De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

4 minuten leestijd

Vrouwenkiesrecht en stemdwang.

Ten opzichte van een tweetal punten hebben de Anti Revolutionairen bij de in behandeling zijnde Grondwetsherziening in de Tweede Kamer zich in principiëelen zin uitgesproken.

In de eerste plaats kwamen zij op tegen het vastleggen van het vrouwenkiesrecht in de Grondwet, en in de tweede plaats teekenden zij verzet aan tegen het behoud van den stemdwang. Het is bekend, dat naar Anti Revolutionair gevoelen beide instituten in de lijn liggen van het revolutionair gedachte algemeen kiesrecht.

Intusschen is het jammer, dat de poging om het vrouwenkiesrecht buiten de Constitutie te houden, faalde.

Onder de politieke partijen — en dit weet men — is er geen fractie, die met meer ijver en volharding tegen het vrouwenkiesrecht strijdt, als juist de Anti Revolutionaire partij.

Nog onlangs besloot de Deputatenvergadering na langdurige discussie met overweldigende meerderheid van stemmen, dat de partij zich er van zal onthouden om voor de Kamer, of voor de Staten en de Raden een vrouw candidaat te stellen. Zij deed dit op grond van de overweging, dat God der vrouw in het algemeen een andere taak heeft aangewezen, dan haar door toepassing van het politieke passieve kiesrecht zou worden toegedacht.

'Zeker, wanneer de vrouwen door de wet gedwongen worden om op politiek terrein op te treden, zullen zij, zij het onder protest, de wettige Overheid gehoorzamen. Zij aanvaarden dan het stembiljet om het ge­tuigenis tegen het verwerpelijke individualistische kiesrecht te sterken en om te bewerken, dat de vrouw weder worde teruggebracht op de haar door God aangewezen plaats.

Maar, wijl voor de oefening van het passieve vrouwenkiesrecht die overheidsdwang niet bestaat, doch algeheele vrijheid is gelaten, behoort tegen het brengen van de vrouw op eene plaats, waar zij naar de haar van God gegeven roeping en bestemming niet behoort, met beslistheid te worden opgekomen.

God heeft aan man en vrouw, gelijk dit zoo overtuigend in het Rapport-Idenburg neergeschreven werd — afzonderlijke gaven gegeven, 'opdat zij samen het volle, rijke beeld Gods zouden vertoonen en elkander tot steun en volmaking zouden dienen.

De Anti Revolutionaire partij, die dit beginsel ten volle onderschrijft, kon en mocht de gelegenheid, die zich bij de Grondwetsherziening aanbood, niet laten voorbij gaan om, nu de stap gedaan werd om het vrouwenkiesrecht een plaats te schenken in de Grondwet, haar protest daartegen te doen hooren. Zij mocht zich daarvan niet onthouden, ook al wist zij vooruit dat dit protest onbeantwoord zou blijven.

De Anti Revolutionaire Kamerfractie was echter in haar verzet tegen, den stemdwang gelukkiger.

De beslissing, welke op dit punt 1.1. Donderdag genomen werd, heeft in eersten aan loop 't instituut van den stemplicht op gevoelige wijze getroffen. Het is te hopen, dat wanneer zoo aanstonds de zaak opnieuw bij de Additioneele Artikelen van de Grondwet aan de orde komt, de instelling voor goed uit onze wetgeving zal verdwijnen.

Het is toch eenvoudig te dwaas, om de naleving van den kiesplicht door strafbedreiging af te dwingen, temeer daar de bepaling niet kan worden gehandhaafd en daar van 't gevolg is, dat de eerbied voor de wet in het algemeen ernstig wordt verzwakt.

Mocht straks de stemdwang komen te vervallen, dan zullen we ons daarover van harte verheugen.

Tijdelijk of vast?

In het Voorioopig Verslag op het IIIde Hoofdstuk der Staatsbegrooting komt opnieuw het gezantschap bij den Paus ter sprake. De vraag wordt gesteld of de Nederlandsche Zending bij den Heiligen Stoel als een vast of als een tijdelijk gezantschap is te beschouwen. In verband met deze vraag oordeelden de leden, die daaromtrent nadere inlichtingen vroegen, met het lid der Eerste Kamer, den heer Idenburg, die de vraag beantwoordde in een rede, door hem in de vergadering dier Kamer van den 11den Maart 1921 gehouden, dat een vertegenwoordiger van Nederland bij het Vaticaan uiteraard slechts een tijdelijk karakter draagt, dat zulk een vertegenwoordiging slechts in bijzondere omstandigheden in het leven kan worden geroepen en dat zij derhalve met het ophouden dier bijzondere omstandigheden behoort te worden opgeheven.

Wij zien met belangstelling het antwoord van den Minister van Buitenlandsche Zaken op de gestelde vraag tegemoet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 december 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 december 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's