Ingezonden.
Aan den WelEerw. Heer ds. J. H. Vaandrager te Grijpskerke (Zeei.).
WelEerw. Heer,
Met toestemming van de Redactie willen wij gaarne een wederwoord hier neerschrijven irt betrekking tot uw ingezonden van 27 Februari I.I., opgenomen in , De Waarheidsv#iend" van 3 Maart.
Dat U vragenderwijze zegt „wat die afdeeling te Krabbendijke te beteekenen heeft" gaan we stilzwijgend voorbij. Ja, we zijn niet groot en sterk en machtig. Als U dat wilt laten voelen, dan hebt U daarin gelijk. Maar dat U in Uw optreden dat aan de Gemeente en den nieuwen leeraar hebt willen aanzeggen, dat met zoo'n hoopje z.g.n. Gereformeerden, die z.g.n. de Waarheid willen verbreiden en verdedigen eigenlijk niet gerekend moest worden, daar zulke menschen de gemeente maar in de war brengen — dat is Uw fout geweest. Dat was liefdeloos en dat was in strijd met de waarheid en de werkelijkheid. En nu ontkennen we volstrekt niet, dat U woorden als „gebed" en „in 'liefde ontvangen" en „Christus-prediking" enz. enz. gebruikt hebt, maar tegelijk dat U dat zei, was' U hatelijk en liefdeloos. En als U nu nog terugkomt op Matth. 15 vers 6, dan bedoelt U dus nóg, dat het juist de Gereformeerden zijn, die Gods gebod krachteloos maken door eigen inzettingen. En als U zegt, dat Uw geweten U gedrongen heeft om daarop te wijzen, daar U de ontzaglijke gevaren die op dit gebied bestaan, overal ziet — dan nemen wij het U niet kwalijk, dat U er op wijst, dat de Waarheid verdraaid en ontzenuwd wordt en dat de Christusprediking geen Clhristusprediking meer is veelszins, maar wat wij U wèl kwalijk nemen is, dat U blijkbaar niet weet, dat juist in de ethische prediking het groote gevaar schuilt, van aan de souvereiniteit Gods en des Heeren eeuwige en vrije genade af te doen en den natuurlijken mensch aan te kleeden met allerlei deugd en goede werken, terwijl de natuurlijke mensch niet anders dan kwade vruchten voortbrengt. Een doorn is een doorn en een distel is een distel. En het woord van Jesaja blijft waar, dat de Heere dit groote wonder doet en daar Zich een eeuwigen Naam mee maakt, dat Hij een doorn verandert in een denneboom en een distel in een mirteboom. Dat willen kittelachtige menschen, die gaarne wat nieuws hooren en op zachte dingen zijn gesteld, niet hooren. Maar die de Gereformeerde Waarheid liefhebben, hooren gaarne van een in zonden gansdh verloren schepsel en een volzaligen Borg en Middelaar, waarbij alle roem is uitgesloten en het eeuwige leven een eeuwig genadegeschenk Gods is aan een doemwaardig volk.
En zóó kan er een z.g.n. Christusprediking zijn, waarvan wij het goede ook gaarne zoo lang mogelijk blijven waardeeren ; maar als daar hatelijkheden bij komen aan het adres van de Gereformeerden en dus aan het adres van die aloude Waarheid door onze Vaderen, naar de Schriften beleden, en ook nu in de Hervormde Kerk, Gode tot prijs, weer overal opkomend, ziet, dan valt het ons moeilijk om te blijven waardeeren en ons stil te houden en dan zullen we daartegen ons protest doen hooren. Wetende, dat hoemeer de aloude Gereformeerde Waarheid rechtstreeks of zijdelings wordt aangevallen en in een kwaad daglicht gezet, zij zal winnen in kracht; zóó, dat men meer en meer zal gaan zeggen : wij wenschen geen slappe prediking, waarbij waarheid, halve waarheid en onwaarheid doorééngemengd wordt; maar wij vragen om een prediking, waarin dezelfde klanken te beluisteren zijn als in Gods Woord en de belijdenisschriften onzer Gereformeerde Kerk.
Wij hebben ons dus, WelEerw. Heer, niet geërgerd, omdat U weinig streelende dingen hebt gezegd. Want een goede bedienaar des Woords die het Woord recht snijdt, vraagt daar niet naar, of hij wel streelende dingen zegt; hij kan ze ook niet zeggen ; als hij althans in eigen hart geen vreemdeling is en met het leven van Gods volk op de hoogte is. Maar waar wij ons aan geërgerd hebben, is, dat U niet onduidelijk hebt laten voelen, dat het die z.g.n. Gereformeerden zijn, die den boel in de war sturen willen en die men dan ook maar niet sparen moet en geenszins zacht moet behandelen !
En wat U zegt over Zuid-Beveland, „dat door geen enkelen predikant Christus geloochend wordt", waarmee dan voor U uitgemaakt schijnt dat het niet donker is daar, dit bewijst, dat U praat als een blinde over de kleuren óf U van den domme wilt houden. U weet heel goed, dat daar niet alles mee gezegd is : de Christus niet te loochenen. Hoeveel honderden en duizenden menschen zijn er niet die b.v. zeggen : ik ben geen Godloochenaar, maar die daarom nog niet in God gelooven, zooals b.v. de Catechismus het zaligmakend geloof omschrijft. Met een enkel woord — en dan nog enkel ontkennend — zijn we er niet. We moeten méér hébben, dan Christus niet te loochenen. We kunnen zelfs Christus prediken en nog in een heel verkeerden weg staan en gaan. Heeft Jezus Zelf dat niet gezegd ?
Wij hopen nu duidelijk geweest te zijn. Het gaat geenszins om een persoon ; nog minder om een persoon te kwetsen. Maar het is ons om de waarheid te doen. En het is ons voorgekomen, dat U de Gereformeerden en de Gereformeerde Waarheid niet welgezind zijt en dat U de gelegenheid hebt willen waarnemen, daar U van de toestanden in Krabbendijke U op de hoogte had gesteld, o.a. bij een ouderling, om dat armzalige hoopje Gereformeerden, die tot den Gereformeer den Bond behooren, eens de jas uit te kloppen.
Dat blijven we U kwalijk nemen.
Daarin hebt U verkeerd gedaan. Daarin zijt ge ontrouw geweest in het brengen van Uw boodschap, dat niet Uw boodschap is, maar de boodschap van Uwen hemelschen Zender, die U niets anders oplegt, dan Zijn Woord te verkondigen, den vollen Christus te prediken, daarbij gaande en staande in den weg der oude beproefde Waarheid, juist nu zoo noodig, waar we leven in een tijd van verflauwing der grenzen en verdraaien van de Waarheid, die naar de godzaligheid is. In een tijd, dat z.g.n. de Christus wordt verkondigd, maar zóó, zooals Christus het Zelf niet wil. Daarom is het ook zoo goed, om in onze dagen juist de Gereformeerde belijdenis weer eens ter hand te nemen en de Gereformeerde Waarheid te verdedigen en te verbreiden.
DE AFDEELING VAN DEN GEREFORMEERDEN BOND.
Krabbendijke, 6 Maart 1922.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 maart 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 maart 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's