De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

5 minuten leestijd

„En Hij zal zijn gelijk het licht des morgens, wanneer de zon opgaat." 2 Samuel 23 : 4a,

LICHT IN DE DONKERHEID.

Zoo zong David in zijn, grijsheid. Zoo sprak hij, die lieflijk in psalmen Israels was, zijn zwanenzang over den beloofden Messias, zijn Zoon en Heere.

Het is zoo heerlijk, wanneer na dikke donkerheid des nachts, eindelijk de zon haar lichtbundels weer uitstraalt over het aardrijk. Alles leeft des morgens op, als het licht de duisternis verdrijft.

Zulk een morgenlicht was Jezus Christus' geboorte in de volheid des tijds.

Het was nacht, donkere nacht op alle gebied bij Israël en de volkeren, toen Jezus geboren werd in Bethlehems stal. Maar in Hem verrees de Zon der gercchtigheid, om licht, leven en blijdschap te brengen in de harten dergenen, die in schaduwen des doods gezeten, vroegen : „Wachter, wat is er van den Nacht ? "

Maar het Woord, hierboven geschreven, treedt nog voortdurend in vervulling, , ook bij den enkelen zondaar als de tijd der minne voor hem aanbreekt. Dan is het ook donkerheid allerwege. Donker in zijn ziel, waar de zonde en de zondige aard allé licht dés Heeren als buiten sluiten.

Donker is het dan boven hem, want de oordeelen en vloek Gods over zijn ongerechtigheid, zijn als een nacht, die hem omhullen.

Donkerheid is het rondom hem, want wie der menschenkinderen zou licht kunnen brengen in deze duisternis ? En als dan de Heere God doqr Zijn Geest en Woord aan die duisternis en duisteren toestand ontdekt, is het zoo vreeselijk voor den zondaar in die donkerheid te verkeeren ! Dan hijgt de ziel naar licht, gelijk de doodelijk kranke van zijn leger in den duisteren nacht tuurt, of het nog niet daagt in het Oosten.

Maar als Jezus komt tot zulk een ziele en spreekt : Mijn zoon, mijn dochter ! uw zonden zijn u vergeven — als Hij verzoent met God en het hart reinigt door Zijn Geest en genade — als Hij vrede gebiedt in het ontroerd gemoed en troost den bekommerde over zijn zonde — zeg mij, geldt het Woord van David dan niet met nieuwe kracht : , , En Hij zal zijn gelijk het licht des morgens, wanneer de zon opgaat, des morgens zonder wolken, wanneer van den glans na den regen de grasscheutjes uit de aarde voortkomen ? "

En. ook na wedergeboorte en bekeering kan al wie God vreest weer komen in stikdonkeren nacht. Nachten van afdwaling en donkerheid der ziel, kunnen Gods volk soms zóó benauwen, dat zij gaan twijfelen aan hun staat voor God en als David zeggen : „Ik zal nog omkomen." Die nachten, als de ziel Gods gemeenschap en licht derft, zijn voor 's Heeren volk des te benauwder, omdat zij het licht van Gods genade gekend en 's Heeren vertroostingen genoten hebben in het hart. Dan klagen zij met Jeremia : „Mijn oog, mijn oog vliet af van tranen, omdat de Trooster, die mijn zie! verkwikken zou, verre van mij is." Zij weten niet waar zij gaan of staan zullen, omdat alles donker is voor het oog hunner ziel. En als zij — zooals het meestal is — zichzelf de schuld moeten geven van die dikke duisternis, dan komt uit zoo diepen weedom der ziel de klagende smeeking voort : „Zend Heer, Uw licht en waarheid neder."

Wanneer keeren bij zulk  een vroolijkheid en licht weder.

Als de schoonste der menschenkinderen, Jezus Christus weerkomt tot Zijn bruid en ervaren wordt dat op Zijn lippen genade is uitgestort.

Ja Jezus Christus is als het licht des morgens, wanneer de zon opgaat zelfs in het dal der schaduwen des d o o d s. Hebt gij wel eens gestaan bij het sterfbed van een kind des Heeren ?

De dood spreidt als een donkere nacht zijn schaduwen reeds over de sponde van den stervende. Maar van waar dat licht, dat straalt uit die oogen en spreekt uit de woorden van dien stervende ? Die stervende ziet zijn Heiland en over de Jordaan des doods ziel hij het licht van de Godsstad hem tegen schitteren en zijn oor verneemt reeds de muziek des hemels. Welnu, laat dan de donkerheid des doods komen ; waar hij stervende leunt op Jezus. Zijn Borg en Middelaar is de Heiland, zijn licht en zijn heil. Het wordt ook daar ervaren : „En Hij zal zijn gelijk het licht des morgens, wanneer tde zon opgaat."

't Is A d V e n t s t ij d ; wij zijn in de donkere dagen voor Kerstmis. Is het donker bij u, misschien ook in uw hart ? Wenscht gij, dat Kerstmis licht en vroolijkheid zal brengen in de donkerheid van uw zonde en zorgen ? Beseft het, nergens dan bij Jezus is het te vinden I Daarom, worde uw hart als een Bethlehems kribbe, waarin Jezus geboren wordt. Dan wordt Hij u het licht, dat in de duisternis schijnt en gij stemt in met Zacharia's lofzang :

, , Voor eik die in het duister dwaalt. Verstrekt deez' zon een helder licht. Dat hem in schaauw des doods bestraalt, Op 't Vredepad zijn voeten richt."

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 december 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 december 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's