Kerk, School, Vereeniging.
NEDERLANDSCHE HERVORMDE KERK.
Beroepen te Leerdam H. Japchen te Den Bommel — te lerseke H. H. van Ameide te Ridderkerk — te IJsselstein J. J. Timmer te Montfoort.
Aangenomen naar Leeuwarden G. W. Oberman te Bovensmilde — naar Dantumawoude J. A. Steenbeek te Opende — naar Sleen J. S. King te Nieuw Beerta.
Bedankt voor Putten J. C. van Apeldoorn te Voorthuijzen — voor Leeuwarden G. Bolkestein te Katwijk a. Zee — voor Garderen J. A. van Boven te Ede — voor Polsbroek D. E, J. Hupkes te Wanswerd — voor Amersfoort G. B. Westenburg te Beverwijk.
GEREFORMEERDE KERKEN.
Beroepen te Rijsoord D. Pol te Boskoop — te Schipluiden D. G. A. Brouwer te Oost-wold — te Wüudsend M. A. van Pernis te Schoonerwoerd.
Aangenomen naar Paesens D. G. A. Brouwer te Oostwold — naar Beilen Th. Kuipers te Ter Aar.
Bedankt'Voor Emlicheim dr. Vv'. A. van Es te Leeuwarden — voor Anjum W. L. Korfker te Barneveld — voor Giessen Oudkerk J. F. Koth te Sloten — voor Schipluiden D. G. A. Brouwer te Oostwold — voor Leeuwarden J. Waterink te Zutphen — voor Berkel en Rodenrijs L. van Wijk te Ede.
CHRISTELIJK GEREFORMEERDE KERK.
Beroepen te Driebergen A. M. Berkhof te Utrecht.
Bedankt voor Leerdam J. D. Barth te Werkendam.
Afscheid, bevestiging, intrede. Ds. E. van Meer hoopt Zondag 19 Februari afscheid te nemen van de Ned. Hervormde Gemeente te Noordgouwe en Zondag 26 Februari intrede te doen te Markelo na bevestigd te zijn door zijn schoonvader, ds. C. Hattink, van Apeldoorn.
RIJSWIJK (Z.-H.). Men schrijft ons :
In de algemeene vergadering van de afdeeling van den Gereformeerden Bond te dezer plaatse, welke vergadering in de consistorie der Ned. Herv. Kerk mocht gehouden worden, werd o.a. de vraag besproken, hoe in deze moderne gemeente propaganda te maken 'voor onze beginselen. De voorzitter deelde mede, dat voor een spreekbeurt tot dat doel de Ned. Herv. Kerk ter beschikking gesteld werd tegen vergoeding der kosten. Die mededeeling verheugde ons zeer. Besloten werd ds. Bieshaar, van Den Haag, te vragen hier een spreekbeurt te vervullen. Ds. Bieshaar voldeed gaarne aan ons verzoek en trad 5 dezer voor de afdeeling op. De kerk was flink bezet, gegeven de weersgesteldheid en het karakter dezer plaats. Als uitgangspunt had de geachte spreker Genesis 26 vers 18a. Een zeer toepasselijk woord voor deze moderne gemeente. Onder groote aandacht werd de gloedvolle, voor de vuist gesproken rede gevolgd. Ernstig werden de aanwezigen er op gewezen, dat er putten moeten worden opengemaakt : Ie. in het huisgezin ; 2e. in de school ; 3e. in de Kerk. In alle drie zijn door de Filistijnen putten dichtgestopt en ds. Bieshaar toonde aan, wat door de zonde was teniet gemaakt, want in dit verband waren onder Filistijnen onze zonden te verstaan. Het practisch resultaat van dit optreden wordt onder „Financiën" vermeld, terwijl een tweede collecte voor de onkosten ook voldoende opbracht. En het onzichtbare resultaat — het doorwerken der Gereformeerde Waarheid onder de Hervormden — dat laten wij den Heere over, met de bede, of Hij het ernstige woord van ds. B. zegenen wil, tot eere Zijns Naams. Ónze afdeeling is niet groot in aantal, maar er zitten hier toch blijkbaar veel vrienden, wien onze beginselen lief zijn. Dat getuigde zoowel de opkomst als de collecte.
