Financiën.
Postrekening 35683 Telefoon 2379
De vorige week schreef ik : wij naderen reeds 1 December, zonder er bij na te denken dat wij in den laatsten tijd ongeveer 1000 nieuwe abonné's hebben gekregen, die van 1 December niets bijzonders weten en zich misschien wel afgevraagd hebben : wat bedoelt hij nu met dien datum; wat is er dan ? Is er dan jaarvergadering of is hij soms zelf jarig ? Wij begrijpen het niet.
1 December is voor onzen Bond een zeer belangrijke datum. Dat is zooveel als onze Nieuwjaarsdag. Op den laatsten November eindigt de 12de jaargang van „De Waarheidsvriend" en beginnen wij aan nummer 13.
Op dien dag eindigt ook het boekjaar en sluiten wij onze rekening af.
Alle afdeelingen hebben dit dan ook gedaan en de ontvangen contributies en de verschillende bijdragen van Leerstoel-en studiefonds aan den algemeenen penningmeester afgedragen.
Art. 8 van ons huishoudelijk reglement zegt daarvan :
„Alle gelden, ook die welke verzameld zijn ten behoeve van het Leerstoel-en Studiefonds worden vóór 15 November in de kas van het hoofdbestuur gestort."
De meeste afdeelingen doen dat veel vroeger, enkele later, en er zijn ook nog afdeelingen die dit nu nog moeten doen. Het is daarom goed hier even aan te herinneren.
Maar er is nog meer. Zooals velen weten hebben wij ook nog een zaak in Utrecht. Maliebaan 70a is het adres. Daar verzamelen wij postzegels, capsules, zilverpapier, lood, koper, tin en alles wat verder bij het vak behoort. Het is zoo wat „een manusje van alles". Aan het hoofd van de iririchting staat mej. Johanna den Hartog. Nu, voor deze zaak vraag ik vandaag uw bijzondere aandacht, ook mede in verband met den bewusten Isten December.
Deze zaak werd vootheen gedreven door mej. Verbeek té Scheveningen en sedert twee jaar door bovengenoemde juffrouw. De voordeden komen geheel ten goede van onze fondsen en nadeelen zijn er niet aan verbonden. Evenals haar voorgangster Vat deze juffrouw haar taak ernstig op en zou ze gaarne zien dat de zaak tot grooten bloei kwam, en dat zouden wij ook graag willen, want de voordeelen die alle onze fondsen ten goede komen hebben bij elkander, als ik mij niet vergis, reeds f 1500.— bedragen. Dat is nog zoo min niet. Omdat het nu tegen 1 Dec. liep, en ik een beetje nieuwsgierig was, 'heb ik de juffrouw gevraagd hoe na of ze nu was en hoeveel ze dacht' mij einde November te kunnen afdragen ? Zij antwoordde mij dat ze op het oogenblik aan 60 gulden was en dat het haar bitter zou teleurstellen als ze mij geen ƒ 100.— zou kunnen zenden, want dat had ze zich van het begin af voorgesteld.
Waarde lezers, oude en nieuwe, zouden wij met vereende krachten het niet zoover kunnen brengen dat ze voor 1 December de ontbrekende veertig gulden bij elkander heeft gescharreld. Wij moeten er den moed in houden, want ze heeft er zooveel werk aan. Als we nu onze zolders en kasten eens nazien wat we daar aan oude spullen hebben van zilver, koper, lood, tin enz. en we sturen haar dat, mogelijk nog met een gulden in een papiertje er bij, dan komen die veertig gulden er wel. Ik zelf ben door een ongelukje ook nog in de gelegenheid gesteld om haar iets te zenden. Ik wil u tot slot dit nog even vertellen :
