Kerk, School, Vereeniging.
NEDERLANDSCHE HERVORMDE KERK.
Drietal te Leiden : J. G. W. Goedhart te Windesheim, T. J. Jansen Schoonhoven te Almen en W. A. Hoek te Laren.
Drietal te Feijenoord : C. Brunt te Rhenen, J. van Duijvenbooden te Rotterdam en dr. J. Woldendorp te Hagestein.
Beioepen te Zetten-Andelst S. Ronner te Oene — te Buurse J. Th. Meijer, cand. te Utrecht — te IJsselmuiden J. Bus te Ouddorp — tè Hindeloopen A. W. Feenstra te Oudenhoorn — te Spannum A. D. Meeter te Vriezenveen.
Aangenomen naar Hoogeloon I. H. C. Israël te Asten.
Bedankt voor Scherpenisse S. Ronner te Oene — voor Leerdam H. Japchen te Den Bommel — voor lerseke H. H. van Ameide te Ridderkerk — voor IJsselstein J. J. Timmer te Montfoort — voor Oosterfiaule O. S. Jellema te St. Anna Parochie.
GEREFORMEERDE KERKEN.
Beroepen te Leeuwarden J. Mulder te Schiedam — te Nijemirdum B. Heeres te De Lier — te Delft H. Brouwer te Heemstede — te Zuid-Beieriand K. Wielenga, oud-miss pred. te Kampen.
Bedankt voor Woudsend M. A. van Pernis te Schoonerwoerd.
Ds. J. J. van Noort; Ds. A. Voorhoeve; De Ned. Hervormde Gemeente van Amsterdam heeft het verlies te betreuren van twee harer dienstdoende predikanten, die haar gelijktijdig door den dood ontvallen zijn. Beiden waren de rechts-Etische richting toegedaan.
Ds. Johannes Jelles van Noort, die op 67-jarigen leeftijd ontslapen is, was de laatste jaren zeer in zijn lichaamskrachten geschokt. Hij was geruimen tijd zelfs buiten de ambtspraktijk. Maar zoodra hij weer den kansel beklimmen kon, deed hij dat met al het vuur, dat er nog in hem was, en waardoor hij zich zoo dikwijls een welsprekend prediker toonde. Een zware bronchitis wierp hem op zijn legerstede en na een korte ongesteldheid is hij nu nog onverwacht heengegaan. Ds. Van Noort was de zoon van den edelen voortrekker bij het Ohristelijk.Onderwijs Johannes van Noort, diie 45 jaren lang op zoo gansch bijzondere wijze te Nijkerkerveen in leven en werken het Evangelie predikte. Vijf en twintig jaren na den dood van dezen onvergetelijke is nu de zoon heengegaan, die in veel aan zijn vader herinnerde: men denke slechts aan zijn Evangeliseerenden arbeid in de Zondagsschool en aan zijn ijver voor het Christelijk Onderwijs. In 1854 geboren, werd hij bestemd voor het Onderwijs en bezocht hij „de Klokkenberg" te Nijmegen. Echter gevoelde hij begeerte tot het predikambt, voltooide op voorspoedige wijze zijn studie daarvoor, en deed op 26 Februari 1882 intrede in zijn eerste Gemeente, n.l. de Ned. Herv. Gemeente van Eemnes-Binnen, die hij tot 1885 diende, toen hij naar Werkendam vertrok, vanwaar hij geroepen werd door de Gemeente van Amsterdam, die hem in Mei 1888 in haar midden den herdersstaf zag opnemen. Als kanselredenaar was hij gevierd : steeds trok hij volle kerken. Hij ijverde met succes voor de stichting van de Prinsessekerk. Als een man, die gedrongen werd om het Evangelie-zaad overal te brengen, hadden Evangelisatie en Zending zijn volle, daadwerkelijke sympathie. Zoo was hij voorzitter van de Ned. Zondagsschoolvereeniging, van de Ned. Vereeniging voor Israël en van de Vereeniging tot uitbreiding van het Evangelie in Egypte. En wat het Onderwijs betreft, met name het Hervormd Christelijk Onderwijs, jarenlang is hij voorzitter geweest van de Vereeniging voor Chr. Volksonderwijs. Ook de „rijpere jeugd" had de liefde van zijn warme hart: bijna 20 jaren is hij voorzitter geweest van het Nederl. Jongelingsverbond. De „Bondsdagen" waren aantrekkelijk reeds om de geestdriftige en vaak geestige redevoeringen van hun president. Ook van den nog jongen Bond van Christelijke Oranjevereenigingen was ds. Van Noort voorzitter. In hoevele commissies van congres-besturen hij zitting had en in hoe menige vergadering ook buiten de reeds genoemde organisaties om, hij als spreker is opgetreden, het is niet te zeggen. En met liefde gaf hij zich aan al dit werk. Hij droeg het officierskruis van de Oranje-Nassau-orde. Ds. Van Noort werd Zaterdagmiddag te 2 uur op „Zorgvlied" begraven.
