Van 's levenspad
door COR.
"Ik ben uw heil."
Reeds enkele jaren was de zestienjarige Hantzen stil en in zichzelf gekeerd voortsegaan over 's levenspad, zonder ooit tegen iemand Ie durven zeggen wat in haar binnenste omging, zonder ooit te durven vertellen van den zwaren strijd, welken hare ziel voerde. Haar jonge hartje was door de wondere kracht des Heiligen Geestes bewerkt, waardoor zij zichzelf had leeren kennen als een zondig schepsel, dat van den Heere was afgeweken en daarom niets anders meer waardig was dan voor eeuwig door Hem verstooten te worden, eindeloos Hem te moeten missen. Straks zou zij moeten sterven en dan zou haar niets wachten dan de eeuwige nacht, het eeuwig verderf, en alhoewel zij niets anders kon dan erkennen dat het naar recht was, als de Heere haar voor eeuwig verstootte, toch vervulde het haar niet diepe smart, ging zij immer vol droefheid voort. Van die smart en droefheid iets aan haar ouders vertellen, hiin mededeelen wat in haar hartje omging, durfde zij echter niet, vreezende dat, die dan zouden gaan denken dat de Heere Zijn werk in haar was begonnen, om hun dan echter eenmaal te moeten vertellen dat zij zichzelve had bedrogen, dat zij nooit het ware Godsgemis had gevoeld, doch dat alles slechts' angst voor den dood, vreeze voor de straf was geweest. Daarom ging zij voort, immer stil, zonder ooit iets. te vertellen van den bangen zielestrijd welken zij voerde, totdat zij, nauwelijks zestien jaar zijnde, werd neergeworpen op het ziekbed, aangetast door een ziekte, waarvan zij niet meer kon genezen. Dat maakte haar strijd nog zwaarder en banger, want nu zou spoedig, heel spoedig, haar levensdraad worden afgesneden om dan, zooals zij dacht, geworpen te worden in de buitenste duisternis weken lang lag zij terneer, blijde, wanneer zij alleen was, want dan kon zij in de eenzaamheid, zonder dat iemand het merkte, haar bedroefde hartje door schreien wat lucht geven.
In een nacht echter, wanneer 'zij weer bitter weenende nederlag met de droeve gedachte dat haar zonden zulk eene groote scheiding maakten tusschen den Heere en hare ziel, en dat die oorzaak zouden zijn, dat zij eindeloos den Heere zou missen, was het alsof haar ziekenkamer eensklaps helder werd verlicht en met haar betraande oogen verwonderd opblikkende, om te zien, vanwaar dat licht kwam, was het als zag zij den Heiland, dien dierbaren Borg en Middelaar, Die haar toeriep : „Ik ben uw heil." Hem, den Zaligmaker van zondaren mocht zij aanschouwen en blikken op dat wondere werk dat Hij volbracht had, door Zijn bloed en vleesch te geven om zondaren van het eeuwig verderf te redden. En die groote Koning riep haar toe : , , lk ben uw heil." Dat vervulde haar met blijde vreugde dat deed haar gelooven dat Hij ook haar schuld had betaald, dat Hij ook haar met den Heere had verzoend, waardoor ook zij weder bij den Heere mocht verkeeren, ontdaan van bet zwarte kleed der zonden, omhangen met de witte kleederen des heils, door Hem voor haar verworven. Blijde vreugde straalde uit haar anders zoo droevige oogen, als haar ouders 's morgens tot haar kwamen en zij hun ging vertellen van den bangen strijd, welken zij had gevoerd, maar óok van het iheil, door Christus Jezus haar bereid.
Meer en meer nam nadien haar ziekte toe, maar dat kon haar niet meer beangstigen ; dag aan dag lag zij terneer met van vreugde stralende oogen, gedurig weer sprekende van het heil dat haar wachtte, haar bereid door Christus Jezus, haar Borg en Middelaar.
