De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

8 minuten leestijd

Nog eens : Evenredige Vertegenwoordiging

II.

In de preek-brochure van ds. Roscam Abbing, van Arnhem, wordt er dan in de derde plaats op gewezen, dat het beginsel van evenredige vertegenwoordiging door God geoordeeld is.

Bij Jerobeam kwam het uit, „dat volharding bij een verkeerd beginsel het oordeel des Heeren na zich sleept over de ijveraars voor dat beginsel. Die zich aan de zonde Jerobeam's schuldig maken, mogen 'het zioh voor gezegd houden."

Daar kan en daar mag geen verdraagzaamheid zijn ten opzichte van hetgeen zich niet laat vereenigen. Het licht staat tegenover de duisternis, zoekt deze te verdringen ; de waarheid t e g e n o v e r de leugen, zij wenscht geen plaatsje naast de leugen, doch wil over haar triumpheeren, zooals Christus de werken des duivels verbreekt, en den kop van de slang vermorzelt. De man Gods roept tegen het altaar, straks scheurt het, het kan en mag niet geduld naast Jeruzalem's tempel. Daar is een h e i 1 i ge onverdraagzaamheid door des Heeren Woord geboden, door Christus uitgeroepen, toen Hij zeide: „Ik ben niet gekomen om den vrede te brengen, maar het zwaard" en alle eeuwen door handhaaft de Heilige Geest d i e onverdraagzaamheid o m C h r i s t u s' wil en maakt den mensch tweedrachtig tegen zijn vader en de dochter tegen hare moeder, en de schoondochter tegen hare schoonmoeder."

Omgekeerd is dat al evenzoo. De duisternis is óók onverdraagzaam ; die strijdt tegen het licht; de leugen staat der waarheid vijandig tegenover, de Satan woelt en werkt tegen Christus, de wereld tegen God en de kinderen der wereld tegen de kinderen Gods."

„Als Gods Woord dan ook tot de voorstanders van evenredige vertegenwoordiging wordt uitgedragen, dan van tweeën één : óf gij buigt onder Gods Woord en Zijn bestraffing, doch dan maakt een valsche verdraagzaamheid plaats voor heilige onverdraagzaamheid om^ Christus' wil, óf gij gaat tegen Gods Woord, tegen Christus in, gij verzet u tegen het getuigenis der waarheid. Doch openbaar u dan ook uitwendig, zooals gij inwendig zijt, en voeg u bij de vrijzinnigen, want gij kunt niet èn God èn de wereld dienen. Gij moet kiezen 1"

„Met den profeet" zoo gaat de schrijver verder „t e g e n  h e t  a 1 m a a r Gods Woord en getuigenis uitdragen, onverbiddelijk, liefst zóó, dat, indien mogelijk, alle dergelijke altaren scheuren. Doch anderzijds m e e d o o g e n in het h art met de Jerobeams. Heilige onverdraagzaamheid om Christus' wil tegenover het b e g i n s e 1 der evenredige vertegenwoordiging, tegenover het vrijzinnig beginsel. Wat uwe hand in deze vindt om te doen, doe het met alIe macht! Gaat er echter een noodkreet uit, als van Jerobeam, wees dan niet doof, uw hart zij dan geopend en bereid om voor te lichten en te helpen."

„Doch" zoo vraagt ds. Roscam Abbing „hebben de vrijzinnigen geen historische rechten in onze Ned. Herv. Kerk, zooals „van die .zijde beweerd wordt ? Laat ons eens nagaan :

Onze Ned. Herv. Kerk heeft nog altijd hare belijdenis, vervat in den Heidelbergschen Catechismus, in de 37 Artikelen en in de 5 Artikelen tegen de Remonstranten (samen genoemd „de formulieren van Eenigheid"). De Ned. Herv. Kerk, ondanks haar diep verval, de historisch-wettige openbaring van het Lichaam van Christus in ons vaderiand, geeft, op de vraag: „hoe denkt, wat gevoelt, gelooft gij als Kerk aangaande God, Zijn Woord, Christus, zonde en genade", in genoemde belijdenis haar antwoord. Die belijdenis is nimmer bij eenig Synodaal besluit afgeschaft, zelfs niet gewijzigd, (waarmee niet bedoeld is, dat zij onveranderd moet blijven). Op die belijdenis kunnen de vrijzinnigen zich bezwaariijk beroepen. „Dat doen wij ook niet, is hun antwoord, want met die belijdenis hebben we niets te maken, dat is een dood ding voor ons. We hebben te maken met het Synodaal Reglement, zooals dat aan de Kerk in 1816 bij koninklijk besluit werd gegeven en sedert dien uitgebreid, gewijzigd werd naar gelang de feitelijke toestand in de kerk zulks noodig maakte. En die reglementenbundel volgens welke wij feitelijk geregeerd worden, geeft ons ruimte en alle vrijmoedigheid om in de Ned. Herv. Kerk te blijven."

