De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Feuilleton.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Feuilleton.

8 minuten leestijd

Van 's levenspad

De meester en een leerling.

II.

De droeve tijding, dat meester v. Doorn ernstig ziek was, weldra gevolgd door het nog droeviger bericht: „de meester is niet meer", bereikte ook het oor van één zijner vroegere leerlingen, een meisje, dat door ziekte aan haar leger was gebonden en als de laatste tijding haar werd gebracht, was het als gevoelde zij .dat de innige banden waarmede zij aan hem verbonden was, verbroken werden en riep zij uit: „Mijn vader, mijn vader, wagen Israels en zijne ruiteren."

Ja, meester Van Doorn was niet slechts een onderwijzer, doch als een vader voor haar geweest, want zij was een dergenen, in wier hart het door hem uitgestrooide zaad was ontkiemd en vruchten had voortgebracht. Zoo gaarne was zij ook naar den doodenakker gegaan, daar aanwezig geweest, als de meester aan den schoot der aarde werd toevertrouwd, maar zij kon daar niet heengaan, zij was aan het ziekbed gebonden.

De droeve tonen der dorpsklok meldden dat hij grafwaarts werd gedragen en daarnaar luisterend kwamen de lang vervlogen dagen haar weer voor den geest, toen haar jeugdig hartje geopend werd voor het zaad dat hij daarin mocht uitstrooien. Zij zag zich zelf weer op de schoolbanken zitten, aandachtig naar den meester luisterend als hij Bijbelles gaf en het was als hoorde zij nog zijn stem, als hoorde zij hem nog spreken over de scheiding, welke de zonde heeft teweeggebracht tusschen den Heere en ons, welke kloof echter door Christus Jezus werd overbrugd.

Haar ouders hadden haar nooit daarover gesproken, die voedden haar op als een heidinnetje, maar daarom Juist hechtte zij zich zoo aan den meester, toen het zaad in haar hartje ging ontkiemen. De schooluren waren haar zoo dierbaar, want dan werd haar zoo jong reeds door twijfel en strijd geslingerde ziel verkwikt, daar werd zij bemoedigd en vertroost. Verwonderd kon zij vaak den meester aanstaren, als hij op kinderlijke wijze sprak over het gemis dat in de ziel wordt gevoeld, wanneer die ontdekt Ohristus Jezus niet als Borg en Middelaar te bezitten. Wist meester dan alles wat in haar omging, vroeg zij meermalen zichzelf af ; wist hij dan, dat zij zich , zoo ongelukkig gevoelde, wist hij dan dat zij zoo vaak in de eenzaamheid vluchtte om daar in stilte te schreien en naar den hemel op te blikken, wist hij dan, dat zij voor zoovele raadsels stond, welke hij meer en meer voor haar onthulde ? Haar hartje dorstte om meer te hooren, en niet tevergeefs, want zij vernam dat in Christus Jezus de weg was geopend om verzoend te worden met een heilig en rechtvaardig God. Van toen af kleefde zij den Heere zonder ophouden aan, zij pleitte op Zijn Woord en geloofde dat Hij baar zeker zou hooren omdat Hij het had beloofd. O, dat eenvoudige, oprechte, kinderlijk geloof, dat van geen wankelen weet, dat steunt op 's Heeren'eigen Woord. Dat Woord werd een heldere lichtstraal in den donkeren nacht harer ziel en gaf haar gedurig een geopenden toegang tot den genadetroon. Haar kinderhartje was zoo ontvankelijk voor het goede zaad, vooral, daar het door den hemelschen Landman was toebereid, waardoor het onderwijs haar tot zulk een rijken zegen was.

Meer dan ooit gevoelde zij dit thans, nu hij niet meer was, tiu het klokgelui ineldde dat hij .grafwaarts werd gedragen. Hij, de oude, geliefde meester, was het middel in 's Heeren hand geweest, dat zij leerde zoeken, om later ook te vinden en dat bedenkende, werd zij met blijde vreugde vervuld, want zij wist dat zij hem straks mocht volgen, dat zij straks met hem den Heere mocht verheerlijken, dat zijn arbeid voor haar zoo'n rijke vrucht voortbracht.

Maar als het luiden der klok ophield, wat haar zeide, dat de droeve stoet op den doodenakker was aangekomen, dat nu haar oude meester aan den schoot der aarde werd toevertrouwd, werd zij met diepe smart vervuld en weer riep zij uit : „Mijn vader, mijn vader, wagen Israels en zijne ruiteren."

