Uit het kerkelijk leven.
Een nieuwe jaargang.
Schier ongemerkt is ons Bondsorgaan van den ouden in een nieuwen jaargang overgestapt. Wat gaat de tijd ook snel ! Al wéér een jaar vol. En gelukkig een jaar, dat ons Bondsorgaan mocht toenemen, sterk mocht toenemen in lezers-aantal en daardoor mee in invloed in het midden van onderscheidene gemeenten en in het midden van onze Hervormde Kerk als geheel genomen.
We hebben alle oorzaak om dankbaar te zijn.
En nu moeten we vooruit. Vooruit, omdat de strijd op de erve onzer Hervormde Kerk nog niet beslecht is. Nog lange niet. De toestanden raken eer hoe langs hoe meer verward. En dan is het des te moeilijker, om stuur en leiding te geven. Maar dat zegt tegelijk, dat de oplossing van het kerkelijk vraagstuk meer en meer dringen gaat. Zooals het nu is, gaat het niet langer. De misère wordt te groot, 't Duurt ook al zoo lang. En men wil blijkbaar niet hooren naar goeden raad. Liever lijmt en kramt men maar raak. Waarbij men o ! zoo gaarne — de N. Rotterd. Courant wees er pas nog op — zou zien, dat de Gereformeerd-Hervormden hun pakje maar opnamen en uit het diensthuis uittrokken, om de Hervormde Kerk aan de Vrijzinnigen en evenredige vertegenwoordigers over te laten. Wat zou men in z'n vuistje lachen ! Maar we hebben vooreerst nog geen plan om te gaan. We blijven nog wat. We kunnen wachten. Waarbij het voor ons als partij niet slecht gaat. Ons aantal groeit. Onze invloed wint veld in dorpen en steden. En we zijn er blij om. Laat de N.R. Courant maar lachen om dat zuurdeeg, dat rustig werkt om al de maten meels te doortrekken. En intusschen zullen wij voortgaan om te doen wat onze hand vindt om te doen. Daarbij zullen we blijven aandringen op principiëele en radicale veranderingen in ons kerkelijk leven en in de wijze van kerkregeering. Want de blinden zien en de dooven hooren, dat het zooals het nu gaat, glad verkeerd gaat en de welstand, de invioed, ja, het bestaan van de Hervormde Kerk als zoodanig er van afhangt, dat men niet langer lijmt en kramt wat niet bij elkaar hoort. Onze kerkelijke belijdenis moet meer tot haar recht komen. Door vragen we om. Dat eischen we. En dan is niet hij een rustverstoorder, die dóarom vraagt. Maar hij is een beroerder Israels, die vreemde, van Gods Woord en de belijdenis afwijkende meeningen en leeringen invoert, beschermt of voorstaat. Die stuurt de kerkelijke huishouding in de war. Die komt Gods eer, Gods Woord te na. Die loochent den Christus, hoewel men van den Christus spreekt. En dat moet worden tegengegaan, waarbij allen die op den bodem der belijdenis staan ais één man, schouder aan schouder staande moeten gezien worden in deze dagen, die meer en meer er op wijzen, dat we een crisis, een beslissing inzake het kerkelijk probleem tegemoet gaan.
Daarbij is het zoo'n rustige gedachte, dat wij de Kerk niet behoeven te redden of te behouden. Daar zorgt de Heere wel voor, die Zijn Gemeente van 't begin der wereld tot het einde tóe, vergadert, onderhoudt en beschermt. En in veiliger hand kan het onmogelijk komen te liggen.
Maar dat roept óns dan tegelijk, om in den weg der middelen alles te doen wat mogelijk is, om het Gereformeerd beginsel in onze Kerk te sterken en overal, waar het mogelijk is, in te dragen.
Daarom is ons ideaal allen die instemmen met onze Gereformeerde belijdenis bijeen te vergaderen en overal te trachten dat Gereformeerd beginsel tot eere te brengen.
Daarvoor hebben we menschen noodig. En daarvoor roepen we allen op, die iets voor deze dingen voelen.
