Uit het kerkelijk leven.
Goede Vrijdag.
Om een blijde boodschap te brengen, daar toe is Jezus op aarde gekomen ; daartoe is tevoren van Hem getuigd onder de Oude Bedeeling ; daartoe wordt nog van Hem gesproken onder alle volkeren en natiën.
Een blijde boodschap des heils voor arme zondaren.
En om te zien, om te weten wat die boodschap is en wat blijde tijding hierin is vervat, moeten we naar Golgotha.
Daar wordt Hij een vloek voor vervloekten, die de wet hooren zeggen : in u is geen gerechtigheid.
Daar laat Hij Zijn gezegend lichaam aan het kruis nagelen, opdat Hij het handschrift onzer zonden 'daaraan zou hechten — zegt het Avondmaalsformulier zoo mooi. Hij, rechtvaardig, lijdt daar voor de zonden, opdat Hij ons tot God zou brengen — schrijft Petrus, die er eerst niet veel van begreep en het daarom wilde verhinderen, later in zijn eersten brief aan de geloovigen. (1 Petr. 3 vers 18).
Golgotha. Hier ontmoeten de wegen van Gods raad elkander, zooals ze geweest zijn van het Paradijs afaan. Hier is het altaar, waarop het Lam Gods geslacht wordt, tot verzoening der zonden Zijns volks. Daar moest alles op uitloopen voor Sions Borg.
Wondere plaats ! Daar waar de misdadigers geoordeeld worden. Daar waar de dood heerscht. Daar waar de roofvogels klapwieken, loerend op aas. Daar, daar wordt Jezus tot zonde gemaakt. Daar wordt Hij als de grootste der zondaren tot een vloek aan het schandhout genageld, tusschen twee 'moordenaren. Maar daar loopen al Gods wondere en wijze wegen van liefde en genade saam, opdat de Zaligmaker van Sion alle gerechtigheid zal vervullen en satan den kop zal vermorzelen en Sion zal brengen het aangename jaar der vrijheid;
Golgotha. Daar liepen al Gods wegen saam, naar Zijn raad.
Het kon, het mocht niet anders.
En — Golgotha wordt de berg van zaligheid.
Het heilgeheim des kruises is, 'dat Jezus tot een vloek wordt, om zegeningen uit te deelen aan onrechtvaardigen.
In den Gekruiste is de fontein des heils, waaruit voor een arm en ellendig volk de levenswateren vloeien.
De zegen, dien wij behoeven tot onze zaligheid, ligt in Christus, den Gekruisigde.
Als een ellendig, vervloekt misdadiger, voor wien de aarde te goed is om nog langer Hem op haren .bodem te dragen, wordt de Heere Jeruzalem uitgeleid, naar Golgotha, om aldaar op 't smadelijkst openlijk tot een vloek gesteld te worden en aan de verachting te worden prijs gegeven.
Maar Hij wordt — want het is Gods werk ! — met de overtreders gerekend, omdat Gods kinderen de wet geschonden hebben en den vloek en der verdoemenis onderworpen zijn, Daarom wordt Hij zonde gemaakt, opdat een iegelijk, die met een verbroken hart en versilagen geest tot Hem de toevlucht mag leeren nemen, rechtvaardigheid Gods in Hem ontvangen zal.
Hier, op Golgotha, moet dan ook de beslissing vallen voor héél de wereld, voor alle menschen.
Die hier spotten, gaan verloren. Die hier dobbelen en spelen, onverschillig en ongevoelig, die zullen den vloek dragen tot in eeuwigheid. Die hier klagelijk weenen, inets anders kennend dan lichtelijk bewogen te worden naar het vleesch, gelijk de vrouwen, verstaan niets van het werk Gods op Golgotha tot redding en verzoening van arme zondaren en zijn te beklagen, daar het oordeel Gods aanstaande is.
Die hier als een eigengerechtige zoekt om zelf te betalen en de diepte zijner verlorenheid niet peilt en zich ergert aan het kruis, die zal met den vervloekten Jezus tenslotte niet van doen willen hebben en zal onder het heilig recht Gods bezwijken straks.