Ds. Roscam Abbing antwoordt dezen heeren dan als volgt: „Och kom ! Het Algem. Reglement spreekt van „handhaving der leer." Hoe ook verklaard, het druischt tegen den zin der woorden in, om onder „leer" te verstaan : geen leer, geen bepaalde leerstellige opvatting, volstrekte vrijheid in dit opzicht, willekeur, bandeloosheid.

De belofte die de candidaten tot den Heiligen dienst hebben af te leggen, geeft hun al evenmin vrijheid om maar te prediken en te onderwijzen wat hun goed dunkt. Zij hebben : „o v e r e e n k o m s tig de beginselen en het karakter van de Ned. Herv. Kerk hier te lande, het Evangelie van Jezus Christus te verkondigen "

Die volkomen vrijheid ligt evenmin opgesloten in de.uitdrukking „geest en hoofdzaak", voorkomende" in het „Reglement op het Godsdienstonderwijs": „De bevestiging van lidmaten heeft plaats in eene daarvoor bepaalde godsdienstoefening, bij welke hun de volgende vragen, althans w a t b e t r e f t den geesten de hoofdzaak van de daarin vervatte belijdenis, verklaring en belofte, ter beantwoording worden voorgesteld."

Om nu met de bewuste vrijzinnigen, van dat „overeenkomstig de beginselen en het karakter der Ned. Herv, Kerk hier te lande, het Evangelie van Jezus Chris tus te verkondigen "; en van „die geest en hoofdzaak der belijdénisvragen" te verklaren dat zulks vrijheid geeft in de Ned. Herv. Kerk nu te verkondigen, te onderwijzen dat : Jezus Christus n i e t is 't vleeschgeworden Woord, n i e t is waarachtig, rechtvaardig (zondeloos) mensch, n i e t is tevens God, te prijzen tot in eeuwigheid, n i e t is : de Middelaar Gods en der menschen, n i e t is : het Lam, dat de zonde der wereld wegneemt, niet: Zijn bloed heeft igestort tot vergeving der zonden, niet lichamelijk ten derden dage' uit de dooden is opgestaan; n i e t • is ten hemel gevaren ; n i e t: gezeten is ter rechterhand Gods des Vaders; n i e t • zal wederkomen om te oordeelen de ilevenden en de dooden — ziet, dat is ergerli|k, onbeschaamd, oneerlijk ! En als hun eerlijkheidsbesef zoozeer is afgestompt, dat zij zelven meenen, wat zij zeggen, dan gaan zij daardoor niet vrij uit. Dan waren indertijd de predikanten Pierson e.a. eerlijker toen zij gevoelden, dat zij met hunne moderne gevoelens niet meer als zoodanig in de Hervormde Kerk werkzaam konden blijven en heen gingen.

Versleten praatjes?

Laat me er dan een onversleten woord aan toevoegen, n.l. dat Pierson zal opstaan in het oordeel tegen die bewuste vrijzinnigen, die blijven, waar zij met Pierson, op grond van „de belijdenis der Ned. Herv. Kerk" op grond van dat „overeenkomstig, , op grond van dat „geest en hoofdzaak", gehouden zijn heen te gaan.

Dat de vrijzinnigen ilangs lijnen van .geleidelijkheid in de Kerk zijn binnengedrongen in grooten getale dat is tot zonde en schuld èn van de rechtzinnigen èn van de vrijzinnigen ; dat de vrijzinnigen blijven en zich zoeken te handhaven is w e d e r r e c h te lijk. (Dat, door het voldoen aan zijne financiëele verplichtingen recht zou ontstaan, om, in strijd met het karakter en de beginselen der Kerk, zijne tegenovergestelde godsdienstige opvatting te verkondigen en daarvoor plaats op te eischen, is te dwaas om van te spreken. Zulk recht bestaat niet en is niet te koop I)

Is de toestand nu eenmaal zóo geworden in de Kerk als ze is, dan geschiedde zulks onder de toelating des Heeren, niet naar Zijn .geopenbaarden wil. Als er van recht sprake is, dan heeft God alléén recht. Hij, Zijne Wet, Zijn Woord, Zijn heilig kind Jezus, Koning over alle creature^ in hemel en op aarde. Van dat recht doet de Heere geen afstand. Dat handhaaft Hij nu, zooals Hij het ook deed in Israël.

Jerobeam ging met zijn volk door met afgoderij, ook de navolgende geslachten. Toch kregen zij op den duur geen historische rechten, om te doen en te drijven naar hunne opvatting."

Tot zoover de brochure van ds. Roscam Abbing, waaruit wij gaarne met volle instemming een groot stuk hebben aangehaald. Het is een kloek woord, waaraan wij in deze tijden behóefte hebben.

Mocht onze Ned. Herv. Kerk spoedig tot de oude paden terugkeeren, opdat het niet ga met haar zooals het gegaan is met het 10 stammen rijk, dat wandelde in de zonde van Jerobeam, den zoon van Nebath, die Israël zondigen deed.

 

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 december 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 december 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's