We hebben ons Bondsorgaan noodig, om zooveel doenlijk, naar alle kanten leiding te geven en elkaar te helpen en te sterken.
We hebben ons Studiefonds noodig om in den middellijken weg méér predikanten te krijgen.
O ! hadden we maar meer predikanten, die de Gereformeerde waarheid wenschten te brengen. Wat zijn er tal van gemeenten, die vacant zijn en uitzien naar een Gereformeerd candidaat of een Gereformeerd predikant ! En — we weten dezen kerkeraden geen hulp te bieden. We hebben geen Gereformeerde candidaten. En als er een is, vliegt hij weg. We hebben geen Gereformeerde predikanten genoeg. En zoo is en blijft men vacant of — men beroept, des wachtens moede, een predikant of een candidaat, dien men toch eigenlijk niet zocht en niet vroeg.
Geve de Heere ons alles wat noodig is in dit nu voor onzen Bond pas begonnen jaar, en doe Hij onzen arbeid maar niet ijdel zijn in Hem.
Een mooie overwinning.
Met meer dan gewone belangstelling hebben we den verkiezingsstrijd te Arnhem gevolgd. Het was daar zoo lang nu reeds geweest : Kerkeraad. En In dien kerkeraad ontwikkelde zich hoe langs hoe meer het beginsel, dat in de Schrift-en in de belijdenis z'n steunpunt vindt. Maar bij de laatst gehouden 10-jaarlijksche verkiezing werd met meerderheid van stemmen door de Gemeente uitgemaakt, dat het voortaan Kies college inplaats van Kerkeraad zal wezen. Zoo moesten er nu 76 gemachtigden worden gekozen, waarbij ieder z'n best deed om met eigen candidaten uit te komen en die candidaten verkozen te krijgen. De Modernen roerden zich. 't Zou zoo mooi zijn, als in Gelderiand's (hoofdstad de Vrijzinnigen. ook wat te zeggen kregen en daar de lakens zouden kunnen uitdeelen. De Ethischen maakten zich óók op ten strijde en lieten zich verleiden met de Modernen gemeen accoord te maken. De leuze „Evenredige Vertegenwoordiging" deed opgeld. Wat ds. Roscam Abbing in 't harnas joeg, om in een predikatie die Evenredige Vertegenwoordiging in Christus' Kerk te veroordeelen en de menschen te waarschuwen zich door mooi klinkende woorden niet te laten verleiden.
Degenen die op den grondslag der Schrift en der belijdenis staan, vereenigden zich óók. Ze voelden, dat hier bijeen hoort, wat in hoofdzaak, naar luid der Schrift en der belijdenis, één is. En zóó werd de strijd ingezet en het liet zich aanzien, dat het er warm langs zou gaan.
De verkiezing van notabelen ging vooraf, En „Evenredige Vertegenwoordiging" won. Toen kwam de verkiezing voor gemachtigden. Wie zou hier als overwinnaar uit den strijd komen ?
Aan den vooravond van den grooten dag werd een samenkomst belegd door de rechtsche groep, waar ds. B u e n k, van Amsterdam, (vroeger te Arnhem) en ds. Oskamp, van Winterswijk, (die pas een zoo mooi stuk in „De Nederlander" schreef) het pleit voerden tegen „Evenredige Vertegenwoordiging", om de leden der Kerk op te roepen als één man te stemmen op de rechtsche candidaten.
En ziet — daar werd de stembus geopend. 1494 geldige stemmen. Dat is veel. Er is druk gestemd. En de uitslag? Op de rechtsche candidaten waren 794 (bijna 800 !) en op de voorstanders van „Evenredige Vertegenwoordiging" waren 536 stemmen uitgebracht. Een schitterende overwinning dus !
We hopen hartelijk, dat dit de Hervormde Gemeente van Arnhem ten goede mag komen ; dat de Heere daar een prediking naar Zijn Woord geve en veel geestelijke zegeningen voor hoofd en hart, van rijk en arm, jong en oud !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 december 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 december 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's