Maar de ontdekte ziel, die ai hare gerechtigheden heeft leeren kennen als een wègwerpelijk kleed, zal hier zich neer werpen in het stof, om aan den voet van het kruis, waar de allervolmaaktste Borg en Middelaar hangt tusschen twee moordenaren, de zonden en de schuld te belijden voor God, om het te mogen leeren verstaan door den Heiligen Geest, dat de ziel die voor eeuwig vastgeklonken zit aan Gods vloek, in Jezus mag ontvangen wat Jesaja reeds getuigde : „Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld ; de straf, die óns' den vrede aanbrengt, was op Hem en door Zijne striemen is ons genezing geworden." (Jesaja 53 vers 5).
Hier op Golgotha, waar al de wegen Gods, naar Zijn Raad, uitloopen om Sion het goede te bereiden, hier moeten ook al de leidingen Gods met de ziele des zondaars terecht komen.
Hier moet het in de diepte ; om in de diepte God, den rechtvaardigen Rechter, te ontmoeten ; om veroordeeld, om vervloekt te worden ; om met de misdadigers gerekend te worden.
Maar het wondere is, dat hier dan ook het einde van de schande van Jezus ds. Hij moet hier sterven, buiten Jeruzalem, tusschen de misdadigers als een misdadiger ; maar dan gaat het in de hoogte. Door het graf van den rijke tot de opstanding. Van de opstanding tot de hemelvaart. Van de schande tot de heeriijkheid. Van de hel tot den hemel.
En zóó ook met den zondaar.
Hier glijdt de last van de schouders. Hier wordt de vloek weggedaan. Hier is het antwoord gevonden. Hier worden de boeien verbroken ; hier wo.rdt de smart tot vreugd; de vreeze wordt vervangen door blijdschap.
G o l g o t h a — berg der zaligheid, vanwaar voor Gods kinderen de hulpe komt !
De wapenbroeders van den Koning der Joden, die aan een kruis hangt, zijn twee moordenaren.
't Was om Jezus te bespotten, 't Was om het volk der Joden te grieven, dat opschrift door Pilatus met opzet zóó gesteld.
En toch — het is van den Heere geschied !
Met de overtreders gesteld geweest — ja, maar om overtreders tot een Koning, tot een Heiland, tot een Borg en Zaligmaker te zijn., .
Hier moet dan ook de beslissing vallen voor de ziel. Hier moet de keuze gedaan worden. Hier moet de wereld kleur bekennen. Hier scheiden de wegen.
Wie door .genade Golgotha mag leeren kennen als den berg der zaligheid, die mag het weten en gelooven, dat in dit teeken des kruises de overwinning ligt ; de opening des hemels ; de ontsluiting van het paradijs ; de verzoening met God ; de verkrijging van het kleed der gerechtigheid en den palm der overwinning.
Wie hier vreemdeling blijft aan eigen hart, aan eigen veriorenheid — die zal in onverschilligheid voortgaan, die zal misschien lichtelijk bewogen worden naar het vleesch, die zal misschien zich zetten om zich zelf wat te rechtvaardigen, maar den vrede door het bloed des kruises ontvangt men niet en het einde is de dood, naar het woord van Jezus, Die weenend tot het vleeschelijk gezinde volk van Israël, mannen en vrouwen en kinderen saam, sprak : wee u, wee u ! he tzal Sodom en Gomorra verdragelijker zijn in den dag des oordeels dan ulieden.
Heeft onze ziele reeds een keuze gedaan ? Een keuze, op Golgotha ?
Zij 't door Gods genade. Goede Vrijdag voor ons!
Volbracht.
Hoe het plaatsbekleedend en verzoenend lijden en sterven van Christus voor een arm en in zich zelf gansch verloren zondaarsvolk .geheel en al wordt miskend door de modernen blijkt weer uit een stukje in „De Hervorming" (weinig in den geest van de Hervormers !) geschreven door dr. J. Herderschee. Deze schrijft onder „volbracht" naar aanleiding van het kruiswoord o.a. het volgende :
„ Wat dan hooren wij in dit : Het is volbracht ?
Niet meer of minder dan een ootmoedigdankbare ziele-en zegekreet.
