad van Beheer zich daarmede niet bemoeien. Wat de normen van den aanslag betreft, merkt de ingevulde vraaglijsten en voorts andere informaties naar de draagkracht der gemeenteleden. Ook al zou nu door gebrek aan tijd de juistheid daarvan een enkel maal te kort schieten, zoo kan uitgebreide controle dit spoedig verbeteren.

Ds. Cramer van Raalte deelt mede, dat de president-kerkvoogd zijner gemeente tegenwerkt en vraagt, of het Provinciaal College van Toezicht geen invloed kan aanwenden. Vervolgens stelt hij de vraag hoeveel gegevens de Raad van Beheer heeft.

Hoeveel van kerkvoogden en hoeveel van kerkeraden, en hoe ooit de som te betalen zou zijn welke ingehaald moet worden, indien de kerkvoogdij jaren lang weigerde mede te werken. Mr. Koppius antwoord : het Prov. College van Toezicht wende moreelen invloed aan. Voor het bedoelde groote belang zou de gemeente een leening kunnen aangaan. De heer Bloemers voegt hieraan toe, dat tenslotte een gemeente de kerk voogden' heeft, die ze zelf kiest. Zoo noodig voere men scherpere actie om ook in dit opzicht de goede notabelen en kerkvoogden te krijgen. Hij deelt nog mede dat, wat de invulling der formulieren betreft, ongeveer driehonderd kerkvoogden in gebreke bleven, daartegen slechts zeventig kerkeraden, zoodat de Raad de gegevens toch krijgt. Overigens zullen wij, zegt de heer Bloemers, zelf den aanslag regelen — dat hebben de onwilligen zichzel fte wijten. Ook zet de heer. Bloemers uiteen, hoe het zit met de kwestie van het al of niet eerst aanvullen van alle tractementen tot het minimum. Dê Raad van Beheer leest artikel 18 van het reglement aldus, dat hij de daar genoemde volgorde : minimum-tractement, dienstjaren toelagen, kindergeld, niet verplichtend acht, in dien zin dat b. eerst na a.-en c. na b. mag komen. De Synode heeft nader een maatregel van orde gegeven waardoor de Raad tot Januari 1923 dispensatie mag geven aan onmachtige gemeenten ten opzichte van het minimum-tractement.

Ds. Zoete, van Avereest, zou gaarne zien dat de Colleges van Toezicht straks de Cl. Besturen helpen door begrootingen van kerkvoogden terug te zenden indien daarop de vereischte bijdragen niet voorkomen.

Nadat op de vraag van een kerkvoogd uit Willemsoord nog door den directeur is opgemerkt, dat rijke gemeenten zooveel meer te betalen krijgen dan arme, zoodat men de tractementen der predikanten met groote pastoralia hier niet in het geding moet brengen, sluit de voorzitter, de heer Bloemers, de vergadering met een woord van dank voor den aangenamen toon der besprekingen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 september 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 september 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's