De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

10 minuten leestijd

»Spreek niet meer van deze zaak.« Deut. 3 vers 26. »En de Heere wees hem dat gansche land." Deut. 24 vers 1.

TELEURSTELLING EN VERTROOSTING.

(Oudejaar.)

Wederom spreekt het oude jaar ons van de vergankelijkheid des levens.

Van al het ondermaansche, dat voorbij gaat, ais een bruisende stroom van het dartele, jonge leven, als een kabbelende beek van den rustigen ouden dag.

Alles gaat voorbij om het onbestendige leven nog onbestendiger te maken en de blijvende onbestendigheid ons diep te doen gevoelen.

Neen, we kunnen er niets van vasthouden. Tegenhouden gaat zelfs niet. Met onweerstaanbare kracht gaat het voor ons en langs ons heen, altijd voort, verder voort. Het is een tragische gedachte, die van den Oudejaarsavond, als we weer staan bij de mijlpaal, weer bij een vervlogen jaar.

Waar zijn ze gebleven, die groote wereld schokkende gebeurtenissen op het tooneel der aarde, waar toonaangevende mannen ; de paleiszalen besluiten over vvel en wee, van vooraanstaande volken en natiën. '

Waar die duizenden kleine dingen rondom ons op het gebied van het maatschappelijke, kerkelijke, huiselijke leven ?

Waar zooveel, dat ons goed en lief was, dierbaar en rijk van beteekenis ?

Ach, waar is het gebleven ?

Als een droom ging het door ons heen !

Als een schaduw gleed het ons voorbij.

En opgeborgen is het weer alles in den alles bergenden schoot der eeuwen, toen de onzichtbare hand der vergankelijkheid het, als de bloem van den stengel had afgeplukt, om het der versterving over te geven.

Die nog ernstig denkt en leeft, laat op het uur van heden het jaar van het verleden tot zich spreken.

De joelende schare, brooddronken en verhit, lalt het oude jaar oud en het nieuwe in.

De meer beschaafde, maar daarom niet veredelde geesten gaan het jaar „uitvieren" in spel en jolijt, het altijd wat pijnlijke moment doorlevende in vroolijk makende scherts.

Maar wij, wij, die den ernst des levens meenen te verstaan, wij staan stil ; stil om te luisteren wat ook dit jaar in een stille ure te zeggen heeft tot ons hart.

En we hooren het lied der vergankelijkheid ruischen door onze ziel, het oude lied van den dichter uit het grijze verleden :

„Als een kleed zal 't al verouden „Niets kan hier zijn stand behouden."

Mozes, die peinsde op het laatst van zijn leven, kende de diepe gedachten van het voorbijgaan, en zijn peinzing heeft onvergankelijke waarde, want de eeuwen door is het nagepeinsd :

„De levensdraad wordt schielijk afgesneên, „Wij schenen sterk, en ach, wij vliegen heen

Wat een man, die Mozes !

Eén om uit te beelden, die groote figuur in de wereldgeschiedenis, die wijze aan Farao's hof, die bekeerde vluchteling, 40 jaar öud, die afgezonderde herder in Midian, die geoefende leidsman in de woestijn.

Daar zit hij ; het gebogen hoofd rust op de hand, die weer steun vindt op de gebroken knie. Roerloos staart hij voor zich uit, rusteloos klopt zijn hart, angstiger dan anders wel het geval was.

Er is zooveel gepasseerd in dat lange, rijke leven. Veel had hij genoten van zijn God, maar zorg, verdriet en jammerlijke plagen bleven hem ook niet vreemd. Een veelheid, al dat gebeurde en doorleefde, van het goede en het kwade, van allerlei, dat de Heere hem gaf te dragen in tal en last, al zijn jaren door.

En bij de overdenking van dat alles staart zijn blik op één punt, houdt zijn gedachte vast één zaak.

De sombere trek op het gefronste voorhoofd spreekt van ernstige dingen.

Tot één bede in zijn ziel worden al die gedachten, en hoe dichter hij nadert tot de belofte der vaderen, hoe sterker die bede wordt : „Heere, dat land ! Dat beïèofde ! Waar we om gezwoegd en getobt, gebeden en geworsteld hebben."

„Heere, dat land I Och, laat mij ook overgaan in dat land !"

Dat is Mozes' laatste bede, zijn strijd ten einde toe. Een strijd, om het met God eens te kunnen worden. Of Hij, de Heere, zich nog wilde laten verbidden.

• Maar het antwoord was een teleurstelling en bleef een telteurstalling. .

