De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

6 minuten leestijd

De Hervormde (Gereformeerde) Staatspartij

De Hervormde (Gereformeerde) Staatspartij, die — zooals onze lezers zich zullen herinneren — op 13 October j.l. te Utrecht werd opgericht, heeft een manifest uitgegeven, klaarblijkelijk met de bedoeling om, naast den oproep tot een samenkomst, ook meer licht op de beginselen en de te voeren actie te doen vallen.

Of dit laatste aan het Voorloopig Comité van de nieuwe Staatspartij en met dat Comité aan de ruim 50 onderteekenaars van het manifest gelukt is, meenen wij te mogen betwijfelen, daarvoor is de inhoud van het geschrift te vaag gesteld en mist de publicatie elke omlijning op het stuk van de beginselen.

Daarbij komt — en dit maakt het stuk zoo weinig overzichtelijk — dat politieke en kerkelijke kwesties worden dooreengeward.

Ook lijkt ons de reden, die tot loslating van de politiek der bestaande Protestantsche groepen aan de rechterzijde leidde en die tot een nieuwe partijformatie verplichtte, met wat het manifest in den aanhef aankondigde als : „Het kon niet uitblijven", niet voldoende.

Het is toch niet juist, wat geschreven wordt : dat de politiek, welke onder de Anti Revolutionaire of Christelijk Historische vlag gevoerd wordt, de Natie indirect overievert aan Rome en haar natuuriijke bondgenoot, de Revolutie.

Met geen enkel bewijs wordt deze stelling, die wij woordelijk uit het manifest afschreven, door de stellers van het stuk gestaafd.

Wel is het tegenovergestelde waar te maken , zoowel wat betreft het gezantschap bij den Paus als wat de opheffing van het verbod tot het houden van processies aangaat, beide zaken, waarover het in het geschrift loopt.

Wat het eerste punt, het gezantschap bij den Paus, betreft, weet men, dat bij de Anti Revolutionaire partij 'n motie-de Bilt in bespreking is, waarin de vestiging van een vast gezantschap bij het Vaticaan wordt afgekeurd. Naar de bladen melden, vindt deze motie algemeene instemming, zoodat het te verwachten is, dat 't Centralen-Convent van Januari a.s. zich er eenstemmig mede zal vereenigen.

En wat het andere punt, het voorstel van Grondwetswijziging inzake de Roomsche processies aangaat, is het niet onbekend, dat het niet de „Juni-beweging" was, waarvan de Hervormd (Gereformeerde) Staats­partij in haar schrijven gewaagt, maar juist het optreden der Anti Revolutionaire partij, dat tot intrekking van het voorstel tot herziening van het VIde Hoofdstuk der Grondwet den stoot gaf. 

Zoo de zaken staande, is het verwijt, als zou de Natie door het voeren van Anti Revolutionaire of Christelijk Historische politiek aan Rome worden overgeleverd, dan ook ten eenenmale met de feiten in strijd en is de oprichting van een nieuwe Staatspartij, die daartegen zou willen opkomen uit dien hoofde ongemotiveerd.

Er is echter nog een andere oorzaak, die, naar het manifest mededeelt, den onderteekenaars aanleiding gaf, een nieuwe partij-formatie ter hand te nemen.

De Hervormde (Gereformeerde) Staats partij wiil — zoo lezen we —, voor 't minst, een Banier opheffen, waaromheen zich verzamelen kunnen allen, die zich in 't gericht wenschen te begeven voor het recht Gods in Nederland en hiermede den strijd aanbinden, zoowel met de revolutionaire inrichting van den Staat, als met den scheut uit zijnen wortel : de afscheiding.

Deze beginselverklaring, welke in het manifest met vette letters staat afgedrukt, lijkt ons te 'bevatten den eigenlijken en eenigen grond, die tot de oprichting van de nieuwe Staatspartij heeft geleid.

In wat de Hervormde (Gereformeerde) partij hier wil, zit intusschen niets nieuws. Wij beluisteren er de klanken in, die de vroegere Bond van kiesvereenigingen op Christelijk Historischen grondslag in de Provincie Friesland deed hooren : de kerstening der openbare instellingen, de invoering der Christelijke openbare school, enz.

