Staat en Maatschappij.
Uitwassen.,
Naar luid van de toelichting, welke de Minister van Onderwijs op het wetje ter voorkoming van het zonder noodzakelijkheid bouwen van scholen geeft, beoogen de voorgestelde bepalingen om de uitwassen, die zich hier en daar bij de uitvoering der Lager-Onderwijswet voordoen, te keeren.
Welke uitwassen bedoeld zijn, wordt intusschen niet nader aangegeven De memorie van toelichting op het wetsontwerp laat daaromtrent den ibelangstellenden lezer in 't onzekere. Evenmin wordt uiteengezet op welken grond de uitvvassen idie den Minister voor oogen staan, als zoodanig worden gekwalificeerd. Ook wordt met 'geen letter melding gemaakt hoe de misstanden ter ken nis van den Minister zijn gekomen ; zijn ze gemeld in de officiëele rapporten van de onderwijs-autoriteiten dan wel op nietofficiëele wijze onder de aandacht van de regeering gekomen.
De Minister zal zich omtrent al deze vragen nader moeten uitspreken.
Zijn wij goed geinformeerd dan moeten de schuldigen, die de uitwassen veroorzaken, voornamelijk gezocht worden onder de Roomsch-Katholieken, die omdat zij de school gaarne naast de Kerk zien gebouwd duurderen grond behoeven, dan voor den schoolbouw eigenlijk noodzakelijk is, onder de vrijzinnigen die voor kinderen locatieruimte vragen die s;echts voor een gering aantal leerlingen bestemd zijn, en onder een aantal predikanten, die vóór de Lager-Onderwijswet tot stand kwam, niets voor het bijzonder onderwijs gevoelden maar die, nu de openbare kas het geld versohaft, de splitsing van het Ohr. Onderwijs in de hand werkt.
Hiermede in verband zal het goed zijn, zoo de Minister eens duidelijk aangeeft, hoe het met de uitwassen, waarvan hij in de toelichting gewaagt, is gesteld.
Raadsel.
Onder dit opschrift schrijft het „Friesch Dagblad": We staan gewoon voor een raadsel ! Hoe iemand als minister-De Visser; de man, die vijfentwintig jaar 'lang in 't publieke leven heeft gestaan en tegen het onrecht op schoolgebied heeft getuigd, — hoe die nu een wet tekenen kan indienen, 't welk niet slechts kan, maar stellig zal leiden tot onduldbare conscientie-verdrukking. —
We verstaan er gewoon niets van !
Dat we in onze beoordeeling van dit onbegrijpelijke wetsvoorstel geen woord te veel zeggen, blijkt wel overduidelijk uit wat het liberale „Handelsblad" er van zei.
Het blad van de „Katteklauw".
Zelfs dat blad nu is de maatregel te kras, — scherper 'Oordeel kan er toch wel niet over uitgesproken worden !
We zullen 't met de stukken bewijzen. In de eigen woorden van het blad laten zien.
Niet eenig a.r. orgaan, maar het liberale blad uit ''S Lands hoofdstad, dat reeds lang om „maatregelen" riep, schreef :
„De - nu voorgestelde „maatregelen" geven de besilissing in handen van den staat, zonder eenige garantie dat die beslissing billijk en onpartijdig zal zijn. Een „paganistische" regeering kan morgen den gehèelen bouw van bijzondere scholen stop zetten.
De minister behoudt zich het recht voor, zonder opgaaf van redenen 'den bouw van openbare of bizondere scholen te verbieden. Welk criterium de minister zal aanleggen, wordt noch in de wet, noch in de toelichting vermeld. Als de minister het niet „noodzakelijk" acht, wordt niet gebouwd, noch een openbare, nooh een bijzondere school."
Aldus, nogeens, het liberale „Handelsblad."
Zelfs dat blad is van meening, dat hier op onbetamelijke wijze de w i 1 van den minister tot hoogste wet wordt gemaakt, zonder eenigen waarborg, dat die wil geen willekeur worden zal.
Nogeens, we staan voor een raadsel.
We kunnen en mogen toch niet veronderstellen, dat het wetsontwerp een soort wanhoopsdaad is van den minister, die geen kans ziet om in zijn Schoolwet zelf de noodig geachte verbeteringen aan te brengen
Misschien geeft d i t ons 'n draad in handen :
Minister De Viseer is wèl altijd voorstander geweest van de Christel ij ke school, doch voelde nooit veel voor de v r ij e school en vindt het daarom niet zoo erg, om toch weer de School te ketenen aan den Staat.
Maar wij staan nu eenmaal anders. Nooit stemmen we in zulk een oplossing van de schoolkwestie toe.
Een nieuwe Partij-
De bladen berichten : Op 13 October 1.1. is te Utrecht door personen uit verschillende deelen des lands eene vergadering gehouden, alwaar is opgericht : De Hervormde (Gereformeerde) Staatspartij.
Uit de volgende artikelen harer statuten blijken de beginselen en bedoeling dezer partij.
