Stichtelijke overdenking.
»Want zie, ik verkondig u groote biijdschap.« Lukas.2 vers 10.
GROOTE BLIJDSCHAP.
(Kerstmis).
in het leven mengen zich droefheid en vreugde wonderlijk dooreen.
Waar is het huis, het hart dat beide niet kent ? De kelk der bitterheid en de. bokaal der vreugde heffen wij beurtelings op.
Toch zijn er menschen, die meer leven in het eene, en anderen die meer genieten van het andere.
Ook zijn er nachten, lange, bange, donkere nachten van smart tegenover korte, blijde, zonnige dagen van vreugde.
't Is. met de vreugde en de droefheid niet altijd hetzelfde.
De oudtestamentische Kerk was de smarte-Kerk. Zij kende de diepe smart van het onverhoorde gebed. Al haar bidden en zuchten : „of de hemelen mochten scheuren !" scheen tevergeefs. Troosteloos keerden de bidders weer van hun bidplaatsen terug naar woning en arbeid.
Nog niet-! Nog altijd niiet !
Bidden om den Messias, dat was vruchleloos, eeuwen lang.
Maar de Nieuw-Testamentische Kerk is de Kerk der vreugde, de Kerk van den jubel over het heil dat gekomen is.
Nu zijn de gebeden verhoord. Nu is de hemel gescheurd.
Nu is al de gerechtigheid geopenbaard op de aarde, en al de liefde Gods is nedergekomen, en al de zegen voor het menschenhart neergelegd in de kribbe van Bethlehem.
De vreugde is de vreugde van den Kerstnacht, schoner dan elke schoone levensdag. ''
En de Kerstklokken luiden weer in het vreugdefeest, dat gevierd wordt door duizenden op aarde.
Zooals de aanbiddende Kerk knielt op den feestdag, in het huis des gebeds, en stamelt van wondere genade en rijken troost voor nederigen van geest.
Zooals henielsche heirscharen prezen een maal de komst van den Menschenzoon in hun zang van de eere Gods en den vrede op aard en het welbehagen in menschen.
„En daar waren herders in diezelfde landstreek." Herders in den nacht bij de kudden. Wachters op den morgen van het blijde licht.
Dat waren wakende mannen, met heldere oogen, en verreikende blikken, die rondom zagen, en öpblikten naar boven.
Daar bij den schaapstoren van ouds, in Ephrata's velden, daar zaten ze neer, in stil gepeins en gebed, dan weer in levendig gesprek, met de taal der blijde verwachting, die sombere harten vervroolijkte.
Ruwe menschen, die herders, van buiten gezien, maar edele harten, want daar binnen leefde hoop, en gebed en liefde.
'n Beeld van de uitziende Kerk van alle eeuwen, van een volk in levende hope.
Nu zijn ze er ook nog, menschen, met blikken die vooruitzien en opzien, een volk, dat hopen leerde, en van verwachten niet kan aflaten ; zij .moeten het wel gelooven, dat God Zijn beloften zal waarmaken.
Wat een hunkerende blikken gaan er in den Advent naar boven ! Wat stamelende klachten worden in nederige stulpjes geuit, wat eerlijk zuchten in ontroerde zielen geslaakt tot 's levens God.
Eensklaps komt de Engel.
En de heerlijkheid des Heeren omscheen ze, want Gods majesteit is nabij gebracht, hemelschijnsel is neergedaald, 't licht Gods op aarde verschenen. -
Gelukkig uur in de lange troosteloosheid van het bekommerde leven I
Een lichtstraal van Boven verheldert het al. Bij dat licht zien we alles als licht.
En de bode des hemels staat aan hun zijde
De boodschapper met de tijding, van God gezonden, blinkend in hemelgewaad, als één goddelijke schittering in den duisteren nacht
En zijn woord is een zoete melodie van hemelsche klanken, die oor en ziel streelen, en dwingt tot luisteren, toen, nu en tot der eeuwen einde.
