De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

10 minuten leestijd

Tekstkeuze — en de practijk der godzaligheid.

Bij ons staat het aan den predikant vrij die teksten te kiezen, die hij zelf wil behandelen. Een kerkelijk rooster is er niet : dan alleen in de lijdensweken, op de feestdagen, in de adventsweken, maar ook dan is de prediker nog vrij om een stof te behandelen waarin hij 't meest lust heeft. Dat is een voordeel die vrijheid ; maar dat is ook een nadeel. Want ten eerste is het nu soms moeilijk een tekst te vinden — soms gaat het als vanzelf, en soms wil het maar niet lukken — maar ten tweede is het gevaar nu groot, dat men altijd maar in een cirkeltje ronddraait, en veelszins teksten behandelt die zoowat over dezelfde dingen gaan.

Daarover wordt wel eens geklaagd door belangstellende gemeenteleden, die weten te luisteren en te onderscheiden.

Zoo sprak ons laatst iemand die zei, dat de predikant ter plaatse wel telkens een anderen tekst voorlas, maar bijna altijd de zelfde stof behandelde, over hetzelfde onderwerp sprak en telkens niet verder kwam, dan hetgeen reeds zoo dikwijls is naar voren gebracht, 't Ging bijna altijd, met andere woorden, over den val, over de algeheele verlorenheid des menschen, over de rechtvaardigmaking en de bekeering — maar verder kwam het niet. Over het dienen en liefhebben van God hoorde men ongeveer niet. 't Ging wel over de kennisse Gods, maar over den dienst van God en de practijk des nieuwen levens werd nauwelijks of heelemaal niet gerept. En om zichzelf schoon te praten wordt dan gezegd: ik moet niets van de „wetsprediking" hebben. Men wil nog wel de wet prediken om daarmee over de ellende des menschen te kunnen handelen, maar de wet als regel der dankbaarheid, als richtsnoer des nieuwen levens, om het leven uit God zich te doen uitstrekken over alle terrein des levens tot verheerlijking Zijns grooten Naams, daar van moet men eigenlijk niets hebben. En het is dan ook voor zulke dominé's een heele toer om naar Zondag 33 en volgende Zondagen te prediken over de goede werken, die uit waar geloof, naar de wet Gods, alleen Hem ter eere geschieden. En te preeken over een tekst als deze : „Zoovelen als er naar dezen regel wandelen ; over dezelve zal zijn vrede en barmhartigheid en over het Israël Gods" (Gal. 6 : 16), doen ze dan, noodgedwongen zóó, dat het weer een stuk ellende wordt, waarbij goed naar voren komt, dat de mensch onbekwaam is tot eenig goed en geneigd tot alle kwaad. Ook dan zelfs wordt het leven der dankbaarheid niet zelden genegeerd. Men zit en blijft zitten in het stuk der ellende, waardoor Gods werk in Christus door den Heiligen Geest in en aan de geloovigen gewerkt geheel verdonkeremaand wordt, 't Is alsof het geen werkelijkheid is geworden in Gods kinderen, 't Schijnt van geen kracht en van geen beteekenis.

Met het stuk der dankbaarheid ; met de practijk der godzaligheid, met de vraag­ stukken van het leven des geloofs staat men niet zelden op gespannen voet. 't Schijnt bij vele predikers — en hoorders — alsof men er niet toe komen kan. Men blijft telkens steken ; men vordert niet.

Hier moeten we acht op slaan en deze fout als f o u t, als tekortkoming gaan voelen ; opdat er verandering mag komen in het midden van Christus' Kerk.

We hebben naar een geleerde maar algemeene onderscheiding : c r e d e n d a, dat wil zeggen wat geloofd moet worden en we hebben f a c i e n d a dat wil zeggen wat gedaan of beoefend moet worden. En beide moeten in de bediening des Woords tot hun recht komen. Leer en leven moeten samengaan. We hebben het breede stuk van de ethiek, met de machtige en groote vraagstukken van het zedelijk leven. En gereformeerde predikanten mogen de ethiek maar niet overslaan en negeeren. Gereformeerde predikers en gereformeerde hoorders en gereformeerde gemeenten moeten verstaan, dat zij, die door Jezus Christus verlost zijn, en door den Heiligen Geest vernieuwd, in dit leven moeten wandelen naar den wille Gods en dat dit leven der godzaligheid bij Gods gemeente de onmisbare eisch is tot bloei der Kerk, die Christus kocht met Zijn dierbaar bloed.