Ds. Afiasuërus Voorhoeve werd in 1850 geboren en mocht 71 jaar oud worden. Hij aanvaardde het ambt bij de Ned. Herv. Gemeente van Nederhemert op 8 Nov. 1874. deed vervolgens te Dedemsvaart intrede in 1877, te Katwijk aan Zee in 1884 en eindelijk in December 1887 te Amsterdam. Van de nu nog dienstdoende Hervormde predikanten in de hoofdstad, had hij de meeste Amsterdamsche dienstjaren : de Gemeente heeft geen predikanten meer, die er vóór hem kwamen. Influenza en longontsteking troffen hem en binnen een week is hij nu van zijn post geroepen. Het werk der barmhartigheid trok ds. Voorhoeve in bijzondere mate. Hij heeft de Ned. Hervormde Diaconesseninrichting aan den Overtoom als voorzitter met groote toewijding gediend in bestuurszaken en als zielszorger. De groote uitbreiding die deze stichting gekregen heeft, is voor een groot deel te danken aan den volhardenden ijver van den nu verscheidene. Ook het werk der Evangelisatie werd krachtig door hem bevorderd. Hij was de man, van de Hervormde Stadszending, organiseerde het veelvuldige en veelsoortige werk dat daarmee in verband stond en wist te bereiken, dat ook in de nieuwe wijken der hoofdstad benoorden het IJ de geestelijke belangen der inwoners verzorging kregen ; hij wdst er vasten voet te krijgen en zag er in dr. K. J. Brouwer den eersten predikant-evangelist optreden. Zoo zal bij de Hervormde Gemeente van Amsterdam zoowel als in de buurten benoorden het IJ de naam van den overledene in dankbare herinnering blijven. Zijn verdiensten werden door de Regeering erkend door Z'ijn benoeming tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Ds. Voorhoeve werd Vrijdagmiddag te kwart vóór 2 op „Zorgvlied" begraven.
Amsterdam verliest in ds. Van Noort en ds. Voorhoeve twee predikanten van „de oude garde."
Ds. H. M etz, em.-pred. der Ned. Herv. Gemeente te Rotterdam, hoopt 5 Februari a.s, te herdenken, dat hij 40 jaren geleden de Evangeliebediening aanvaardde en wel te Lopik, waar hij vier jaar arbeidde. Voorts diende hij drie jaren Leerdam en drie jaren Schiedam, waarna hij van 1892—1906 te Rotterdam heeft gestaan, maar waar hij om krankheid emeritaat moest vragen, toen hij eigenlijk nog in de kradhtjaren des levens stond. Voor het Kinderhuis „Welkom" heeft hij ook sindsdien nog veel mogen doen. Op het Ministerie van Predikanten heeft hij nog grooten invloed.
Slechte zorg voor Predikantsweduwen.
Een Ned. Herv. predikant schrijft ons : Wat wordt er in onze Kerk slecht gezorgd voor de weduwen der predikanten. Met enkele honderdan guldens wordt de predikants weduwe aan den dijk gezet.
Jammer is het, dat al de Classicale Weduwenbeurzen nog niet in één groote beurs werden opgelost. Is het niet droevig, dat een predikantsweduwe in de classis Utrecht maar f 150 trekt uit de Weduwenbeurs, terwijl een predikantsweduwe uit de classis Harderwijk bijna viermaal zooveel krijgt, alleen omdat haar man predikant in die classis was.
Maar evenals met alle andere problemen, komt ook hier weer ide richtingskwestie even om den hoek kijken, die maakt, dat veel, wat om oplossing schreeuwt, maar blijft zooals het is, uit vrees dat anders het geheele gebouw zou ineenstorten.
Ethische en Gereformeerde prediking. Een Ned. Herv. predikant schrijft aan de Rott. :
Het is een niet te miskennen feit, dat de zoogenaamde Ethische richting haar invloed op het volk al lang begonnen is te verliezen. Men onderzoeke slechts, hoe het over het algemeen bij de ethische predikanten met 't kerkbezoek gesteld is. En dan moet worden erkend, dat dit op het platteland allerdroevigst is, met uitzondering van bij enkele buitengewoon begaafden. En wonderlijk is het, als in zulk een ethische Gemeente eens een Gereformeerd predikant op den kansel mag komen, dan zijn de kerken vol. Nu is het toch te dwaas om met sommigen te mee nen, dat men dit enkel zou moeten toeschrïjven aan het al of niet Gezangen zingen. De oorzaken liggen veel dieper.
De Ethischen mogen voor zich de verdienste opeischen, dat ze ons volk in de dagen van het overheerschende Modernisme nog voor geheelen afval van de Orthodoxie hebben bewaard. Nu het Modernisme evenwel op den aftocht lis, komt het probleem anders te staan. Slechts wat belijnd is, kan zich handhaven. Zoowel op kerkelijk terrein als op politiek gebied vraagt men naar scher pe belijning. Het ongeloof formuleert zijn stellingen immers ook zoo duidelijk als maar mogelijk is. Geen wonder dat het gemis van belijning in hun dogmatische beschouwingen er toe moest leiden, dat de Ethischen in den strijd niiet langer op den voorgrond konden treden.
Ons volk vraagt nog naar de oude paden des Woords ; men wil nog weer hooren naar de Belijdenis. Zal deze opleving van het Gereformeerd beginsel slechts van tijdelijken aard zijn ? Dat is Gode bekend. Het is evenwel de dure roeping van Neerlandsch antirevolutionaire, Gereformeerde volk om met de nieuwe opleving van het Gereformeerd beginsel winst te doen.
Verblijdend is het feit, dat menige Gemeente weer naar Gereformeerde prediking vraagt. Op Gereformeerde candidaten wil men desnoods een paar jaar wachten. Ethische candidaten, die zichzelf aanbieden, worden niet begeerd. Voor al wat „ethisch" is, wordt het tijd, om in plaats van dë oorzaak van hun verval in het „Gezang" te zoeken, eens naar de diepere gronden te vragen, waaruit kan worden verklaard, dat hun pre diking niet langer gewild is. „Tot de Wet en tot de Getuigenis" zij de leuze van ons volk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 februari 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 februari 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's