„Zie, ik verkondig u g r o o te b 1 ij d se h a'p."
Wij behoeven geen nieuwsbladen ter hand te nemen om nieuws te lezen.
Want wat er is, dat is er al geweest , en wat er geweest is, komt weer terug. — De vorm mag anders wezen, de inhoud blijft dezelfde. Eén prediking van een kleurloos, eentonig menschenleven, dat zwijgend en hoofdbuigend of dol en uitgelaten voortschrijdt op den weg naar het graf.
Is dat nieuws?
Geboorteberichten, en sterfberichten, van rampen en weeën, van honger en ellende, van mislukkingen en pogingen die weer zullen mislukken ?
Alles zoo oud als de wereld oud is.
Eéne nieuwstijding is er slechts onder de zon.
Eén geboorte is nieuw geweest, blijft nieuw ; waarlijk nieuw, en vernieuwend : dat Jezus geboren is, de Levensbehouder en Zielsredder, de Hartentrooster en Zaligmaker.
Eén nieuws, (och, of de wereld het wilde hooren !) dat de Kerstnacht gebracht heeft het Licht der wereld, dat verlossing geopenbaard is, dat zaligheid voor zondaren zeker en gewis is.
Dat feit is oorzaak van g r o o t e blijdschap.
En die groóte blijdschap zoek ik eerst in de diepte, waarin zij afdaalt.
Want in die diepte van het verslagen zondaarshart legt God de blijdschap van de komst Zijns Zoons.
In de diepte van het verscheurd gemoed, dat weent over levenszonde en harteschuld, heiligt de Heere de blijdschap der verzoening.
In de diepte van het verbroken hart, dat roept om zielsgenezing en hemelvertroosting, openbaart de Heere de Christus-vertroosting, als van Eén, die gekomen is om treurigen Sions te troosten;
En de kleinste lichtstraal van die hemelsche blijdschap geeft al terstond de reinste vreugd, de zaligste vertroosting.
Maar die groote iblijdsohap speur ik verder in de b r e e d t e waarin dat licht uitvalt op een duistere aarde rondom ons.
„Blijdschap, die alle den volke wezen zal" In heel de bonte variatie van menschelijke openbaringen, op heel het breede terrein van het wisselend wereldtooneel.
Ach, wat een mengeling van gedachten en gevoelens onder dat menschdom 1
Wat een verschil van spreekvvijzen en leefwijzen, opvatting en aandoening ; van stand, rang, orde en gilde, van jagen, en vragen, hopen en zuchten, van zoeken en tasten !
En, eeuwig wonder van den Kerstnacht, voor die allen is één blijdschap ; voor aller zielsbehoeften één vervulling ; voor aller leven één troost ; voor aller hart één heil ; voor alier donkeren doodsnacht één tichieBde Levensstar ; voor die allen één Levensbehouder, die kan, wil, zal zaligen.
Zouden we dat niet eens in de courant zetten ?
Als we de pessimistische wereldbeschouwing van ondergang en bankroet op elke bladzijde van etk dagblad weer elken dag moeten lezen ?
Zullen we uitroepen met een bazuingeschal dat de wereld overklinkt : arme wereld, daar is nog blijdschap, er is nog groote blijdschap, daar is nog diepe blijdschap, daar is nog blijvende blijdschap, daar is nog zegenrijke blijdschap !
De heraut is er weer, de lichtengel met de boodschap Gods, en hij zegt het ook u, op het feest van heden, op Kerstmis 1921, als 1920 maal tevoren : „Ziet, ik verkondig u groote blijdschap, die al den volke wezen zal."
Misschien dat er dan één gaat hooren en mag verstaan, en dat onder de goddelooze en troostelooze wereldmassa nog één arme herder geboren wordt, die niet alleen omziet in 't rond, en overziet de teekenen der tijden, maar ook opziet, en zucht : „Och, Heere, dat het Licht viel van binnen ! Dat het Kerstfeest wierd in mijn, arme hart !"
