De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

17 minuten leestijd

De lijdensprediking.

Nu de lijdensweken weer daar zijn en de Gemeente van Christus den weg weer gaat overdenken, welken de Man van Smarten is ingegaan toen Hij hier op aarde was, moet vóór alles duidelijk zijn welke de bedoeling der lijdensprediking zijn moet.

Gaat het om de smarten, de angsten en de pijnen te schilderen van Hem, die bij Zijn omwandeling op aarde moest zeggen : de vossen hebben holen en de vogelen des hemels hebben , nesten, maar de Zoon des menschen heeft niet waar Hij Zijn hoofd kan leggen — om te sterven aan een vloekhout ? Wil de lijdensprediking schilderen de boos heid der menschen, der Farizeen en der Sadduceën, der Joden en der Romeinen? Wil zij loffelijk verheffen de lijdzaamheid en de stilheid van den Heiland onder en bij al deze vreeselijke dingen ?

Zeker zal hiervan in de lijdensprediking worden gesproken.

_Het mag zelfs niet ontbreken. Maar het hoofddoel van de lijdensprediking is iets anders.

Daar in de eeuwigheid staat Op den berg der heerlijkheid het Lam Gods, staande als geslacht, zooals Johannes dat beschrijft in het laatste bijbelboek.

En het Lam Gods, waarvan Johannes de Dooper sprak en waarvan de Apostel Johannes schrijft, is de Zaligmaker Jezus Christus, waarvan Jesaja uitriep : „De straf, die ons den vrede aanbrengt was op Hem."

Straf, die vrede aanbrengt — dat is het wat nu, in de lijdensweken, bizonderlijk moet worden verkondigd.

Christus in Zijn borgtochtelijk werk te prediken, déar gaat het nu bizonder om.

En Gods kinderen mogen nu, met de Gemeente des Heeren van alle tijden, bijzonderlijk den profeet Jesaja nazeggen : „Hij is om ónze overtredingen verwond, om ónze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld, de straf die óns den vrede aanbrengt was op Hem en door Zijne striemen is óns genezing geworden."

Dat plaatsibekleedende in Jezus' lijden en sterven mogen wij niet over het hoofd zien en daarbij zullen wij op ónze plaats moeten gezet worden, zullen wij Hem in Zijn plaatsbekleedend lijden en sterven recht verstaan.

We zullen niet mogen blijven staan bij het uiterlijke van het lijden. Bij de smarten en de pijnen als zoodanig; noch bij de boosheid en slechtheid van jood en heiden.

We zullen door Gods Geest geleerd en 'geleid tot het innerlijke, tot de oorzaak dezer dingen moeten leeren doordringen, om dan te vinden ónze zonde en ónze schuld, ónze verlorenheid en verdoemelijkheid voor God.

Mogen we daar iets van verstaan en telkens meer in oprechtheid voor God beleven, dan ligt er in het lijden en sterven van Jezus Christus zoo groote zaligheid. Want dan staat er voor een arm en in zichzelf verloren zondaarsvolk : „door Zijne striemen is óns genezing geworden."

Heerlijke boodschap in deze lijdensweken voor Christus' Bruidskerk !

„Hij was veracht en de onwaardigste onder de menschen,

Een man van smarten en verzocht in krankheid,

En (een iegelijk) was als verbergende het aangezicht voor Hem ;

Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht.

Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen,

En onze smarten heeft Hij gedragen ; Doch wij achteden Hem dat Hij geplaagd. Van God geslagen en verdrukt was.

Maar Hij is om onze overtredingen verwond.

Om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld. De straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem,

En door Zijne striemen is ons genezing geworden.

Wij dwaalden allen als schapen, Wij keerden ons een iegelijk naar zijnen weg.

Doch de HEERE heeft ons aller ongerechtigheid op Hem doen aanloopen.

(Als) dezelve geëischt werd, toen werd Hij verdrukt.

Doch Hij deed Zijnen mond niet open ; Als een lam werd Hij ter slachting geleid.

En als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders,

Alzoo deed Hij Zijn.en mond niet open." (Jesaja 53).

* Een beginselverklaring.

De vrijzinnigen hebben altijd geweldig afgegeven op de belijdenisschriften der gereformeerden, die Gods Woord wenschten na te spreken in eigen taal, om in de confessie dan een accoord van gemeenschap te hebben, waaraan vriend en vijand zicli kon toetsen.

Wat is er op die bijbelsche, schriftuurlijke belijdenisschriften gescholden !