Ik zit druk te werken aan mijn lessenaar, mijn vrouw komt binnen met een mooi blinkend koperen keteltje, 't was wel oud en dikwijls gesoldeerd, maar nog heel goed bruikbaar. Ze zegt : zeg man, ik heb water in 't keteltje gedaan en thee in den trekpot, wil je als het kookt het w'ater eens opgieten, want ik moet even 'weg, dan kunnen we thee drinken als ik terug kom. Wil je dat doen ? Zeker vrouw, ga je gang maar, ik zal er voor zorgen. Ze gaat weg en ik ga verder met mijn schrijverij. Ik zit al spoedig weer verdiept in mijn werk, en het is doodstil in de kamer. Na een heele poos hoor ik achter mij iets op den grond vallen en rook tegelijk een vreemde lucht in de kamer. Ik kijk om en zie in het keteltje, op de plaats waar de tuit behoorde te zitten een groot rond gat. Het was de tuit, die op den grond gevallen was. Het keteltje had alle kleuren van den regenboog gekregen en verspreidde een verstikkende, benauwde rook in de kamer. Ik draaide het gas uit en wilde het keteltje er af halen, maar hield het hengsel in mijn handen. Het soldeersel was allemaal op den grond gedruppeld. Ik wist niet wat te beginnen. Wel wist ik, dat ik heel niet meer aan het water had gedacht en begreep, dat het keteltje al een poos droog op de gasvlam had gestaan. Daar komt de vrouw binnen. Wel, hoe is het met de thee ? Hé, wat ruikt het hier raar ! Heb je soms al O, ik zie het -----
Liep nogal aardig goed af, lezer, want mijn vrouw had juist een heel mooi ander, ergens voor de glazen zien staan. Het slot was, dat toen het keteltje afgekoeld was ik het gevuld heb met mijn voorraad postzegels, capsules en zilverpapier en andere spullen, en aan juffrouw Den Hartog gezonden, 't Was heelemaal van rood koper, 't Zal wel goed helpen aan de 40 gulden. Als gij nu ook helpt, dan heeft ze haar zin en ik ook.
Ontvangen uit :
Bodegraven van N.N. van „een buitenkansje" ƒ 1.— voor het Leerstoel-en ƒ 1.— voor het Studiefonds.
Schiedam van mej. J. de Groot de opbrengst van busje no. 215 van Sept. en Oct. ƒ 4.95.
Ermelo van ds. K. J. van den Berg ƒ 10.— uit de catechisatiebus.
Kampen, van E. Roest, penningmeester van „Uw Woord is de Waarheid", den inhoud van busje no. 125 van de maand September, ƒ 11.30, bestemd voor 'het Studiefonds, benevens ƒ 5.— van de Zondagsschool op Geref. grondslag, tezamen ƒ 16.30.
Dirksland, afgezonden door ds. K. van As als gevonden in de collecte ƒ 2.— voor het Studiefonds en ƒ 2.— voor het Leerstoelfonds.
Zegveld, van Abr. Dekker, penningmeester van de afdeeling aldaar, ƒ 43.72 van de contributie na aftrek der 25% ; ƒ 6.— vaste bijdragen Leerstoelfonds ; ƒ 7.— collecte wintervergadering, tezamen f 56.72.
Kampen door E. Roest ƒ 2.50 voor het Studiefonds bij ds, Holland in de brieven bus gevonden in een pakje met 100 halve stuivers.
Utrecht, door den heer J. Weener, penningmeester der afdeeling, ƒ 63.57 , zijnde het bedrag der contributie na aftrek der 25% en ƒ 19.15 van een ontvangen collecte.
Hellendoorn van N.N. ƒ 1.— voor het Leerstoel-en ƒ 1.— voor het Studiefonds. o i
Middelharnis, door ds. G. Alers. „Hiernevens ontvangt u de helft van een gift van ƒ 25.—, gistermorgen vóór den dienst des Woords mij ter hand gesteld door een Bondsvriend ; ƒ 12.50 voor het Studiefonds, de andere ƒ 12.50 is voor den Gereform. Zendingsbond."
Delft, van G. Th. Vollebregt ƒ 5.75, zijnde de opbrengst van busje 190 uit de fietsenbergplaats. „Het is ditmaal bijzonder veel door het plaatsen der fietsen van het Pijnackersche muziekkorps dat hier op den Oranjedag voor de Buurtvereeniging heeft gespeeld.
Vlissingen, van den penningmeester der afdeeling ƒ 3.— aan contributie van drie nieuwe leden.
Tot mijn spijt moet ik u melden, dat ik geen enkel propagandablaadje meer bezit.
Rotterdam (Charlois) van D. J. Weijers den naam van een nieuwe abonné.
En hiermede is het voor de.ze week weer afgeloopen.
Denk nu s.v.p. aan juffrouw. Den Hartog. De 40 gulden moeten er komen.
Allen dus aan het verzamelen ! Met hartelijken dank.
De Penningmeester, J. C. FLIEHE.
Arnhem, Pels Rijckenstraat 28.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 oktober 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 oktober 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's