De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Voor mij ?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voor mij ?

2 minuten leestijd

Mijn Vader, zoo het wezen kan. Laat dezen bitt'ren beker dan Mij toch voorbijigaan, werd vernomen Van Christus Jezus in den hof. Waar Hij, gebogen in het stof. De gansche hellemacht zag komen.

Mijn Vader, klonk de droeve stem Van d' eigen Zone Gods, van Hem, Die nooit geen zonden had bedreven, Laat, kon het zijn, deez' beker mij Voorbijgaan, Vader, ach wil Gi] Die mij toch niet te drinken geven.

Mijn Vader, klonk het uit den mond Van Hem, Die eenmaal Zich verbond De zonden van Zijn volk te dragen. Laat, ach laat dezen 'beker Mij, Kon 't zijn voorbijgaan, ach doe Gij Dien Mij niet drinken, bleef Hij klagen.

Maar ook : Uw wil, de Uw' alleen Geschiede, Vader, anders geen, Sprak Koning Jezus in Zijn lijden. Uw wil geschiede, klonk het nog Uit Zijnen mond. Hij wilde toch Den bangen strijd ten einde strijden.

Hoe bang, hoe zwaar de strijd voor Hem Ook werd, nochtans klonk Zijne stem : Uw wil, de Uw' alleen geschiede, Niet Mijnen wil, de Uw' alleen. Mijn Vader, die en anders geen, Uw wil, wat Gij ook zult gebieden.

Maar was dat lijden in den hof, Die zielestrijd daar in het stof, Omdat Hij ook den iast moest dragen Van mijne zonden, veel en groot, Was dat om mij van d' eeuw'gen dood Te redden, klinkt zoo vaak mijn klagen.

Lag Hij daar, in dien 'bangen nacht, In 't stof terneer, door gansch de macht Der hel omringd, was 't zielestrijden Van Koning Jezus ook voor mij ? Zoo klaag ik menigmaal, droeg Hij Dat alles om mij te bevrijden ?

Ach, dierb're Jezus, klinikt mijn klacht Daarom steeds weer, zeg mij : dien nacht, Dien bangen nacht van naamloos lijden. Lag 'k ook voor u in 't stof terneer, 't Was ook voor u, opdat gij weer In eeuwiigheid u zoudt verblijden.

'k Was daar omringd door d' hellemacht. Opdat die u straks niet meer wacht, O'pdat gij daar niet zult verkeeren, Ik streed daar uwen zielestrijd. Opdat gij straks, daarvan bevrijd. Mij en Mijn Vader zult vereeren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 april 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Voor mij ?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 april 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's