Nu krijgen de Vrijzinnige Hervormden ook een bevlieging. Ze willen óok een accoord van gemeenschap hebben ; ze willen ook een belijdenis, eWi confessie, een bekentenis, een verklaring hebben, waaraan ieder zich toetsen kap, , of hij of zij wel in dien bepaalden Vrijzinnig Hervormden kring thuis hoort.

We gaan vooruit! Zoo leeren we elkanders aangezicht zien en weten .we zoo langzamerhand, wat we aan elkaar hebben.

De Vrijzinnige Hervormden. De Ethischen.

De Gereformeerden.

En als men dan op het uitgangspunt let en op den inhoud acht geeft; nu, ja, dan kan men misschien wel zoo langzamerhand te weten komen wie men is en wat men wil

Ook wie niet en wie wèl in de Ned. Hervormde Kerk thuis hoort.

Het laatste nummer van het Weekblad voor de Vrijz. Hervormden (24 Febr. l.l.) bracht ons het nieuws van een „Beginselverklaring van de Vereeniging van Vrijz. Hervormden in Nederland."

Zij luidt aldus :

„Wij achten volledige kennis van God voor den mensch onbereikbaar, en houden 't daarom voor ongeoorloofd, bepaalde opvattingen omtrent Hem voor te stellen als de volstrekte waarheid.

Wij erkennen, dat ieder, omdat God in hem werkt met Zijn geest, in staat en gerechtigd is, zich een eigen geloofsovertuiging te vormen, en wij veroordeelen daarom elke poging, om in zaken van geloof gezag uit te oefenen.

Wij erkennen voorts, dat het niet voornamelijk aankomt op de godsdienstige overtuiging, maar op de aandoeningen en gezindheden, die worden gewekt door de ervaring van Gods gemeenschap.

Toch gevoelen wij ons gedrongen, een beknopte omschrijving van onze godsdienstige overtuiging op te stellen en openbaar te maken.

Wij doen dat dus niet, omdat wij meenen, er de volstrekte waarheid mee te vertolken, en evenmin, om hen, die er slechts ten deele mee instemmen, uit ons midden te weren.

Wij doen het eensdeels om in ruimen kring bekend te maken, van welken geest wij zijn, en anderdeels, om aan hen, die zich afvragen, of zij in ons midden op hun plaats zijn, zelf een maatstaf ter beoordeeling daarvan in handen te geven.

Niet in bijzonderheden tredende, bepalen wij ons tot de volgende hoofdzaken.

Wij gelooven in God.

Wij eerbiedigen Hem, als den almachtigen, oneindigen, alomtegenwoordigen Geest die het al doordringt en omvat, en alles ordent, in stand houdt en bestuurt door Zijn heiligen wil.

In het bijzonder gelooven wij in Hem, als den Vader, die elke menschenziel liefheeft, en met Zijn geboden en beschikkingen haar wil vormen, om nader te komen aan haar bestemming van reinheid en zaligheid.

Wij gelooven, dat het diepste wezen van den mensch wordt gevormd door zijn aan God verwante ziel, waardoor hij een kind is van Gods geslacht, maar dat ook in ieder werkt de zondemacht die hem bedreigt met verderf, hem doet lijden, en hem veel van zijn heerlijkheid ontrooft.

Wij zien in Jezus Christus den mensch, het kind, den zoon Gods bij uitnemendheid, en erkennen hem daarom als ons hoogste voorbeeld.

Wij achten ons geroepen, hem na te volgen in liefde tot God en menschen, en zien daarin voor ieder den waren weg des heils.

Wij gelooven in de onverwinbare kracht van Gods heiligen geest, die bezielend, louterend en vernieuwend op de menschheid inwerkt, en heenwijst naar de komst van Zijn koninkrijk, de heerschappij van waarheid en vrede, vroomheid en liefde.

Wij gelooven in eeuwig leven, in bewust voortbestaan na den dood, een voortbestaan waarin de menschelijke ziel de gevolgen zal ondervinden van hetgeen zij deed in het aardsche leven, maar zal blijven onder de hoede van Gods eeuwige ontfermende liefde en gelegenheid zal hebben, 'haar aanleg volkomen te ontplooien en haar bestemming te bereiken.

Wij beschouwen de Nederlandsche Hervormde Kerk als de ons geschonken organisatie, waaraan wij moeten vasthouden en waarin wij moeten werken, omdat in en door haar ons geloof en onze beginselen den meesten zegen kunnen brengen aan ons volk in al zijn geledingen."

Tot zóóver de confessie, de bekentenis of beginselverklaring van de Vrijzinnig Hervormden.