OPHEUSDEN. De jaarlijksche verhuring van vrije zitplaatsen (187 in getal) bracht dit jaar op de somma van f 3532.—, dat is ruim f 300.— meer dan in het afgeloopen jaar. Binnen een paar weken hopen h. h. kerkvoogden de 53 nieuwe zitplaatsen in het oude koor der kerk aangebracht, eveneens te verhuren. Onze gemeente verheugt zich weder in aiouden bloei. Zegene de Heere haar meer dan stoffelijk !
't Is nu eenmaal verklaarbaar ! In Naaldwijk was de Nieuwjaarsmorgenbeurt (het was ditmaal op Zondag) in de Ned. Herv, Kerk (modern) slecht bezocht. Hoe de predikant daarover denkt, blijkt uit een correspondentie in „De Hoeksteen." Daar schrijft ds. de Graaff : „Zoo vol de kerk Oudejaarsavond was, zoo hol en leeg was het er Nieuwjaarsmorgen. Voor de scheidende en nieuw te bevestigen kerkeraadsleden is dit misschien niet aangenaam, maar 't is nu eenmaal verklaarbaar, dat velen elkaar op Nieuwjaarsdag aan huis gaan opzoeken, om elkaar het beste toe te wenschen voor den nieuwen tijdkring." Wel een beetje eigenaardig, als een dominé zichzelf zoo wat wijsmaakt en anderen stijft in hetgeen verkeerd is. Oudejaarsavond groote verzoendag ; en Nieuwjaarsmorgen op bezoek bij elkaar om elkaar het beste toe te wenschen. Zit dat kwaad misschien ook in orthodoxe kringen ? Laat ons dan niet rusten vóórdat het is uitgeroeid en laat het overal niet vergoelijkt, maar bestraft worden.
FEIJENOORD. Op 2 Januari 1.1. werd op initiatief van de afdeeling Feijenoord opgericht de Meisjesvereeniging „Hanna", daar op Feijenoord eene Vereeniging voor Meisjes, welke onze Zondagsschool verlieten, niet bestond. (Althans niet op Gereformeerden grondslag). Het bestuur toesloot zulk een Vereeniging te trachten op te richten en wees vriend J. V. d. Schoor aam stappen te doen in die richting, welke 2 Januari 1.1. een vergadering belegde, op welke vergadering deze Vereeniging werd opgericht met 9 leden, waaruit een paar bestuursleden werden gekozen. Nu werd door het bestuur uitgezien naar een bekwame presidente, welke het meende te zien in mej. Van Driel, welke dan ook, daarover aangezocht zijnde, dit op haar nam. Dat niet lis misgezien in haar persoon, mocht blijken door hare bekwame leiding in het eerste levensjaar der Vereeniging.
Woensdag 4 Januari 1.1. mochten wij dan met de jeugdige „Hanna" het eerste jaarfeest vieren. Met het doen zingen van Ps. 103 vers 8, het lezen van een gedeelte uit Gods Woord en gebed, opende de presidente deze feestvergadering, waarna zij den aanwezigen een hartelijk welkom toeriep. De secretaresse, penningmeesteresse en bibliothecaresse brachten hun verslag uit. Uit het verslag van de secretaresse bleek, dat het ledental van 9 was gestegen tot 30 en 38 begunstigers. Wel een toewijs, voor de goede leiding en (behoefte aan zulk een vereeniging. Ook de penningmeesteresse bracht een gunstig verslag uit en uit het verslag van de bitoliothecaresse bleek, dat nog wel wat goede boeken gewenscht worden. Wie dan ook voor onze meisjes nog een of meer boeken kan missen, zij gemeld, dat 't adres van de bibliothecaresse is : mej. Cor Ligtbart, Heggepad 41, Tuindorp, Rotterdam. Verder werd de avond gezellig doorgebracht met zang, muziek, voordrachten en een rede van vriend v. d. Schoor, getiteld : „Blijdschap." Onder de voordracht, getiteld : „Het Bedelkind", werd gecollecteerd voor den Gereformeerden Zendingsbond, welke collecte 5 gulden opbracht. Nadat het programma was afgewerkt en de presidente allen had bedankt voor het welslagen van dezen avond, sloot zij deze gezellige feestvergadering, nadat gezongen was Psalm 89 vers 1, met dank aan den Heere, Die alles had wèlgemaakt. Moge het ook „Hanna" in het komende jaar aan den zegen des Heeren niet ontbreken ; dat zij in kracht en bloei moge toenemen. Dat vele ouders hunne meisjes daarheen mogen zenden en zij alzoo vele meisjes tot eeuwigen zegen moge zijn, is de wensch die door allen werd uitgesproken. Aan het eind werd nog een collecte gehouden voor het Studiefonds, welke heeft opgebracht de som van f 7.20, waarvoor onzen vriendelijken dank.