Hierin wordt de Vader verheerlijkt, dat Zijn kinderen veel vruchten dragen, dat Zijn Kerk op aarde in waar geloof naar de wet Gods voor Hem wandelt. 

Of zijn er geen geloovige predikanten onder de gereformeerde dominé's ? En zijn er geen geloovigen onder de leden der gemeenten ? En is er dus geen geloofsleven ? En valt er dus nergens anders over te spreken dan over ellende en verlorenheid ?

Ja — dan wordt het wat anders. Maar — dan is het ook zoo treurig, dat we er niet meer over behoeven te praten.

Dan is God weg onder ons, dan is Zijn Geest weg, dan is Zijn leven weg. Zijn Christus — neen ! dan behoeven we er niet meer over te praten. Dan ligt alles verloren onder ons. Als doove kolen, zonder een sprankje vuur.

Zou het zóó treurig zijn ? Wij gelooven het niet. Maar dan ook moet het vonkje aangeblazen worden. Dan •moeten de doove kolen gaan gloeien. En waar het leven uit Christus gekend mag worden, daar moeten degenen die maar een klein beginsel van deze gehoorzaamheid hebben óók leeren nazeggen, mee door een goed geleide en gezonde gereformeerde prediking : „doch alzoo, dat wij met een ernstig voornemen niet alleen naar sommige, maar naar alle de geboden Gods wenschen te leven." (Lees Zondag 44 vr. en antw. 114 maar eens !)

Dat is geen wetsprediking dan om op een verbroken werkverbond te bouwen en te pleisteren met looze kalk. Niets daarvan ! Dat is dan een gezonde gereformeerde prediking, waarin de practijk der godzaligheid niet vergeten wordt en de eisch des nieuwen levens in des Heeren Naam gepredikt wordt, opdat er een volk zal zijn, dat God kwam roepen uit de duisternis, om Zijn lof te verkondigen. Niet alleen dan met een zucht en met een galm, met een woord en met een gebaar, bij een stuk en bij een brok, maar door Gods genade als levende kinderen Gods die •— zooals Paulus schrijft — „de goddeloosheid en de wereldsche begeerlijkheden verzakende, matig en rechtvaardiglijk en godzalig begeeren te leven in deze tegenwoordige wereld." (Titus 2 vers 12, 13).

Dat is het leven uit God ; het leven des geloofs ; het nieuwe leven ; de opstanding van den nieuwen mensch ; het wandelen in gehoorzaamheid.

, , Opdat de mensch Gods volmaakt zij tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust" (2 Tim. 3 vers 17). Waarbij alles gaat om Christus den waren wijnstok en om den Heiligen Geest, die het leven wekt en voedt en sterkt en bewaart, opdat de ranken veel vrucht zouden dragen tot eere van den hemelschen Landman, den God en Vader van onzen Heere Jezus Christus.

In het belang van de Gemeente, tot versterking van het geloofsleven, tot meer openbaring van het nieuwe leven des Geestes, tot eere Gods bovenal, is het wenschelijk en noodzakelijjk dat de prediking van de gereformeerde predikanten; meer en meer die richting mag gaan nemen, om niet telkens het fundament te leggen en niet alleen te voeden met vloeibare spijze, maar dat ellende, verlossing en dankbaarheid mag worden gepredikt, opdat de practijk der godzaligheid op elk terrein des levens meer en meer mag worden gezien, tot Gods eer, tot des naasten heil en tot eigen stichting en versterking.

„Gij zijt duur gekocht, zoo verheerlijk dan God in uw lichaam en in uwen geest, welke Godes zijn." (1 Cor. 6 vers 20). Dat spore Gods kinderen aan, om in 's Heeren kracht na te zeggen wat dezelfde apostel verder schrijft : „Dewijl wij dan deze belofte hebben, zoo laat ons onszelven reinigen van alle besmettin^g des geestes en des vieesches voleindigende de heiligmaking in de vreeze Gods." (2 Cor. 7 vers 1).

Dit kan een toetssteen voor ons zijn of wij wel waarlijk het leven des Geestes in Christus Jezus kennen ; of wij wel waarlijk genade-leven bezitten. Want laat ons niet vergeten, dat toch naar 's Heeren eigen Woord de boom aan de vruchten gekend wordt.

En — „niet een iegelijk, die tot Mij zegt : Heere, Heere ! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet den wil mijns Vaders die in de hemelen is" (Matth. 7 vers 21).