Diep weemoedig is het, wanneer een mensch in de kracht des levens afscheid nemen moet van de taak, welke geheel zijn hart vervuilt, waarop hij zijne heiligste ververwachtingen heeft gebouwd, en die nog onvoltooid bleef.
Dat is de tragiek van Jezus lijden. Zelf heeft hij dat natuuriijk ten volle ingezien. Het koninkrijk Gods leek zoo na-bij ; nog is het niet gevestigd. Zijn onderricht was zoo eenvoudig-mensohelijk ; het werd, zoo het niet afgewezen is, niet begrepen in zijn verheven-goddelijken aard. En toch : het goede zaad heeft hij mogen werpen in den akker, die de wereld is, De landman kan heengaan, gelijk die zaaier, van wien hij had verhaald op een van Galilea's zonnige heuvelen.
Ook op den somberen kruisheuvel weet hij het werk veilig In de handen van Hem, die den wasdom geeft. Zijn aandeel heeft hij volbracht".
En als toepassing op deze verklaring van het laatste kruiswoord volgt dan, dat het zeer begrijpelijk is, dat een ernstig mensch bij zijn sterven een gevoel van onvoldaanheid heeft.
„Hoeveel onvolkomens kleeft ook onzen besten arbeid aan ; hoeveel is achterwegegebleven wat wij hadden willen aanpakken; hoeveel is onvoltooid ; hoeveel verwaarloosd ! En toch : als wij maar ons aandeel in het groote Godswerk — zij het ook een zeer bescheiden deel, op den achtergrond des levens — hebben onderkend en naar ons beste weten en geweten aanvaard : onze taak als eene roeping opgevat ; goed zaad gestrooid in het kinderhart ; verzoening teweeggebracht ; vergeving geschonken ; getroost met den heiligen troost ons geopenbaard ; de helpende hand uitgestoken naar hulpbehoevenden ; alzoo zijn ingegaan, met zwakke kracht maar warmen wil, tot zijnen arbeid, dan kan het heengaan ook voor ons in vrede en hope zijn. Gezegend dan wij, hoe dat einde ook moge wezen !"
Een dichteriijke ontboezeming komt dan als slot :
Leid mij zachtkens naar huis, In den dienst van het kruis, Dien mijn ziel zich zoo lieflijk gedacht heeft. Dat ik werkend bezwijk, Als een knecht van een rijk. Die zijn dagwerk geloovig volbracht heeft.
Tot zoover dr. Herderschee.
Blijkbaar wordt niets begrepen en niets geloofd van het werk der verzoening dat nu, op Golgotha, waar Sions Borg en Middelaar den smadelijken kruisdood sterft, tot een goed en volmaakt einde is gebracht.
Het doel, het einddoel, dat nu in en door Christus voor Gods voilk bereikt is, wordt zelfs niet genoemd.
Dat aan Gods recht nu voildaan is en Sion nu in den weg des rechts is vrijgemaakt van zonde en oordeel, wordt niet geloofd.
Dat nu een vrije toegang tot God gebaand is voor een doemschuldig zondaarsvolk, wordt zelfs niet in de verte, begrepen.
Dat komt omdat er geen schuldgevoel is.
Hoogstens wil men hooren van vergiffenis ; maar schuldverzoening, daarvan wil men niet weten. Omdat men zonde geen zonde meer noemt.
En daarom wil men ook niet aanvaarden, dat er een oordeel. gedragen moet worden, gelijk Sions Borg dat op zich heeft genomen en ten einde heeft gedragen, zelfs in Godverlatenheid, om Sion nu met God te verzoenen en te maken tot erfgenamen des eeuwigen levens.
Zoo houdt men geen rekening met het kruis van Christus. Men ergert er zich aan. Men acht het dwaasheid.
Maar God houdt er wel rekening mee.
En zalig de ziel, die het weten mag, dat het kruis, waaraan Christus als de alleszins genoegzame Borg en Middelaar sterft, volkomen gerechtigheid waarborgt in de vergeving der zonden aan een iegelijk, die gelooft.
Daar kocht Christus de Zijnen tot Zijn eigendom 'niet met goud of zilver, maar met Zijn dierbaar bloed.