Wij hadden eerst plan er nu nog wat bij te schrijven. Maar dat doen we maar niet. Toen dachten we : laten we hier en daar wat onderstreepen om het cursief te laten drukken.

Maar ook dat doen we niet. Men kan met zulke dingen wel beginnen, maar te weten waar men moet eindigen is niet zoo makkelijk soms.

Alleen deze opmerking. Dat deze beginselverklaring niet gereformeerd is, is 'wel duidelijk.

Ook hoort men met zulk een belijdenis niet in de Hervormde Kerk.

Dat wordt dan ook wijselijk niet gezegd. Wel wordt gezegd, dat men in de Hervormde Kerk wil blijven, omdat daar „de Vrijzinnige beginselen den meesten zegen aan ons volk in al zijn geledingen brengen kan."

Nu moet men, de eene moderne Hervormde gemeente na de andere in gedachte nagaand, toch eigenlijk wel een beetje glimlachen, over een dergelijke uitspraak. De vrijzinnige beginselen, de moderne prediking, den meesten zegen aan ons volk in al zijn geledingen brengend

Zouden dat dominé's zijn, die dat zoo mooi gezegd hebben? Of ouderlingen ? Want die menschen zien natuurlijk week aan week en dag aan dag de zegeningen voor het volk in al zijn geledingen. De moderne gemeenten zijn er om bekend

Men moet maar durven.

Heeft hier de Kerk, de Hervormde Kerk zelf niet op te waken, om niet langer toe te laten, dat straffeloos haar belijdenis verkracht wordt, haar positie in het midden des volks verzwakt wordt en zoo mee door haar eigen nalatigheid, slapheid en halfheid het volk verloren gaat, omdat het zonder kennis is ?

De Hervormde Kerk heeft nog een kans, naar we meenen.

't Zal er om gaan, of zij haar taak en roeping langer nog zal verwaarloozen.

Dan is 't met haar gedaan. En een ander neemt haar plaats in.

Wonderlijke combinatie.

Men zond ons de „Tiélsche Courant" van Maandag 20 Februari, waarin H. de Jonge een ingezonden stuk zet van den volgenden inhoud :

„Gisteravond ontving ik, en zeker anderen met mij, een aanmaning van de kerkelijke commissie te Tiel, om mijn verschuldigden hoofdelijken omslag alsnog binnen 8 dagen te voldoen, daar anders tot het nemen van rechtsmaatregelen zou moeten worden overgegaan.

Dit op zichzelf is niets bijzonders, de reden waarom ik niet direct heb betaald, heb ik reeds aan genoemde commissie kenbaar gemaakt.

Dan volgt echter, dat in art. 23 van het Reglement voor de begraafplaats „Ter Navolging" de begrafenisrechten en de grondrechten zijn verdubbeld voor degenen, die hun verschuldigden hoofdelijken omslag niet hebben betaald.

Dit, mijnheer de Redacteur, grieft mij zeer Ik dacht niet dat men in onze Ned. Hervormde Kerk tot zulke maatregelen zijn toevlucht zou nemen. Bepaalde men, dat zulke wanbetalers geen plaats ter ruste op de begraafplaats „Ter Navolging" konden krijgen, daar zou nog iets voor te zeggen zijn, maar dat men voor geld de zonde zou kunnen afkoopen, is toch de Ned. Hervormde Kerk onwaardig. Ik geloof dan ook, dat, waar zooiets wordt toegepast, velen zich zullen schamen tot die Kerk te behooren."

Wanneer de dingen zijn, zooals hier geschreven wordt, is het wel héél wonderlijk vereenigd : als men geen kerkelijke belasting betaalt, dan dubbel betalen op het kerkhof.

Men moest zulke gekke dingen toch niet uithalen.

Ook al raar.

In zekere gemeente hebben kerkvoogden de bepaling gemaakt, dat geen kerkeraadslid gekozen kan worden tot notabel of kerkvoogd. Men verlangt geen invloed van den kerkeraad (en van den dominé) op de zaken de kerkvoogdij betreffend.

Dat is ook al weer zoo'n raar zaakje.

Wij dachten juist, dat het uitnemend werken kon, als er kerkeraadsleden in de kerkvoogdij zitting hebben of notabel zijn. Dan kunnen de geestelijke en de stoffelijke belangen van de Kerk en van de gemeente — ook rakende den dienaar des Woords — zooveel mogelijk saam besproken en geregeld worden ; wat werkelijk in deze tijden, wel mag gebeuren.