^Maar gij dwingt mij schier, om den brief van den hemelheraut te gaan voorlezen, hem aflezend van bet begin tot het einde.
Daartoe is de tijd thans te kort.
Zoovele bladzijden, met zoo'n rijken inhoud, over Eén, die rijk is in genade en gunst, trouw en liefde.
Een enkele passage dan. Naar Lucas' voorbeeld.
Groote blijdschap, omdat de geboren Zaligmaker is de lang beloofde Profeet, die heil verkondigt aan die Hem wachten en zoeken in verdriet, en zijn troostwoord ter harte nemen.
Groote blijdschap, omdat dit Koningskind de Middelaar bij uitnemendheid is, die God en mensch vereenigt, de Immanuël, die Zijn volk met God verzoent, een Redder, die verlorenen heil schenkt.
Groote blijdschap, omdat Hij is de Christus, de Gezalfde Gods, die Zijn kinderen maakt tot profeten, priesters en koningen, een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, daartoe verlost, opdat het Zijn deugden zou verkondigen, de deugden desgenen, die hen leidde uit donkere, vreeselijke duisternis der zonde en des doods tot Zijn heilrijk en eeuwig licht.
Groote blijdschap, omdat deze Jezus, geboren in een stal, in de stad Davids, der koningen Koning en der heeren Heer is, de Hemelmonarch en Wereldbestuurder, die Zijn volk zal regeeren, rechtvaardig, wijs en zacht, en voor Wien eenmaal alle knie zich zal buigen en Dien eenmaal alle tong zal belijden.
Is dit genoeg geciteerd?
Uit den Engelenbrief van den Kerstnacht, overhandigd aan eenvoudige, zoekende zielen ? Overweegt het slechts biddend en de inhoud zal u worden tot een troostrijk levensmedicijn, voor éd de dagen uws levens.
„Ik verkondig U groote blijdschap."
Want tenslotte gaat het om bet adres.
Voor wie is die boodschap, en voor wie is die blijdschap ? Kerst-evangelie, is dat slechts een wapperende vlag, die we boven aan een stok binden en laten uitwaaien op het breede wereldterrein ?
Als zoo vele banieren van de volken der aarde en de groepen onder de natiën ?
Die boodschap kwam tot herders in den nacht
Tot wakende menschen, die zaten in het duister en wachtten op het licht.
Daarom moet gij uw ziel onderzoeken of gij van dat soort zijt, dus of gij op iets hoopt, naar iets uitziet, om iets vraagt, naar iets haakt!
Die sidderen bij 's Heeren komst, worden blijde gemaakt door Zijn heil.'
Die uitzien naar Zijn genade, worden verrast door Zijn woord.
En die hopen op Zijn woord, vergezeld door Zijn gunst. worden
Zij zouden het Kindeke vinden.
Zij zouden het aanbidden.
Zij zouden het bekendmaken.
Gods beloften feilen niet.
Gods waarheden worden verzegeld aan het hart.
Gods feiten worden beleefd in de ziel.
Zóó is het met het Kerstgebeuren.
Een geboren Koning in de kribbe, wordt geboren in het hart.
En dan komt de blijdschap, die groot is, en doet spreken, zoodat we uitgaan en bekend maken het heil, dat d'aard in 't rond verheugt.
Zalig, als onze ontroerde ziel vraagt : „Waar is de geboren Koning der Joden ? "
Zalig, als onze ontdekte harten roepen : „Is er een Koning , een Raadgever aldaar ? "
Zalig, als onze treurende en verslagen zielen genezing zoeken in het levensmedicijn, dat Bethlehems stal uitzendt aan alle geestelijke kranken, de gansche wereld door
U dan geboren, heden, Jezus Christus, de Heere !
U dan blijdschap in de zaligheid van den Levensvernieuwer Jezus !
U dan het vernieuwde leven geschonken, tot verheerlijking van Davids Zoon, 's Hemels Koning, Sions Redder en Bethlehems Kind.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 december 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 december 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's