Ingezonden.
AMSTERDAM, 10-10-'21.
Hooggeachte Redactie,
Het is naar aanleiding van hetgeen uit Amsterdam aan „De Waarheidsvriend" werd geschreven en door U werd opgenomen in no. 45 van uw orgaan, ' dat ik eenige plaatsruimte van u vraag.
Uw berichtgever concludeert uit de laatst gehouden vergadering van het Kiescollege hier ter stede, dat de Vrijzinnigen blijkbaar in Amsterdam hebben afgedaan, „althans bij deze gelegenheid hebben ze zich heel koest gehouden."
Nu begrijp ik werkelijk niét, hoe iemand die zich der zake kundig waant, zoo iets schrijven kan.
In het Kiescollege zitten slechts 26 leden (Vrijzinnigen en voorstanders van Evenredige Vertegenwoordiging) en hoe zou zulk een kleine groep, die geheel op zichzelf is aangewezen, iets kunnen uitrichten ?
Deze opmerking is dus al heel weinig ad-rem.
Maar nu komen, de Ethischen (daarmee zal wel bedoeld zijn de Kiesvereeniging „Het Evangelie") aan de beurt. Ze zijn er ondanks de hulp van een 8-tal predikanten „bekaaid" afgekomen.
Ieder die in de kerkelijke wereld te Amsterdam geen onbekende is, weet, dat sinds jaren achtereen het Kiescollege — wat de vacatures betreft — eenzijdig is aangevuld geworden met de candidaten van de Confessioneele Gezamenlijke Vriendenkringen.
Maar wat blijkt nu ? Dit n.l., dat de stemmencijfers van de candidaten van „Het Evangelie" geregeld stijgen.
Nu zoudt u kunnen aanvoeren dat de laatste stemmencijfers van de vier drietallen een onjuist beeld vormen, omdat het 8-tal predikanten daaraan daadwerkelijk hebben mede geholpen. Maar ook het stemmenaantal van de candidaten voor Ouderlingen en Diakenen die alleen door „Het Evangelie" werden aanbevolen, getuigen van vooruitgang, ja, zelfs behaalde onze emeritus-predikant. H. J. Idenburg 196 stemmen.
Ondanks de jarenlange eenzijdige aanvulling is er geen geringe vooruitgang te bespeuren. Het onrecht dat een belangrijk deel onzer belijdende Gemeente wordt aangedaan laat een groot deel van ons Kiescollege nog niet geheel koud.
Dat in een groote gemeente als Amsterdam een acht-tal predikanten tot zulk een daad — het aanbevelen van 3-tallen — overgaan „in het belang der Gemeente" bewijst voldoende dat wij hier, door het eenzijdig verkiezen van predikanten op den verkeerden weg zijn. Dringend beveel ik in dit verband, uw zegsman aan te lezen het belangrijke artikel in „De Gereformeerde Kerk" van 15 Sept. „Voor een keuze? " van J.Ch.k....
Daar wordt van de Gezamenlijke Vriendenkringen hier ter stede gezegd, dat zij boven een compromis hébben gekozen den strijd voor p a r t ij macht en partijheerschappij, waarbij, in willekeurige tuchtoefening de bovenliggende p a r t ij eigen rechter is.
En nu het stellen van predikanten van den Geref. Bond. Waarom zijn die door de Confessioneele Vriendenkringen gesteld ? Uit het beginsel „Ook aan hen behooren een aantal predikantsplaatsen ? "
't Lijkt er niet naar. Wat dan wel de reden is ?
Het verslag van de jaarvergadering van de Confessioneele Vereeniging geeft het ant woord (zie het avondblad van het Handelsblad d.d. 26 Mei, bladzijde 7). Daar leest men :
„Een ander vertegenwoordiger uit Amsterdam zegt: Doordat de confessioneele dominees in Amsterdam (bedoeld zal wel zijn een 5~tal v, Driel) ons hebben aangeraden om op Ethischen te stemmen, zijn wij er toe gekomen op de dominees van den Geref. Bond onze stem uit te brengen. Dat is de schuld van de confessioneele dominees geweest".
