De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

6 minuten leestijd

Verschillend standpunt.

Een van de lezers van ons blad, die op de Veluwe woont, vestigt onze aandacht op een artikel van de hand van dr. Kromsigt, voorkomende in De G e r e f o r m e e r de Kerk van 13 April. Daarin zou door den Amsterdamschen predikant gezegd zijn geworden, dat de belangen van de Hervormde Kerk bij de Antirevolutionairen niet veilig zijn. Hoort men nu, zoo gaat onze lezer voort, de Antirevolutionairen over dit punt spreken, dan verneemt men het geheel anders.

* Hij vraagt nu, wat van een en ander juist is.

Gaarne willen wij probeeren, op deze vraag een antwoord te geven, al ontveinzen wij ons niet, dat de beantwoording eenige moeilijkheid met zich brengt.

Deze moeilijkheid zit hierin, dat zij, die de bedenking jegens de Antirevolutionairen doen hooren, meer generaliseeren (veralgemeenen) dan preciseeren (nauwkeurig omschrijven).

Men is er toch niet mede af om een algemeenheid uit te spreken. Men heeft zijne aanklacht ook met bewijzen te staven. En juist als het om die bewijzen gaat, ontbreken die zoo telkens.

Naar goede manieren ligt de bewijslast (de verplichting om het bewijs te leveren) niet op den beschuldigde, maar op den aanklager.

Nu wordt intusschen de vraag, hoe men ten opzichte van de Hervormde Kerk staat, geheel beheerscht door het standpunt, dat men ten aanzien van deze Kerk inneemt.

Wanneer b.v. een Antirevolutionair Minister er toe overgaat, om eene voordracht aan de Koningin te doen ter benoeming van een Gereformeerd hoogleeraar in de Theologie aan een der Rijks Univer-siteiten, en dit, als vanzelf spreekt, door een Hervormd Gereformeerde wordt toegejuicht, dan is het te begrijpen, dat een ethische zulk eene benoeming voor de Kerk een ramp acht.

Zoo staat het ook met wat men in het kort noemt, , de „losmaking der zilveren koorde." De Antirevolutionair, die voor dezen maatregel is, juicht 'hem toe, omdat hij voor den opbloei van de Hervormde Kerk van groote beteekenis is. Echter zijn er heel wat ethischen en ook niet weinige confessioneelen, die tegen zulk eene regeling zijn en haar eene bedreiging voor de Kerk noemen.

En zoo zouden wij met het noemen van voorbeelden kunnen voortgaan. Waaruit dan dit blijkt, en zou kunnen blijken, dat wat een Gereformeerde in het belang van de Hervormde Kerk acht, dit voor den Ethische en voor den Confessioneel nog niet altijd het geval is.

Vaak valt zelfs het tegengestelde te constateeren.

Daarom is het, zoo maar niet zonder meer, vast te stellen, wat dikmaals van Christelijk Historische zijde wordt beweerd, — en dit naar onze meening geheel ten onrechte — dat de belangen van de Hervormde Kerk bij de Antirevolutionairen niet veilig zijn. Om dit toch waar te maken, zou men de bewijzen moeten aanvoeren.

De Antirevolutionaire Partij is geen kerkelijke partij, maar een politieke partij. Zij aanvaardt voor hare Staatkunde de Calvi­nistische levensbeschouwing, zoodat alle Gereformeerden, tot welke Kerk zij ook behooren, op het aansluiten bij die partij zijn aangewezen.

Zoo verstaan het de duizenden Hervormden, die nu reeds deel uitmaken van de Antirevolutionaire Partij.

Klein gedoe.

Wij hadden juist het bovenstaande geschreven, toen een artikel uit het Christelijk Historisch Weekblad , , Ko n i n g i n e n V a-derland" van 15 Juni onder het opschrift „Mannen van de Ned. Hervormde Kerk", onder onze oogen kwam.

De schrijver van het stuk schijnt behoefte te hebben gevoeld om den lezers van het blad nog eens duidelijk te maken, dat de Antirevolutionaire partij eigenlijk de partij is van de kerkelijk Gereformeerden.

Wie weet, kon het artikel nog niet bij de a.s. verkiezingen een fortuintje worden voor de Christelijk Historischen.

Een aanknoopingspunt, voor wat hij te zeggen had, vond de persoon, die het stukje schreef, in een artikel, dat in het Antirevolutionaire Orgaan „De Veluwe" voorkwam.

Daarin stond :

Er wordt wel eens gezegd, ook wel door menschen die beter weten en béter kunnen weten, dat de A.R. partij voor de kerkelijk Gereformeerden is, welnu onze lijst (de candidatenlijst in groep II) bewijst het tegendeel.

Zeker de helft der daarop voorkomende namen zijn van mannen, die behooren tot de Ned. Herv. Kerk. En al de candidaten, die een kans biedende plaats hebben, zijn Ned. Hervormd.

Zorg bij de propaganda voor onze lijst, , dat de kiezers weten, dat bij onze partij het kerkelijk standpunt geen verschil maakt en wij alleen ijveren voor mannen met positief christelijke beginselen.

Dit stukje nu, dat het noodzakelijk gevolg was van de kerkelijke actie, welke van Christelijk Historische zijde op de Veluwe gedreven wordt en den redacteur van „De Veluwe" voor eene juiste voorlichting der kiezers werd in de pen gegeven, wordt door den schrijver in „Koningin en Vaderland" nota bene als een kerkelijk stukje gekwalificeerd.

Hij zegt daarvan :

Wat bewijst het of op de lijst, die in den kieskring „Arnhem" is ingediend, vele Hervormden voorkomen ? Alsof wij niet zouden weten, dat de AJR. openlijk ten allen tijde hun voorkeur voor de kerkelijk Gereformeerden uitspraken.

En om dan aan deze verdachtmakende woorden een schijn van waarheid te geven, wijst hij er op, dat : deze, (dat zijn de kerkelijk Gereformeerden) in de besturen der Kiesvereenigingen, de Provinciale Comité's, het Centraal Comité en in de leiding der partij, de eerste viool spelen.

Hier weet de schrijver wel beter. Want, wanneer in de besturen en de comité's niet altijd een evenredig aantal Hervormden zitting hebben, ligt de schuld daarvan niet bij de kerkelijk Gereformeerden, „die zoo gaarne de eerste viool willen spelen", maar aan de Hervormden zélf, die om allerlei redenen nog niet in voldoenden getale tot de kiesvereenigingen toetraden. Het is overbekend, hoeveel moeite vaak gedaan wordt om ook onder de Hervormden, leiders in de partijorganisatie te krijgen.

Maar, zooals de schrijver het voorstelt, is het ook niet. Want er zijn heel wat streken in ons land, waar de Hervormden in de kiesvereenigingen de meerderheid hebben.

Bovendien bekleeden in de Antirevolutionaire partij een groot aantal Hervormden belangrijke functies.

Dat de Antirevolutionaire partij er mede rekent, dat tot haar organisatie heel wat Hervormden behooren, blijkt juist uit de samenstelling van haar candidatenlijst in de kieskringen Zwolle, Arnhem, Nijmegen, 's Hertogenbosch en Maastricht.

Wat „Koningin en Vaderland" als bewijzen bijbrengt om zijn kerkelijke actie een schijn van recht te geven, is niet anders dan klein gedoe.

Dat men met zulke wapens strijdt in een blad, waarvan de leiding in handen is o.m. van twee Christelijk Historische Kamerleden en een Christelijk Historisch hoogleeraar in de Theologie, hadden wij niet verwacht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 juni 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 juni 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's