Zonder verwachting.
Bij 't dwalen en zwerven. Totdat ik moet sterven, In 's levens woestijn ; Zijn mijne gedachten Bij dagen en nachten Wat 't einde zal zijn.
Een eeuwig verkeeren. Om eindloos te eeren Mijn Schepper en God ; Of eeuwig verzinken. Als 't vonnis zal klinken : „Rampzalig uw lot."
'k Moet dagelijks vreezen. Dat 't einde zal wezen Een eeuwige nacht ; Want God is rechtvaardig. En ik al onwaardig. Wat dan nog verwacht ?
'k Vind niets in mljzelven, Hoe diep 'k ook ga delven In al mijne daan ; Slechts zonden en schulden. Die steeds mij vervulden, Zie 'k steeds voor mij staan.
„Aoh Heere, wil spreken". Is soms nog mijn smeeken, „Gena waard gekeurd" ; Maar vaak ga ik denken : Hij zal 't mij niet schenken, 'k Heb dié zelfs verbeurd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 november 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 november 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's