Staat en Maatschappij.
Een Confessioneele klacht.
In de Gereformeerde Kerk maakt Dr. Kromsigt, uit Amsterdam, een korte operking over de vraag of het samengaan van de verschillende groepen van Christelijk Historischen in één Unie wel blijvend zal kunnen zijn.
En alhoewel deze vraag niet een onmidellijk antwoord krijgt, zoo blijkt toch uit het artikeltje, dat onder het Opschrift: „het Ethisch beginsel en de politiek" geschreven wordt, dat de Amsterdamsche predikant omtrent dit bij elkaar blijven zeer sceptisch gestemd is.
Dr. Kromsigt is behalve door het optreden van den secretaris van de Christ. Historische Unie op de .conferentie van de Ethischen te Groningen bijzonder getroffen geworden door de hulde, die de voormannen der Ethische richting te 's Gravenhage aan den heer De Savornin Lohman op eene samenkomst te 's Gravenhage brachten, d i e o.a. in de Nederlander zooveel gedaan heeft tot versterking van het Ethisch beginsel, welke hulde door den heer Lohman met verwijzing naar het werk van Vinet dankbaar werd geaccepteerd.
De schrijver van het artikel in de G e r e-formeerde Kerk zi.et thans, dat zijne bezwaren, die hij meermalen in het hoofdorgaan van de Christelijk Historische Unie en elders tegen bepaalde beginselen, die in dat blad werden verdedigd, en waarin duidelijk de invloed van Vinet merkbaar was, naar voren bracht, wel degelijk reden van bestaan hadden.
Zoo geraakte dan de leiding der Christelijk Historischen In Ethische wateren verzeild, waarbij het zal zijn te bezien of zij ooit weer uit deze wateren zal komen nu van de drie redactieleden van „De N e d e r lander" er een tweetal zijn, die bekend staan als trouwe aanhangers van de Ethische richting.
In de klacht van dr. Kromsigt zit waarheid dat men van Ethische zijde al meer naar voren dringt en tracht zoowel door de practische politiek als ideëel beslag te leggen op de geesten.
Het noodwetje
Het noodwetje. „V o 1 k s o n d e r w ij s", het bekende, — haast zouden wij schrijven : beruchte — orgaan van de nog altijd niet uitgestorven garde van de frontmakers voor de Openbare School, heeft ook van het noodwetje van dr. De Visser kennis genomen.
Het blad oordeelt, dat het noodwetje de eerste wankele stap is op den weg, die ons volk door hét moeras weer leidt tot den-zegen van de Openbare School.
Met heel de pers is het 't eens, dat met de geldverspilling niet mag worden voortgegaan.
Het orgaan is .voorts van meening, dat Gereformeerden en Hervormden in al hun groepen en schakeeringen zich met elkander maar zullen hebben te verstaan over één soort Bijzondere School.
Ziedaar een proeve van het standpunt, dat de onvervalschte palstaanders tegenover het recht en de vrijheid van de Bijzondere School innemen.
De Minister van Onderwijs is met zijn noodwetje wel op den goeden weg.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 november 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 november 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's