En dat volk, dat tot Hem vlucht en Hem als Borg en Middelaar mag omhelzen, wil Hij door Zijnen Heiligen Geest Zich hoe langs hoe meer toeëigenen, om uit Hem en voor Hem te leven.
„Daarom heeft ook Jezus opdat Hij door Zijn eigen bloed het volk zoude heiligen buiten de poort geleden.
Zoo laat ons dan tot Hem uitgaan buiten de legerplaats. Zijne smaadheid dragende.
Want wij hebben hier geen blijvende stad maar wij zoeken de toekomende.
Laat ons dan door Hem altijd Gode opofferen een offerande des lofs, dat is, de vrucht der lippen die Zijnen Naam belijden !" (Hebr. 13 : 12-15).
De treurige houding van Christelijk Volksonderwijs.
Zooals men weet heeft de Schoolraad alle mogelijke moeite gedaan om te komen tot samenwerking met alle Protestantsch Christelijke Schoolvereenigingen, om dan voor allen als tusschenschakel te dienen tusschen de Regeering en het Protestantsch Christelijk Onderwijs.
Zoo iets hebben de Roomschen al lang.
Die hebben een Bureau van: advies en alles wat de Roomsche scholen betreft gaat door dat Bureau naar den Minister, die dan weet, dat hij met alle Roomsche scholen en alle vrienden van het Roomsch bijzonder onderwijs te maken heeft.
Eendracht , maakt macht, hebben de Roomsohen gevoeld.
En eendracht bevordert de gemeenschappelijke belangen, bevordert het Roomsche onderwijs in alle geledingen.
Nu heeft onder ons, Protestanten, de Schoolraad daar al lang op aangestuurd om zooiets ook onder ons te krijgen.
Een gemeenschappelijk Bureau, gelijk de Schoolraad heeft in Den Haag, daar waar de Minister van Onderwijs resideert.
En dan alle Scholen met den Bijbel aangesloten bij dat ééne Bureau, dat dan de scholen, alle Protestantsch Christelijke scholen, met advies kan dienen en voor alle Protestantsch Christelijke scholen bij de Regeering kan optreden.
Maar helaas ! zijn we nog zoovér niet.
Wel zijn bijna alle Schoolvereenigingen toegetreden ; uit den kring van de Christelijke onderwijzers èn uit den kring der Besturen èn uit den kring der Sclioolvereenigingen is de grootst mogelijke sympathie en de meest hartelijke samenwerking.
Maar Christelijk Volksonderwijs, waar zoolang mannen ais dr. De Visser en ds. Van Noort, het hoofd, de ziel en de hand van zijn geweest, heeft tot nu toe gëweigerd' om toe te treden ; en wel om oorz:ake dat Christelijk-Volksonderwijs Hervormd beter dat Hervormd karakter verbiedt om samen te werken in het Bureau van den Schoolraad te 's Gravenhage, waar de Hervormde predikant ds. J. L. Pierson, de zoon van den ouden voortrekker op schoolgebied, dr. H. Pierson, van Zetten, voorzitter is.
Het Hervormd karakter staat dus in den weg om samen te werken met , alle Protestantsch Christelijke scholen en vereenigingen in den Schoolraad !
Is het niet ongelukkig en treurig ? En dat in déze tijden, nu alles ons toeroept, dat we toch zullen trachten om zooveel mogelijk de éénheid te bewaren tegenover dat vele dat ons saam bedreigt?
Temeer, waar men een eigen vereeniging blijven kan.
Christelijk-Volksonderwijs behoeft als eigen vereeniging niets, niets te veranderen ; en kan dus volkomen intact blijven.
Dat maakt het nóg treuriger, dat men geen samenwerking wil met den Schoolraad.
Dat is antipathie, dat is pikanterie, dat is kerkelijke hartstocht van zeer bedenkelijk kaliber !
En we willen met alles wat in ons is daartegen protesteeren.
Hier is baat tegen wat men noemt , , de doleerenden".
Hier worden op een terrein waar dat geheel overbodig is, „oude koeien uit de sloot gehaald", vooral door de ouderen in Christelijk-Volksonderwijs, die dan bovendien Hervormd opvatten als te zijn ethisch. Ethisch van het soort van dr. De Visser, ds. Van Noort en dergelijken. Ethisch het Hoofdbestuur ; Ethisch de Kweekscholen ; Ethisch alles wat de klok slaat.