• Op dat gebed was geen verhooring mogelijk.

Voor dit smeeken geen open oor !

Zelfs wordt het tenslotte een scherpe afwijzing, als de Heere zegt : „H e t is g e-noeg! Spreek mij niet meer van deze z a a k."

Mozes kon het niet kwijt raken, kon het niet los laten.

Daarom snijdt de Heere het af ; scherp weg, met één slag, zóó hard, dat elke gedachte aangaande de mogelijkheid voor goed met de zaak zelve verdwijnt in het gebied van het ongrijpbare verleden.

Of dan de Heere zoo wreed is voor Zijn kinderen ? Zoo onbarmhartig ? Zoo zonder eenig pardon ?

Zoo wreed tegenover Mozes, den bidder voor zijn volk, Zijn trouwsten vriend. Zijn grootsten profeet. Zijn palstaande getuige. Zijn geroepen middelaar ?

Of daar een wijsheid in ligt, die zelfs door Mozes' ziel niet te verstaan was, en gedachten, hooger dan menschengedachten, een weg, hooger dan 's menschen weg ?

De Rechtvaardige is verre van onrecht, en de Heere plaagt den mensch niet van harte, al Zijn werken zullen Zijn genade roemen, en al Zijn volk zal Hem prijzen.

Op het einde van het jaar staan wij bij de overdenking der vergankelijke dingen ook stil bij onze teleurstellingen, onze moeiten. Alles komt nog weer voor den geest, het smartelijke het meest. Vreugde vervliegt, maar smart blijft. Hoe vaak lieten wij het los, en telkens grepen wij het weer op. En bij het einde, ook van het jaar, is dat weer het eerste tn het meeste.

Pia vota, vrome wenschen, onverhoorde gebeden, wie zal ze tellen op Oudejaarsavond ?

Bittere teleurstellingen en nijpende weeën, ondragelijke smarten, bange worstelingen !

Weer vervullen zij het hart.

Weer wordt het een bede : „Heere, dat land  Heere, dat kind ! Heere, dat goed ! Heere, dat pand "

En'dan wordt het zoo bang te moede, want we vergeten, dat God Zijn reden heeft, Zijn gedachten. Zijn wegen. Dat Hij het noodig vond, en dat het daarom niet anders kon en mocht.

Wij vergeten, dat achter al het gebeuren Kades ligt, de plaats van ongeloof, twijfel en opstand. Waar de Heere niet geheiligd is, geheiligd voor het aangezicht van 't volk.

En dat toen Gods vonnis geveld is : , , dat land niet betreden 1"

O, er ligt groote zaligheid in, als we op oudejaar door de ervaring des ilevens onder 't licht des Geestes mogen komen tot de erkentenis onzer zonde !

Als wij bij onze schuld bepaald worden, en dan in Gods recht worden ingeleid, en bij Gods goedheid eindigen, om stil te staan en te luisteren naar de sprake Gods en te zeggen : „de Heere heeft het gedaan !"

Ja, de diepte in met uw meditatie over de voorbij gaande dingen.

In die diepte ligt het antwoord.

Want om uwer zonde wil kon het niet anders.

Maar nog is de Heere nabij en goed.

Nabij en goed.

Daar staat dezelfde man Gods voor u op den hoogen top van den Nebo. En hij staat er weer alleen met zijn God.

Géén worsteling om een verloren zaak is er in zijn hart.

Maar berustend in 's Vaders welbehagen blikt hij vooruit op het beloofde land, dat zijn kinderen straks zullen betreden.

Golven en baren zijn gestild, en diep in de ziei: . ruischt de toon van het welbehagen Gods, die eenswillendheid met Gods weg uitwerkt.

Blij te moe is hij opgeklommen.

De Heere heeft hem vergoeding gegeven en in vergoeding vertroosting ; hij mag het zien, het inzien en er overheen zien, er boven uitzien, en zoo, zien in het betere beloofde land, Kanaan der ruste daarboven.

Ure van zielsverrukking en Godsaanbidding ! Opgetogen van blijdschap en opgetrokken in God schouwt hij al de heerlijkheid, en de zegening Gods met een blik door Gods Geest verlicht.

„En de Heere wees hem  dat gansche land!" 

En Mozes zegt : „H e e r e, h e t i s genoeg!" Gij hebt alles welgemaakt. U alleen looft mijn hart en mijn tong met Godgewijde tonen.

Eenswillend en verootmoedigd, ingeleid en verstaande, doorgeleid en verheerlijkend staat Mozes op Nebo, en hij ziet. het gansche land, al de vervulling van Gods belofte, al de uitgestrektheid van Gods zegening.

