De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ingezonden.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ingezonden.

4 minuten leestijd

Reglement op de predikantstractementen.

M. d. R.

Mag ik, gedachtig aan 't geen u zelf meermalen schreef, n.l. dat het pas aangenomen reglement op de predikantstractementen een oordeel Gods is over onze Kerk, daar de nalatigheid der gemeenten, Kerkeraden, Kerkvoogdijen enz. groot is geweest, misschien een enkel woord hierover zeggen?

U beschouwt dit reglement als een kromme stok — en m.i. terecht — als een oordeel Gods enz.

Daarom geloof ik, dat we met u het verkeerde in dit reglement (dat gelukkig belangrijk afwijkt van het ontwerp dat eerst is ingediend) in 't oog moeten houden en intusschen — omdat er schreiend gebrek is — moeten trachten om er samen iets positiefs, iets wezenlijks en iets goeds voor in de plaats te brengen.

In uw artikelen — die ik bizonder duidelijk vond — hebt u art. 13 Dordtsche Kerkorde als grondipeginsel aangegeven. Dat wil ik onthouden en dan dit aan uw oordeel onderwerpen, met de vraag of hier niet iets van te maken is :

a. de Synode trede provinciaal en classicaal (door de Prov. en Class. Besturen) adviseerend op en geven een minimum grens aan voor tractement en pensioen (óok pensioen ! !).

b. de gemeenten worden zelve aansprakelijk gesteld voor (minimum) tractement enz. (kindergelden, verhoogingen voor dienstjaren juich ik toe) benevens emeritaatspensioen, weduwen-en weezengelden.

c. iedere gemeente betale dus voor zich zelve en de hulpbehoevende Kerken worden classicaal en provinciaal geholpen. De arme gemeente betale dus niet voor 'de rijke, maar de rijke wel voor de arme, hoewel de verantwoordelijkheid van elke gemeente worde op den voorgrond gezet.

d. classicaal enz. worden de benoodigde uitgaven voor de hulpbehoevende Kerken vastgesteld en voor de inkomsten dien aangaande gezorgd, waarbij de gemeenten in de classis door collecten, één of meer per jaar, die inkomsten aan de classis verschaffen.

Ik meen, dat hier beginselen zijn aangegeven die zijn te accepteeren, daar ze geheel liggen in de lijn van het Geref. Kerkrecht.

De Synode moet niet verder gaan dan adviseerend op te treden ; de gemeenten moeten verantwoordelijk zijn en blijven ; de saamhoorigheid moet niet verloren gaan ; tractements-en pensioenregeling moet flink worden aangepakt.

Want vindt-u het in het tegenwoordig reglement ook niet verkeerd, dat de Synode regelend en dwingend optreedt en dat b.v. een rijke gemeente een arme gemeente voor zich laat betalen ?

Ook moet er gestaan worden naar een goede verhouding tusschen de groote gemeenten en de kleine, wat bij een boven voorgestelde regeling veel beter uit zou komen dat bij de tegenwoordige. ledere gemeente zorge éérst voor zich zelf en dén worde voldaan aan den christelijken eisch om elkander bij te staan en elkanders lasten te dragen. Die eisch moet niet verzwakt en ontwricht worden, door er mee te komen als niet uitkomt, wie hulp noodig heeft en wie helpen kan ; en vooral moet men er niet mee komen, om daardoor eigen verantwoordelijkheid af te stompen. We moeten hier niet ongemerkt naar het socialisme en naar socialisatie afglijden. We moeten eigen zelfstandigheid en eigen verantwoordelijkheid vasthouden en hooghouden, om dan te gelijk in een christelijke kerk de Kaïnsleuze vér re te houden en waar het noodig is elkander trouw bij te staan, naar 't geen de catechismus zoo mooi zegt in Zondag 21 over de gemeenschap der heiligen : „Eerstelijk, dat alle en elk geloovige, als lidmaten, aan den Heere Christus en aan al Zijne schatten en gaven gemeenschap hebben ; ten andere, dat elk zich moet schuldig weten, zijne gaven ten nutte en ter zaligheid der andere lidmaten gewillig en met vreugde aan te wenden."

(Lees hier ook maar eens een keer „dat alle plaatselijke Kerken enz. enz." ; dat kan geen kwaad).

M. de R., daar ik meen, dat U opbouwend geschrijf over deze netelige kwestie niet verwerpelijk acht, heb ik het gewaagd dit stukske in te zenden, in de hoop, dat men er iets m.ee zal kunnen doen. Wilt U er een onderschrift bij voegen, van wat aard of in wat vorm ook, het zal mij aangenaam zijn. Ik meen, dat geschrijf dienen moet ook om „elkander te helpen en bij te staan."

Met de meeste hoogachting en U des Heeren hulp en Zijn wijsheid van harte toewenschend, teeken ik Een Abonné-Ouderling-Kerkvoogd. 21 Jan. 1922.

Liever dan een onderschrift over de richtingskwestie enz. en over het instituut kerkvoogdij (dat er nu eenmaal onder ons is) te schrijven (wat ook bij dit stuk toch weer moet, eigenlijk) willen we dit buitengewoon sympathieke stuk van een Ouderlingkerkvoogd gaarne aan de overdenking van allen voorleggen.

Er komt nog wel eens een gelegenheid, dat we deze zaken met elkaar gaan be­spreken.

M. V. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 januari 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Ingezonden.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 januari 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's