We vinden de houding van Christelijk-Volksonderwijs eenvoudig treurig.
En dat ze zelf een beetje verlegen zit mét deze houding blijkt wel uit het officiëele antwoord, dat aan den Schoolraad is gezonden. Want anders weet men zich, vooral van die zijde, zoo gedistingeerd en zoo fijn gestyleerd voor te doen en uit te drukken. Maar nu zat men blijkbaar niet weinig er mee, om aan deze zaak een goeden vorm te geven. Neem de beide laatste zinnen maar van het officiëele stuk, dat'gepubliceerd is in de Mededeelingen van den Schoolraad ; no. 31, Maart 1922. De voorlaatste zin is : „Het Hoofdbestuur is dan ook in daartoe leidende.gevallen tot samenwerking .gaarne bereid". En de laatste zin is dan : „Daarom moeten-wij U melden, dat' onze Vereeniging den tijd nog niet rijp acht voor samenwerking met Uwen Schoolraad."
Dat „daarom", waarmee de 'laatste zin wordt ingeleid is niet zoo heel duidelijk. Wil de Vereeniging geen samenwerking, omdat het Hoofdbestuur soms wel samenwerking wil ? Is dat de verklarende zin van het woordje „daarom" ?
't Zal wel niet.
De twee laatste zinnen van het antwoord zullen wel tusschén geschoven zijn, omdat men zelf voelde, dat men toch nog iets vriendelijks moest zeggen. Maar de laatste zin is 't geen waar het op aankomt. En dat is: geen samenwerking — terwijl men voelt, dat het tóch eigenlijk moest op dit terrein.
We vinden het een zotte houding die Christelijk-Volksonderwijs aanneemt.
We vinden het in één woord treurig ; vooral waar men de lading dekt met de vlag : wij zijn Hervormd.
We zouden zoo zeggen, dat er voor Hervormde Scholen wel betere plaats is dan bij Christelijk-Volksonderwijs, dat Hervormd bovendien veelszins opvat als te zijn ethisch.
Onze Schooivergaderingen.
Al de vrienden van .het Christelijk Onderwijs dienen wel acht te slaan op de komende vergaderingen van „de Unie" en van den Schoolraad.
Juist in deze tijden, nu heel ons bijzonder onderwijs anders geregeld is geworden dan vroeger, hebben degenen, die prijs stellen op het eigen, christelijk karakter van onze Scholen, elkander des te meer noodig.
We hebben waakzaam en we hebben werkzaam te zijn.
We kunnen van eikaar zooveel leeren.
We moeten elkaar helpen.
En daarom willen we hier nog eens bizonder wijzen op de vergadering van D e Unie „E e n S c h o o 1 m e t d e n B ij b e 1" te Utrecht in het gebouw van de Jaarbeurs te houden op Dinsdag 18 April a.s., waar o.a. gesproken zal worden over „De roeping van de(n) Christelijke(n) onderwijzer(es) op school."
Terwijl de Schoolraad vergadert op Woensdag 19 April, óók in het gebouw van de Jaarbeurs, waar o.a. gesproken zal worden over de vraag : „Aan wie de School ? " en waar ook allerlei vragen in betrekking tot de nieuwe Onderwijswet zullen worden behandeld.
Wie eenigszins kan gaan, die blijve niet thuis !
En de Heere geve er ons een zegen, voor onze Scholen met den Bijbel verbeurd maar nochtans onmisbaar.
Terug tot het Werkverbond !
In de artikelen (het eerste) van ds. Woelderink werd ook even gewezen op de Vrijzinnige geloofsbelijdenis, en hij zelde toen, dat de Vrijzinnig Hervormden weer teruggekeerd waren tot de wet en tot het werkverbond.
In het Weekblad voor de Vrijzinnig Hervormden valt ds. Van Iterson, van Nijmegen, daar over en steekt er zoo'n beetje den draak; mee, daardoor bewijzende absoluut niet te verstaan, wat wij bedoelen als wij zeggen : dat men weer teruggekeerd is tot de wet en tot het werkverbond.