En ziet, daar gaat men nu in een gemeente van ons vaderland, aan een van onze schoonste rivieren gelegen, juist omdat er een diaken tot notabel gekozen was, zulk een wonderlijke bepaling maken : geen kerkeraadslid kan kerkvoogd worden of tot notabel verkozen.

't Is alsof men de dingen niet w i 1 zien en niet w i 1 verstaan.

Uit de oude doos.

Iemand, die zich „geen bewonderaar van het tractementen-reglement en de uitvoering daarvan" noemt, schrijft in het Weekblad voor de Vrijzinnig Hervormden : „maar als ik er een lichtzijde van noemen moest, dan zou het deze zijn, dat de kerkeraden ten minste niet met de uitvoering zijn belast."

Hij schrijft dat, naar aanleiding van ons artikeltje van 3 Februari j.!., waarin wij nader aangaven, dat hetgeen in het reglement op de predikantstractementen bepaald is, belangrijk afwijkt van art. 11 en 13 van de Dordtsche Kerkenorde.

Nu weet men, dat wij zelf ook meer dan eens practische bezwaren hebben ingebracht tegen een uitvoering van art. 11 en 13 zonder meer ; bezwaren, die ook in de Gereformeerde Kerken en bij de Christelijk Gereformeerden worden gevoeld, gelijk we vroeger memoreerden.

Niet onaardig zijn nu de historische mededeelingen die bovengenoemde inzender in het Weekblad voor de Vrijzinnig Hervormden geeft. Hij schrijft dan, in aansluiting aan ons artikel :

Tot de bewonderaars van het tractementenreglement en de uitvoering daarvan, heb ik nooit behoord ; maar als ik er een lichtzijde van noemen moest, dan zou het deze zijn : dat de kerkeraden tenminste niet met de uitvoering zijn belast. Wil men evenwel juist de kerkeraden er mee belasten, dan dient men daarvoor beteren grond bij te brengen dan gelegen is In de verwijzing naar art. 11 en 13 van de Dordtsche Kerkorde. Want die geeft niet anders dan een met de historische werkelijkheid in strijd zijnde theorie ; voor en na de Dordtsche Synode hebben kerkeraden (en classes) niet veel anders gedaan dan verzoeken richten tot de Overheid om tractementen te geven en te verhogen. Hier en daar heeft men getracht fondsjes bijeen te brengen (beurs) om in behoeften te voorzien met welke men niet of bezwaarlijk bij de Overheid kon aankomen, maar het ging niet, en die beurzen verdwijnen dan ook. , Sterker nog — de Dordtsche Synode heeft een Commissie uit haar midden (leden van het moderamen) dadelijk ma de sluiting der vergadering naar Den Haag .gezonden, vergezeld van 'n drietal gedeputeerden uit de politieke commissarissen ; deze Commissie werd 30 Mei 1619 ontvangen 'in de vergadering der Generale Staten. Zij overhandigde o.a. aan die vergadering een verzoekschrift van de Synode, waarin dit te lezen staat: „Eyndelyck alsoo in verscheydene Provinciën het Onderhoudtvande Dienaren des Godlycken Woorts, ende harer weduwen, zeer sober is, daar nochtans igeestelycke goederen genoech zijn, so versoeckt oock de voors. Synodus, dat uwe Hooch. Mog. gelieve dese saeck aende respective Provinciën gunstelyck te recommandeeren, ten eynde dat in desen na den noodt ende ter eeren des heyligen kerckendiensts behoorlyck moghe voorsien worden."

Ziet daar de waarheid van hetgeen de Dordtsche Synode deed. De waarheid wordt voorgesteld als een naakte figuur ; men zegt wel eens, dat dit noadig is, opdat ieder haar naar eigen inzicht kleeden zal ; D e W a a r-heidsvriend steekt haar in een maskeradepakje."

We hebben geen enkele oorzaak om aan deze historische mededeeling te twijfelen.

En bizonder pijnlijk is het weer te lezen, dat de Gereformeerde Kerk haar toevlucht tot de Overheid moet nemen, om den nood der predikanten te lenigen „daar nochtans geestelycke goederen genoech" waren.

Geen Dominocratie.

Wanneer wij het niet verkeerd aanvoelen, dan klinkt ook zelfs door het kalme woord van dr. De Vrijer, den voorzitter van den Bond van Nederlandsche Predikanten, meer en meer door, dat de dominé's wel eens er voor zorgen zullen, dat hun rechten worden verzekerd, hun positie wordt verbeterd en er in de Kerk een andere mentaliteit komen zal. En dat is dan, om de Kerk te redden.