Schouwburgbezoek, kaartspel en dansen. Prof. dr. A. G. Honig schrijft in „De Bazuin" het volgende : Nu geheel buiten mij om over de bespreking van het bovengenoemde onderwerp ter Generale Synode van Leeuwarden der Geref. Kerken artikelen in de pers verschenen zijn, meen ik niet geheel te mogen zwijgen. Eerst dan 'n enkel woord over de historie. Daarna een uiteenzetting van de zaak zelf Op Vrijdag 27 Augustus kwam des morgens in behandeling het rapport van de Commissie, die de Synode had te dienen van advies inzake de nadere toelichting van enkele artikelen onzer Confessie. Rapporteur was prof. dr. H. Bavinck.
Deze Commissie adviseerde :
Ie. voorloopig slechts drie dogmatische quaesties ter hand te nemen en 2e. tot de Kerken een Getuigenis met het oog op den ernst der tijden te richten. Het rapport was tevoren niet ter kennis gebracht van de leden der Synode. Na de voorlezing kwam het terstond in behandeling. Zelf was ik toen, op zachten aandrang van den geëerden Praeses, de eerste spreker. Ik bracht hulde aan den arbeid der Commissie, vooral aan den Rapporteur ; betuigde mijne instem ming met de gedachte, dat aanvankelijk slechts drie dogmatische quaesties het voorwerp van een nader onderzoek zouden zijn ; en uitte de meening, dat het mij gewenscht voorkwam, dat de Synode in haar Getuigenis er met ernst aan herinnerde, dat steeds schouwburgbezoek, kaartspel en dans als in strijd met de Calvinistische zeden waren beschouwd. Prof. Bavinck kon zich met het laatste niet vereenigen en meende, dat de drie genoemde zaken niet aibsoluut verkeerd konden worden genoemd. Ik lichtte toen mijn meening wat breeder toe en hoopte nu Prof. B. daarvoor gewonnen te hebben. Daarop betuigde de heer P. Rijsdijk (ouderling) zijne instemming met mijne meening en voegde er bij. dat sinds de oorlogsjaren te Sliedrecht en omgeving het kaartspel onder de Gereformeerden veel ingang gevonden had en dat groote bedragen in geld verloren en gewonnen werden. Prof. Bavinck trad toen zijnerzijds in eene breedere beschouwing, volhardde bij zijne opinie, en wees op de zonden van oorlogswoeker, hoogmoed, gierigheid enz., waarover z.i. in 't algemeen te licht geoordeeld werd. Aangezien niemand toen meer over dit punt het woord vroeg, was de discussie geëindigd, werd het rapport met algemeene stemmen aangenomen en deze morgenzitting gesloten. Ik vrees , geen tegenspraak, wanneer ik verklaar, dat een scherp woord daarbij door mij in 't geheel niet gebezigd is. Integendeel. Op den middag van denzelfden dag heb ik met prof. Bavinck, aan wiens herhaaldelijk gebleken hartelijkheid ik recht aangename herinneringen behoud, nog enkele minuten in vriendelijk gesprek doorgebracht. Nu de zaak zelve. Het was me niet onbekend, dat sommigen in kringen, waarvoor ik steeds groote sympathie gevoelde, over schouwburgbezoek, kaartspel en dansen, en met name over het eerste, allengs inzichten koesterden (en die ook in praktijk brachten) welke me met groote zorg vervulden en nog steeds blijven vervullen.