Haar meester, hij, door wiens woorden baar hartje werd geopend en naar den Heere uitging, was niet meer, wat haar met heimwee vervulde om ook te mogen heengaan, ook haar Heere, haar .Heiland en Koning te mogen aanschouwen, en 'n oogenblik smartte het haar, .dat zij achterbleef, dat zij niet met hem was weggenomen. Zij mocht het oog echter weer omhoog heffen, haar blik naar den hemel richten, tot Hem, Die door Zijn wondere liefde naar haar had omgezien. Die tot haar was gekomen en Ihaar toegeroepen had, dat zij de Zijne was, dat Hij haar in Zijne handpalmen had gegraveerd, en bedenkende dat het leven slechts zoo kort is, dat weldra ook haar einde zou aanbreken, kon zij weer stil zijn. Zij kon weer berusten om* achtergelaten te worden, wetende, dat op 's Heeren tijd ook zij zou weggenomen worden, wijl zij dan zou kunnen sterven met den blijden jubelkreet: „Het leven was mij Christus en daarom het sterven gewin."

Haar oude meester, hij, die haar op den eenigen weg des levens mocht leiden, was niet meer, maar zij moest nog wat blijven en zij is er nog. Nog gaat zij voort over 's Ie venspad, doch zijn nagedachtenis leeft nog voort in haar hart. Dag aan dag 'denkt zij nog aan hem, om zich dan te verheugen in het vooruitzicht, straks voor eeuwig met hem vereenigd te zijn om het lied des Lams aan te heffen. Welk een blij vooruitzicht, waardoor het .gaan over 's levenspad zoo gemakkelijk voor haar is en zij blijmoedig de komst des Heeren kan verbeiden, om dan nimmermeer te scheiden, maar eindeloos vereenigd te zijn in dien dierbaren Immanuël

Kunt gij ook reeds over 's levenspad gaan u in dat vooruitzicht verheugende, u verblijdende dat straks ihet einde uws levens komt, of verblijdt .gij u nog in het vooruitzicht van de ijdele genoegens der wereld, zoekt gij daarin nog lust en vermaak? Hoe, o, hoe zult gij idan straks op uw sterfbed nederiiggen ; hoe zult .gij dan voor de poorten der eeuwigheid staan ? De wereld moet gij bij het sterven loslaten, al haar genietingen, 'al haar vermaken moet gij achterlaten en wat o, wat zal u dan overblijven, als gij voor den Heere verschijnt terwijl uw ziel niet is gewasschen in het bloed van Christus Jezus, gij Hem niet kent als uw Borg en Middelaar ? De Heere zal u voor eeuwig verstooten en uw plaats zal het rijk van satan zijn, dien gij gediend hebt, dien gij als koning hebt verkoren en hij zal lachen om uw verderf, hij zal spotten met uw smart en pijn. Verlaat daarom toch .den dienst der wereld en van satan ; vraag den Heere een hart, dat naar Hem en Zijn dienst uitgaat, dat alleen vermaak vindt in het volgen van Hem. Geen rijker, geen vreugdevoller dienst dan .die van Koning Jezus, want daarin is vreugde en blijdschap uw deel, daar gij u keer op keer kunt verheugen in wat Hij doet en wat Hij schenkt. Hoe diep onwaardig, hoe menigmaal van Hem weer afgeweken en afgedwaald, gedurig opnieuw betoont Hij enkel liefde en ontferming te zijn, nooit moede te worden afgedwaalden weer op te zoeken.

En wanneer gij straks het einde van 's levenspad bereikt, als gij voor de poorten der eeuwigheid staat, zal Hij u iniet verlaten, maar met u de doodsvallei betreden om aan uwe zijde te staan als gij voor den Heere verschijnt.

En dan ? Als dan de Heere u rekenschap vraagt van wat .gij deedt, als Die verantwoording van al uwe daden zal eischen, zal Hij tusschenbeiden treden, .Hij zal uw Borg en Mid delaar zijn, uw Voorspraak en zeggen dat Hij uw schuld heeft betaald, uw straf gedragen. Hij zal om wat Hij deed eischen, dat gij zult zijn waar Hij is.

En waar Hij is ? In de plaats van eeuwige welgelukzaligheid, daar, waar geen pijn of smart, droefheid of' lijden, honger of dorst, ziekte of dood meer gekend zal worden, waar eeuwige, eindlooze vreugde en blijdschap wordt gesmaakt. Hem, dien .dierbaren Borg en Mid delaar kennende, zult gij daar mogen verkeeren, om Hem eindeloos groot te maken, maar zonder Hem wacht u een eeuwige nacht, vol wroeging en berouw.

Moet gij dan nog bedenken, wat .gij zult kiezen, den dienst der wereld of van Koning Jezus ? Hij laat ook in uw hart Zijn zaad uitstrooien, o, smeek Hem dan dat dit daarin mag ontkiemen en vruchten voortbrengen. Hem tot eer en uwe ziel tot eeuwig heil en zaligheid.

door COR.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 januari 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Feuilleton.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 januari 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's