Stichtelijke overdenking.
En in die dagen kwam Johannes de Dooper predikende in de woestijn van Judéa, ' en zeggende : Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. Want deze is 't van .denwelken gesproken is door Jesaja den profeet, zeggende : De stem des roependen in de woestijn : Bereidt den weg des Heeren, maakt zijne paden recht. En deze Johannes had zijne kleeding van kemelshaar en eenen lederen gordel om zijne lendenen ; en zijn voedsel was sprinkhanen en wilde honig. Toen is tot hem uitgegaan, Jeruzalem en geheel Judéa en het geheele land rondom den Jordaan ; en zij werden van hen 'gedoopt in den Jordaan, (belijdende hunne zonden. Mattheus 3 vers l-6.
DE PREDIKING VAN JOHANNES DEN DOOPER.
De Heere is een groot Koning, Die alle dingen stuurt naar Zijn Raad. Niet de menschen maken de gesohiedenis ; Gods welbehagen wordt volbracht. Dat kan Sion tot troost wezen, vooral wanneer de tijden zoo donker zijn. Grooter Koning dan de machtigste der aardsche vorsten is hun God. „Zalig hij, die dn dit leven Jacobs God ter hulpe heeft, hij die, door den nood gedreven, zich tot Hem om troost begeeft, die zijn hoop, in 't hachlijkst lot, vestigt op den Heer' zijn God !"
Die God van Sion, die groot van raad en machtig van daad is, toestuurt ook de kleinste dingen. Mij, die 'bergen vlak en zeeën droog maakt, bestuurt ook den slingersteen van David, dat deze den godslasterlijke taal uitbrakenden Filistijn Goliath, doodèlijk treft; terwijl diezelfde God de spies van Saul richt, dat deze David niet kan schaden.
Dat hebben Daniël, Blia, Mozes ervaren, mitsgaders Jozef, .Mordechaï en Hiiskia, dat de Heere, Sions God, regeert.
En Achab, Nebucadnezar, Augustus, Herodes en zoovele anderen hebben het ondervonden, dat ze list op list beramen kunnen en kwaad op , kwaad stapelen, terwijl tenslotte Israels God alles richt naar Zijnen wiil.
Hierin ligt veel stenkte en troost voor degenen die den Heere vreezen naar zijn Woord en op Zijnen Naam betrouwen, ook als het duister is. Laat Sion den psalmdichter maar nazeggen : „'k Zal .nauwkeurig op Uw werken en derzelver uitkomst merken en inplaats van bitt're klacht, daarvan spreken dag en naoht."
Ook de .verschijning van Johannes den Dooper is Gods werk. Vierhonderd jaar te voren had Maleachi 't reeds geprofeteerd, dat hij komen zou, zeggende : „Ziet, Ik zende mijn engel, die voor mijn aangezicht den weg bereiden zal ; en snellijk zal tot zijnen tempel komen, die .Heere, dien gijlieden zoekt, te weten, de Engel des Verbonds, aan welken gij lust hebt; Ziet Hij komt, zegt de Heere der heirscharen" (Mal. 3:1). Of wat nog duidelijker Hem aanwijst : „Ziet, Ik zende ulieden den profeet Elia, eer dat die groote en vreeselijke dag des Heeren komen zal. En hij zal het hart der vaderen tot de kinderen wederbrengen en het hart der kinderen tot hunne vaderen. (4 : 5, 6). En wat Maleachi vierhonderd jaar tevoren geprofeteerd had, was niet anders dan de echo op wat voor zevenhonderd jaren door Jesaja was gezegd : „Een stem des roependen in de woestijn : bereidt den weg des Heeren ; maakt recht in de wildernis aen baan voor onzen God."
Zóó was voorzegd en zóó gebeurt het ook als de tijd, tevoren door God bepaald, vol is.
Daar is Johannes ! Hij heet niet, Zacharias of hoe ook. Hij heet Johannes, want hij is een Gods-geschenk, geboren uit eene moeder die verstorven was en gegeven aan een vader, die aan den avond van zijn leven is gekomen. Ook is hij geen kind zijns tijds, hij is een kind van Gods tijd en komt tegenover zijn tijdgenooten te staan met de .boodschap, hem van God in den mond gelegd.
