Van de Afdeelingen
Leiden. Dinsdagavond j.l. opende ds. G. H. Beekenkamp met het belangrijke onderwerp 1618—1816, den zomercursus, die gegeven wordt voor leden en begunstigers van den Gereformeerden Bond (afdeeling Leiden).
De stof waaruit wordt onderwezen is de Nederlandsche Geloofsbelijdenis, terwijl de voordeden van dezen cursus zijn ten bate van het Leerstoelfonds,
Dit verdient om drieërlei redenen navolging. Ie. voor o n t wi k ke 1 i n g in de Gereformeerde beginselen ; 2e. dat de collecten daarvan zullen vloeien in de kas van het L e e r s t o e 1 f o n d s en 3e. het intieme karakter ook onderling.
De cursus wordt gehouden in het wijkgebouw, waarin Z.Eerw. zitting houdt. Nu was er weer een tamelijke belangstelling, die, met het oog op het onderwerp, wel wat grooter had kunnen zijn.
Na de gëbruikelijike opening heet ds. B. allen hartelijk welkom en spreekt voorts de hoop Uit, dat ook dit ons samenkomen moge strekken tot stichting en onderwijzing en tot opbouwing van Gods Koninkrijk.
Hierna zet spreker zijn onderwerp voor dien avond uiteen en zegt dat 1618 staat in verband met 1517, dus het jaar der kerkhervorming. Dit laatste zal spreker niet in den breede behandelen, omdat het bekend genoeg is. Dan bespreekt Z.Eerw. het stichten van de Universiteit te Leiden, waar de predikanten werden onderwezen in de Gereformeerde beginselen en vandaar werden uitgezonden, predikende het Evangelie, en hoe 100 jaren na de Reformatie het brute ongeloof den kop opstak, want, zegt spreker, „waar Christus een Kerk sticht, sticht de duivel een kapel." Vervolgens hoe 1611 het jaar is der Remonstrantie, waarin zij in 5 stellingen hun leer vastleggen, wat tengevolge had dat de Synode uitkwam met 5 artikelen tegen de Remonstranten, de drie Formulieren van Eenigheid.
Toen is in 1651 in een groote Statenvergadering uitdrukkelijk bepaald, dat alle macht zou worden gebruikt om de Hervormde Kerk en leer te handhaven, zooals die alom in de Kerken geleerd werd en door de Synode van Dordt yastgesteld, zonder toe te laten dat er door iemand verandering in werd aangebracht Alle andere leer werd getolereerd. Toch is het verval reeds begonnen in den jare 1618 en niet in 1795, zooals wel geleerd wordt. In 1795 was men de Gereformeerde religie geheel en al kwijt. De strijd is dan ook altijd gegaan om drie zaken : Ie. de leer der Kerk ; 2e. liturgie der Kerk, en 3e. regeering der Kerk. Om deze drie dingen vecht men nog.
Eindelijk bepaalde Z.Eerw. ons nog bij het optreden van Willem 1, hoe hij het was, die de Kerk aan den Staat vastklampte, waardoor de Kerk een Genootschap werd, met aan het hoofd de Synode. Toen is haar alle macht ontnomen en stond de Synode aan 't hoofd, door den koning ingesteld. Toen was er een hoe langer hoe meer afzakken en is de deur opengezet voor allen wind van leer, aan alle leerstellingen werd getornd. Er ligt dus een ontzaggelijke tegenstelling tusschen deze twee jaartallen. Wat in het eerste werd opgebouwd, werd in het tweede afgebroken.
Na dit onderwerp keurig uiteengezet te hebben vraagt spr. tenslotte : hoe staan wij tegenover deze dingen ? We zuchten nog steeds onder een verkeerde kerkregeering, die allen wind van leer toelaat. Zullen we ons lidmaatschap opzeggen en de Kerk vaar we! zeggen ? Immers neen ! Zoolang de Hervormde Kerk nog is de Gereformeerde Kerk onzer Vaderen, een planting Gods, waarin de sacramenten nog worden gehandhaafd en vrijheid van spreken wordt gegeven om het Woord recht te snijden, zoolang zullen we blijven lid van de Hervormde Kerk Liever op de puinhoopen zitten dan haar verlaten. Ook ds. Ledeboer en Groen van Prinsterer hebben zich zoodanig uitgesproken. De scheidingen van 1834 en 1886 waren volgens sprekers inzien revolutionair. Dr. Abr. Kuyper had buiten den waard gerekend toen hij met zoovelen de Kerk den rug toekeerde. Wij willen onze stem laten hooren, zegt spreker, tegen Synodale organisatie en leervrijheid (art. 11 Syn. Reglement) en steeds op datzelfde aanbeeld blijven hameren en vóór het recht van de Classicale vergadering, die dan als regeerder der Kerk optreedt. Dus ook geen heerschende Kerk, maar Staat en Kerk zelfstandig. Wij willen strijden voor vrijmaking van de banden en het juk dat ons opgelegd is en den vinger leggen op de wond, bij het beginsel.
Geve God dat er nieuw leven kome en een opbloei van de Vaderlandsche Kerk in het midden van ons volk.
Hiermede besloot Z.Eerw. zijn rede.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 mei 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's