De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Feuilleton.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Feuilleton.

7 minuten leestijd

Van 's levens

door COR.

De smart eener moeder.

Het hart vervuld met dankbaarheid, zag Truida menigmaal haar eenigst kind aan, wanneer zij bemerkte dat het een luisterend oor had voor v/at zij vertelde van haar Koning, haar Heere en haar God. Haar kind, haar eenigste zoon te zien opgroeien, terwijl het scheen alsof zijn jonge hartje geopend was voor het zaad des Evangelies, dat was haar een gedurige oorzaak van blijde vreugde en dat deed haar telkens weer voor den Heere nederbuigen, Hem smeekende, dat zaad daarin te doen ontkiemen en vruchten te doen voortbrengen. Zich daarover verheugende, snelde zij met hare gedachten reeds ver vooruit, naar den tijd dat haar zoon volwassen zou zijn en dat doende stelde zij zich reeds voor hem dan te zien als predikant, dat wondere, rijke genadeevangelie brengend, dat armen onwaardigen zondaars toeroept, dat in Christus Jezus voor hen een weg dej verlossing is ontsloten. Haar kind, haar zoon predikant, dat was haar gedurig verlangen, en zij twijfelde niet of de tijd zou komen, waarin dat werd verwezeiilijkt.

Maar ach, inplaats daarvan kwam de tijd, waarin zij haar hoop en verwachting meer en meer zag verdwijnen, want nadat hij knaap was geworden en tot jongeling opgroeide, verliet hij den weg, door zijne moeder hem immer voorgehouden, en zette zijn voet op het breede pad der zonde. Eerst in het geheim, bevreesd dat zijne moeder het zou bemerken ; doch weldra vond hij zooveel bekoring in 's werelds dienst, dat hij zich daar geheel aan overgaf, openlijk betoonende en uitsprekende dat daarin zijn vermaak was.

Was dat dan haar kind, dat vroeger zoo gaarne aan haar zijde zat, zoo begeerig luisterde, wanneer zij hem vertelde van dien Christus, dien Heiland en Zaligmaker, Die gekomen was om zondaren te redden van het eeuwig verderf, zoo vroeg Truida zichzelf gedurig weer af, of was het slechts een bange droom waarin zij verkeerde ? Dat haar zoon, dien zij eenmaal als predikant had gedacht ? Die gedachte vervulde haar met droefheid en smart, deed haar verkwijnen van verdriet. 

Hoezeer de moeder echter leed door wat haar zoon deed, deze bekommerde zich daarover niet, steeds zette hij den voet verder op het hellend vlak der zonde, spottende met de waarschuwingen welke zijne moeder hem deed hooren, niet willende luisteren wanneer zij hem smeekte dien weg toch te verlaten. De wereld met al haar schijn en klatergoud trok hem aan, daarin te verkeeren werd zijn lust en begeerte, niet bedenkend dat zijne moeder verkwijnde van verdriet ; dat die in de eenzaamheid geknield lag, met haar God worstelende om het behoud van haar zoon, die op plaatsen was, waar de. wereld in al haar volheid werd gediend, waar lichaam en ziel verwoest werd.

Het scheen echter alsof de Heere niet lette óp Truida's roepen, geen acht sloeg op haar smeeken, want hoe zij uitzag naar 't oogenblik dat haar zoon zou wederkeeren, tot haar komen om te vertellen dat de Heere hem te sterk was geworden, hem had toegeroepen : „Tot hiertoe en niet verder", steeds bleef hij voortgaan met volle teugen uit den zwijmelbeker der zonde te drinken.

Dat bracht haar geloof aan het wankelen, want satan maakte van dit alles gebruik, haar influisterende : "Waar is nu uw God, op Wien gij bouwdet, en aan Wiien gij uw zaak vertrouwdet ? " O, had zij maar bedacht, dat het satans listen waren, dat die van dit alles gebruik wilde maken om haar oog van den Heere te doen afwenden, dan zou zij hem 't oor niet hebben geleend, niet geluisterd hebben naar wat hij sprak. Nu echter lette zij op wat die leugenaar haar influisterde, sloeg het oog niet meer opwaarts tot den Heere, van Hem alleen alles verwachtende, en daarom geen toevlucht meer kennende tot Hem, Die nooit beschaamd laat uitkomen wie op Hem vertrouwen, kwam zij der wanhoop nabij. Haar laatste toevlucht was haar ontvallen en nu zij met al haar droefheid en, smart niet meer vluchtte tot dien grooten Trooster, werd dit te veel voor haar, het hoofd kon de vele vrcigen niet meer verwerken, wat haar in een staat van krankzinnigheid deed geraken Een einde aan haar leven maken, dat was in dien toestand haar doel, haar gedurig pogen, dat somtijds slechts met de grootste moeite verhinderd kon worden en waarom zij weldra naar een krankzinnigengesticht werd overgebracht.