Héél die verschijning van den woestijnprediker is één groot stuk van wondere Godsregeering. Er is , niets in zijn verschijning, noch in zijn persoon, noch in zijn gedaante, noch in zijn woord, noch in zijn leven, of het roept Gods wijsheid, Gods macht Gods majesteit uit., 't Is alles naar Zijn wil, Zijn Raad en Zijn welbehagen.
Hij wordt niet vroeger geboren •— hij wordt niet later geboren. Neen ! hij is juist nu geboren, - om de voorlooper Van'den Christus te zijn, de heraut van Sions Koning, de deurwachter om den Bruidegom binnen te laten.
Hij is een Nazireër ; geen scheermes komt op zijn hoofd, geen sterke drank over zijn lippen, omdat hij die taak te vervullen heeft die de Heere hem heeft opgedragen. Hij woont in de woestijn, .draagt een kemeisharen kleed, is omgond met lederen riem, eet honig en sprinkhanen, omdat de Heere hem als wegbereider heeft gezonden vóói den Koning uitgaande, om het volk te roepen tot , bekeering.
Alles is zoo singulier, zoo streng, zoo hard, zoo wonderlijk aan en in Johannes. Maar hij is de rechte man op .de rechte plaats, om het volk te spreken van .zonde en oordeel en de schare te roepen tot bekeering en te bewegen tot boete voor Gods aangezicht.
De woestijn predikte het missen van alle gerechtigheid voor God. Alles was dor en doodig en waardig om door God verworpen en vertreden te worden.
En staande in de nabijheid van Jericho, aan den oever van den Jordaan, waar Israël het beloofde land was binnengegaan, predikte Johannes de Dooper nu, dat Sions Koning kwam met de wan in de hand om Zijn dorschvloer te doorzuiveren. En als Naziieër Gods in kemelsharen mantel predikende voor de schare van Farizeen, Sadduceën, tollenaren, Joden en Romeinen, schieten z'n oogen vuur, dondert z'n stem, en met krachtige hand zwaait hij de bijl, waarvan hij zegt, dat ze den boom zal uitroeien en maken tot hout voor het vuur, tenzij men zich bekeert tot God, met zonden en schuld beladen uitgaande om Hem om genade te smeeken ; waarbij zijn prediking lieflijk gewaagt van het Lam Gods, dat op aarde is gekomen, om de zonde der wereld te dragen.
Hij moest naar de woestijn (Luc. 1 : 80) om als een verbrijzelde onder de zonden des volks in de woestijn de menschenkinderen te wijzen op hun woestheid, dorheid, onwaardigheid voor God. Hij moest de Elia zijn, de roepende in de woestijn, om daar te spreken van de deur, om in het hemelsch Kanaan in te gaan, om het hemelsch Jeruzalem te beërven in en door Jezus .Christus, Wiens gerechtigheid een andere .gerechtigheid geeft aan allen die in Hem gelooven, dan de gerechtigheid der Farizeen is.
Gods hand is in de Johannes' verschijning. 't is alles naar Gods Raad, naar Gods wil, naar Gods Woord, gelijk dit door de profeten was voorzegd.
En zoo staat hij daar, als de woestijnprediker om met zijn mokerslagen van harde woorden het harde harte van zijn hoorders in Gods kracht te verbrijzelen — waarna de zachte regen des Geestes nederdaalt als op een dorre aarde, om te doen uitspruiten vrede en vreugd, in Sions Borg en Middelaar geschonken voor degenen die van een gebroken hart en verbrijzelden geest zijn.
Hij was een kind Gods, in Gods school geleerd, die Johannes 'de Dooper. Niet van zijn vader, niet van zijn moeder, maar van God gezonden, van God onderwezen is hij. En hij vraagt niet naar de menschen, wat zij van hem verlangen, maar hij doet naar Gods welbehagen. Hij strooit geen bloemen, maar scheurt de bedekselen der schande af. Hij betreedt het harde land o.m met het scherpe ploegijzer diepe insnijdingen te maken — opdat in .den opengescheurden akker 't zaad des evangelies kan vallen als in een weltoebereide plaats, om wortelen te schieten nederwaarts en vruchten opwaarts voort te brengen. Hij is het die bergen slecht en diepten gelijk maakt — om den Messias een pad te bereiden, om te komen tot een volk, dat Hem verwacht, naar Hem uitziet en Hem straks blijde ontvangt.