Dit blijkt overduidelijk uit het 3de lid van artikel 3 van de Statuten der partij. Daar staat :

Zij, d.i. de Hervormd (Gereformeerde) Staatspartij, weigert derhalve te berusten in 't geen langs den weg der afscheiding en in den vorm van „bijzondere" instellingen voor het Christendom verkregen wordt.

Krachtens deze uitspraak zullen dus b.v. (de bijzondere scholen zoowel lagere als middelbare en hoogere plaats hebben te maken voor de Christelijke (Gereformeerde ? ) Staatsschool. Hoe dit beginsel practisch uit voerbaar zal zijn, wordt echter niet nader

Wel laat het manifest zich uit over de banier, die de nieuwe partij wil opheffen en waaromheen zich allen kunnen verzamelen die zich in 't gericht wenschen te begeven voor het recht Gods in Nederland.

Welke die banier dan is ?

Het antwoord luidt : „heel de Kerk en heel het volk", de bekende leuze der Conlessioneelen.

Hoe deze gedachte nu in een politiek program zal zijn uit te werken is ons niet duidelijk. Wij wachten daarom eveneens met belangstelling de formuleering ook van dit beginsel in concrete programpunten af.

Maar niet minder belangstellend zijn wij naar de 'uitwerking van Art. 36 der Nederlandsche Geloofsbelijdenis, welk artikel zal moeten worden gehandhaafd en waarvan 't staatsrechterlijk beginsel niet mag ingeruild worden tegen het zoogenaamde vrijheidsbeginsel der revolutie.

Wat over dat Art. 36 in het manifest voor komt, lijkt ons intusschen al heel duister. Naar luid van dat artikel zal de Overheid de hand hebben te houden aan den heiligen Kerkedienst en hebben te weren en uit te roeien alle afgoderijen en valschen godsdienst. De onderteekenaars van het manifest verklaren echter geen anti-papisten of reactionairen te zijn en evenmin willen zij te boek staan als belagers der gewetens-en godsdienstvrijheid of als drijvers eener Staatskerk of als ijveraars voor een bevoorrechte positie van het „Hervormde Genootschap."

Zelfs gaan zij zoover door te verklaren dat de gewetens-en godsdienstvrijheid geeischt mag en verleend moet worden, niet ondanks, maar juist krachtens het Protestantsch Gereformeerd beginsel. En over eenkomstig dat beginsel, de Roomsch Katholieken of die tot andere gezindten 'behooren volstrekt niet mogen worden geweerd bij het bekleeden van hooge posten

Hoe deze tegemoetkomende houding te genover de Roomsch Katholieken nu te rijmen is met wat Artikel 36 belijdt, verklaren wij niet te kunnen begrijpen.

En even onbegrijpelijk is ons het voorbehoud, dat gemaakt wordt, waar de nieuwe Staatspartij wel tegemoetkomend wil zijn jegens andersdenkenden, indien — en zoo staat het in het manifest woordelijk — slechts het Protestantsoh gereformeerd karakter der Natie in de Wet is uitgedrukt en gewaarborgd.

Dat in het manifest heel wat voorkomt dat nadere verklaring behoeft, en in het op treden der Hervormde Gereformeerde Staatspartij heel wat zit dat ons onoplosbaar lijkt, schijnt de partij zelf gevoeld te hebben, toen zij aan het slot van haar geschrift deze vraag aan zichzelf stelde „Maar stelt ge U met uw beginsel niet te eenenmale buiten de werkelijkheid ; maak gij bijgevolg het u zelf van meet af niet onmogelijk op te treden als partij ?

En welk antwoord wordt nu op deze vraag gegeven ?

Luidt dit antwoord ontkennend ? Neen Er wordt zelfs heelemaal geen antwoord op gegeven. De beantwoording bestaat in het maken van eene verontschuldiging.

, , Wij antwoorden — zoo staat in het manifest — de nood is ons opgelegd." 

Kan het haast raadselachtiger? 

En wanneer men dan niet weet te antwoorden op de vraag, of men eigenlijk wel in staat is om een eigen staatkunde te voeren, gaat men er blijkens het manifest toch toe over „onverwijld" het geheele land te organiseeren. 

Hoe dit alles zal afloopen, hebben wij at te wachten. Intusschen hopen wij over wat de Hervormde (Gereformeerde) Staatspartij voornemens is te doen, een volgenden keer ons gevoelen te zeggen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 december 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 december 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's