Enkele dagen voor haar heengaan zeide zij tot haar vader : „In den tijd dat ik slechts verwachtte voor eeuwig om te komen, las ik menigmaal in Bunjan's Christenreis, wat mij altijd droevig maakte, daar ik dan immer dacht nooit de vreugde te mogen smaken aan de Hemelpoort aan te kloppen en daar binnen gelaten te worden, maar nu is dat zoo geheel anders. In Zijn wondere genade en ontferming leidde de Heere mij juist door als Christen en weet gij waar ik nu ben ? Ik ben nu daar, waar Christen de heerlijkheid des Hemels aanschouwde, ja, de nevel, die hem belette alles duidelijk te zien, is zelfs weggenomen en nu mag ik in die heerlijkheid inblikken, doch dat ook maakt dat ik bijna niet langer kan wachten"
Dat wachten duurde echter nog maar heel kort. Weldra werd zij uit het leven weggenomen met den blijden jubelkreet : , Jezus, Hij mijn Borg en Middelaar, heeft voor mij voldaan I" Voor zij heenging, had zij haar ouders nog 'n klein kistje gegeven, dat dezen na haar heengaan mochten openen om te zien wat dat bevatte, en dit doende, vonden zij daarin niets dan een aantal beschreven vellen papier, waarop zij, die nimmer iets durfde vertellen van den bangen strijd welken zij voerde, haar worsteling en strijd beschreef. Als een kostbaar kleinood werden die bewaard, nog menigmaal gelezen en herlezen en hoe groot het gemis der ouders was, wanneer zij die weer lazen en bespraken wat de uitkomst was geweest van den bangen zielestrijd van hun kind, konden zij niet droevig zijn, doch dankten den Heere, dat Hij hun zoo vroeg gestorven kind had voor-en toebereid om, als het uur van sterven kwam, te mogen ingaan in de eeuwige heerlijkheid, het heil ontvangende door den Heere bereid, dien, die Hem vreezen.
Hebt gij, jongeling of jongedochter, knaap of meisje, den Heiland ireeds mogen aanschouwen, uit Zijn mond mogen hooren dat Hij uw heil is ? Zeg toch niet, dat gij daarvoor nog te jong zijt, denk toöh niet bij u zelf, dat gij daar later wel over zult gaan denken, wanneer gij oud zijt geworden, want hoe jong gij ook zijt, ook voor u kan vroeg de tijd van sterven komen. Nooit kunt gij te jong zijn om naar den Heere te vragen, te zoeken naar een Borg en Middelaar voor uwe ziel, nooit nog is er iemand geweest, die had mogen ervaren in Christus Jezus verzoend te zijn met 'n heilig en rechtvaardig God, welke heeft gezegd te vroeg den Heere te hebben gezocht, maar wèl wordt altoos weer de verzuchting gehoord : „Ach, had ik maar eer de wereld verlaten en den Heere nagevolgd, want Zijn dienst is zoo rijk en goed, die schenkt zoo'n vreugde en vrede." Nooit kunt gij te vroeg naar den Heere zoeken, want al wordt gij in het leven gelaten, al moogt gij oud worden, wanneer gij in uw ouderdom verwaardigd wordt den Heere te leeren kennen als een God, die uwe zonden en schuld niet wil gedenken in Christus Jezus, dan toch zal uw smart zoo groot zijn bij het terugzien op uw leven buiten Hem. Dag aan dag zal het berouw aan uwe ziel knagen over de jaren in de ijdelheid der wereld doorgebracht, zondigende tegen den Heere, die u nooit anders deed dan goed. Die u gedurig met Zijne zegeningen overlaadde. Zoek dan naar Hem in de dagen uwer jeugd, opdat gij Hem moogt vinden, om dan ook, wanneer gij jong moet sterven, te weten dat Christus Jezus uw heil is ; dat gij in Hem van zonden en schuld zijt gewasschen ; en wanneer gij dan oud moogt worden, als gij nog lange jaren over 's levenspad moogt voortgaan, welk een vreugde dan die te besteden in 's Heeren dienst, niet vol smart terugziende op een leven van enkel zonden, maar dag aan dag u te verblijden dat de Heere u uit genade verwaardigt te leven Hem tot eer.
Zijn de dagen uwer jeugd echter reeds voorbij gegaan, zijn uw jaren reeds zoo hoog geklommen dat uw haar is vergrijsd, dat gij reeds met éénen voet in het graf staat, zijt gij reeds zoo oud geworden, dat gij niet kunt, maar weldra moet sterven ? En weet gij nog niet, dat Christus Jezus alleen uw heil is ? O, hoor dan heden nog de roepstem, welke tot u komt : haast u nog eer het voor eeuwig te laat is. Al is het dat uw gansche leven voorbij ging in den dienst der wereld, zoodat uw klacht weerklinkt : „Zouden mijne zonden niet te veel en te groot zijn ? ", zelfs dan nog moogt gij tot den Heere vluchten en Hij zal u doen ervaren, dat ook u het eeuwig heil is bereid niet, omdat gij dit hebt verdiend, maar omdat Christus Jezus den weg daartoe heeft gebaand, bewogen door Zijn eeuwige liefde voor een zondig schepsel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 mei 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's