De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ingezonden.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ingezonden.

8 minuten leestijd

Mijnheer de Redacteur,

Dr. P. J. Kromsigt, van Amsterdam, is zoo vriendelijk in „De Gereformeerde Kerk" — het orgaan der Confessioneele Vereeniging — aan de Gereformeerden in de Hervormde Kerk, aan onze Bondsmenschen die bij de Anti Revolutionaire Staatspartij zijn aangesloten, den raad te geven : over te stappen naar de Hervormde Gereformeerde Staatspartij. Zelf behoort hij er niet bij. Die partij staat hem niet aan, ook niet omdat de siooiale paragraaf der partij geheel en al onvoldoende is verzorgd, wat geen wonder is, daar er in beel de partij, blijkens de publicatie, geen enkel voorman die op sociaal terrein bekend is tot de partij behoort. De mannen die op sociaal terrein jaar op jaar zich bewogen hebben met veel ijver en toewijding, houden zich verre van de partij, daar men de Hervormde Gereformeerde Staatspartij een nieuwe „belangen"-partij acht. Met 't speciale doel om voor de Hervormde Kerk een bevoorrechte, een speciale plaats te krijgen, opgericht.

Nu is het vreemde van de handelwijze van dr. P. J. Kromsigt, van wiens vriendelijke bedoelingen ten opzichte van onzen Gereformeerden Bond we nooit iets gemerkt hebben, dat hij ónze menschen zoo vriendelijk raad komt geven, om de Anti Revolutionaire partij te verlaten en toe te treden tot de Hervormde Gereformeerde Staatspartij, terwijl hij zélf geen lid daarvan is en het ook niet worden wil, daar hij bij de Christelijk Historische Unie wil blijven.

Mag ik nu, uit naam van velen, zeer zeker, even hier meedeelen, dat dr. Kromsigt met z'n vriendelijke raadgevingen inzake onze politieke houding wel thuis kan blijven, want dat wij net doen als hij : wij blijven waar we zijn ! Wij hebben geen plan om de verdeeldheid nog grooter te maken, de verwarring nog te doen stijgen en het aantal belangen-partijen nog te vermeerderen.

Wij bedanken er voor om ons te laten spannen voor het wagentje van den openbaren onderwijzer, den heer Hagen, van Amsterdam, die de dominé's van den Gereformeerden Bond tegenstaat waar bet maar eenigszins mogelijk is, geholpen door ds. Gravemeyer van Amsterdam, die de voorzittersfunctie van de Hervormde Gereformeerde Staatspartij bekleedt.

EEN HERVORMD ANTI REVOLUTIONAIR.

WelEerw. Heer,

Hiernevens ontvangt U eenige bladen, beschreven over de „Kweekschool-kwestie." Het is een zaak die mij en zeker met mij velen Schoolbesturen en hoofden van scholen zeer ter harte gaat. Gaarne zag ik dat U daarom nevensgaand schrijven wildet opnemen in „De Waarheidsvriend". Ik wil mij niet vleien, dat daardoor de zaak weer aangepakt wordt, maar toch men kon niet weten, en Göde zijn alle dingen bekend. 't Is misschien wel wat lang en te breed opgezet, maar waar het hart vol van is, vloeit de mond van over.

-Met alle respect voor den arbeid van het Hoofdbestuur van den Gereform. Bond, er is nog zoo menig terrein dat nog ontgonnen moet worden, 't Schort misschien aan krachten, maar men ontmoet onder het onderwijzend personeel onzer scholen, zoo weinigen, die sympathiek staan tegenover den Bond. Er moeten meerderen komen in onze gelederen, onderwijzers en onderwijzeressen, die onze Hervormde Kerk lief hebben en uit het gereformeerd beginsel wenschen te leven. Men huivert voor onze Christelijke scholen als men verkeert temidden van collega's, die niet het minste besef meer hebben waarom zij in de Christelijke school staan.

Is daar nu niets aan te doen ?

Mag ondergeteekende nog eens terug komen op iets dat onherroepelijk van de baan schijnt te zijn, n.l. de stichting van een Hervormde Kweekschool op Gereformeerden grondslag ?

Bij voorbaat mijn dank.

Zij, die onze onderwijsbladen lezen, worden onwillekeurig getroffen door het verbijsterend groot aantal aanvragen om personeel. Eigenaardig is daarbij het verschijnsel, dat in een bedenkelijk groot aantal advertentiën het predicaat Ned. Herv. van Geref. beginselen, gevonden wordt. Dat wijst op een ontzaglijk groot tekort aan personeel van Hervormd Gereformeerden huize. Besturen, welke men week op week ziet bedelen om een onderwijskracht en tenslotte o zoo blij zijn, als ze iemand kunnen krijgen, die... niet uit het gereformeerd beginsel leeft. Zoo worden onze scholen, waarvan de grondslag bij de statuten is vastgesteld, tot beginsellooze wangedrochten. Wat moet men doen ? Het hoofd der school maar laten tobben ? De school, terwille van het vast gehouden beginsel : „Alleen Gereformeerd denkend personeel" 'laten uitgroeien tot een wangestalte ? Zij, die de praktijk kennen, weten wel : dat gaat niet. Er staat zoo veel op het spel, vooral als de school pas gesticht is en er nog „in" moet raken bij de gemeentenaren.

