Prins Willem van Oranje.
XII.
De Prins, die zich bij het „Verbond der Edelen niet had aangesloten, omdat hij meende, dat andere wegen moesten worden bewandeld, bemerkte in gezelschap van de Landvoogdes en hare raadslieden, dat men niet gunstig gestemd was tegenover het verzoekschrift. Barlaymont, die gesproken had van „bedelaars" (geuzen) stelde zelfs voor, hen met stokslagen te verdrijven, zoo-ais men doet met een hond die lastig is en niet' wil wijken. Door zijn mannelijke' taal wist de Prins van Oranje te bewerken, datmen den volgenden dag den Edelen een gematigd antwoord zou geven en wel, dat de Landvoogdes een gezantschap aan den Koning zou zenden, met de belofte dat zij, afschoon niet bij machte de plakkaten te schorsen, er toch voor zou zorgen dat die met gematigdheid werden ten uitvoer gelegd.
Na drukke briefwisseling met den Koning, terwijl de Edelen een gezantschap naar Spanje zonden, bestaande uit den Markgraaf van Bergenden den heer Van Montigny, werd matiging in de brsiedplakkaten beloofd en zelfs door de raadslieden van de Landvoogdes een staatsstuk opgesteld (de Mod e r a t i e geheeten).
In dat stuk van matiging kwam voor, dat allen, die over godsdienstzaken spraken, des doods schuldig waren ; allen die de Schriften onderzochten en uitlegden en niet aan een erkende hoogeschool de godgeleerdheid hadden bestudeerd, waren eveneens des doods schuldig. Zij die leeraars of predikers van eenige nieuwe gezindte huisvestten of beschermden, waren des doods schuldig — doch in de plaats van liet verbranden of levend begraven kwam het ophangen en onthoofden.
Dat was de moderatie. Was het wonder, dat het volk sprak van M o o r d e r a t i e ?
En toch, tegen alle gestrengheid in, nam de nieuwe leer steeds grooter vlucht. Reeds iang hadden de Rederijkers de priesterschap, met weinig vleiende eigenschappen toegerust, ten tooneele den volke voorgesteld, zoodat de eerbied voor hen niet was toegenomen. Maar nu kwam naast dit negatieve , afbrekende werk, ook hoe langs hoe meer een bestudeeren van de nieuwe leer en een propageeren van de reformatorische beginselen. Het Hervormde geloof werd openlijk en algemeen verkondigd. Dit geschiedde dan in het open veld, omdat men zich in de steden niet durfde wagen, en ook', omdat er geen gebouw, geschikt om te vergaderen, te verkrijgen was.
Gewapend trok men er heen, bij honderden en duizenden ; men legerde zich tusschen de groene hagen en op het gras, en daarom werden deze bijeenkomsten gras of hagepreeken-genoemd.
In de Zuidelijke Nederlanden (het tegenwoordige België) werden deze hagepreeken ' het eerst gehouden en er zijn geschiedschrijvers, die zeggen, dat er soms wel 15.000 personen voor zulk een godsdienstoefening in de nabijheid van Antwerpen in het open veld gehouden, te zamen kwamen.
Van het Zuiden sloeg het over naar het Noorden en zoo werden in 1566 de eerste hagepreeken nabij Haarlem, onder grooten toeloop, gehouden. Ten tijde dat de Edelen hun smeekschrift indienden, was het reeds zóóver in deze gevorderd, dat, Johan van Pallandl, heer van Keppel in Gelderland, het preeken van de nieuwe leer en het zingen van Psalmen openlijk toestond en 'n Hervormd leeraar aanstelde in de plaats van den Roomschen geestelijke. In Kuilenburg liet Floris van Pallandt den dienst verrichten door drie of vier Hervormde voorgangers.
De Landvoogdes, die allereerst de rust in het haar toevertrouwde gebied moest bewaren, beleefde een moeilijken tijd. „Van alle kanten" — zoo schrijft zij aan den Koning — „neemt het kwaad dermate toe, dat van dag tot dag, ja van uur tot uur grooter en gevaarlijker zwarigheden opkomen.
Niettegenstaande ik dagelijks met de heeren van den Raad van State overleg en alles aanwend om de openbare .preeken te verhinderen, worden deze overal door een óvergroote gewapende menigte en gedurig talrijker bezocht. Men doopt in die vergaderingen en zegent er de huwelijken in naar de wijze der Calvinisten . — Alles is in de vreeselijkste wanorde ; men is zonder wet, zonder geloof, zónder koning."
't Was te voorzien dat er een botsing zou komen door deze dingen tusschen den Koning en de velen, die de leer van Luther en Calvijn aanhingen en de Roomsche Kerk den rug toekeerden.
„Wij zullen weldra een, harde noot te kraken hebben" schreef Graaf Lodewijk van Nassau. , , De Koning zal het prediken nooit toestaan ; het volk zal het nooit opgeven, al is de hals er mede gemoeid. Er zal eerlang een zware storm over het land losbreken."
De Landvoogdes wist geen raad.
Zij nam haar toevlucht tot openbare bede dagen, processies, vasten — en eindelijk tot een man, op wien zij haar laatste hoop vestigde ; tot den Prins van Oranje.
Dat kwam zóó. Antwerpen, de hoofdzetel van de nieuwe richting en van het verzet, dat weldra in een volkssopstand dreigde over te gaan, had aan de Vorstin te kennen gegeven dat de Prins, die erfburggraaf van de stad was, door zijn bemiddeling en overkomst het gevaar wellicht nog zou kunnen keeren en tol verzoening medewerken. Op dringend verzoek van de Hertogin ging Oranje er heen. Hij werd met groote plechtigheid en geestdrift ontvangen, trachtte de al te ijverigen in te toomen en bleef gedurende eenige weken in de Scheldestad. De Koning en de Landvoogdes schreven hem de vleiendste brieven en wantrouwden hem toch ; en de Prins, die 't moeilijke van den toestand inzag, vroeg den Koning ontslag uit al zijn betrekkingen, wat hem onvoorwaardelijk geweigerd werd.
Inderdaad gelukte het den Prins, afgezant der Landvoogdes zijnde, na langdurige onderhandelingen, de rust in Antwerpen te herstellen en wederzijdsche verstandhoudingen te bewerken. In een vergadering van den Breeden Raad werd besloten, dat de uitoefening van den Hervormden Godsdienst niet zou mogen geschieden in de stad, doch stilzwijgend zou worden toegelaten in de voorsteden.
Maar Koning Filips van Spanje was er de man niet naar, om aan zulk een overeenkomst zijn zegel te hechten.
(Wordt voortgezet.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 december 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 december 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's