Ingezonden.
Wordt Onderwijzer !
Het mag een bekende zaak worden geacht : dat er groot gebrek is aan onderwijzers — èn onderwijzeressen, maar vooral ondervv'ijzers — voor onze Scholen met den Bijbel. De schoolstrijd is nu in zooverre afgeloopen, dat we vrij Scholen met den Bijbel kunnen bouwen. Maar waar halen we nu de onderwijzers vandaan ?
Voor de oude scholen kwam al een tekort. Voor de nieuwe scholen is geen reserve. En daarbij roept Indië en neemt er weg uit ons midden ; ook Zuid-Afrika heeft graag Hollandsche meesters I
Was nu voor korten tijd de in-treurige salarieering oorzaak, dat er niet veel animo was, om voor de klas te gaan staan, dat is nu wel zóó veranderd, dat men nu wel besluiten kan om z'n jongen „meester" te laten worden en dat men, waar lust en gave is, alles in 't werk mag stellen om onderwijzers te kweeken.
't Gaat om groote, belangrijke dingen.
We staan aan 't begin van een nieuwe periode. Veel moeilijkheden zijn er nog en zullen nog komen. Onze Bijbel zegt ons dat en de historie van onzen dag bevestigt het, dat er vooral ook op dat terrein, waar het gaat om het kind te onderwijzen naar Gods Woord, veel strijds gestreden en veel leeds geleden en veel gebeds gebeden moet worden. En met dien Bijbel houden we het immers ? Om dan voor de moeilijkheden niet op zij te gaan. Maar om, waar een nieuwe periode der historie voor ons volk is aangebroken, den Heere te danken voor Zijn wel-, dacien en Zijn deugden te prijzen — ook daar waar de toekomst van ons volk gekweekt wordt.
Meenen wij het nu in ernst, dat wie het kind heeft de toekomst heeft ?
Dan moet men z'n kind geven om kinderen straks te onderwijzen. En allen die lust en gave hebben moeten aangespoord om onderwijzer te worden.
Ook onderwijzeressen hebben we noodig voor ons mooie werk.
Maar méér nog gaat de roep uit om onderwijzers, om Hervorm.de onderwijzers van Gereformeerd beginsel.
Gereformeerd-Hervormden, verstaat ge iets van de teekenen der tijden ; van 't geen zich afspeelt in het midden van ons volk — en begrijpt ge, dat ons volk u noodig heeft tot onderwijzing en tot opvoeding van de gedoopte jeugd ?
Als ónze menschen hun plicht niet doen, gaan onze scholen en onze kinderen en ons volk en onze Kerk mee door ónze menschen verloren.
Dat verhoede de Heere en Hij vinde ons waakzaam en werkzaam naar uitwijzen van Zijn Woord en door de genade Zijns Geestes
EEN ONDERWIJZER.
Geen hulp voor het eigen zwakke kind ?
Vele vreemde kinderen worden in ons land met open armen ontvangen. .Heeriijk werk der barmhartigheid. Doch begint de Christelijke barmhartigheid niet bij het eigen huis ? Vacantie-Buiten zendt alleen kinderen uit van Christelijke Scholen. Verleden jaar nog mochten wij == 300 kinderen een plaatsje buiten bezorgen. Dit jaar komen ondanks herhaalde en dringende aanvragen, bijna geen aanbiedingen. Denkt men het zich wel in, wat dit beteekent ? Er staan eenige honderden kinderen op de lijst, waarvan de huisdokter heeft gezegd : „Ze moeten noodig naar buiten" ; waarvan onze artsen, na nauwkeurig onderzoek, hebben verklaard : „voor hen is uitzending naar buiten dringend noodzakelijk." Bij het doktersonderzoek toch worden de kinderen ingedeeld in drie categorieën : dringend noodzakelijk, noodzakelijk en gewenscht. De eerstgenoem den komen het eerst voor uitzending in aanmerking. Het zijn er pl.m. 400 uit Amsterdam en Rotterdam. De ouders zien uit met groot veriangen of er nog geen bericht komt Elke dag nieuwe teleurstelling. Ze blijven hopen. Week na week verstrijkt. Geen bericht. Hun kind heeft frissche buitenlucht noodig en flinke voeding. Ze zouden het zoo gaarne geven, wat het behoeft. Doch ze kunnen niet.
„Vacantie-Buiten" zal helpen. En , Vacantie-Buiten" roept : helpt ons, Christenouders in de gezonde streken van ons land, helpt ons ! Doch het blijft als een roepen in de woesijn. Zijn de bronnen der barmhartigheid die eertijds zoo mild vloeiden, uitgedroogd ?
Tot verbazing der wereld werden jaarlijks pl.m. 300 „Vacantie-Buiten"-kinderen gedurende ten minste vier weken kosteloos door Christelijke gezinnen buiten verzorgd. 't Was onze roem in God, dat deze verzorging kosteloos geschiedde.
Wij hebben geen agenten, die voor loon rondgaan om gezinnen te zoeken. Wij hebben geen gezinnen die voor loon kinderen opnemen. Doch wij hadden en hebben Gods barmhartigheid, die Christelijke naastenliefde wekt in de harten.
Daardoor is telkenjare dit wonder van barmhartigheid gewrocht. En thans is het zoo anders. Is het gebrek aan geloof onzerzijds ? Is het verkoeling der liefde bij de Christelijke familiën buiten ? Wij weten het niet. Doch wij blijven hopen en vragen aan de Christeiijke famiUëh buiten : Kunt gij niet één van onze kleinen gedurende ten minste vier weken opnemen in uw huis ?
Het zijn niet alleen meisjes, die uitzending behoeven. Ook onder de jongens zijn er voor wie de uitzending „dringend noodzakelijk" is. Meestal meent men, dat meisjes gemakkelijker te behandelen en te verzorgen zijn. Men bedenke echter, dat het ouderhart even veel voelt voor den zwakken jongen als het zwakke meisje en dat jongens in kleeding, enz., veel minder zorg vereischen.
Wie, gedrongen door de liefde van Christus, ons helpen wil, die wende zich tot onzen Secretaris, den heer G, M u y s, Ie Hu.go de Grootstraat 8, Amsterdam.
In hoopvol vertrouwen :
Het Bestuur van , Vacantie-Buiten" :
J. Th. R. Schreuder, Voorz.
H. A. Scholtz, Vice-Voorzitter.
G. Muys, Ie Secretaris.
J. Klopper, 2e Secretaris.
J. V. d. Sluis, Ie Penningm.
K. V. d. Berg, 2e Penningm.
Dr. W. J. Kplkert Jr., Alg. Adj.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 september 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 september 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's