Staat en Maatschappij.
Naar de dienstbaarheid terug.
Het noodwetje van dr. de Visser heeft, zooals te verwachten was, heel wat ontstemming gewekt.
Vooral is het de anti-revolutionaire pers, die zich tot tolk maakt van hen, die in verzet komen. En bij dit verzet sluiten ook wij ons van harte aan. De Roomsch-Katholieken staan geheel anders tegenover de zaak. De maatregelen, die getroffen zullen worden, laten hen vrijwel onverschillig. Zij weten toch te goed, dat iedere school die zij begeeren, zal worden gebouwd. Maar dat ook de Christelijk-.Historischen — zooals hun pers adviseert — zich bij het ontwerp zullen neerleggen, komt ons onbegrijpelijk voor.
Welke bezwaren zijn nu tegen het noodwetje, dat slechts Uit een 3-tal artikelen bestaat, aan te voeren ?
In de eerste plaats zouden wij willen zeggen, is het ontwerp in strijd met de Grondwet.
Art. 192 van de Grondwet bepaalt in het 7e lid : „Het bijzonder algemeen vormend lager onderwijs, dat aan de bij de wet te stellen voorwaarden voldoet, wordt naar denzelfden maatstaf als het openbaar onderwijs uit de openbare kas bekostigd."
Dit voorschrift, waarvan we een paar woorden spatiëeren, laat aan duidelijkheid niets te wenschen over.
Dit is het recht wat de Grondwet het bijzonder onderwijs waarborgt. En daaraan kan, welke Minister dit ook zou wenschen, niets worden veranderd. Daarom 'is het met de Grondwet in flagranten strijd, wanneer de Minister van Onderwijs aan zich de beslissing wil trekken of een school, die aan de door de wet gestelde voorwaarden voldoet, al of niet zal worden gebouwd.
In de tweede plaats is het wetsontwerp reactionnair. Het brengt ons terug tot de dagen van vóór het jaar 1848, toen deze bepaling gold : „Geen lagere school zal ergens, onder welken naam ook, mogen bestaan of opgericht worden, zonder uitdrukkelijke vergunning van het respectief Departementaal-, Landsohaps-of Gemeentebestuur, na vooraf gevraagde inlichtingen en bedenkingen van den schoolopziener van het district of de plaatselijke schoolcommissie". Echter wordt nu de autoriteit die vergunning tot de oprichting zal geven de Minister van Onderwijs, die vooraf natuurlijk zijne inlichtingen zal inwinnen bij den een of anderen ambtenaar.
De titel van het noodwetje luidt : „Maatregelen ter voorkoming van het zonder noodzakelijkheid bouwen van scholen voor lager onderwijs". Met betrekking tot dit opschrift zij er op gewezen, dat het bijzonder onderwijs nimmer heeft geaccepteerd de beslissing van de Overheid of een school noodzakelijk is.
Daarom heeft de bijzondere school elke vordering van de Overheid af te wijzen. En om die reden reeds is het ontwerp onaannemelijk.
En in de 3e plaats — en dit vloeit al dadelijk voort uit hetgeen we hierboven schreven — wordt door het noodwetje de vrijheid van ons bijzonder onderwijs in den wortel geraakt. Immers-als het wetje mocht worden aangenomen zal de schoolbouw niet afhankelijk gesteld worden van de behoefte, die de ouders gevoelen, maar van de beslissing der Overheid.
En daarmede wordt een streep gehaald door de vrijheid, waarvoor gedurende meer dan een halve eeuw werd gestreden en die in de nieuwe Onderwijswet zijn bekroning had gekregen. Met onze Christelijke scholen keeren wij dan weder tot de dienstbaarheid terug.
Tegen zulk een maatregel zal ons Christenvolk zich tot het einde toe verzetten. De beslissing over'de school, die ons volk voor zijne kinderen begeert, kome niet aan de Overheid maar blijve aan de ouders.
Concept-Program van Actie der Anti Rev, partij.
Naar wij weten, .heeft het Centraal Comité der Anti Revolutionaire Partij aan de kiesvereenigingen een ontwerp van het program van actie gezonden, waarmee deze partij aan de a.s. Tweede-Kamer-verkiezingen zal deelnemen.
Wij ontleenen aan dit ontwerp het volgende omtrent de samenwerking met andere partijen.
De twee partijen, die elkaar in beginsel het meest nabij komen, de Christelijk Historische en de Anti-Revolutionaire, kunnen gezamenlijk op niet veel meer dan één vijfde der Kamerzetels rekenen. Aan het overnemen van het bewind, zonder samenwerking met een derde groep, valt dus niet te denken
Er schijnen slechts twee combinaties mogelijk, die kans geven op een regeeringsmeerderheid, te weten, die van Roomsch Katholieken met Sociaal Democraten of die van Anti-Revolutionairen en Ghristelijk-Historischen met de Roomsch Katholieken.
Nog daargelaten de vraag, of de R. K. Staatspartij tot een coalitie met de Sociaal Democraten te vinden zou zijn, wordt die samenwerking door ons niet in 's lands belang geacht.
Ondanks alle verschillen en ondanks de bedenkingen die in den laatsten tijd met betrekking tot de bestaande samenwerking onder ons vernomen werden, hebben de Protestantsche Christelijke partijen en de Roomsch Katholieke dieper liggende grondbeginselen gemeen, die samenwerking mogelijk maken, terwijl practisch gesproken de bestendiging van de bestaande samenwerking de eenige mogelijkheid schijnt te bieden voor de vorming van een parlementair Kabinet.
Voorgesteld wordt, dat de Deputatenvergadering hare wenschen inzake de samenwerking met andere partijen als volgt formuleert : Indien het resultaat van de verkiezingen zoodanig zijn mocht, dat de tegenwoordige partijen der rechterzijde tezamen eene meer derheid in de Tweede Kamer hebben, behoort de vraag of 's lands belang wordt gediend door bestendiging van de bestaande samenwerking beantwoord te worden in hel licht van de volgende voorwaarden : dat het werkprogram van het Kabinet der volgende vierjarige periode zich in ruime mate aansluite bij het Program van Beginselen en het Program van Actie ; dat omtrent de uitwerking van dit werkprogram te voren volledige overeenstemming tusschen het Kabinet en de partijen in de Kamer verkregen zij.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 oktober 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 oktober 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's