Daarvoor dan ook de Bond van Predikanten.

Mogen wij nóg eens zeggen, dat wij dat héél anders zien.

En wij zien het zóó, dat het voor ons vaststaat, dat, wanneer het de richting uitgaat van deze Vakvereeniging voor Predikanten, we een dominocratie krijgen, waarvoor van Gereformeerd standpunt altijd is gewaarschuwd en wat dan ook, bij doorvoering, een groote mislukking zal worden.

We moeten den weg uit, die naar Gods Woord is en die nader in onze Gereformeerde belijdenisschriften is uitgestippeld en in de Dordtsche Kerkenorde is vastgelegd : dat de dominé er is om de Gemeente te dienen in Christus' Naam en dat de gemeente voor den dominé heeft zorg te dragen naar uitwijzen van Gods Woord.

Natuurlijk zal de gemeente daarbij met den predikant, zijn arbeid, zijn gezin, zijn ouderdom, zijn weduwe en weezen moeten rekenen.

Wlaar dat is gansch iets anders, dan dat de Bond van Predikanten nu eens goed zal laten voelen, „dat de dominé's niet langer met zich laten spelen" en „dat de dominé's niet van plan zijn eenvoudig maar , goed te vinden wat over hen besloten wordt."

Hier moet een goede verhouding zijn tusschen de gemeente en haar herder en leeraar.

Maar dat is gansch iets anders, dan dat de Bond van Predikanten voortaan èn aan de Synode èn aan de kerkeraden èn aan de kerkvoogdijen eens zal laten voelen, „dat de dominé's er óók nog zijn !"

Dat wordt de knoet-regeering. Waarbij de zweep slaat. Gelijk we dat ook eigenlijk al gezien hebben bij de behandeling van het Reglement op de Predikantstractementen door de Synode.

Dat moest de Synode doen. De Bond van Predikanten klapte met de zweep ; dreigde met den stok.

En de Synode heeft het willig gedaan. Terwijl zij de bede van duizenden bij duizenden, die voor de geestelijke belangen der Kerk opkwamen, heeft afgewezen.

Toen sliep zij. En zij bleef slapen. Ook al ging slapende de Kerk ten gronde.

Het is jammer, dat de Bond van Predikanten deze richting is ingeslagen, gelijk trouwens uit heel het instituut van zoo'n Bond van Predikanten moet voortkomen.

Wij hopen, dat steeds meerderen er voor zullen bedanken, om in die richting gedreven te worden.

We moeten andere wegen bewandelen, om het goede te zoeken voor de Kerk en hare bedienaren des Woords. .

Dat ontbreekt er aan.

Er wordt meer en meer gevoeld, dat er iets, dat er veel dat er ontzaglijk veel ontbreekt aan het leven in de Nederiandsche Hervormde Kerk — om bij die Kerk te blijven nu. Het gaat zóó in onze Hervormde Kerk. Als de zitplaatsenhuur voordeelig is en de collecten goed, dan zijn de kerkvoogden tevree. Ook de diakenen vinden het prettig. En de ouderlingen blijven niet achter.

Als de reglementen niet worden overtreden, dan zijn de Besturen content.

Maar wat er gepredikt wordt en hoe er wordt gewerkt en welke geest er in de gemeente waait — doet er minder toe.

Als de collecten maar goed zijn en als men ten opzichte van de Reglementen maar geen bokkensprongen maakt — dan is alles in orde.

Maar is men daar dominé voor ? Is daar de Kerk voor ?

Is dat de positie van de Kerk in de wereld : zitplaatsenhuur — tractementen — en functioneeren van de kerkelijike reglementen ?

Men zou zeggen van ja. Want heel de kerkelijke organisatie gaat op in de besturen-macht. En de besturenmacht trekt zich van den inhoud der prediking en van den geest en den inhoud van het pastorale werk geen zier aan. 't Laat hen geheel koud wat er gepredikt wordt en wat er wordt gedaan — als er 'maar geen bokkensprongen gemaakt worden met de reglementen ; en als de collecten en zitplaatsengelden maar bevredigend zijn. Dan is alles wat bestuur is dubbel en dwars tevreê.

En zoo gaat onze Herv. Kerk dood. Er is geen inhoud, geen geestelijke inhoud bij het werk, bij de kerkelijke organisatie, bij heel het kerkelijk optreden in het openbaar.

En dingen zonder inhoud moeten op den duur hun paats ruimen voor andere dingen, die wèl inhoud hebben. 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 maart 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 maart 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's