Gaan onze gereformeerde dominé's hier vrij uit ? Staan onze gereformeerde .gemeenten niet schuldig ? En — zullen we Gode niet méér gehoorzaam moeten zijn dan den menschen ?

Wat wordt in den Doop verzegeld ?

Als antwoord schrijven we af, wat in de verschillende Kerkenordeningen staat.

In de Dordtsche Kerkenordening van 1574 staat : „Het verbond Gods zal aan de kinderen (zoo haast als men den Doop bekomen kan) met den Doop verzegeld worden".

In de Dordtsche Kerkenordening van 1578 : „Het verbond'Gods zal aan de kinderen der christenen met den Heiligen Doop (zoo haast als men denzelven bedienen kan) bezegeld worden."

In de Middelburgsche Kerkenordening van 1581 : , , Het verbond Gods zal aan de kinderen der gedoopte Christenen met den Doop (zoo haast als men de bediening hebben kan) verzegeld worden."

In de Haagsche Kerkenordening van 1586 , , Het verbond Gods zal aan de kinderen der Christenen met den Doop enz."

Terwijl Voetius over de doopsbediening schrijvende, zegt , , wegens de goddelijke verzegeling der verbondsgenade door de doopsbediening". 

Uit deze aanhalingen die we ontleenen aan de Kerkelijke adviezen van. Prof. Rutgers (II, pag. 8, enz.) blijkt wel, dat van ouds het gevoelen leefde onder onze gereformeerde vaderen, dat in en door den Doop het verbond Gods bezegeld wordt aan de kinderen der gedoopte Christenen. Het verbond Gods — waarom bij elke doopsbediening onder ons tot de ouders aldus gesproken wordt: „ dat de Doop een ordening Gods is, om ons en onzen zade Zijn verbond te verzegelen."

De weg van de Doleantie.

Met name in „De R o t t e r d a m m e r" Anti Rev. Dagblad te Rotterdam uitgegeven, zit iemand, die een masker draagt en zich achter de schermen houdt bijna dag aan dag Hervormde gemeenten aan te sporen den weg der doleantie te bewandelen en zich los te maken van de Hervormde Kerk.

Wil men bewijs ?

Maandag 22 Mei stond er dit stukje in de rubriek „Kerknieuws", onder het opschrift : „Donkere w o 1 k e n" :

„Men schrijft ons : Wat een droeve toestand staat velen Gemeenten der Ned.Herv. Kerk van Gereformeerde beginselen, te wachten. Handopening en approbatie worden onthouden, indien de aanslag volgens het Reglement op de Predikantstractementen niet voldaan wordt.

Het beroepingswerk staat stil. Vele Gemeenten zijn reeds bezig om bij bestendiging der vacature eiken Zondag Gereformeerde predikanten van elders te laten optreden.

Het zal ons evenwel niet verwonderen of straks zal wel eens een predikant zonder approbatie de nieuwe pastorie betrekken. Conflicten kunnen niet uitblijven.

Wat zal het einde zijn ? "

Wat een onnoozele „men" is dat ! Vraagt hij nog wat het einde zal zijn ?

Doleantie, anders niets. Een herhaling van de geschiedenis Kootwijk. van

Dat kan een blinde zien. En een doove hoort het aankomen.

Een verstandiger weg.

Waar moeilijkheden zijn, moet men trachten die moeilijkheden op te lossen. Daarom juichen we toe, dat de algemeene vergadering van de Vereeniging van Kerkvoogden op 6 April j.l. te Utrecht gehouden op voorstel van het Hoofdbestuur besloten heeft een Commissie te benoemen, teneinde de gerezen bezwaren tegen het Reglement op de Predikantstractementen te onderzoeken en daarover rapport uit te brengen, met eventueele voorstellen tot wetswijziging.

Tot leden van deze Commissie zijn door het Hoofdbestuur benoemd, naar het orgaan van genoemde Vereeniging bericht : W. ten Bosch te Tiel ; dr. J. van Bruggen te Goes : mr. J. Brunt te 's Gravenzande ; A. Couvee te Leiden ; F. J. H. A. Hendriksz te Maastricht ; V. Kay te Hauwert ; mr. W. H.Kohier te Maarssen ; J. G. Kruysbergen te Barneveld ; mr. H. F. van Meer te Halfweg ; J. Meijwes te Wageningen ; mr. J. Schönfelt te Winschoten en E. van Douwen te Alantgum.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 mei 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 mei 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's