Dus op de actie van een 5-tal confessineele predikanten eenige jaren geleden die in een 2 tal vacatures „in het belang der gemeente" één plaats wilden bezet zien door een candidaat van de Gez. Vriendenringen en één door een candidaat van „Het Evangelie" volgde als reactie het stellen van Geref. Bonds-mannen.
Wanneer die predikanten toen niet van interventie hadden gesproken zou ds; Remme hier dan wel zijn gekozen ? En nu een vraag.
Richt het slot van het u uit Amsterdam toegezondene zich niet tegen zich-zelf.
U vraagt daar aan de confessioneelen ook plaats voor Geref. Bondsmannen „Zoo moet het onder de broederen niet zijn". Maar wat doet de Geref. Bond? Is b.v. Delft, om andere plaatsen niet te noemen, niet het tegenbewijs ?
Tenslotte. Wordt het niet hoog tijd dat men nu eindelijk eens ophoudt met strijden onderling. Dringt het niet, meer dan ooit, om als eenige vraag in den kerkelijken strijd deze te stellen : „Wat dunkt u van den Christus ? " Een vraag die ook bij den Heiland als de gewichtigste voor zijn volgelingen gold.
Allen die knielen aan den voet van het kruis hooren bij elkander en aan hen die dat als eenigen norm stellen worde het kerkelijk meeleven niet onmogelijk gemaakt door anderer zucht naar „machtshonger." (Ds. Wagenaar).
Met gevoelens van hoogachting,
JOH. FRED. VAN DRIEL.
Onderschrift van de Redactie :
We hebben dit ingezonden, niet willen weigeren ; doch het hier en daar een weinig ingekort. Wat die maohtshonger betreft, de Ethischen moeten hier de hand eens in eigen boezem leeren steken. Als er één coteriepartij is, dan is 't de Ethische ; en waar ze de macht hebben, daar nemen ze alles; alles alléén. Zie maar in de kerkelijke besturen ; let maar op het-benoemen van kerkelijke hoogleeraren, enz. enz. De Ethischen zijn de menschen van „w ij weten het I" En wat die zoogenaamde willekeurige tucht oefening betreft, sinds wanneer is het willekeurige tuchtoefening, als in onze Hervormde Kerk door Confessioneelen en Gereformeerden vastgehouden wordt aan de belijdenis der Kerk ? Het is willekeurig en wispelturig en wederrechtelijk als men daarvan afwijkt. We hopen, dat spoedig in Amsterdam ook een tweede „Bondspredikant" komen mag
M. v. G.
Zeer geachte Redactie,
Kort geleden nam het „Algemeen Handels blad" een stuk over „uit Amsterdam" aan uw blad geschreven, waarin o.a. de volgende woorden voorkomen : „Is 't wel en hét wee door een Ethisch predikant duidelijker dan van een Gereformeerde ? Immers daar komen ze niet in 1 Daar weten ze niet van en toch moet dit volgens de Schriften juist de zending zijn van den predikant jegens de Gemeente. De ervaring heeft toch duidelijk genoeg geleerd dat de Kerk onder den zegen des Heeren bloeit en er volop leven is onder de kinderen Gods, als het Evangelie wordt gebracht naar de meening van Gods Geest."
Wijl de schrijver opponeert tegen de acht predikanten, die „in het belang der Gemeente" andere candidaten voor de drietallen hadden aanbevolen dan de „gezamenlijke Vriendenjcringen" en ik mede tot het achttal behoorde, gevoel ik mij geroepen, tegen bovenaangehaalde qualificatie van „de Ethische predikanten" eenig verzet in te leggen.
Vooreerst is het volkomen onjuist, bedoelde acht leeraars allen te rekenen tot „de Ethische predikanten". Ieder der zake kundige weet, dat er onder deze acht zijn, die den invloed der z.g. ethische theologie volstrekt niet hebben ondergaan. Wie kan met een goed geweten b.v. ds. Wiersma of ds. van Noort „ethisch" noemen ?