Misschien mogen we hier dan naast het woord van ds. Woelderink leggen wat we vonden in „Bergopwaarts" van 25 Maart j.l. Daar gaat het over dezelfde zaak en daar zegt 'een ethisch predikant (ds. Alers, uit Transvaal) : Men kan het Christendom beleedigén o.a. door de bergrede, de gelijkenissen voor den eigenlijken inhoud, de kern van het Evangelie te aanvaarden. Met dit gevolg, dat men inplaats van den heerlijken, verlossenden, verzoenenden Christus te bezitten een leer van Jezus overhoudt (a la de Bergrede'enz.) een evangelie zonder verzoening, zonder bevrijding : de oude Wet in een nieuwen, stevigeren vorm.
Zeer juist !
En dat zien we bij de Vrijzinnig Hervormden : een evangelie zonder verzoening. Dat is de oude Wet ; het werkverbond.
Ds. Alers teekent hier nog bij aan : „Het heeft mij getroffen dat b.v. Tolstoï geëindigd Is, daar waar Luther begon : in het klooster."
„Boven de kracht" gaat het ook, als de mensch en niet de Christus het centrum, het één en het al is.
Het loopt uit op moedeloosheid. Het leven moet verstikken.
„Die in Mij gelooft", zegt Slons Borg, Die op Golgotha stierf, , , die heeft het eeuwige leven."
Of zooals Paulus het getuigt in - de Synagoge te Antiochië in Plsidië : Zoo zij u dan bekend, mannen broeders, dat door dezen u vergadering der zonden verkondigd wordt, en dat van alles, waarvan gij niet kondt gerechtvaardigd worden door de wet van Mozes, door dezen een iegelijk, die gelooft, gerechtvaardigd wordt. (Hand. 13 : 38, 39)
Moderne poespas.
Ds. Makkink, modern predikant bij-de Evang. Luthersche gemeente liet in de „Alkmaarsche Courant" van 23 Maart j.l. het volgend bericht plaatsen : (Waarschijnlijker nog is, dat hij zelf het bericht Inzond, daar wel niemand zóó ingewijd kon zijn in de geheimen als hij zelf) :
j'.Naar aanleiding van Maria Boodschap (25 Maart) zal ds. Makkink Zondagavond om 7 uur spreken over Maria en Christus als zonneflguren in verband met den te vaak uit het oog verloren oorsprong der christelijke voorstelling uit oude mystiek-heidensche' gezelschappen van wijsgeerig-religieuzen, alsmede met moderne natuurwetenschappelijke hypothesen betreffende de zonne-energie, als verklarende inleiding tot zijn rede over : „De Eeredienst van de zon." De symbolische gong, zacht doorklinkend met 3X3 slagen den dienst openend in den naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes, kwartet, solo-zang en koor zullen hun juiste plaats in die godsdienstoefening ontvangen."
In de Evangelisch Luthersche Kerk (waar is het Evangelie en waar is Luther hier '^) dus een .Eeredienst van de zon" met zacht klinkende gongslagen, drie in getal, om den dienst te openen' in den naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes. Waarbij kv/artet, solo-zang en koor niet ontbreken. Moet men hier lachen om de onnoozelheid, de bombast, het Idlotisme ?
Of moet men zich hier' bij vernieuwing ergeren en zich bedroeven, dat in een omgeving als men in Noord-Holland aantreft, bij loochening van de fundamenteele stukken der waarheid, aan de menschen het Evangelie wordt onthouden, terwijl ze op zulk een moderne poespas worden getracteerd ?
Modern heldendom in de gemeenten. Modern heidendom op de kansels.
ïs het wonder, dat het volk verloren gaat, omdat er geen kennis is?
Och, dat de Kerk van Christus' toch staan mocht in ons Vaderland, rondom Gods dierbaar Woord geschaard, als een getrouwe getuige van den Zaligmaker, Die In Zijn lijden en sterven den eenlgen en altijd Verschen weg baande voor een arm zondaarsvolk, om vrede te ontvangen voor tijd en eeuwigheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 april 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 april 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's