De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Over de oplossing van het  kerkelijk vraagstuk.

Bekijk het origineel

Over de oplossing van het kerkelijk vraagstuk.

8 minuten leestijd

VI.

We mogen in deze wereld niet onder alle omstandigheden ons recht handhaven, want de winst, die daaruit voortvloeit, weegt niet immer op tegen het veriies, dat er mee gepaard gaat.

Tot waarschuwing kunnen ons hier die menschen strekken, die om der wille van 'n onnoozel stukske grond met hun buurman in rechten zich begeven, waarbij de kosten van het proces de waarde van het gewonnene vaak tien-en honderdvoudig te boven gaan en soms den liefhebber van zijn recht ruineeren.

Ook de Schrift geeft ons in dezen treffende leering en doet zien, dat de handhaving van ons recht menigmaal veroordeeld is door de schade, die daaruit voortspruit. Waarbij de Schrift natuuriijk den nadruk legt op geestelijke schade. Waarom lijdt ge niet liever onrecht ? Waarom ziet ge niet van de handhaving van uw recht af ? vraagt Paulus aan de geloovigen te Corinthe. Hij wenscht, dat ze daarom hun recht niet zullen zoeken, wijl dit terecht gaan van Christus' discipelen voor de ongeloovigen 'n slechten naam over Christus' Gemeente brengt en m.a.w. schade doet aan de uitbreiding van Gods Koninkrijk.

Zoo moet dan ook de Kerk er niet op staan onder alle omstandigheden haar recht te willen handhaven. Want zooals we reeds uiteen gezet hebben, al ontkennen we niet, dat de Herv. Kerk het recht heeft opnieuw van al haar ambtsdragers en lidmaten onderwerping aan het Schriftgezag te eischen, het doorzetten van dezen eisch, de handhaving van dit recht zou niets dan schade teweeg brengen, wijl daardoor een machtsstrijd zou worden ontketend, waarin het vleesch het hoogste woord voert en waarin voor den Geest geen plaats is.

Maar zeggen velen : het gaat niet om ons recht, het gaat niet om het recht der Kerk doch het gaat om Gods recht en Christus' recht. In zekeren zin volkomen waar. Wij wenschen niets af te doen van het recht, dat God de Heere heeft op gansch de Kerk en op alle gedoopten, dat ze de knie voor Hem buigen, maar d i t recht hebben we alleen te handhaven als profetische eisch en wij zijn niet geroepen om metterdaad door kracht en geweld allen onder d i t recht te doen buigen. Evenals wij zeer zeker geroepen zijn om de oordeelen Gods te prediken en niets daarvan mogen laten vallen maar niet geroepen zijn om zelf die 'oordeelen Gods ten uitvoer te leggen ; dat hebben we aan God over te laten.

We staan op het oogenblik voor het feit, dat een groot deel der Herv. Kerk den grondslag heeft verlaten, waarop volgens onze overtuiging de Kerk des Heeren moet worden gebouwd en leeft uit een ander levensbeginsel dan hetgeen der levende Gemeente van Christus is gegeven.

Wat wil men nu ? Dat het belijdende deel zal trachten het andere deel met geweld te dwingen om zich te onderwerpen, zoodra het de macht verkrijgt? Men kan het ook anders formuleeren, want de werkelijk overtuigden laten zich niet dwingen : dat het belijdende deel het andere deel, dat hardnekkig weigert, buiten de deur zet ? Wij voor ons verwachten daarvan niets dan geestelijke schade, zooals wij boven hebben uiteengezet.

Voor wie daarvan overtuigd is, blijft er niets anders over dan te zeggen : laat beide deelen trachten zich van elkander los te maken. Want langer samen te leven in één kerkverband als nu het geval is, maakt niet alleen het leven van beide ondraaglijk, maar wordt ook door ons als schuld voor God gevoeld.

Doch wij aanvaarden uw conclusies niet, zeggen sommige Confessioneelen ; er is nog een andere mogelijkheid ! God kan dat niet belijdende deel bekeeren ! Wilt ge daarop wachten, zoo vragen we wederkeerig en in de zonde en ellende der Kerk van het heden maar rustig blijven ? Dan toon eerst aan, dat ge grond, vasten grond hebt, waarop uw verwachting steunt, dat God deze dingen ook doen z a 1 (wat ge niet kunt !) en anders geeft ge u over aan een illusie, waardoor ge de verwarring van het heden slechts vermeerdert.

Hoe minder deze Confessioneelen in staat zijn hun standpunt op Schriftuurlijke gronden te rechtvaardigen, hoe meer ze gaan schermen met de leuze van afscheidingsibeginselen en dergelijke, zonder ooit eens duidelijk uiteen te zetten, wat ze daaronder verstaan. Want elke beweging, waardoor 't tegenwoordig instituut der Ned. Hervormde Kerk gevaar loopt te verbreken, wordt dit brandmerk opgedrukt, alsof dit instituut als zoodanig afgezien van haar inhoud en niet de levende Gemeente des Heeren, Gods werk is.

Volgens dit eenzijdige uitgangspunt, dat zonder nader bewijs eenvoudig als Schriftuurlijk wordt aangenomen, durft de Geref. Kerk in het bovengenoemde artikel „De Waarheidsvriend en wij" te vragen : „maar op wat grond verwerpt de Waarheidsvriend dan het ideaal van het herstel der Geref. Kerk ? Alsof ooit door de Waarheidsvriend het ideaal van het herstel der Geref. Kerk is verworpen ! ! Maar omdat wij langs andere wegen het doel wenschen te bereiken en het herstel der Geref. Kerk niet zoeken in een krampachtig zich vastklemmen aan 't tegenwoordig instituut der Ned. Hervormde Kerk, daarom wordt deze beschuldiging ons klakkeloos voor de voeten geworpen, als was het bewijs reeds geleverd, dat we zulke booswichten zijn.

