De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Feuilleton.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Feuilleton.

Van 's levenspad

7 minuten leestijd

door COR.

In stilheid uitziende.

Stil en in zichzelf gekeerd ging Frida altijd baar weg ; zelden sprak zij meer dan hoog noodig was en daarom ook wist niemand wat in haar gedachten omging, wat zij overpeinsde, wanneer zij zwijgend luisterde naar de gesprekken, welke gevoerd werden door hen, die 't huisje harer ouders kwamen bezoeken. En bezoekers waren er vaak, want in dat huisje had de Heere Zijnen intrek genomen, daarin was Hij door Zijnen Geest komen wonen meermalen betoonende, dat voor Hem niets te wonderlijk of te groot was, dat Hij nog immer gedacht het eenmaal door den mond van den profeet gesproken woord : „Eer zij roepen, zal Ik antwoorden ; terwijl zij nog spreken, zal Ik hooren."

Daarom werd dit huisje vaak door Gods volk opgezocht, werden daar menigmaal de groote daden des Heeren verteld of psalmen tot Zijn lof aangeheven. Daarbij te kunnen vertoeven verkoos Frida boven een dag uitgaan en wanneer de gelegenheid daartoe was, zat zij aandachtig luisterend neer. Nim mer mengde zij zich echter in de gesprekken en wanneer deze of gene haar eens een vraag deed, om daardoor te ontdekken wat in haar hart omging, sloeg zij haar groote donkere oogen neer en bleef het antwoord schuldig. Van .binnen, in haar hart, was het echter niet rustig en stil, daar kon het vaak woeden en bruisen, daar werd vaak zoo'n zwaren strijd gestreden, want neerzittend bij Gods volk, naar hen luisterend wanneer zij vertelden wat de Heere aan hunne ziel deed, zag zij hen zoo gelukkig en rijk, zag zij de vreugde en vrede, welke zij mochten smaken en dat alles missend, gevoelde zij zich zoo ongelukkig. Dat geluk, dien rijkdom, vreugde en vrede ook te bezitten, was hare begeerte, maar de vrees, dat dit nimmer haar deel zou zijn, verwekte zulk een zwaren strijd. De bange gedachte nu met Gods volk te verkeeren, maar straks voor eeuwig van hen en hun Heere gescheiden te worden, rees steeds weer op in haar hart, wat haar gedurig deed zwijgen. Zij ook tot Gods volk behooren, neen dat durfde zij niet eens denken, veel minder uitspreken, dat was niet voor haar, dat groote goed was haar niet bereid. Zij zou dat 'geluk nimmer ontvangen. Zoo overpeinsde zij steeds bij het verrichten van haar werk, met die gedachte begaf zij zich 's avonds ter ruste en zoo veel, heel veel was er dan wat haar een bewijs scheen dat zij nimmer dat geluk zou kennen, want met diepe smart ontdekte zij dan dat in haar hart nog zoo veel woonde wat uitging naar de zonden, dat daarin nog zooveel lust en begeerte werd gevonden tot de dingen der wereld. Die zondige lusten en begeerten in haar hart nog gevoelende en ontdekkende, kon zij niets anders verwachten dan dat haar slechts het eeuwig verderf was bereid, dat dit haar deel zou zijn. En daarom ook zweeg zij altoos, denkende : wat zal het mij baten te vertellen wat in mijn hart omgaat, welk voordeel zal het mij brengen tot anderen te spreken van wat daarin woont, daar dit alles dan nog eenmaal mijne schuld zal ver­zwaren, tegen mij getuigen. Wanneer ik ga vertellen wat er in mij omgaat, zal Gods volk denken dat ik ook een der hunnen ben, dat ik straks met hen bij den Heere mag verkeeren, Hem eindeloos groot makende, om dan, wanneer de ure eenmaal is aangebroken, waarin ik voor den Heere zal verschijnen, te ontdjekken, dat ik een huichelaarster was.

