Aan 't einde.
Weer een jaar vervlogen, Waarin ik heb mogen Ondervinden, dat Gij mij alle dagen Wildet steunen, schragen Op mijn 'levenspad.
Want Uw hand bereidde Mij, ten allen tijde. Voedsel, kleeding, kracht, Ja, Gij hebt m'in 't leven, Zelfs nog meer gegeven, Dan ik had verwacht.
Gingen vele dagen, Wijl 'k een kruis moest dragen. Zwaar en moeilijk. Gij Hielpt mij op mijn schreden, 'Deedt mij voorwaarts treden, Ondersteundet mij.
En als 't scheen of immer 't Kruis zou drukken, nimmer Moeit' en tegenheên Zouden gaarn verdwijnen. Nooit 't geluk meer schijnen Op mijn levensschreên,
Toen juist zaagt Gij neder In Uw gunst, mij weder Doend' ervaren, dat Gij mij kwaamt gedenken, Om mij weer te schenken. Vreugde op mijn pad.
Daarom, aan het einde Van dit jaar weer zijnde. En 'k den blik laat gaan, Over alle dingen. Waarmee Gij m' omringen Kwaamt op mijne paan.
Moet ik, Heere, buigen, En voor U betuigen : , , Eind'loos goed waart Gij, Niets verdiend t' ontvangen En toch, op mijn gangen Schonkt Gij alles mij."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 december 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 december 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's