Om nu niemand noodeloos te prikkelen en met de hartelijke bede, dat we op dit voor de levenspractijk zoo belangrijke punt weer tot eene eenparige gedraging ziouden komen, heb ik — gelijk ik dit ter Synode ook niet onopgemerkt liet — me opzettelijk onthouden van het gebruik van het woord „zonde" in dit geval. Opzettelijk bezigde ik de termen, die ik in mijn studententijd zoo herhaaldelijk uit den mond van mijn hooggeschatten Leermeester dr. A. Kuyper opving, in strijd met de Calvinistische zeden" ; „contrabande in Calvinistische kringen" enz. ;
Nu versta men mij niet mis. Ik voor mij zie in het schouwburgbezoek (ik denk dan natuurlijk niet aan een schouwburg, die er zou kunnen zijn, maar aan het tooneel van onzen tijd), in kaartspel en dansen zonde. Ik acht, dat ze in strijd zijn met Gods Woord.
Afgezien reeds van andere bezwaren, is de hedendaagsohe schouwburg zulk een tooneel van zedeloosheid, en werkt hij zoozeer de zedelijke verwildering in de hand, dat een Christen m.i. daarin ook den voet niet mag zetten, als eens eene enkele maal een z.g. klassiek stuk gespeeld wordt.
Kaartspel is reeds als hazardspel of misbruik van het lot door Gods Woord geoordeeld, terwijl het daarbij zoo licht tot andere zonden voert.
De bezwaren, die van Gereformeerde zijde tegen het dansen worden ingebracht, behoef ik niet meer te noemen.
Maar al acht ik voor mij dus deze drie genoemde dingen in strijd met Gods Woord (woeker, hoogmoed en gierigheid zijn dit natuurlijk eveneens en ik had er dan ook volstrekt geen bezwaar tegen, dat in het m.i. zoo uitnemende en ernstige Getuigenis der Synode ook het dienen van den Mammon genoemd wordt) opzettelijk liet ik den term „zonde" achterwege.
Ik vroeg van alle Gereformeerden, dat ze zich weer als vroeger van deze dingen zouden onthouden, omdat
Ie. ze steeds beslist door de Calvinisten afgewezen waren en ze als in strijd met de Calvinistische zeden door onze voormannen herhaaldelijk gequalificeerd waren ;
2e. omdat ze m.i. de brug vormen, die menig belijder overleidt tot het wereldsche leven en met het geloof der Kerk van Christus breken doet;
3e. omdat ik vreesde, dat kringen, in wier midden sommigen deze levenspractijken volgden, allengs de; sympathie van een groot deel der Gereformeerden zouden verliezen wat groote geestelijke schade met zich brengen zou ;
4e. omdat overigens bekwame jonge man nen, door het volgen dezer levenspractijk eene kloof zouden graven tusschen zich en het Gereformeerde volk, terwijl de Kerk ze noodig had als ambtsdragers en het politieke leven ze noodig had in Raden en Staten.
Ik kan nog steeds niet anders zien, of ik moet zoo spreken.
Ik vraag van niemand onzer, wat hij niet in oprechtheid zeggen en doen kan.
Ik sprak uitdrukkelijk : Welnu, meent dan desnoods voor u zelven, dat deze dingen voor u, als Gereformeerden, geoorloofd zijn, maar kunt gij dan niet het offer brengen ze na te laten op de vier daareven door mij opgesomde gronden ?
En zoo hoop ik te blijven spreken en te blijven vragen, totdat deze misstand weggenomen is.
Ernstige zaken' zijn hier in geding. Groote gevaren dreigen onze jongeren. En gewichtige belangen zullen ernstig schade lijden, wanneer de door mij afgekeurde levenspractijk bestendigd wordt en allengs nog mee!-ingang vindt.
Het is warme liefde voor dnze jongeren en voor de zaak van Christus, die me ter Synode ook nu weer spreken doet.
Met alle bescheidenheid vraag ik ernstige overweging dezer quaestie !
En onze genadige God en Vader bewerke door Zijn Geest en Woord eenheid van inzicht en van levenspractijk op deze punten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 januari 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 januari 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's