ingezonden.
Heel de Kerk — dan zal het volk geheeld worden.
Mijnheer de Redacteur,
Bij een gesprek met iemaml over de kerkelijke toestanden, waarbij bizonderlijk de toestand van de Hervormde Kerk ter sprake kwam, voelde ik het weer opnieuw, dat we toch moesten trachten tot een oplossing van het kerkelijk vraagstuk te komen en dat we voor de Hervormde Kerk als het eerste hebben na te jagen, wat voor de Kerk des Heeren altijd een eerste vereischte is geweest en ook altijd wel blijven zal : oprecht belijden van de Waarheid naar de Schrift en naar die Waarheid ook leven, wat in handel en wandel moet uitkomen.
Wat is het eerste voor een Kerk : dat zij groot in ledenaantal is? dat zij bij elkaar hoii-dt, wat op gansch zondige wijze bij elkaar gekomen Is ?
Ik meen, dat Gereformeerde menschen beter weten.
En daarom wat wil men : heel de Kerk en heel het volk en dan de Kerk maar zoo 'n beetje laten scharrelen ? Of wil men, dat de Kerk zal leven in gehoorzaamheid aan Gods Woord ?
Mij dunkt, het is duidelijk, dat wij. Gereformeerden, voor het laatste kiezen moeten. En dan kunnen overwegingen van utiliteit nooit het gebod Gods op zijde zetten. Blind in de toekomst hebben we te zien in het gebod. Want als het zout zelf smakeloos is geworden, wat kracht zal er dan nog van uitgaan ? We zien het aan onze Hervormde Kerk, die ails een koninkrijk is, dat tegen zichzelf is verdeeld.
En dan zeggen de Confessioneelen : ho houden wij toch het volk vast ? Héél de Kerk en héél het volk !
Maar dat is tegen beter weten in God ongehoorzaam zijn. Want wij hebben niet te vragen.: hoe houden we het volk vast. Wij hebben te vragen : hoe zal de Hervormde Kerk weer als de Gereformeerde Kerk eerlijk voor God en menschen spreken en leven naar Gods Woord.
De eerste taak van de Kerk bestaat toch naar uitwijzen van de Heilige Schrift in de volmaking der heiligen, in het werk der bediening, in de opbouwing des üchaams van Christus. Dat moet Gods Kerk in Schotland, in Zwitserland, in Engeland, in Nederland, ja, overal, naar uitwijzen van Gods Woord, als haar eerste, haar hoogste roeping gevoelen. Zij moet haar trouw aan Gods Woord bewijzen ; en in getrouwheid aan Gods gebod moet zij Woord en Sacrament bedienen ; de regeering en de tucht handhaven ; de onmondige leden der gemeente onderwijzen ; de leden der gemeente in hunne huizen bezoeken, de kranken verzorgen, enz., enz.
Zóó heeft zij een pilaar en vastigheid der Waarheid te zijn ; een dam opwerpend tegen den stroom van allenlei dwaling en tevens een haard van heiilig vuur en een centrum van actie. En met die kracht van binnen uit heeft zij zich als een Zendingsgemeente te openbaren èn wat inwendige èn wat uitwendige Zending betreft.
Als zóó de Kerk des Heeren, de Gereformeerde Kerk hier te lande mocht genezen, geheeld worden, dan zou zij als een gezond lichaam door Gods genade nog gebruikt kunnen worden ook tot heeling, genezing, van ons volk. Want dan zal de Heere Zelf in ons midden wonen en Zijne zegeningen zullen afvloeien over grooten en kleinen.
Als de Kerk zelf gehoorzaamheid geleerd heeft mag zij bouwen op Gods hulp en bijstand, maar anders niet.
EEN BONDSLID.
Geachte Redactie,
Naar aanleiding van het ingezondene van L. te H. in de „Waarheidsvriend", verzoek ik U beleefd plaatsing voor het onderstaande.
Gaarne neem ik aan, dat het door den vriend v. L. medegedeelde waarheid bevat. Ook ik keur dat af. Evenwel niet alle kerkelijk Gereformeerden staan zoo tegenover ons. Immers dr. A. Kuyper en met hem veile kerkelijk Gereformeerden, waren onzen Gereformeerden Bond nimmer onsympathiek. M.i. moet onzerzijds dit laatste gewaardeerd worden. Vooral in kerkelijke zaken hoede men zich voor eenzijdigheid.
Of zijn onze Hervormde predikanten, over het geheel genomen, zoo poesilief ten opzichte van de kerkelijk Gereformeerden ?
Er zijn ta! van voorbeelden, ja, zelfs ergerlijke staaltjes te noemen van juist het tegenovergestelde. Ook zelfs sommige Bondspredikanten ontzien zich niet te fulmineeren, te pas en te onpas, tegen de door hen genoemde „Afgescheidenen."
Doch genoeg.
leder weet dat wel.
L. te H., niet uitgezonderd.
Ik twijfel er niet aan, of velen zullen het met mij wel eens zijn, dat èn Ned. Hervormden èn kerkelijk Gereformeerden beiden in deze wel eens gezondigd hebben.
Laat beiden hun eigen tuin maar schoonhouden ; dan lis er toch nog werk te over voor ieder.
Bij voorbaat mijn dank voor de plaatsing.
EEN BONDSLID,
tevens Abonné.
Hoeksche Waard, 2 Mei 1922.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 mei 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's