De Heere staat achter die verschijning van Johannes den Dooper. De Heere die medelijden heeft met Zijn erve en Zijn Zoon een volk wil doen toebereiden, .dat Hem zal aanhangen en volgen overal.
Op de puinhoopen van Israels glorierijk moet Johannes klimmen, in kemelsharen mantel gekleed, om het volk te spreken van hunne zonden. Een vreeselijke tijd is het, vol van afval, van gruwelbedrijf, van geveinsdheid, van hardigheid van harte, waarbij het voorhoofd was als koper — en dan moet zoo'n verschijning als van Johannes, zoo'n prediking als van den boetgezant gezien en gehoord wonden, opdat een volk zou worden toebereid voor Hem, die kwam om de Zonden der Zijnen te dragen als het Lam Gods, die verscheen om sieraad te geven voor asch, vreugdeolie voor treurigheid en een gewaad des lofs voor een benauwden geest.
En hoort! daar roepen ze : „wat zullen we doen om zalig te worden" ?
Van het bouwen der graven van de profeten, die ze gedood hadden, moesten ze worden afgebracht. Van het tellen .der letters der wet, terwijl zij aan den geest der wet vreemd waren ; van het eeren van de steenen van .den tempel, terwijl zij het heiligdom Gods ontwijdden; van het roemen Abraham tot vader te hebben, terwijl zij het geloof van Ajbraham misten en zijne werken niet deden — moesten zij afgebracht worden. Daarin lag alleen de dood. En daarom die realistische prediking, waanbij de dingen bij den waren naam genoemd werden en adderengebroedsel .niet werd behandeld als ware het iets dat God en menschen kon behagen. Bij het drukke overzetveer nabij Jericho moet zonde zonde worden genoemd, waar duizenden bij duizenden saam kwamen. En allen moeten het hooren : „bekeert u van uwen boozen weg — want hoe zult gij anders ontvlieden des Heeren toorn ? Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen." Dat was men ontwend !
Men zondigde rustig en waschte plechtig de handen. Men leefde onbekeerd van hart voort en onderhield allerlei inzetting.
Intusschen zei de Farizeer : wij hebben Abraham tot een vader. En de Sadduceër beredeneerde schamperlachend, dat er geen geesten en geen engelen waren en dat dood dood was. Terwijl de tollenaren zich vergooiden en verkochten voor geld.
Kon zóó de Koning komen ? Kon zóó de Bruidegom komen ? Kon zoo de Heiland vinden een volk, dat Hem zou aanhangen, begeerig naar Zijn genade en vrede ?
Immers, neen ! En daarom als het ruischen van Zijne voetstappen gehoord wordt zendt de Heere Johannes den Dooper, om, in kemelsharen mantel gehuld, in de woestijn te prediken ten aanhoore van een groote schare, die dagelijks af en aan liep : „bekeert u van uwen boozen weg — en laat u doopen ; bekeert u, want de Koning komt !"
En dan gaat het er om, om óf als een arm zondaar te vluchten tot het Lam Gods, óf als een verstokt zondaar Hem te ontmoeten, Die de wan in Zijn hand draagt om Zijn" dorschvloer te doorzuiveren en het koren te vergaderen"in Zijn schuur en het kaf in busselen te binden en te werpen In het onuitblusschelijk vuur.
Dat is de prediking als de Koning komt. En die Koning staat wéér te komen. Hij staat te komen op .de wolken. Het ruischen Zijner voetstappen is weer te beluisteren in de teekenen der tijden. Nog een kleinen tijd, en we zullen Hem zien.
Verstaat onze tijd iets van de Johannes' prediking?
Verstaan wij er iets van ? En mag ook bij ons iets gevonden worden van die zielevraag : „wat moet ik doen om zalig te worden ? "
Om te mogen hooren, van het Lam Gods. Om den Bruidegom tegemoet te gaan. Om den Christus te verwachten, zeggende : „Kom Heere Jezus, ja, kom haastiglijk."
Zalig het volk, dat door den vriend des Bruidegoms Hem mag worden toegeleid, Die al de Zijnen zoo teer bemint, als gekochten door Zijn bloed. Die zullen Hem kennen als een volzaligen Borg en Middelaar en ze zullen mogen leven bij den troost, dat Hij spoedig komt, om Zijn woord te vervullen : dan zult gij ook zijn waar Ik ben. In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 januari 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 januari 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's