Kan men, !jdan onze jongens en meisjes van Hervormd (Gereformeerden) huize niet ergens anders laten opleiden, dan aan een specifiek Hervormd (Gereformeerde) Kweek school ? Wel zeker ! Maar elke inrichting biedt, ook al is de naam nog zoo goed, geen voldoende waarborgen voor het onderwijs in Bijbelsche geschiedenis en Geloofsleer. Ook zelfs bij die inrichtingen, waar van men het wel zou verwachten, blijft nog zoo veel te wenschen over. De exameneischen geven maar al te vaak den doorslag en het Kweekschool-diploma is in zekeren zin een aanklacht tegen het onderwijs. Wilt u feiten ? Een onderwijzeres, opgeleid aan een Kweekschool, aangesloten bij C.N.S., kocht, toen ze al eenige jaren voor de klas stond, het mooie boek van Van de Hulst voor Bijbelsche geschiedenis. Op een morgen treedt het hoofd der school tijdens de Bijbelles even binnen en hoort hij met verbazing, dat de juffrouw de les staat te lezen. Op zijn vraag, of zij dat wel meer deed, antwoordde zij : „Altijd ! Zoo mooi als het hier beschreven staat, kan ik het toch niet vertellen !" Na wat gepraat er over, kwam het er eindelijk uit, dat er zooveel in den Bijbel stond, dat zij het onmogelijk kon onthouden, om het aan de kinderen te vertellen.

Waar gaan we naar toe op deze manier van les geven ?

Een ander, „pas geslaagde", (ook van een Christelijke Kweekschool !) erkende bij haar intrede in de school haar onkunde daaromtrent en vroeg aan het hoofd der school, 's middags met de handleiding van Stock bij zich, wat zij den volgenden morgen moest vertellen, want zij was in den Bijbel niet zoo goed thuis en of hij zoo goed wilde wezen wat kleine psalmversjes op te zoeken, die zij den kinderen kon leeren. Toen het hoofd daarop eenige bekende vers jes op een briefje uit het hoofd noteerde, was zij vol verbazing, dat hij dat , , maar zoo"wist.

Met alle respect voor de naieve eerlijkheid van zoo'n juffrouw, vraagt men zich toch onwillekeurig af : „Schort er niet wat aan de opleiding ? "

Maar, zal iemand zeggen, die juffr. was toch zeker niet aan een school geplaatst, waarvan het Bestuur Gereformeerd was ?

Ja zeker wel, maar gebrek, en nog eens gebrek en misschien ook wel een te groot vertrouwen in de opleiding. En nu de vraag: Is daar nu niets aan te doen ? Stuur uw kinderen dan naar een kweekschool, ouders! 't Salaris is nu op peil en op 't oogenblik niet beneden de meeste andere gelijkwaardige betrekkingen. Maar waarheen ? Naar een inrichting, waarin gij, wat beginsel betreft geen vertrouwen stelt ? Of naar een Ger. Kweekschool ?

Het artikel in No. 21, van den 13en jaargang van de Waarhèidsvriend : „De Hervormd Gereformeerden en de Gereformeerde Kerken", wijst ons voor de zooveelste maal op het feit, dat .men bij onze geestverwanten in de gescheiden kerken, zich niet kan voelen in de behoeften van de Geref. in de Herv. Kerk.

Wat dan ? Er moet komen een inrichting, een kweekschool, als centraal punt, waar we onze jongens en meisjes kunnen toevertrouwen aan Herv. (Ger.*) leeraren, 't Is zoo te betreuren, dat het Hoofdbestuur zijn plannen heeft moeten laten varen. Waarom telt Amsterdam twee Chr. Kweekscholen en een Chr. Normaalschool, die straks zal omgezet worden in een Kweekschool ? Utrecht en Rotterdam eveneens? Waarom kan er te Leeuwarden een tweede Kweekschool, uitgaande van Hervormden, naast de bestaande gesticht worden ?

Waarom kreeg een collega gelijk, die met mij sprekende over de plannen, eertijds geopperd door het Hoofdbestuur, mij toevoegde : „Jullie een Kweekschool ? Dat gebeurt nooit ! Daarvoor is in Nederland geen plaats !"

't Was vijandschap, maar hij schijnt toch gelijk te hebben. Toen dreigde het tusschen de commissie, ingesteld door het Hoofdbestuur en één uit de omgeving van Harderwijk spaak te loopen. Toen schenen er twee Kweekscholen te verrijzen. Toen blaakte jmén van ijver. En nu Niet met al.

. Nogmaals : Is daar nu niets aan te doen ? En als wij den weg niet weten, laten wij er dan onder biddend opzien een zoeken. Het woord van Nehemia kunnen wij wel tot het onze maken : Het werk is groot en wijd ; en wij' zijn op den muur afgezonderd, de éen ver van den ander. Maar dan toch aan het werk op den muur.

Goudriaan, 24 April 1922.

P. SMITS.

Onderschrift van den Hoofdredacteur :

Er is in dit schrijven verbazend veel, dat mij goed doet. Het was — en het is — een van mijn lievelingsplannen : een Hervormde Kweekschool op Geref. grondslag in het centrum van ons land. Dat behoeft niet dadelijk met internaat, hoewel het wel mijn ideaal zou wezen. Aanvankelijk zou voor , , inwonende" leerlingen bij particulieren onderdak kunnen worden gezocht. De Kweekschool is hoofdzaak. En dat niet uit „kerkistische" overwegingen ; maar om ons Christelijk onderwijs te dienen en wel bizonder onze Hervormide Scholen waar mannen en vrouwen van Gereformeerd beginsel zoo broodnoodig zijn tot onderwijzing der kinderen. Die een'beetje zich met schoolzaken inlaat, zegt: zoo'n school moet er komen !

Héél graag wil ik de zaak nog eens In ons Hoofdbestuur ter sprake brengen. Misschien dat de kansen nu beter staan dan de vorige maal. We zullen maar moed houden. Laten dan ook de Schoolbesturen en de onderwij­zers ons helpen in deze.

M. v. Grieken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 mei 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Ingezonden.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 mei 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's