Somtijds, wanneer zij luisterend neerzat, gebeurde het wel dat bij het bespreken van den weg, welken de Heere met de Zijnen houdt, deze of gene ging vertellen van den bangen strijd, welke werd gevoerd vóór de Heere zich aan de ziel kwam openbaren, voor Hij haar toeriep dat zij voor eeuwig de Zijne was en dat gaf Frida dan weer hoop en moed, want dan werd menigmaal woordelijk weergegeven wat in haar hart omging. Dan luisterde zij met des te meer aandacht, wijl het was alsof de spreker haar hart verklaarde, vertelde van den strijd welke daarin werd gestreden. En alhoewel het haar geen grond was om op te kunnen rusten, toch, gaf het haar weer moed om voort te gaan, daar het hooren dat Koning Jezus, na zulk een bangen strijd, de ziel met Zijne vreugde en vrede kwam vervullen, haar deed hopen dat die Borg en Middelaar eenmaal ook tot haar zou komen, haar toeroepen dat zij de eeuwige welgelukzaligheid zou beërven, niet omdat in haar iets te vinden was, wat haar daarop recht gaf, maar omdat Hij had betaald voor een schuldig volk, omdat Hij de straf droeg voor alles onwaardig zijnde zondaren.

Wellicht zijt ook gij zoo'n stille, in zichzelf gekeerde zwijger, igeduiig met bange vrees vervuld dat gij straks den Heere zult missen, dat gij eeuwig buiten Hem moet verkeeren, doch weet dan dat de Heere u gadeslaat in uw bange zielsworsteling en u niet zal laten omkomen. Waarom Hij u dan nog laat voortgaan met die bange vrees vervuld, waarom Hij u niet komt verblijden door tot uwe ziel te spreken dat Hij u heeft gekocht ? Om u te leeren dat in Christus Jezus alleen uw behoudenis te vinden is, dat Hij alleen de eenige grond van uw zaligheid kan wezen. Gij tracht de zonden te ontvlieden, de wereld vaarwel te zeggen, om dan door Koning Jezus gevonden te worden als een, die naar Hem zou vragen en zoeken, zoodat door u ook nog wat aan uwe zaligheid werd toegedaan, maar daardoor juist kan Hij nog niet tot u komen, want Hij moet u vinden als een die niets meer kan, die denkt om te komen in het eeuwig verderf. Dan, als bij u niets meer te vinden is, als gij moet uitroepen dat 't naar recht is als de Heere u voor eeuwig verstoot dat gij dat alleen waardig zijt, dan zal die dierbare Heiland komen om u bij de hand te vatten en te voeren op den weg des Le­vens, wijl gij dan daarop gaan kunt, gedurig weer vertellende, dat gij den dood hebt verdiend, maar dat Koning Jezus u het leven wil schenken, dat Hij, Hij alleen de eenige grond is van uwe zaligheid. Houd dan moed, gij die steeds zulk een bangen strijd te strijden hebt, want Christus Jezus is de Getrouwe, Die nimmer zal toelaten dat gij omkomt, Hij wacht slechts totdat bij u niets meer te vinden is, dan zal Hij komen, u door Zijne daden verblijden, waarvoor gij Hem, Hem alleen dan ook eindeloos de eere zult brengen. Gij echter, die denkt zelve, nog wat aan uwe zaligheid te kunnen toedoen, die meent door een heilig leven den hemel te verdienen, bedenk dat gij straks bedrogen uitkomt, dat gij, zoo voortgaande, straks te laat zult ontdekken, dat bij u nooit iets wordt gevonden wat tot grond van uwe zaligheid kan strekken. Christus Jezus, Hij, die groote Koning, die dierbare Borg en Middelaar alleen kan de eenige grond van uw behoud zijn ; blijf dan niet rusten op iets van uzelven, maar smeek Hem u alles te ontnemen, opdat gij op Hem alleen steunende, moogt sterven om eeuwig te leven.

Christus Jezus mijn Borg en Middelaar, mijn Heiland en Zaligmaker. Welk een onuitsprekelijke vreugde en blijdschap dat te kunnen zeggen ; op Hem alleen steunende voort te gaan over 's levenspad, Hem dag aan dag grootmakende, met Hem voort te treden, dag aan dag, erkennende den dood waardig te zijn, maar daarbij óok dag aan dag sprekende van Zijn wondere liefde, waardoor zondaren de eeuwige welgelukzaligheid beërven, enkel door Hem, Hem alleen.

Nog enkele woorden.

Stelt gij uw vertrouwen nog in de wereld, is de dienst der zonde nog uw lust? Dan zijt gij nog een dienstknecht van satan en indien gij in zijn dienst blijft, zult gij straks in zijn rijk verkeeren, waar hij zal lachen als de worm des berouws eindeloos aan uwe ziel knaagt en het vuur der wroeging eeuwig brandt. Nu is het nog tijd tot ontkóming, haast u dan om uws l«vens wll. 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 april 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Feuilleton.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 april 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's