Maar bovendien onderscheiden „de ethischen" zich in het geheel niet door hetgeen de schrijver „uit Amsterdam" acht dat hen karakteriseert. Blijkbaar heeft hij nooit gelezen wat een voorman der „ethischen" wijlen prof. J. H. Gunning in zijn „Gordel en Wijnkruik" „over de zonde en hare ellende" geschreven heeft. Misschien heeft hij er zelfs nooit van gehoord. Men oordeelt en veroordeelt maar zonder gave der kennis en des onderscheids : anders zou de schrijver wel weten, dat menig echt „ethische" prediking heel wat ernstiger is en dieper gaat dan vele „Gereformeerde" predikaties, als het betreft de tegenstelling van zonde en genade en van „het wel" en „het wee."
Uw blad noemt zich „De Waarheidsvriend." Daarom vertrouw ik dat u mijn rectificatie der genoemde onjuistheden wel onder de oogen zult willen brengen uwer lezers.
En bij voorbaat dankt u hiervoor zeer Uw dw.,
CHR. HUNNINGHER.
Amsterdam, 13-H)-'21.
Onderschrift van de Redactie: Ook dit „ingezonden" willen we gaarne plaatsen. Collega Humningher moet het onzen „eenvoudigen in den lande" - ook die in Amsterdam wonen — een weinig vergeven, dat ze niet zoo precies kunnen zeggen wat „ethisch" is. We hebben wel menschen ontmoet, die meer letters gegeten hebben dan onze Amsterdamsche correspondent, die als 't op definieeren aankwam, tekort schoten. Onze eenvoudige kerkgangers kunnen beter zeggen wat „ethisch" n i e t is dan wat 't wèl is ; en omdat „ethisch" (in dit verband genomen!) niet „gereformeerd" is, hebben onze gereformeerde menschen, die op den bodem der belijdenis staan, doorgaans weinig op met ethische predikanten. 't Raakt 'hun geloofsleven, hun levens-en wereldbeschouwing zelfs, voor zover ook de eenvoudigen onder ons die hebben.
Geen wonder, dat ze het met weinig sympathie begroeten als men dan zooveel moeite doet om ethische predikanten in Amsterdam te krijgen, terwijl er nauwelijks één predikant van den Gereformeerden Bond mag komen. In dat licht zien ónze menschen deze dingen. En in dat licht moet ook de correspondentie uit Amsterdam gelezen worden.
M v. G.
Inzameling voor Emeriti en Weduwen.
L.S.
Op Oudejaarsavond 1920 werd in het geheele land een inzameling gehouden voor de emeriti-predikanten en predikantsweduwen. Wij hadden niet mogen hopen, dat zóó velen aan onzen oproep gehoor gaven. Er kwam ongeveer ƒ 87000.— binnen. Het doel werd algemeen sympathiek gevonden, en het was heerlijk deze sympathie te ontvangen.
Maar wij hadden evenmin kunnen denken dat de nood zóó schreiend was. Toen wij na zoo stipt mogelijk onderzoek de gegevens verkregen hadden, bleek ons dat het enkele woord : h o n g e r s n o o d de loutere waarheid voor menig ouden afgewerkten dominé en voor menige predikantsweduwe is.
Ons aanvankelijk plan was om deze inzameling slechts voor één keer te houden. Wij moeten echter op dit plan terugkomen.. De nood is tè verschrikkelijk. Nederland helpt op koninklijke wijze Hongaren, Oostenrijkers, Belgen. Zou Nederland zijn eigen kinderen vergeten ? Aan een pensioenregeling voor de predikanten wordt gewerkt, maar een algemeene regeling is er nog niet. Wij wenden ons wederom tot U met de vraag : Wilt U op Oudejaarsavond een collecte voor de emeriti en de predikantsweduwe in houden ? Het geld wordt niet gekapitaliseerd maar onmiddellijk verdeeld zonder eenig verschil van Kerk of richting, uitsluitend op grond van de ons verstrekte en door ons gecontroleerde gegevens. Men gelieve het geld te storten op een der onderstaande postrekeningen.
Het Hoofdbestuur van den Bond van Nederlandsche Predikanten,
Dr. M. J. A. DE VRIJER, Voorz.
Ds. D. BOER, Secretaris.
Bloemendaal,
Grootebroek, October 1921..
Dr. M. J. A. de Vrijer, postrekening No. 5589 kantoor Bloemendaal.
Ds. D. Boer, postrekening No. 5213 Kantoor Bovenkarspel—Grootebroek.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 oktober 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 oktober 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's