Zalig voorrecht, als we dan zoo tenslotte op Oudejaar met den Heere mogen eindigen !

Op Nebo's top.

Met een terugblik op de rijke ervaring des levens en op de verbeurde zegeningen Gods en de weldaden des Heeren. Met een vooruitblik op de vervulling der beloften Gods, die in Christus ja en amen zijn.

Met een blik omhoog, op den trouwen Ontfermer, die van geen wijken en wankelen weet, maar trouwe houdt tot in alle eeuwigheid.

Op Nebo's top !

Om daar te belijden onze afwijking en dwaling, onze zonde en schuld, onze dwaas heden en goddeloosheden.

Om daar te ontvangen verzoening van schuld en zonden, inleiding in Gods weg en doorleiding tot 's levens einde, en hope, dat Hij het zal maken.

Om daar op te blikken tot Hem alleen, die de eenige Leidsman des levens blijkt, en al Zijn kinderen voert tot de heerlijkheid van Zijn eeuwig Koninkrijk.

De Heere geeft machtige vertroostingen aan een volk, dat door nood en dood geleid wordt tot de erkentenis Zijner genade, en maakt, dat we stille zijn onder Zijn leidende hand.

Op Nebo's top.

Orn dicht bij Hem te zijn, en het weer te wagen met Hem, om ook voor de toekomst het te laten gaan door Zijn hand.

Hij zal u het gansche land wijzen, en den weg door Hem bepaald, en over bergen en door dalen brengen in de plaats der eeuwige rust.

Over het leven heen. over de Jordaan van den dood heen, ziet gij de kusten der eeuwigheid, waarna worsteling en strijd, teleurstelling en vermoeienis de rust voor de vermoeide ziel volkomen zijn zal.

Troostprediking, ook op den Oudejaarsavond.

Misschien zijn er nog vragen in uw hart, over het moeilijke leven, dat achter u ligt; misschien bezwaarnissen over schuld en zonde ; misschien bange gedachten over wat zwaar was om te dragen en moeilijk los te laten ; — één raad voor allen : naar Nebo's top !

Daar zal Hij u losmaken van het aardsche en opvoeren tot het hemelsche.

Daar ontknoopen de raadsels des levens en geven het antwoord uit Zijn heiligdom.

Daar u vooruit doen blikken op de rijke vervulling Zijner beloften en de veelheid Zijner zegeningen.

Daar u doen opzien naar Boven, tot Hem, van Wien om Christus' wil afdalen alle zegeningen, alle genadegaven, omdat Hij niet wordt veranderd , maar blijft de getrouwe Verbondsgod voor al Zijn volk.

Hij wijst u het gansche land !

Laat dan uw blik gaan. Oostwaarts en Westwaarts, Noordwaarts en Zuidwaarts, want het is alles van Hem. Ook de gansche hemel !

Laat dan uw blik gaan opwaarts en aanschouwt een hemel vol van genade bij een God rijk aan zegening.

En moest de wisseling dezer jaren u brengen een overgang van het tijdelijke in het eeuwige, wat nood. Die hier door 't aardsche Kanaan leidt, voert ook in het hemelsche.

Gods bestellingen zijn altijd goed, en op tijd en juist van pas.

Nebo wijst naar boven.

De bergtop is het begin van het einde.

Vaart dan op met vleugelen van genade, en gij zult Hem aanschouwen die hier uw harten versterkte.

Eén gebed blijft nooit onverhoord.

Het gebed om vergeving van zonden !

En die Hem nederig valt te voet, zal leeren, dat Zijn weg is door de diepe vallei der verootmoediging tot de heuveltoppen Zijner eeuwige glorie.

En wie die verhooring ontvangen heeft, wordt bewaard voor de vreeselijkste teleurstelling, om eenmaal buitengesloten te worden, maar zal, geleid door 's Heeren kracht, op het einde eeuwige zaligheid ontvangen.

Op Nebo's top !

Oók op Oudejaarsavond !

Want daar klinkt dat lied van de ware pelgrims van de hoogte der heuveltoppen over de dalen der zuchtende schepping oeneden :

Gij maakt eerlang mij 't levenspad bekend. Waarvan In druk, 't vooruitzicht mij verheugde. Uw aangezicht in gunst tot mij gewend Schenkt mij in 't kort verzadiging van vreugde ; De lieflijkheên van 't zalig hemelleven Zal eeuwiglijk Uw .rechterhand mij geven.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 december 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 december 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's