En haar kind, haar eenigste zoon ?

Ach, deze bekommerde zich bij alles wat gebeurde niet om zijne moeder, hij was zoo in de strikken der zonde verward, dat hij zich het lot zijner moeder geheel niet aantrok, niet bedacht, dat door zijn schuld zijn moeder van het verstand was beroofd. De wereld, die ijdele, zondige wereld, was zijn eenigst begeeren, daarun zocht hij steeds naar de voldoening welke daar nimmermeer wordt gevonden, zonder te bedenken dat hij de oorzaak was dat zijn moeder leefde, niet wetende, of zij vloekte of bad.

De satan, die menschenmoorder, als koning verkiezende, zoo gaat hij nog voort over 's levenspad. O, hoe groot zal de smart zijn, wanneer zijn oogen nog eenmaal open gaan voor wat hij deed. Hoe zal het berouw aan zijne ziel knagen, bemerkende dat hij de oorzaak is dat zijne moeder in zulk een toestand verkeert. Maar ach, hoe verschrikkelijk, wanneer hij zich in het kv.'aad blijft verharden, want dan zal hij straks moeten verschijnen voor den Rechter van hemel en aarde, uit Wiens mond hem dan zal tegenklinken : „Ga weg van Mij, gij vervloekte, in het eeuwige vuur, dat den duivel en zijnen engelen bereid is."

Doch ook, hoe groot zal het zijn voor die moeder, wanneer zij straks mag ervaren, dat de Heere de Getrouwe blijft, dat Die, ofschoon zij aan Hem ging twijfelen, haar niet zal verstooten, haar-door Zijne wondere liefde straks vergunnen bij Hern te verkeeren, ontheven van alle droefheid en smart.

Zijt ook gij wellicht een kind, dat den weg, door uwe ouders u voorgehouden, hebt verlaten en den voet gezet op het breede pad der zonde ? O, ga daarop dan toch niet voort, keer terug eer het te laat is, bedenk welk een smart gij uw ouders en bovenal den Heere berokkent, door zulk een leven. Niet uit eigen belang waarschiuwen uwe ouders u, maar in 's Heeren naam spreken zij tot u, het heil uwer onsterfelijke ziel voor oogen hebbende. Hoor dan naar hen, nu gij uwe ouders nog bezit, nu gij nog in het heden der genade zijt. Wanneer gij tot inkeer komt als uwe ouders niet meer zijn, of wanneer zij wellicht door smart en droefheid van het verstanid zijn beroofd, evenals die moeder, zal datt knagende berouw zoo groot zijn. De smart is zoo groot, wanneer dag aan dag uw 'klacht wordt vernomen : , , Vader ! moeder ! kon ik nog maar een enkele maal tot u spreken ; kon ik nog maar een enkele maal tot u komen, vergeving vragende voor wat ik misdeed." , , Vader, moeder, kon ik u nog maar een enkele maal vertellen, wat de Heere aan mijne ziel deed" ; die droeve klacht zult gij dan dag aan dag uiten en immer zal daarop dan moeten volgen, wanneer zij zijn weggenomen, dat het daarvoor te laat is. Maar nog grooter zal de smart, nog knagender het berouw wezen, wanneer gij op 's levenspad in het kwaad blijft toeven, om daarin te sterven, want dan zal eindeloos uw klacht worden vernomen, dat gij den Heere mist, dat gij uw Schepper niet moogt aanschouwen.

Zijt gij wellichl ver afgeweken, zijt gij diep gezonken in het kwaad en fluistert de satan u daarom in, dat de Heere u nooit meer zal gedenken, u Zijn genade en ontferming onthouden, o luister daar niet naar, doch let op dat wondere, dat rijke Evangelie, dat zonderen, goddeloozen, ja, zelfs den diepstgevallene toeroept, dat Christus Jezus in de wereld is gekomen om te zoeken en zalig tie maken wat verloren was. Nooit, nimmer zijn uwe zonden te veel of te groot. O, vlucht daarmede dan heden nog tot dien dierbaren Heiland en Zaligmaker, om in Hem vrede te vinden voor uw moegestreden ziel.

Ouders, gij, die wellicht der wanhoop nabij zijt, wanmeer gij uw kind ziet voortgaan op het hellend vlak der zonde, wanhoop nooit aan 's Heeren trouw, want Hij is de Onveranderlijke, Die Zijn Woord van eeuwigheid tot eeuwigheid gestand doet. Wiens beloften in Christus Jezus Ja en Amen zijn en blijven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juni 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Feuilleton.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juni 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's