Zoolang de Geref. Kerk haar standpunt niet beter weet toe te lichten en te verdedigen, zal ieder nauwkeurig onderzoeker moeten toestemmen, dat haar beschuldigingen meer op vooroordeel dan op waarheid rusten. Waarom is het verwerpelijk, dat we de belijdende Gemeente in de - Hervormde Kerk onderscheiden van de Hervormde Kerk als zoodanig? We volgen daarin niet anders dan het voorbeeld van onze belijdenis, die in artikel 27 niet de officiëele Joodsche Kerk als Gods Kerk erkennen wil, maar slechts de 7000, die in haar de knie voor Baal niet hebben gebogen. Zoo achten wij, dat 7000, die in de Hervormde Kerk de knie nog niet gebogen hebben voor den Baai van natuurlijken godsdienst en eigenwillig geloof, de ware Kerk zijn en vvij beoogen allereerst het herstel van deze Kerk. Wil men dat een afscheiding noemen, het zij zoo. Wanneer men dan maar aantoont, dat het een o n-geoorloofde afscheiding is !

Dus toch een niuwe afscheiding ? Toch een nieuwe doleantie? Want wat gij wilt, heeft ook de doleantie gewild, werpen sommigen ons tegen. Best mogelijk, dat ook de doleantie die vrijmaking van de belijdende Gemeente in de Hervormde Kerk gewild heeft, maar ze heeft ze in elk geval niet verkregen. Daarom zeggen we met een gerust geweten : „geen nieuwe doleantie !" omdat we nooit den weg zouden willen bewandelen, die in 1886 bewandeld is, den weg van geweld. Van zulk een weg verwachten we nooit eenig ander resultaat dan hetgeen in 1886 verkregen is, n.l. dat niet de belijdende Gemeente wordt vrijgemaakt, maar slechts een deel van haar wordt afgescheurd.

Niet den weg van geweld wenschen we bewandeld te zien, maar den weg van overeenkomst. En de mogelijkheid van zulk een oplossing is in de laatste tijden meer en meer gebaand, wijl ook bij de richtingen, die ons tegenovergesteld zijn, de begeerte naar een oplossing ontwaakt, misschien nolens volens. Want dit is zeker, dat, indien de ons tegenovergestelde richtingen den tegenwoordigen toestand wenschen te handhaven, zij daardoor de belijdende richtingen noodzaken om te trachten door de kracht der meerderheid hun beschouwing te handhaven en de Kerk in de daardoor gewenschte richting te sturen. Dan ontstaat er een machtsstrijd, waarvoor men toch ook aan de overzijde eenigszins bevreesd terugdeinst. , Het is ons bekend, dat sommige ethischen, ofschoon op zichzelf allerminst begeerig naar een grootere Synode, toch het vorig jaar in de Classicale Vergaderingen hebben voorgestemd, alléén, omdat ze hoop ten, dat deze grootere Synode een modus Vivendi zou weten te vinden, waardoor aan den tegenwoordigen richtingsstrijd een einde kon worden gemaakt.

Over de bizondere trekken van zulk een modus Vivendi wenschen we thans niet te handelen, maar uit het voorgaande zal duidelijk zijn, dat we zulk een modus vivendi bedoelen, die v o o r 1 o o p i g onder het tegenwoordig bestuur aan die deelen der Kerk, die uit verschillende levensbeginselen leven, gelegenheid geeft naar eigen levensbeginsel zich te organiseeren, en in te richten. Uit het woord „voorloopig" volgt, dat de modus vivendi niet de oplossing zelf is, maar de weg, die daarheen leidt. Toch zouden we onder dit „voorloopig" niet een korten, maar een zeer langen termijn willen verstaan .opdat er gelegenheid zij elkander te vinden en te verstaan. Dat vier, vijf, ja meer kerken zullen ontstaan, is niet noodzakelijk. Er loopt één. groote scheidingslijn door heel het geestesleven. Hoe hetgeen links van deze lijn zich bevindt, zich kerkelijk zal ontwikkelen, is een vraag, die ons betrekke1ijk niet aangaat ; en zoo men waarlijk den opbouw der Christelijke Kerk zoekt, het ideaal van het herstel der Geref. Kerk in ons vaderland beoogt, zal hetgeen rechts van deze scheidslijn zich bevindt, op den duur tot elkander naderen, niet zonder allerlei strijd en moeilijkheden, niet zonder allerlei misverstand en oneenigheid, doch de groote gevaren, die in onze dagen de Christelijke Kerk bedreigen, zullen tenslotte alle belijders van den Christus dringen zich aanéén te sluiten. Toen Jeruzalem door de Romeinen belegerd werd, was het Jodendom in de belegerde stad nog vreeselijk verdeeld en de partijen verscheurden elkander. Evenwel dit Jodendom was van God verlaten. Indien de afval onder ons zoo groot geworden is, dat de partijzucht het wint van de liefde tot de eenheid en den opbouw van Christus' Kerk, zal natuurlijk een modus vivendi geen redding brengen. Dan echter zal niets meer baten. Dan is de ondergang.der Kerk zeker.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juni 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Over de oplossing van het  kerkelijk vraagstuk.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juni 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's