Art. 2. Zij erkent, in tegenstelling met de beginselen van Rome en van de revolutie:
1. de Souvereiniteit Gods, als bron van alle gezag;
2. de Heilige Schrift als eenige kenbron beginselen van Rome en van de revolutie ;
3. de Nederlandsche Hervormde (Gereformeerde.) Kerk, ondanks haren tegenwoor diigen toestand van krankheid en gescheurd heid, als de historische, wettige openbaring van het lichaam van Christus in Nederland ;
4. de Overheid als Gods dienaresse, gebonden aan Zijnen in het Woord (met name ook in de eerste tafel der Wet) geopenbaarden wil.
Art. 3. Zij wil in overeenstemming met artikel 36 der Nederlandsche Geloofsbelijdenis, het hervormd karakter van onze natie handhaven en tot zijn recht doen komen in de Grondwet. Zij streeft mitsdien naar eene Grondwetsherziening in Nederlandsohen zin en naar eene hervorming van onze Staatsinstellingen in overeenstemming met de in artikel 2 aangegeven beginselen.
Zij verzet zich bijgevoig tegen de principiëele gelijkstelling van geloof en ongeloof, van den waren en den valschen godsdienst.
In een voorloopig comité werden gekozen ds. H. E. Gravemeijer uit Amsterdam, de heer J. C. Fabius uit 's Gravemhage en de heer T. A. Hagen uit Amsterdam.
Adhaesiebetuigingen kunnen worden gezonden aan het adres der partij : Van Baerlestraat 130 te Amsterdam.
Aan de pers worden desgewenscht verdere inlichtingen verstrekt uitsluitend door den perscommissans, den heer Joh. E. Tollema, Koninginnelaan 70, Rijswijk (Z.-H.)
In verband met de oprichting dezer partij wordt nog gemeld, dat zij in geen enkel verband staat met eene recente hoogleeraarsbenoeming.
Wij hebben op het oogenblik, dat wij dit schrijven, een exemplaar van het Program van Beginselen der Anti Revolutionaire partij niet tot onze beschikking. Doch herinneren wij ons goed, dan is het politieke gedeelte uit het Program van de Hervormde Staatspartij, zooals dit .hierboven werd afgedrukt, haast woordelijk een afschrift van hetgeen de Anti Revolutionairen belijden : de Souvereiniteit Gods als bron van alle gezag ; de Heilige Schrift de eenige kenbron der waarheid en toetssteen der begmselen en de Overheid als Gods dienaresse? gebonden aan Zijnen in het Woord geopenbaarden wil.
Dit alle zijn beginselen, die reeds sedert 1878 de Anti Revolutionairen hebben voorgestaan.
Maar naast het politieke Program der nieuwe partij plaatst zij ook een kerkelijk Program.
Het ware wenschelijk geweest, uit hoofde van ihet nieuwe van het geval : een kerkelijk naast een po'litiek Program — dat de Hervormd Gereformeerde Partij zich ten opzichte van dit laatste wat duidelijker had uitgesproken. / —
Zoo lezen wij b.v. onder punt 3 van Art.
2 : De Ned. Herv. (Gereformeerde) Kerk, ondanks haren tegenwoordigen toestand van krankheid en gescheurdheid zal te erkennen zijn als de historisch wettige openbaring van het lichaam van Ohristus in Nederland. De vraag rijst hierbij hoe deze erkenning langs politieken weg zal zijn te verkrijgen.
Voorts wil de partij in overeenstemming met Art. 36 der Nederlandsche Geloofsbelijdenis, het hervormd karakter van onze natie handhaven en tot zijn recht doen komen in de Grondwet. Hoe dit handhaven mogelijk zal worden, laat de partij geheel in het midden, evenmin maakt zij het duidelijk op welken grond het te verwachten is, dat de Grondwet, die in den tijd van vier jaar reeds tweemaal werd herzien, binnen afzienbaren tijd weer voor revisie zal worden voorgedragen.
Maar bepaald raadselachtig is het program, waar het zich verzet tegen de principiëele gelijkstelling van geloof en ongeloof, van den waren en den valschen godsdienst. Wat bedoelt de Hervormd (Gereformeerde) Staatspartij met dien eisch ? Ligt het in haar bedpeling, dat de Overheid als keurmeesteresse zal optreden om uit te maken wat geloof en ongeloof is en wat behoort te worden verstaan onder den waren en den valschen godsdienst ?
Wij moeten bekennen van het kerkelijk program, dat in het politiek program verzeild geraakte, niets te begrijpen.
Een duidelijke uiteenzetting van hetgeen men wenscht, zal beslist noodig zijn. Wellicht wil het bestuur der partij dan van de gelegenheid tevens gebruik maken om te verklaren, waarom een Hervormd (Gereformeerde) Staatspartij onverschillig heeft te staan tegenover de met name genoemde recente hoogleeraarabenoeming, waarvan het communiqué in de pers in het slot gewaagt.
Wij zouden zoo denken dat een Gereformeerde partij juist tegen de benoeming van dr. Cramer had behooren op te komen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 november 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 november 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's